Cornelis de Bruijn (2) Rome

Handtekeningen van kunstenaars uit de Lage Landen in de Santa Costanza; de handtekening van Cornelis de Bruijn ontbreekt

Dit is het tweede van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Op reis

Ik eindigde mijn vorige stukje met de opmerking dat Cornelis de Bruijn Holland had verlaten. Op 1 oktober 1674 was hij met zijn collega Pieter van der Hulst (1651-1727) Nederland afgereisd naar Italië. Omdat de Guerre de Hollande nog steeds voortduurde, konden ze niet de weg langs de Rijn nemen, maar moesten ze een omweg maken. Ze bezochten dus eerst Leipzig en Wenen, en waren op de feestdag van Sint-Nikolaas, 6 december dus, in Venetië.

Hoe financierde De Bruijn zijn reis? Dit is een onopgelost raadsel. Mogelijk heeft hij geld gespaard en had hij rijke vrienden, maar er zijn geen aanwijzingen dat zij de reis hebben betaald. Ook stond hij niet op de loonlijst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). We weten dat de kunstenaar tekeningen verkocht en bijverdiende met het schilderen van portretten, maar het is onduidelijk of dit voldoende was. Nog verrassender is dat hij bij terugkeer een fortuin bezat, dat hij zou investeren in de publicatie van zijn reisverslag, Reizen door de vermaardste Deelen van Klein Azië.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (2) Rome”

Kottabos

Deze Griek speelt kottabos (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In een ontwapenende passage vertelt de Griekse onderzoeker Herodotos dat alle spelletjes, behalve het dammen, zijn uitgevonden door de Lydiërs.noot Herodotos, Historiën 1.94. De Grieken, als intelligentste van alle mensen, zouden ledigheid natuurlijk nooit hebben uitgevonden.

Niet dat de Grieken hun neus ophaalden voor het spelen van spelletjes. Niets menselijks was hun vreemd. Van verschillende daarvan kennen we de regels, zoals van efedrismos, waarover ik al eens eerder schreef. Ook van kottabos, dat u hierboven ziet afgebeeld, kennen we de regels. Het kwam erop neer dat de speler de droesem die hij aantrof op de bodem van zijn wijnschaal, naar een afgesproken doel moest zien te werpen. Afgaand op de talloze afbeeldingen die ervan zijn, moest de speler blijven liggen op de bank waarop hij aanlag. De prijs, het kottabion, bestond uit een kleinigheid zoals gebak of kussen van de andere deelnemers.

Lees verder “Kottabos”

Rome, Napels en Paestum

Wapenrusting uit de tijd van de Samnitische Oorlogen (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De Italiaanse havenstad Paestum is gesticht als een Griekse nederzetting aan de Tyrrheense Zee, bij het land van de Lucaniërs. Rond 410 v.Chr. namen die de macht in de stad over. Dat was geen ongebruikelijke gang van zaken. Op dat moment namen wel meer volken uit het Italische binnenland de steden aan de kust over. Het is ook niet zo dramatisch als het lijkt: er waren al heel lang intensieve culturele uitwisselingen. Op een zeker moment volgde echter een nieuwe machtsovername: Paestum kwam in Romeinse handen. Dat dateren we meestal rond de tijd van de oorlog tegen Pyrrhos, dus zeg maar rond 275 v.Chr. Maar wanneer was het eerste contact?

Dat is ingewikkeld. In de jaren dertig van de vierde eeuw v.Chr. groeiden in Centraal-Italië twee regionale grootmachten. De ene was Rome, dat de Latijnse steden had onderworpen. De ander was Samnium in de Abruzzen, dat geconfronteerd was geweest met een invasie van een Grieks leger, gecommandeerd door Alexandros van Molossis. Deze oorlog had de bewoners van Samnium, de Samnieten, gedwongen tot samenwerking. De relatie tussen de twee staten-in-opbouw was niet slecht; er waren afspraken over de grens en hoewel er aanwijzingen zijn voor een “Eerste Samnitische Oorlog”, is de consensus lange tijd geweest dat die niet heeft plaatsgevonden. Inmiddels zijn er theorieën dat er misschien toch iets is gebeurd, maar ook dan was het een kleinschalig conflict.

Lees verder “Rome, Napels en Paestum”

Paestum

De tempel van Athena in Paestum

Ten zuiden van Napels ligt de grote baai van Napels, met in het westen de Tyrrheense Zee, in oosten de Vesuvius, en in het zuiden het schiereiland van Sorrentino en het eiland Capri. Wie nog iets zuidelijker gaat, komt in Salerno en, nog even verder, in Paestum. In het Grieks heette het Poseidonia, “stad van Poseidon”: geen onlogische naam voor een havenstad. De stad lijkt rond 600 v.Chr. te zijn gesticht door Griekse kolonisten uit de omgeving van de Ionische Zee. Ze waren niet de eerste mensen, want de verering voor diverse godinnen gaat terug op inheemse culten.

Poseidonia

Het lijkt erop dat het plattegrond met langwerpige woonblokken dateert van vrij kort na de stadstichting. Zeg maar de zesde eeuw v.Chr.. Het plattegrond kent een opvallende scheiding van religieuze, bestuurlijke en residentiële delen.

Lees verder “Paestum”

De slag bij Telamon (2)

Keltische helm uit Chiusi, mogelijk gerelateerd aan de slag bij Telamon (Kunsthistorisch Museum, Boedapest)

In het vorige blogje vertelde ik dat de Romeinen, hadden gehoord dat een enorm leger, de Gaisatiërs (“speerwerpers”), vanuit Gallië naar de Povlakte kwam. Samen met drie Keltische volken die daar al woonden, de Tauriniërs (omgeving Turijn), de Insubres (omgeving Milaan) en de Boiërs (omgeving Bologna), wilden ze optrekken naar het zuiden. “Heel Italië schaarde zich eensgezind aan de zijde van de Romeinen,” zoals de Romeinse geschiedschrijver Quintus Fabius Pictor het verwoordde. We zagen dat zijn jongere Griekse collega Polybios hetzelfde schreef.

Hij kent ook allerlei details, zoals dat de legioenen dit keer bestonden uit 5200 man zware infanterie en 300 ruiters, wat betekent dat ze boventallig waren. Elke consul commandeerde twee legioenen en 15.000 bondgenoten en 2000 ruiters. Consul Lucius Aemilius Papus was in Rimini aan de Adriatische Zee, zijn collega Gaius Atilius Regulus was met schepen op de Tyrrheense Zee.

Met het oog op de noodtoestand kwamen de Sabijnen en Etrusken Rome te hulp: 4000 ruiters en meer dan 50.000 infanteristen. Al deze strijdkrachten brachten ze bijeen en legerden ze als verdedigingsmacht in Etrurië onder aanvoering van een praetor. Van de Umbriërs en Sarsinatiërs uit de Apennijnen werden 20.000 man bijeengebracht en samen met dezen 20.000 Veneten en Cenomanen. (Wereldgeschiedenis 2.24; vert. W. Kassies)

Lees verder “De slag bij Telamon (2)”

Archaïsch Italië en het vroegste Rome

Oriëntaliserende kunst uit Italië: edelsmeedwerk uit de Bernardini-tombe bij Palestrina (Villa Giulia, Rome)

Ergens rond 300 v.Chr., nadat het in de slag bij Sentinum de macht van zijn Italische rivalen had gebroken, maakte Rome zijn opwachting in de geschiedenis. Een middelgrote hellenistische staat. In de loop van de derde eeuw bevocht Rome zich echter een plek onder de grootmachten. Eerst versloeg het koning Pyrrhos, vervolgens brak het de macht van Karthago, daarna verenigde het Italië in een slecht gedocumenteerde strijd tegen binnenvallende Galliërs, weer later viel het de Balkan binnen en veroverde het Andalusië. Dat laatste in de Tweede Punische Oorlog ofwel de oorlog tegen Hannibal.

Daarvóór, in de vijfde en vierde eeuw, was Rome een van de vele Italische stadstaten. En dáárvoor, in de zesde eeuw, regeerden koningen. Daar weten we heel weinig van, al staat vast dat de Karthagers rond 500 v.Chr. Romes gezag over enkele Latijnse havensteden erkenden. Maar wat daaraan voorafgaat, is even legendarisch als pakweg de heerschappij van Theseus over Athene. Wat doe je daarmee, als je De Blois of Van der Spek heet en Een kennismaking met de oude wereld schrijft?

Lees verder “Archaïsch Italië en het vroegste Rome”

Spartacus en Crassus

Crassus (Louvre, Parijs)

[Laatste stukje over de slavenopstand van Spartacus. Het eerste was hier.]

Crassus commandant

In Rome trad een nieuwe bevelhebber aan: Marcus Licinius Crassus. De verslagen consulaire legioenen schijnen in de buurt van Ancona te zijn achtergebleven, en Crassus gaf hun commandant Mummius opdracht zich in het zuiden bij hem te voegen. Hij mocht geen contact met de vijand maken. Mummius meende echter een goede gelegenheid te zien het probleem zelf op te lossen, bond de strijd toch aan en werd verslagen. Crassus was woedend en meedogenloos in zijn straf: decimatie. Elke tiende soldaat moest door zijn kameraden worden gedood. De legionairs moesten weten dat ze meer hadden te vrezen van hun commandant dan van de slaven en gladiatoren. Dit is een van de zeer weinige bekende gevallen van decimatie.

De Cilicische Piraten

In de winter van 72/71 kwam Spartacus aan in de teen van Italië, waar hij Thourioi innam. Dit was de enige keer dat hij zijn mensen in een stad vestigde. Het doel lijkt te zijn geweest Sicilië te veroveren. Op dat eiland waren in het recente verleden verschillende grote slavenopstanden geweest, met leiders die zich tot koning hadden uitgeroepen.

Lees verder “Spartacus en Crassus”

De Via Appia en wat dies meer zij

De Via Appia

Waar ter wereld je ook gaat, taal is het duurzaamste erfgoed. Wie weleens met de auto naar Rome is gereden, kent de namen van de huidige autostrade, die teruggaan op de Romeinse heerbanen. Je kunt bijvoorbeeld zuidwaarts rijden langs de Tiber over de Via Flaminia, waarvan de bouw vlak in 220 v.Chr. is begonnen. Een andere route is die langs de Tyrrheense kust: de Via Aurelia, begonnen in 241 v.Chr. De afslagen van de Grande Raccordo Anulare rond Rome hebben oeroude namen: de Via Salaria naar het noorden, de Via Tiburtina naar het noordoosten, de Via Latina naar het oosten, de Via Appia naar het zuidoosten.

Van die laatste weg, begonnen in 310 v.Chr., is het originele plaveisel bewaard. Hierover reisden kooplieden van Rome naar Capua, hierover marcheerden de legionairs die Macedonië en Griekenland onderwierpen, hier stonden de kruisen van de zesduizend slaven die met Spartacus omkwamen, hierover wandelde Paulus naar Rome, en dan sla ik nog het een en ander over.

Lees verder “De Via Appia en wat dies meer zij”

Geliefd boek: De held van Temesa

Het is bijna ondoenlijk om uit de tweeënvijftig romans die Simon Vestdijk (1898-1971), de man die volgens Roland Holst “sneller schrijft dan God kan lezen”, en waarvan er zevenentwintig in mijn boekenkast terecht zijn gekomen, er één favoriet uit de kiezen. Na een dag strepen in een longlist hield ik deze titel over: De held van Temesa (1962), waarvan hierbij de kaft van de eerste druk. Dit boek is naast Aktaion onder de sterren en De verminkte Apollo de derde en laatste van de ‘Griekse romans’ van Vestdijk en is gebaseerd op historische en mythische gegevens.

De Griekse stad Temesa, later genoemd Tempsa, heeft echt bestaan, al lag het niet in het huidige Griekenland maar in het in die tijd door de Grieken gekoloniseerde deel van Italië. De stad wordt genoemd o.a. door Homeros, Strabo en de geograaf Pausanias (ca 115-180 na Chr.). De toenmalige ligging is tot op heden niet achterhaald, maar de stad moet aan de Tyrrheense Zee gelegen hebben, het deel van de Middellandse Zee dat ingeklemd wordt door de zuidkust van de laars van Italië en de eilanden Sicilië, Corsica en Sardinië.

Lees verder “Geliefd boek: De held van Temesa”

De tabletten van Pyrgi

De gouden plaatjes uit Pyrgi (Museo Nazionale Etrusco di Villa Giulia, Rome)
De gouden plaatjes uit Pyrgi (Museo Nazionale Etrusco di Villa Giulia, Rome)

De taal van de Etrusken heeft de reputatie mysterieus te zijn, maar in feite valt dat wel mee. Geleerden kunnen honderden teksten gewoon lezen – helaas zijn ze kort en weinig informatief – en begrijpen grote delen van de grammatica. Het probleem is dat het Etruskisch niet lijkt te behoren tot een bekende taalfamilie en daardoor vooralsnog niet verder doorgrond kan worden.

Dit probleem is van enig belang omdat de Etruskische taal zich als een wig bevindt tussen twee nauw-verwante Indo-Europese talen: de Italische en de Keltische. Dit is het eenvoudigst te verklaren door migratie, maar waar kwamen de Etruskischsprekenden dan vandaan? In de vijfde eeuw v.Chr. opperde de Griekse onderzoeker Herodotos dat de Etrusken afkomstig waren uit Turkije. Het DNA-onderzoek, dat tot nu toe strijdige conclusies opleverde, zal de puzzel nog weleens oplossen en een aanwijzing bieden waar we met het Etruskisch verwante talen mogen gaan zoeken.

Lees verder “De tabletten van Pyrgi”