Faits divers (46): oosterse data

Een inscriptie in Arabische letters zonder puntjes (Wadi Rum)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer de uitbreiding van het databestand in Mesopotamië en Arabië, waarbij ook allerlei Grieken en Romeinen opduiken.

Spijkerschrift

Ik heb weleens geblogd over de omvang van het overgeleverde corpus van de diverse oude talen, want wetenschappers hebben een jaar of twintig geleden eens uitgeknobbeld hoeveel woorden er over zijn. Over het belang en de methode van zo’n exercitie valt een boom op te zetten, en er is ook wel kritiek op, maar sommige conclusies zijn duidelijk: van de oude talen vóór 300 na Chr. is het Grieks, gemeten aan het overgeleverde aantal woorden, met afstand het grootst. Op een gedeelde tweede plaats stonden het Latijn en het Akkadisch, de spreektaal van de Babyloniërs en Assyriërs en de taal van de internationale diplomatie in de Bronstijd. Het Akkadische corpus blijft groeien: elk jaar worden meer kleitabletten opgegraven dan gepubliceerd.

Lees verder “Faits divers (46): oosterse data”

Collatio Legum (3): Waar, Waarom, Wanneer

Theodosius II (Bodemuseum, Berlijn)

Vorige keer hebben we de tekst van de Collatio onder de loep genomen. We weten vrijwel zeker dat die is gestructureerd aan de hand van de Tien Geboden. We weten ook zeker dat het doel van de compilatie is om de overeenkomsten te laten zien tussen de Mozaïsche en de Romeinse wetten. De identiteit van de collator is moeilijk vast te stellen, maar het lijkt waarschijnlijk dat hij een christen was.

Waar?

Als we op zoek gaan naar waar de Collatio is geschreven, leiden de sporen alle kanten op. De mogelijke verbanden met de  Codex Theodosianus suggereren een oostelijke plaats van oorsprong, maar de overgeleverde handschriften duiken juist op in Italië, Oostenrijk en recent nog Kroatië. Uiteindelijk lijkt Rome zelf de meest waarschijnlijke kandidaat, al is dat eerder een geleerde gok dan een echte vondst.

Lees verder “Collatio Legum (3): Waar, Waarom, Wanneer”

Collatio Legum (2): Wat en Wie?

Modern standbeeld voor Ulpianus (Tyrus)

In het vorige stukje hebben we gezien hoe eerdere wetenschappers de puzzel van de Collatio hebben gelegd. Toch hebben we geconcludeerd dat we weinig zeker weten over wie het geschreven heeft, waar, wanneer, of waarom. In dit artikel wil ik graag de tekst zelf bekijken, met de nadruk op de inhoud van de tekst en de identiteit van de auteur. We houden ons nu dus vooral bezig met het “wat” en het “wie”. In het volgende stukje kunnen we ons dan focussen op de plaats, het doel en de tijd waarin hij schreef. Zeg maar het “waar”, “waarom” en “wanneer”.

Wat?

We hebben al gezien dat de Collatio een juridisch vergelijkend document is dat Romeinse wetten naast Mozes’ wetten plaatst, met als doel gelijkenissen aan te tonen. Het is dus geen wetboek met geboden en verboden, maar eerder een verzameling teksten die overeenkomsten tussen Bijbels en Romeins Recht wil aantonen.

Lees verder “Collatio Legum (2): Wat en Wie?”

Collatio Legum (1): De puzzelstukjes

Mozes met Wet (Gevelsteen, Mozeskerk, Amsterdam)

“Ik heb hier iets liggen… misschien is dit wel wat voor jou”. Hij stond op, liep naar een kast, en pakte er een stapeltje papieren uit. Ik bekeek ze goed. Op dat moment wist ik het nog niet, maar mijn scriptiebegeleider had me zojuist kennis laten maken met een van de best bewaarde geheimen van de rechtsgeschiedenis: de Collatio Legum Mosaicarum et Romanarum.

Ondanks een succesvolle scriptie, zijn die geheimen overigens nog niet opgehelderd. Zoals Jona ons op dit blog regelmatig herinnert: oudheidkunde is de wetenschap van dataschaarste. Onderzoek doen is dan een puzzel leggen met een beperkt aantal stukjes en zonder voorbeeld. Daar horen allerlei vragen bij: Hoe leg je een puzzel als je niet alle stukjes hebt? Kan ik de losse stukjes begrijpen zonder context? Hoe ga je om met stukjes die beschadigd of onvolledig zijn? Welke stukjes horen eigenlijk bij deze puzzel? En hoe verhoudt mijn oplossing van de puzzel zich tot eerdere pogingen van andere onderzoekers?

Lees verder “Collatio Legum (1): De puzzelstukjes”

Opnieuw: Pytheas

StableDiffusion reconstrueert Pytheas

Hé, dit is leuk: een nieuw boek over Pytheas van Marseille, de Griekse ontdekkingsreiziger die rond 325 v.Chr. de Atlantische Oceaan en de Noordzee bevoer. Hij bereikte een plek die hij Thule noemt en geeft ook aan op welke breedte dat lag. Het moet gaan om IJsland of  – volgens een theorie van de beroemde poolreiziger Fridtjof Nansen – om de kust van het huidige Noorwegen. Bovendien bereikte Pytheas de plaatsen waar tin en barnsteen vandaan kwamen. Er zijn al eerder boeken over de Griekse ontdekkingsreiziger geschreven, zoals dat van Barry Cunliffe (heel informatief) en dat van Lionel Scott (teleurstellend). En nu is er het zojuist verschenen boek van François Herbaux, Pythéas. Explorateur du Grand Nord. Als u meer wil weten over de man, dan is dit het boek om mee te beginnen.

Het boek van Pytheas, De Oceaan, is verloren gegaan, maar er zijn allerlei citaten. Herbaux noemt er achtendertig. Scott heeft er meer, waaronder twee passages van de Romeinse aardrijkskundige Pomponius Mela, die zouden teruggaan op Pytheas. Daarover is echter bepaald geen consensus en Herbaux is terughoudender. Hij is wel op de hoogte van Scotts werk, maar alle verwijzingen naar Mela in Pythéas. Explorateur du Grand Nord zijn terzijdes. Herbaux lijkt zijn manuscript al grotendeels af gehad te hebben toen het Engelse boek in 2022 verscheen en hij heeft zich beperkt tot enkele verstandige inlassen. Ik denk terecht.

Lees verder “Opnieuw: Pytheas”

De EDCS: een databank voor inscripties

Een damnatio memoriae van Maximianus Thrax uit Sétif

Mijn zakenpartner heeft het weleens over de “inscriptietoeter”. Daarmee waarschuwt hij me als hij op een opgraving een oud inschrift ziet. Die moet ik dan fotograferen. Ik moet inmiddels duizenden van die dingen hebben vastgelegd en die foto’s gaan dan naar de EDCS.

De EDCS is de digitale Epigraphik-Datenbank van oudheidkundige Manfred Clauss en de onlangs overleden IT-specialist Wolfgang Slaby. U vindt haar hier. Voor wie in inscripties is geïnteresseerd, is het een enorme verbetering. Vroeger moesten oudheidkundigen die een inscriptie wilden raadplegen, zich behelpen met het Corpus Inscriptionum Latinarum ofwel CIL. Dat was een boekenkast vol onhandelbaar logge, in wit kunstleer gebonden folianten, waarin alle bekende Latijnse inscripties stonden. Duizenden, tienduizenden. Soms met een tekeningetje erbij. Er zijn soortgelijke boekenreeksen voor het Grieks en de Semitische talen en voor kleine corpora als de Achaimenidische Koningsinscripties.

Lees verder “De EDCS: een databank voor inscripties”

Euhemeros van Messina

Het is bizar maar waar: ik bestelde onlangs op zaterdagmorgen een boek bij een uitgever in Parijs, en het was er op maandagavond, tegen een alleszins schappelijk posttarief. Voor het boek betaalde ik ook al een prijs die je vrijwel redelijk zou kunnen noemen. Ik heb het over de nieuwe tekstuitgave van de hellenistische auteur Euhemeros. Het boek, Évhémère de Messène: Inscription sacrée (2022), gaat terug op het proefschrift waarmee Sébastien Montanari in Tours promoveerde bij Bernard Pouderon.

Euhemeros

En het was een feest om te lezen! In een uitgebreide introductie vernemen we de voornaamste biografische details over Euhemeros: hij kwam uit Messina, schreef De heilige inscriptie en sleet begin derde eeuw v.Chr. zijn oude dagen in Alexandrië. Montanari en Pouderon menen dat Euhemeros, zoals deze zelf schrijft, aan het hof van koning Kassandros van Macedonië verbleef en werkelijk een tocht over de Indische Oceaan heeft gemaakt. Dit overtuigde mij niet maar is verder onbelangrijk, omdat het verslag sowieso grotendeels erkende fictie is.

Lees verder “Euhemeros van Messina”

Willem van Moerbeke

De Vierde Kruistocht mislukte spectaculair. De deelnemers kwamen nooit verder dan Constantinopel, dat ze in 1204 innamen. Het graf van een van de commandanten, de Venetiaan Dandolo, is nog steeds te zien in de Hagia Sofia. Eenmaal meester van de grote stad, plaatsten de kruisridders de Vlaamse graaf Boudewijn IX op de keizertroon. Meteen kwamen er twee concurrerende keizers. Het Byzantijnse Rijk is deze verdeling, die duurde tot 1261, nooit meer te boven gekomen.

Voor West-Europa was de gebeurtenis echter profijtelijk: wetenschappers kregen toegang tot allerlei Griekse handschriften. Een van de sleutelfiguren in de overdracht van klassieke teksten was de Vlaming Willem van Moerbeke. Tussen 1260 en 1270 vertaalde hij vrijwel alle werken van de filosoof Aristoteles, en ook enkele laatantieke commentaren daarop, alsmede het leeuwendeel van het ons bekende oeuvre van de natuurkundige Archimedes en ook iets van de arts Claudius Galenus.

Lees verder “Willem van Moerbeke”

Hellenistisch Babylonië

Gisteren was het 2345 jaar geleden dat Alexander de Grote in Babylon overleed. De gebeurtenis markeert het begin van een deprimerende reeks burgeroorlogen waarover ik al eens blogde. Ze markeert echter tevens het einde van de historische belangstelling voor Mesopotamië. Althans in het Engelse taalgebied. Een voorbeeld is de Routledge History of the Ancient World. Amélie Kuhrt beëindigt haar geschiedenis van het Nabije Oosten in 330 v.Chr. en het boek van Graham Shipley over het hellenisme laat Mesopotamië, de Iraanse hoogvlakte en Baktrië onbehandeld. Als we de Engelstalige oudhistorici mogen geloven, gebeurde er na 11 juni 323 v.Chr. niets in wat nu Irak heet.

Dat is natuurlijk onzin en gelukkig is er ook literatuur die wetenschappelijk is, zoals het onlangs verschenen La Babylonie hellénistique van Laetitia Graslin-Thomé e.a. Het betreft een collectie vertaalde bronnen over Irak in de hellenistische tijd, met zeer uitgebreid commentaar.

Lees verder “Hellenistisch Babylonië”

Oxyrhynchos (3)

De nachtwacht van Oxyrhynchos heeft een verzoek aan de politie. Om bewustzijn voor het belang van hun opgraving te creëren, zorgden Grenfell en Hunt ervoor dat ook musea buiten Oxford beschikking kregen over delen van het materiaal. Daarom is dit verzoekschrift te zien in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel.

Mijn vorige blogje over Oxyrhynchos rondde ik af met een opmerking over het kadaster. Dat was een voorbeeld van een administratief document. Daarover nu het een en ander.

Het dagelijks leven

Uit Oxyrhynchos kennen we belastingaangiften, vergunningen, een beschrijving van restauratiewerkzaamheden, aktes, regelgeving, het rapport van een lijkschouwer, verzoekschriften, notulen van rechtszaken, aantekeningen van een volkstelling, juridische paperassen, een verslag van werkzaamheden aan de afwateringskanalen en documenten met betrekking tot de graanuitdeling aan de armen. Een apart genre is de acclamatie, waarmee de volksvergadering of een andere samenkomst van burgers loftuitingen richtte tot de gezagsdragers.

Lees verder “Oxyrhynchos (3)”