Misverstand: VIIII Hispana ging ten onder in Schotland
De dood van keizer Trajanus in 117 lijkt gepaard te zijn gegaan met enige onrust aan de grenzen. Zijn opvolger Hadrianus gaf de veroveringen in Irak op. In Schotland werd een compleet legioen vernietigd, VIIII Hispana. Dat is althans de premisse van Rosemary Sutcliff in haar geweldige jeugdboek The Eagle of the Ninth (1954). Ze vertelt hoe een jonge Romeinse officier, die door een verwonding geen dienst meer kan doen, op zoek gaat naar het veldteken van het Negende Legioen Hispana, de adelaarstandaard, en dit uiteraard ook vindt.
Misverstand: Het Romeinse Rijk bereikte zijn grootste omvang ten tijde van Trajanus
Keizer Augustus voegde meer toe aan het Romeinse Rijk dan Caesar en Pompeius samen. Zijn eerste veroveringen vonden plaats in wat ooit Joegoslavië heette, en daarna volgden Egypte en noordelijk Spanje. Andere generaals bereikten de Rijn, Donau en Eufraat. Latere keizers annexeerden de Maghreb, Engeland en Wales, Roemenië en Jordanië, en de grootste uitbreiding zou het rijk hebben bereikt ten tijde van Trajanus (r.98-117).
Althans, dat valt overal te lezen. Het misverstand duikt al in de achttiende eeuw op, bijvoorbeeld bij de Franse filosoof Montesquieu. Het werd twee eeuwen later breeduit gemeten door Mussolini, toen die in Rome aan de Via dell’ impero, de huidige Via dei fori imperiali, een landkaart aanbrengen die het zo toonde. Hij had zo zijn redenen om de credits aan Trajanus te geven en niet aan de keizer die het Rijk feitelijk het grootst maakte.
Misverstand: De weg van Bavay naar Keulen heette Via Belgica
De romanisering van de Lage Landen hield ook in dat er wegen werden aangelegd. De Romeinen betoonden zich daarin nogal traditioneel. De belangrijkste weg was althans al eeuwenoud toen ze hem in gebruik namen. Al in de Bronstijd reisden mensen vanuit het huidige Amiens naar Bavay, Tongeren en Keulen. Die steden waren er toen vanzelfsprekend nog niet, maar het bestaan van een weg kan worden afgeleid uit het feit dat er grafheuvels uit de Brons- en IJzertijd liggen, parallel aan het tracé van de Romeinse straat. Caesar rukte hierover in 57 v.Chr. op tegen de Nerviërs (meer), het Veertiende Legioen Gemina gebruikte de weg in 70 na Chr. om een grote opstand neer te slaan, en duizenden kooplieden benutten de straat om graan te brengen naar de Rijnlegers. Dit was de hoofdverkeersader van de Romeinse provincie Gallia Belgica, van letterlijk vitaal belang voor de duizenden legionairs die het imperium beschermden tegen aanvallen uit het Overrijnse.
Sinds mensenheugenis wordt de route in Noord-Frankrijk en Wallonië aangeduid als Chaussée Brunehaut (naar een Frankische koningin die de straat in de Vroege Middeleeuwen zou hebben laten repareren) en in Duitsland spreekt men wel van de Römerstraße en Agrippa-Straße, naar de Romeinse generaal die vermoedelijk bevel heeft gegeven de weg te plaveien. In Nederland en Vlaanderen kennen we geen naam die werkelijk ingeburgerd is geraakt. Een in 1987 gehouden expositie heette gewoon “Langs de weg”.
De “Mona Lisa van Galilea”, zoals de archeologen een inderdaad beeldschoon mozaïek uit het Huis met het Dionysosmozaïek aanduiden
Op verzoek: een stukje over Sepforis, een van de voornaamste steden in Galilea. De stad ligt op een heuveltop, als een vogel op een tak, en dat verklaart misschien waarom ze “vogelstad” heet. Aardewerkvondsten bewijzen dat er al in de IJzertijd mensen woonden maar het plaatsje wordt niet in de Bijbel genoemd. De eerste monumentale architectuur dateert uit de laatste fase van de Perzische heerschappij, zeg maar de vroege vierde eeuw, als het voornaamste bestuurscentrum in de omgeving Samaria is.
Dat bleef echter niet de belangrijkste stad. In het ingewikkelde krachtenspel van de derde eeuw, waarin de Ptolemaiën en Seleukiden streden om het bezit van wat Hol Syrië heette (zeg maar Libanon en Israël), was de weg van Damascus via het meer van Galilea naar de kust erg belangrijk. Het heuvelstadje was verdedigbaar en bezat goede akkers: het kon beginnen aan een lange bloeiperiode, zeker toen het deel kwam uit te maken van het zelfstandige koninkrijk van de Hasmoneeën. Toen de Romeinen dit in 63 v.Chr. veroverden en in vijf bestuursdistricten verdeelden, was Sepforis een van de hoofdsteden.
Terug naar de verschillen. En dan springen de verschillen tussen de steden in het oog, zowel in het stadsbestuur als in het uiterlijk voorkomen van de steden. In het Middellandse Zee-gebied was er een lange traditie van autonoom stadsbestuur, in China was die traditie veel minder sterk en hadden de Qin doelbewust de stedelijke elites uitgeschakeld, onder andere door grootschalige deportaties.
Dat was ook zichtbaar in het uiterlijk van de steden. Romeinse steden kenden pleinen, fora, theaters, badhuizen en andere publieke gelegenheden waar de stadsbewoners konden samenkomen. De Chinese keizers en hun bestuurders moesten niets hebben van massale samenkomsten van hun onderdanen, ze waren er eerder bang voor. De enige plek aan samenkomst was de markt, er waren nauwelijks pleinen, geen grote theaters of publieke badhuizen. En er werd er afstand gecreëerd tussen bevolking en de bestuurders.
Rond het begin van onze jaartelling bestonden er twee wereldrijken: het Romeinse Imperium en het Chinese Keizerrijk onder de Han-dynastie. Samen heersten zij over ongeveer de helft van de toenmalige wereldbevolking. Beide rijken hebben zich in dezelfde periode maar onafhankelijk van elkaar ontwikkeld. Is het de moeite waard om een vergelijking te maken tussen de Romeinen en de Han? De Oostenrijkse historicus Walter Scheidel, sinds 2004 hoogleraar in Stanford, meent van wel en laat dat zien in de bundel State Power in Ancient China and Rome. De bundel bevat acht artikelen die het Romeinse keizerrijk vergelijken met het China van de Han-dynastie.
Scheidel is een pleitbezorger van vergelijkende geschiedenis (comparative history). Eén van de voordelen van het vergelijken van staten en ontwikkelingen, zoals tussen Rome en de Han, is volgens hem dat het de historicus dwingt uit de specialistische “comfort zone” te treden en nieuwe vragen te stellen. Het dwingt tot het overstijgen van (historische) disciplines en het helpt bij het identificeren van causale relaties en factoren en hoe die in verschillende omgeving verschillend uitwerken. Vergelijken is overigens geen doel op zich, maar een middel voor het stellen van vragen en formuleren van verklaringen.
Twee verregende re-enactors in een lorica segmentata
Misverstand: Alle legionairs droegen een lorica segmentata
Het meest zichtbare aspect van de macht van de Romeinse keizer was het leger, waarover ontzettend veel bekend is uit enkele militaire traktaten, tientallen brieven, honderden inscripties en ontelbare archeologische vondsten. We kennen de rangen, de regimentsgeschiedenis van de legioenen, de militaire bases, de bewapening en de voornaamste campagnes, en we zijn ook tot in detail op de hoogte van zaken als soldij en training. In feite is er, tot de zestiende eeuw, geen leger geweest waarvan we zoveel weten. Zo voelen de Romeinse legioenen bijna vertrouwd aan.
En dat is ook het probleem, want al snel ga je te modern denken. Hedendaagse legers kennen eenheid van tenue: alle soldaten dragen hetzelfde uniform. Het is verleidelijk te denken dat dit in de legioenen ook zo was. Dat komt overigens niet uitsluitend door het moderne voorbeeld, maar ook doordat mensen eeuwenlang alleen bij passiespelen – toneelstukken over Jezus’ laatste dagen – zagen hoe een Romeinse soldaat eruit zag, en de kostuummakers vaak hetzelfde patroon gebruikten om verschillende acteurs te kleden.
Gladiatoren op een zilveren broche, gevonden in het paleis van de gouverneur te Aquincum
Jona Lendering heeft een blogstukje geschreven dat over een tekst van Pseudo-Quintilianus gaat. Jona denkt dat deze tekst het moment voor een gladiatorengevecht beschrijft. Ik denk dat deze tekst niet over een gladiator gaat, maar over een terdoodveroordeelde.
In de tekst staat namelijk dat “het volk was samengekomen voor het schouwspel van onze bestraffing”. Er bestond zeker een bestraffing ad ludos (naar de gladiatorenschool), waar de veroordeelde een kans behield te overleven. De meeste gladiatoren waren echter slaven en soms ook enkele vrijwilligers. Vechten als gladiator was voor hen niet altijd een bestraffing; de slaven zullen het misschien als hun lot hebben gezien aan een gladiatorenschool te zijn verkocht. Daarnaast bestond er de bestraffing ad bestias (voor de wilde dieren) en dit was wél een doodstraf.
Misverstand: De oude Joden leken op negentiende-eeuwse Arabieren
Een van de kleinste provincies van het Romeinse Rijk was Judea. We zijn er goed mee bekend, want het jodendom en het christendom zijn er ontstaan, die beide een aanzienlijke hoeveelheid geschreven bronnen hebben nagelaten. Europa is nooit moe geworden weer te geven hoe het land van Mozes en Jezus er echt heeft uitgezien. Sinds ruim een eeuw zoekt men daarbij naar inspiratie in het hedendaagse Palestina.
Ooit was dat een vernieuwende gedachte. Toen in 1911 de Heilig Land-stichting (het huidige Museumpark Orientalis) werd opgericht om het leven van de mens Jezus aanschouwelijk te maken, was dat niet minder dan een revolutie. Tot dan toe was Jezus namelijk afgebeeld als een Europeaan of als een bovenmenselijk wezen. Het nabouwen van een Palestijns dorp bij Nijmegen was verfrissend, al was de premisse dat in het Midden-Oosten sinds de Oudheid niets was veranderd weinig aannemelijk en zelfs beledigend voor de bevolking, die blijkbaar niet tot vernieuwing in staat was geweest.
Ik blogde gisteren over legioennamen en maakte een vergelijking met de legers in onze eigen tijd. De Eerste Divisie van het Nederlandse leger heette ook 7 December, schreef ik, en die vergelijking ontlokte de vraag of legioenen en divisies wel vergelijkbaar zijn.
Wel in dit opzicht. De chaotische nummers en namen zijn hetzelfde. In andere opzichten zijn de verschillen echter groter.
Een belangrijk verschil is er als we kijken naar de relatie tussen gevechtseenheden en ondersteunend personeel. Ik meen dat bij de landmacht tegenover elke soldaat die werkelijk vecht drie mensen staan die ervoor zorgen dat hij dat ook werkelijk kan doen, maar ik heb het niet kunnen natrekken. In een Romeins legioen was er daarentegen nauwelijks ondersteunend personeel en van het onderscheid tussen commanding en executive officers zou men vreemd hebben opgekeken.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.