Romeins Tunesië en Algerije

Een tragediedichter en een acteur uit een komedie (Hadrumetum; Musée archéologique de Sousse)

Als ik thuis kom van een buitenlandse reis heb ik altijd wat tijd nodig om mezelf te herwinnen. Je doet inkopen, je draait de was, je ruimt je reisgidsen op, je probeert de achterstallige mail te beantwoorden. Aangezien ik uit Tunesië ben teruggekeerd in een land met extra gezondheidsmaatregelen is het allemaal wat moeizamer dit keer, maar evengoed zijn er verloren halve uurtjes waarin ik de foto’s kon ordenen die ik in Tunesië heb genomen. Ze documenteren de Romeinse provincies Africa Proconsularis en Numidia.

Een klein deel ervan heb ik online geplaatst. Daar was ik al eerder mee begonnen, dus als u mijn website kent, ziet u op de pagina’s over Karthago en Utica weinig nieuws. Uit Algerije plaatste ik al foto’s online uit Cirta, uit Hippo Regius, uit Icosium, uit Iol Caesarea, uit Lambaesis, uit Médracen, uit Madauros, uit het Mausolée royal de Maurétanie, uit Sitifis, van de Soumaa d’El-Khroub, uit Thubursicum Numidarum, uit Tiddis, uit Tipasa en uit het fenomenale Thamugadi.

En nu dus ook Tunesië: Bulla Regia, Hadrumetum, Mactaris, Sufetula, Thugga, Thysdrus, Thuburbo Maius en Uthina. Verder de Fenicische kolonie Kerkouane. Samenvattend: je leert het wel waarderen, een dag zonder puntgaaf bewaarde mozaïeken.

Lees verder “Romeins Tunesië en Algerije” →

Romeins Heerlen

Romeins Heerlen en omgeving (uit: Roman Bathing in Coriovallum)

Een paar maanden geleden blogde ik over een drietal stammen die in de Lage Landen moeten hebben gewoond en die we niet goed op de landkaart kunnen intekenen. Ik noemde de Frisiavonen, die door Nederlandse archeologen vaak worden geplaatst in Zeeland, waar Vlaamse archeologen de Menapiërs plaatsen. Ook noemde ik de Baetasi, waarvan we weten dat hun gebied zich bevond binnen dat van de latere gemeente Xanten. Tot slot noemde ik de Sunuci. Over hen is weleens gezegd dat dat ze nog zijn aan te wijzen in Zuid-Limburgse plaatsnamen als Sinnich, Schin op Geul, Schimmert en Schinnen. Tot slot nam ik een suggestie over van Karen Jeneson, de conservator van het Thermenmuseum, dat Heerlen – bepaald geen dorp – weleens de hoofdstad zou kunnen zijn geweest van een van die stammen. Het taalkundige bewijsmateriaal deed mij denken aan de Sunuci.

Nu de resultaten van drie jaar onderzoek naar Romeins Heerlen zijn gepubliceerd in een boek dat Roman Bathing in Coriovallum. The thermae of Heerlen revisited heet, wilde ik toch eens weten of dat klopte.

Lees verder “Romeins Heerlen” →

Een dolfijn in Bizerte

De baai van Hippo Diarrhytus (Bardomuseum, Tunis)

De collectie brieven van de Romeinse senator Plinius de Jongere is niet alleen een zelfportret – eigenlijk net zoals een blog – maar biedt ook een leuk overzicht van de onderwerpen waarin de toenmalige elite belang stelde. Dat kon een beschrijving zijn van een landhuis of een verslag van de uitbarsting van de Vesuvius, maar ook een spookverhaal of een beschrijving van een ontmoeting met een filosoof. In een van zijn brieven vertelt Plinius over een gebeurtenis in Hippo Diarrhytus, het huidige Bizerte in Tunesië.

Hij presenteert het als iets wat hij kort geleden bij een diner heeft vernomen van een betrouwbare zegsman, maar dat is vermoedelijk niet waar omdat het verhaal ook bekend is uit een oudere bron die Plinius gekend moet hebben, namelijk de encyclopedie van zijn oom Plinius de Oudere. Ik citeer hier een deel van brief 9.33 in een vertaling van Ton Peters.

Lees verder “Een dolfijn in Bizerte” →

Waterreservoir

Malga-waterreservoir (Karthago)

Zoiets had ik dus nog nooit gezien: het enorme waterreservoir van het Romeinse Karthago. De plek heet naar een niet langer bestaand dorpje Malga en het gaat om vijftien enorme, buisachtige ruimtes. Ze zijn ongeveer acht meter in doorsnede en ruim honderd meter lang. Met wat tussenmuren is het geheel zo’n 130 meter breed.

Gebouwd ten tijde van keizer Hadrianus (r.117-138) is dit het einde van het Zaghouan-aquaduct, dat hemelsbreed zestig kilometer ten zuiden van Karthago begint en een capaciteit had van 50.000-60.000 kubieke meter water per dag. Dat is vrij veel maar er was ook veel water nodig om Karthago te voeden, een stad waar – volgens een misschien wat hoge schatting – in de tweede eeuw na Chr. zo’n 400.000 mensen woonden. Dit reservoir diende als verdeelstation én als voorraad, voor als er eens te weinig water zou zijn in de bronnen.

Lees verder “Waterreservoir” →

Klassieke literatuur (10): de antieke roman

Ere-inschrift voor Apuleius, auteur van een antieke roman (Madauros)

[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een cursus aanschuiven, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag behandel ik de antieke roman.]

De eerste vraag moet, naar ik vrees, zijn: wat is een roman? Er zijn nogal wat definities en die hebben dan vaak iets met karakterontwikkeling van doen, maar ik ken er geen die zich beperkt tot “lang stuk fictief proza”. Toch vermoed ik dat dit de minst slechte typering is van wat doorgaat voor antieke romans. Het gaat om lange verhalen met een begin en een eind waartussen van alles gebeurt, maar daarmee is dan ook al veel gezegd.

Lees verder “Klassieke literatuur (10): de antieke roman” →

Moord op de Nijl

Grafstèle van drie mannen die Besis heetten (Louvre, Paris)

Sentoöus was schipper op de Nijl. Hij leefde in de Romeinse tijd – ergens tussen het midden van de eerste eeuw v.Chr. en de vierde eeuw na Chr. – en voer heen en weer tussen Ptolemais Hermiou en het iets stroomafwaarts gelegen Antaeopolis. We weten verder niets over hem, al zal hij behalve Egyptisch wel Grieks hebben gesproken, want zijn grafsteen, hierboven, is gesteld in die taal. Die grafsteen noemt ook wat familieleden. De Griekse tekst is hier en de vertaling is:

Bied ons hulp, Heer Sarapis, want Besis de Oudere en Besis de Jongere, de twee zonen van stuurman Sentoöus uit Ptolemais, en Besis de Kanomaker, de broer van hun moeder, zijn vermoord in de haven van Pouchis bij Antaeopolis toen hun schip in brand werd gestoken.

Lees verder “Moord op de Nijl” →

“Lycurgue cavalier”

Lykourgos zonder paard (Louvre, Parijs)

Even een vraagje. Het bovenstaande beeldje fotografeerde ik twee weken in het Louvre op de afdeling Romeins Egypte. Het bordje met uitleg zegt dat het Lycurgue cavalier is en voegt toe – voor wie dat nog niet mocht hebben herkend – dat het rijdier ontbreekt. De datering is nogal vaag: eerste eeuw v.Chr. tot en met de vierde eeuw na Chr. De Romeinse tijd dus.

Probleem: ik heb geen idee wat kan zijn afgebeeld. Lykourgos is de legendarische wetgever van Sparta en hoewel zijn biografie een paar paarden vermeldt is er niets dat ik hier afgebeeld kan zien. Ook zijn er diverse Lykourgoi in de Griekse mythologie, maar dat brengt me ook niet verder. Kortom, ik heb geen idee wat hier kan zijn afgebeeld. Wie weet meer?

Misschien zinnig toe te voegen: het beeldje stamt uit de collectie van het Musée Guimet en heeft het catalogusnummer AE E 20842. Ik kan het desondanks in de online-catalogus van het Louvre niet vinden.

De oplossing

Dat was snel! Le dieu à la bipenne, c’est Lycurgue. Leve het internet.

Boos kind

Kind op weg naar school (reliëf uit Neumagen, nu in het Rheinisches Landesmuseum, Trier)

Op een dag in januari in een onbekend jaar in de tweede of derde eeuw na Chr. ging een man uit het Egyptische Oxyrhynchos, Theon, op reis naar Alexandrië. Hij zal de boot hebben genomen want het was een reis van ruim 350 kilometer. Eenmaal in de grote stad ontving hij een briefje van zijn zoon, Theon Junior. “Dat heb je fraai gedaan,” liet hij zijn vader weten en hij kondigde aan dat als Senior het nog ’ns zou doen, hij hem nooit meer zou aanspreken, geen hand meer zou geven en niet langer zou groeten. Verder eiste het kind een cadeau en het moest ook werkelijk echt iets wezen, dus vader moest maar een lier sturen. Als ’ie het niet zou doen, zou de zoon stoppen met eten en drinken. Zo, nu wist vader het.

Hieruit valt veel af te leiden. Een handvol fouten maakt duidelijk tegen welke problemen een kind aanliep dat nog schrijven aan het leren was. We ontdekken dat een reis naar Alexandrië een stevige onderneming was, geen kinderspel. We zien dat een kind zijn vader kwaad kon toespreken zonder bang voor straf te hoeven zijn. We leren dat de ouders, die het briefje bewaarden, de charme ervan herkenden. Na een eeuw of achttien herkennen we achter een boos briefje nog steeds de liefde die mensen toen voor elkaar voelden.

Lees verder “Boos kind” →

Dacia Felix: Romeins Dacië

Gezichtsmasker van een Romeinse ruiter, gevonden in Harsova in Dacië

De laatste dag van het jaar, het laatste stukje over de Dacia Felix-tentoonstelling in het Gallo-Romeins museum in Tongeren. Die vertelt een complex verhaal over Thracische Geten, zeg maar de oerbevolking van het oostelijke Balkanschiereiland, over Griekse havensteden, over Skythische en Keltische immigranten, over het koninkrijk Dacië en tot slot de Romeinse provincia Dacia. De titel Dacia Felix staat op een munt uit het midden van de derde eeuw – het allereerste voorwerp dat de bezoeker ziet – en is nogal ironisch omdat de Romeinen het gebied twintig jaar later moesten ontruimen.

Romeins Dacië

Toen keizer Trajanus Dacië annexeerde, erfde hij een gebied waar de bevolking al sterk was afgenomen, deels doordat zijn tegenstander Decebalus legers had verspeeld in een oorlog tegen Domitianus – een deel van de krijgsgevangen Daciërs zal zijn geëindigd in het pas gebouwde Colosseum – en deels doordat velen waren omgekomen toen Trajanus het gebied binnenviel. De Zuil van Trajanus toont het platbranden van nederzettingen, de deportatie van hele gezinnen en legionairs die de hoofden van gesneuvelde Dacische soldaten aan hun commandant aanbieden.

Lees verder “Dacia Felix: Romeins Dacië” →

Adiutor de Cananefaat

Grafsteen van Adiutor (Museum Tipasa)

Tipasa, dat ik gisteren al vermeldde, ligt een eindje ten westen van Algiers. Het is de plek waar Adiutor is begraven, een Cananefatische ruiter uit het Romeinse leger. Op de afbeelding hierboven lijkt hij krulhaar en een baardje te hebben. We zien hem met gevelde lans op een vijand af galopperen. Daaronder lezen we

DM
ADIVTORIS EQ
AL PRI CANINA
FATIVM VI XXXXI M
AN XXIII PRO LB IPSI
BENE ME CABANVS HE
PO

wat we kunnen aanvullen tot

Lees verder “Adiutor de Cananefaat” →