Eillert Meeter, een negentiende-eeuwse roddelaar

Nee: hij was bepaald geen fan van het Nederlandse koningshuis. Eillert Meeter (geboren op 1 maart 1818 in Oude Pekela) werd zich al op jonge leeftijd bewust van zijn republikeinse gevoelens. Ook zou je hem gerust een communist avant la lettre mogen noemen: al op tweeëntwintigjarige leeftijd begon hij met het publiceren van een blad, de Tolk der Vrijheid, waarin hij opkwam voor het tragische lot van dagloners, arbeiders en kleine boeren.

Groningen

In datzelfde jaar bezocht Meeter de Groninger Meikermis, en samen met zijn kompanen hieven ze, gezeten in de wafelkraam van “Dove Saar”, de glazen op “Zijne Verheven Nulliteit Willen Kaaskop”, oftewel koning Willem I. In totaal werden er na dit incident zesentwintig mensen gevangengenomen, maar in augustus volgde vrijlating, omdat niet bewezen kon worden dat deze uitgelaten bende zich schuldig had gemaakt aan revolutionaire samenspanning.

Lees verder “Eillert Meeter, een negentiende-eeuwse roddelaar”

Geliefd boek: Snouck Hurgronje

Christiaan Snouck Hurgronje

Voor sommige negentiende-eeuwse reizigers was hun grote reis het begin van een wetenschappelijke loopbaan, zoals bij de Engelsman Charles Darwin, de Duitser Alexander von Humboldt of de Nederlander Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936). Hij was de grootste Nederlandse islamkenner van zijn generatie. Hij had die kennis onder andere verkregen door zijn veldwerk. Mekka in de tweede helft van de negentiende eeuw. Schetsen uit het dagelijks leven (Atlas 2007) luidt de Nederlandse titel van zijn grote studie. Het boek is goed leesbaar vanuit het Duits vertaald. De vertaling is voorzien van een uitgebreide inleiding en met een magnifieke collectie foto’s die Snouck Hurgronje zelf heeft verzameld.

Iedere moderne antropoloog zal Snouck Hurgronje’s veldwerk in dat voor Moslims zo heilige bedevaartsoort herkennen als een gewaagde − bij ontdekking zou hij zonder pardon zijn geëxecuteerd − en misschien controversiële vorm van participerende observatie. Hij had zich goed voorbereid door zich tot de islam te bekeren en hij vermomde zich als pelgrim. Nadat Snouck Hurgronje in Mekka aankwam, kocht hij via een tussenhandelaar een slavin, een jonge, Ethiopische vrouw, van wie de naam onbekend is gebleven, net als de rest van haar leven. De Ethiopische vrouw werd zijn belangrijkste informante over het leven van vrouwen in Saoedi-Arabië. Ook tegenwoordig nog een gesloten wereld voor mannelijke onderzoekers.

Lees verder “Geliefd boek: Snouck Hurgronje”

De poorten van Tell Balawat

Een van de reliëfs uit Balawat: de capitulatie van Tyrus (British Museum, Londen)

Een van de wonderen van het British Museum is de zogeheten Balawat Gate. Het gaat om de poort van een Assyrische tempel. Als u het museum binnen gaat, is links de garderobe, en onmiddellijk daarna is de zaal met deze tempelpoort. Als u de Steen van Rosetta ziet, bent u al te ver doorgelopen. De Balawat Gate is gevonden door archeoloog Hormuzd Rassam.

Hormuzd Rassam

Het verhaal van de archeologie in het Ottomaanse Rijk wordt vaak verteld alsof het gaat over westerse avonturiers die in het oosten de fundamenten – in meer dan één betekenis – van de beschaving opgroeven. Onwaar is dat niet, incompleet is het wel, want er waren volop Ottomaanse archeologen, waarvan Osman Hamdi de bekendste is. Hormuzd Rassam, geboren in Mosul, was een ander.

Hij was een veteraan, die het metier had geleerd tijdens Layards eerste expeditie naar Nimrud, vervolgens had gestudeerd in Oxford, en had behoord bij Layards staf tijdens zijn latere expedities. Rassam vond onder meer het kleitablet met het Zondvloedverhaal (onderdeel van het Epos van Gilgameš), deze stèle en de Cyruscilinder.

Lees verder “De poorten van Tell Balawat”

De Europese canon (36-40)

Oscar Montelius (©Stockholms Stadsmuseum)

Met dit negende blogje in mijn reeks over de Europese canon bereiken we de tweede helft van de “lange negentiende eeuw”: Europa als wereldmacht én het einde daarvan.

De vooruitgangsgedachte

Periode: Tweede helft negentiende eeuw

De vooruitgangsgedachte is een thema waarover ik al meer heb geblogd. De filosofen van de Verlichting waren er zeker van dat de mensheid erop vooruitging. Ook geleerden als Turgot en De Condorcet waren daarvan overtuigd, maar ze deden weinig meer dan het presenteren van een hypothese. Die baseerden ze op de klassieke teksten en op de beste etnografische data van hun tijd, maar het idee dat de mensheid van primitieve aaseter via wildeman en barbaar was opgeklommen tot beschaafd mens, was welbeschouwd niets meer dan beredeneerd giswerk.

Het empirische bewijs kwam echter in de tweede helft van de negentiende eeuw, toen de eerste wetenschappelijke archeologen voldoende overzicht hadden van het diepe verleden om te kunnen vaststellen dat er een evolutie was geweest van Steentijd via Bronstijd naar IJzertijd. De samenleving, zo betoogde Oscar Montelius, was complexer geworden en welvarender. De twintigste eeuw toonde mogelijkheden en ethische keuzes die voordien ondenkbaar zouden zijn geweest.

Lees verder “De Europese canon (36-40)”

Sanchouniathon

Stèle met de naam “Sanchouniathon” uit Sousse

Misschien herinnert u zich dat ik een tijdje geleden bezig was met Filon van Byblos. Dat is een Grieks schrijvende auteur uit de Romeinse tijd die schreef over de mythen van het oude Fenicië. Zijn driedubbele identiteit is al interessant, net als de Fenicische verhalen. Die documenteren enerzijds een godsdienst die naast het Jodendom heeft bestaan, en anderzijds een tussenschakel was tussen het oude Nabije Oosten en Griekenland. Maar het meest boeiend is hoe die informatie tot ons is gekomen.

Bestond Sanchouniathon?

De zeven fragmenten van Filon van Byblos, die leefde rond 130 na Chr., zijn overgeleverd door de christelijke auteur Eusebios, twee eeuwen later. Misschien heeft die Filon niet zelf gelezen en citeert hij een uittreksel door de filosoof Porfyrios, maar dat laat ik even rusten. Filon claimt nergens dat hij zelf de Fenicische mythen heeft gelezen: hij vertelt alleen maar na wat hij las bij een zekere Sanchouniathon. Die zou hebben geleefd in de tijd van de Trojaanse Oorlog, dus zeg maar rond 1200 v.Chr., en op zijn beurt weer ene Taäutos navertellen.

Lees verder “Sanchouniathon”

Italica en de Gravin van Lebrija (2)

Het paleis van de gravin van Lebrija, met een mozaïek uit Italica

[Het tweede deel van Dieter Verhofstadts artikel over de Romeinse stad Italica, in Andalusië, en de Gravin van Lebrija. Het eerste deel was hier.]

Deze blog over Romeinse kunst in Europa heeft een andere kijk op de rol van de Gravin van Lebrija bij de opgraving van Italica. Als invloedrijke intellectuele kunstminner was ze maar al te goed op de hoogte van het belang van de oude Romeinse stad. Toen de opgravingen tegen het einde van de negentiende eeuw werden geïntensiveerd en de prachtige mozaïekvloeren werden blootgelegd, kocht zij enkele bewakers om, zodat ze een aantal naar haar woning kon verplaatsen. De verantwoordelijke voor de site, de archeoloog De los Ríos, confronteerde de gravin met wat hij als diefstal beschouwde en probeerde haar ertoe te bewegen de mozaïeken terug te geven. In plaats van zijn eis in te willigen, dreigde ze ermee hem te laten ontzetten uit zijn opdracht.

Vrouw in een mannenwereld

Deze versie, waarvan ik geen andere, laat staan officiële of wetenschappelijke, bron terugvind, geeft niet alleen een andere toedracht over de beweegredenen van de gravin, maar weerlegt de algemene teneur in de levensverhalen die men bij de stichting en op de -pedia’s vindt, namelijk dat het voor een vrouw in de negentiende eeuw zeer ongebruikelijk was om invloed uit te oefenen op het publieke leven en dat zij voortdurend moest optornen tegen de door mannen gedomineerde wereld van kunst, wetenschap en politiek. Dat zij een officieel aangestelde, mannelijke wetenschapper zomaar kon afdreigen, past niet in dat plaatje.

Lees verder “Italica en de Gravin van Lebrija (2)”

Italica en de Gravin van Lebrija (1)

Het amfitheater van Italica

Dat opgravers in het verleden nogal driest te werk zijn gegaan, met goede of kwade bedoelingen, is algemeen bekend. Van de andere kant: we mogen opgravers en exposanten uit het verleden niet zomaar beoordelen aan de hand van de huidige inzichten. Toen ik vorige maand Sevilla bezocht, stuitte ik op een interessant voorbeeld.

Italica

De bron van alle oudheidkundige moois dat is opgegraven en vertoond in Sevilla, is Italica. Die voormalige Romeinse stad ligt zo’n tien kilometer noordwestwaarts, in het huidige plaatsje Santiponce. Het was de vermoedelijke geboorteplaats van de Romeinse keizer Trajanus en misschien ook van zijn opvolger Hadrianus. In de derde eeuw raakte Italica in verval, mogelijk doordat de Guadalquivir zijn loop verlegde.

Lees verder “Italica en de Gravin van Lebrija (1)”

De staalwoestijn (2)

[Tweede deel van een stuk dat Saskia Sluiter schreef over haar boek De Staalwoestijn.]

Vervuiling

De werkgelegenheid uit het vorige blogje vormt is één kant van het verhaal. Een andere kant is de CO2-uitstoot van het bedrijf. Die is gigantisch: vorig jaar nog tussen de 11,4 miljoen ton (Tata Steel duurzaamheidsverslag 2021-2022) en 15 miljoen ton (Milieudefensie). Dat is ruim zeven procent van alle stikstofuitstoot in Nederland. Plus fijnstof, roet, looduitstoot, PAKS, zware metalen en ‘zeer zorgwekkende stoffen’ als vanadium en beryllium. Die zeer zorgwekkende stoffen zijn al in een minieme dosis supergiftig. In de rapporten staan ze vermeld als ZZS, want het ambtenarenjargon kronkelt zich in vele bochten om de werkelijke aard van dit soort gifstoffen niet expliciet te benoemen – de kool en de geit worden zorgvuldig gespaard.

Staal maken is een uiterst vervuilend proces en Tata is een supervervuiler. Het aantal kankergevallen in de IJmond ligt zo’n 25%, op sommige plekken zelfs 50% hoger dan gemiddeld, en dat is al vele jaren zo. Geen wonder dat er fel tegen het bedrijf wordt geprotesteerd. De kranten staan er bol van. Er staat een rechtszaak tegen Tata op de rol en het bedrijf heeft ook een schadeclaim van 1500 inwoners van Wijk aan Zee aan de broek hangen. De juridische messen worden zorgvuldig geslepen.

Lees verder “De staalwoestijn (2)”

De staalwoestijn (1)

“Wat een gaaf thema, dat van die Staalwoestijn. Voel je vrij eens een blogje te schrijven om er reclame voor te maken.” Dat mailde Jona me. Zoiets laat je je geen twee keer zeggen natuurlijk. Deze blog gaat dus over mijn nieuwe boek: De Staalwoestijn. Verandering van een landschap, van Hoogovens tot Tata: een geschiedenis. In die geschiedenis is de Oudheid ver weg: 1815-2023 is moderne tijd en, naarmate het verhaal vordert, recent en hedendaags.

Ik woon in Velsen-Noord, waar vervuiling, rook en stoom van diverse pluimage je dagelijks de neus in waait. Tata, Vattenfall, papierfabriek Van Gelder, intensief wegverkeer, scheep- en luchtvaart: ze dragen er allemaal een flinke steen aan bij. De grootste boosdoener is echter het fabrieksconglomeraat van Tata Steel. Tegelijkertijd is Tata ook de grootste werkgever in het gebied en dat maakt dit een lastig probleem.

Lees verder “De staalwoestijn (1)”

Driemaal wereldgeschiedenis

Eroten met guirlandes uit Taxila: een puur Romeinse vorm in het huidige Pakistan (Humboldtforum, Berlijn)

De term “wereldgeschiedenis” is vaag. Toen ik haar tijdens mijn studie voor het eerst uitgelegd kreeg, bedoelde mijn docent er duidelijk “synthese” mee. Tegenwoordig lijken we vooral te bedoelen dat we lokale geschiedenis inbedden in een wijdere context. Dat is bepaald geen nieuw perspectief.

Wereldgeschiedenis: eerste fase

In de achttiende eeuw bereikte een enorme hoeveelheid etnografische informatie Europa. Dat dwong de Verlichtingsfilosofen na te denken over een verklaring voor de overeenkomsten en verschillen tussen de diverse culturen. Zo ontstond het idee dat de mensheid van primitief via barbaars naar beschaving was gegroeid. Etnografische data en informatie uit antieke bronnen gingen bij denkers als Turgot en De Condorcet hand in hand.

Lees verder “Driemaal wereldgeschiedenis”