Kort Irakees (8): Borsippa

Je weet zeker dat bezoekers aan Irak je een keer zullen zeggen dat de enige zekerheid in Irak is dat je geen zekerheid hebt. Wat op de ene dag nog een duidelijk reisprogramma lijkt, kan de volgende dag totaal anders zijn. Plekken waar de paus dit voorjaar op bezoek is geweest, zijn enerzijds prachtig opgeknapt en aangepast voor bezoekers. In Ur betekent dat dat delen die in 2019 nog toegankelijk waren, nu afgesloten zijn. Soms ontmoet je archeologen, zoals in Hatra, Nineveh en Girsu, die er merkbaar plezier in hebben je rond te leiden. (Noot: in Uruk pleurden ze de halve site op slot, alsof wetenschappers de voornaamste belanghebbenden zouden zijn). Het museum in Bagdad, dat een enorme subsidie kreeg om open te zijn voor bezoekers, is inderdaad open geweest om te tonen dat het Gilgameš-tablet terug in Irak was en toen weer gesloten. En overal waar je komt vind je iets dat je niet had verwacht maar dat leuk is. Zoals in Borsippa. Of Birs Nimrud, zoals de moderne naam is.

Borsippa

We gingen naar Borsippa om  de ziggurat te zien, een plomp monument waar je allerlei tichels ziet liggen, gestempeld met spijkerschriftinscripties. Het monument is, net als de minaret van Samarra, weleens genoemd geweest als de Toren van Babel. Ernaast ligt de tempel Ezida, gewijd aan de god van de wijsheid en schrijfkunst, Nabu. Kortom: we liepen er met plezier rond, te meer omdat de ruïne van de tempeltoren in gebruik bleek als speeltuin. Sommige mensen skiën van een berg af, hier renden de kinderen van een kunstmatige berg tichels naar beneden.

Lees verder “Kort Irakees (8): Borsippa”

Kort Irakees (5): Bahlul

Het Abbasidische paleis in Bagdad, dat overigens eeuwen na Haroen ar-Rasjid is gebouwd

Soefi’s zijn islamitische mystici. Ik blogde al eens over ze. Misschien is het grote verschil met de westerse mystiek wel dat deze laatste werkelijk naar binnen is gekeerd, zodat het écht gaat om de relatie tussen de gelovige en God, terwijl de soefi’s vaak de noodzaak voelen hun radicale liefde voor God te tonen, en daarbij dus een publiek nodig hebben. Er is een derde partij bij betrokken, wat in mijn ogen – die van een buitenstaander – de claim alléén van God te houden tegenspreekt.

Dat laat onverlet dat ik plezier beleef aan de verhalen over een Rabia, die door Bagdad rende met een kruik en een fakkel, om de hel te blussen en de hemel in brand te steken, zodat ze Gods wil kon doen zonder aan het hiernamaals te denken. De anekdote bevalt me vooral zo omdat ze illustreert dat er tussen humanisme en religie weinig verschil zit. Een gelovige die iets goeds doet om in de hemel te komen, is een boekhouder.

Lees verder “Kort Irakees (5): Bahlul”

Twee soorten mensen

Imam Ali

Het kan geen westerling, reizend door een land met een overwegend islamitische bevolking, ontgaan dat daar allerlei Engelstalige slagzinnen zijn: soms staan ze op de muren geschilderd, soms zijn het spandoeken, soms is het een bord langs de weg. En het zijn altijd spreuken die je wil horen. “Als een reiziger in een islamitisch land schade lijdt, moeten de islamitische autoriteiten deze volledig vergoeden,” was lange tijd te lezen op een schilderijtje dat hing in vrijwel alle hotels in de Islamitische Republiek Iran. De uitspraak werd toegeschreven aan een van de heilige imams.

In Pakistan zag ik op een militair gebouw een citaat van Aristoteles: “We zijn vrienden van Plato maar nog meer zijn we vrienden van de waarheid.” Klinkt nobel, tot je je realiseert dat “waarheid” hier wordt opgevat als al-haqq, een van de negenennegentig namen van God. Je wordt daarna wat sceptisch over zulke mooie spreuken, vooral als je ze natrekt en ontdekt dat de context weleens een andere uitleg biedt. Zonder onaardig te willen zijn of te twijfelen aan de oprechtheid van de Iraanse hotelier die een medereiziger daadwerkelijk compenseerde voor verloren geld: veel van die spreuken lijken gericht op westerse bezoekers en tonen wat sociaal wenselijk is.

Lees verder “Twee soorten mensen”

Geliefd boek: De ongelukkige

Eén van de meest historisch interessante en intrigrerendste maar tegelijkertijd ontroerendste romans die ik ken is een minder bekend werk van Louis Couperus: De ongelukkige (1915). Het verhaal speelt zich af in het Spanje aan het einde van de vijftiende eeuw tijdens de regering van Ferdinand van Aragon en Isabella van Castilië , het katholieke koningsechtpaar dat met hun huwelijk Spanje verenigde en vervolgens in 1492 de laatste Arabisch-islamitische machthebber op de knieën dwong. Die heerser, vorst van Granada, heette Mohammed XII Abu-Abdallah (ca 1459 – ca 1533), de laatste Moorse koning uit de Nasriden-dynastie van het Koninkrijk Granada, wiens naam door de Spanjaarden verbasterd werd tot ‘Boabdil’.

Eén van zijn bijnamen luidde El Zogoybi, de Ongelukkige. Boabdil is in het boek een immer weifelende koning die steeds tussen twee vuren zit. Enerzijds heeft hij zijn macht te danken aan het Spaanse koningspaar waarvan hij in feite de vazal is en dat zijn enige zoon in Córdoba gegijzeld houdt. Anderzijds komt hij voortdurend in conflict met zijn islamitische geloofsgenoten die hem verwijten dat hij zijn hoogste opdracht, het verslaan van de Ongelovigen, verzaakt. Boabdil ziet zich voortdurend als speelbal van het Noodlot, als de Ongelukkige. De plek waar Boabdil een laatste blik geworpen zou hebben op Granada heet nog steeds El último suspiro del Moro (De laatste zucht van de Moor). Daarbij zou zijn moeder hem sarcastisch hebben toegevoegd: ‘Huil als een vrouw om wat je als een man niet kon verdedigen.’

Lees verder “Geliefd boek: De ongelukkige”

Jezus in Kashmir

Moslims gedenken Christus’ laatste dagen

Voor de profeet Mohammed was Jezus van Nazaret (“Isa, de zoon van Maryam”) een belangrijk persoon maar met diens wederopstanding uit de dood kon Mohammed weinig. De Koran gaat op de kwestie in naar aanleiding van een citaat:

“Wij hebben de messias, Isa de zoon van Maryam gedood” – maar zij hebben hem niet gedood, noch hem gekruisigd, maar de gelijkenis van Isa werd op een andere man gelegd. En degenen die daarin van mening verschillen zitten vol twijfel. Zij hebben daar geen kennis over, zij volgen niets anders dan gissingen en zij doodden hem niet. (Koran 4.157-158)

Westerse geleerden ontwaren hierin een gnostische (of beter: docetische) invloed op de jonge islam: de man die aan het kruis stierf, stierf slechts in schijn, had een schijnlichaam of was iemand waarvan de soldaten ten onrechte dachten dat het Jezus was. Er zijn ook islamitische gelovigen die denken dat het wel Jezus was die werd gekruisigd maar dat de marteling niet lang genoeg duurde om hem te laten sterven. Er is hier duidelijk een punt waar de weg van de islam een andere is dan die van de westerse wetenschap, die criteria heeft om authenticiteit vast te stellen en de kruisdood beschouwt als historisch feit. Dat hoeft ons hier niet bezig te houden. De vraag is: wat gebeurde er daarna?

Lees verder “Jezus in Kashmir”

Sint-Joris & co

Sint-Joris en de draak (achttiende-eeuwse ikoon uit het Antivouniotissa-museum, Korfu)

Als religie mensenwerk is, en zelfs de diepst gelovigen erkennen dat dit voor minimaal de helft zo is, zijn ook de grenzen tussen religies mensenwerk. En ook de ontkenning van die grenzen. Dat is een van de redenen waarom het moderne Midden-Oosten zo boeiend is: de grens tussen de diverse joodse, christelijke, islamitische en druzische stromingen is vloeiend. Onze Sint-Joris, de drakendoder, wordt niet alleen vereerd door christenen, maar ook door moslims, die hem aanduiden als Khidr, de “groene man”. Ik herinner me dat een van zijn graven me werd aangewezen in de citadel  van Aleppo, waarover zo meteen meer.

De joden associëren Joris/Khidr met de profeet Elia. De druzen kennen hem op dezelfde wijze als beschreven in de Koran: iemand die slechte dingen lijkt te doen die in feite goed zijn, al herkent niet iedereen Gods voorzienigheid. Dit weet ik wel: of het nu in Syrië, Libanon of Israël/Palestina is, de gelovigen gebruiken elkaars cultusplaatsen en trekken zich van de grenzen tussen de religies, die in West-Europa zo dogmatisch zijn, niets aan. Ik schreef er al eens over.

Lees verder “Sint-Joris & co”

Misverstand: Bakermat

 

In Damascus wordt deze stadspoort aangewezen als de plaats waar Paulus ooit over de muur wist te ontsnappen. Weererkers zijn een middeleeuwse uitvinding en deze poort stond er niet in de eerste eeuw.

Misverstand: Het Nabije Oosten is de bakermat van onze religies, het westen van onze rationaliteit

Een van de slagzinnen waarmee het Syrisch verkeersbureau toeristen probeert te trekken, is dat Syrië de ‘cradle of faith’ zou zijn geweest, de bakermat van de religies. Het werkt: elk jaar komen er duizenden westerse christenen naar Damascus om de plek te zien waar de vrienden van de apostel Paulus hem in een mand over de stadsmuur lieten zakken om hem te laten ontsnappen. Op loopafstand drommen Iraanse pelgrims samen bij het graf van Hosseyn, de derde imam. Veel van die religieuze sites zijn van een bedenkelijke authenticiteit: het erkertje waaruit Paulus zou zijn neergelaten dateert bijvoorbeeld uit de Middeleeuwen.

Maar er is een wezenlijker probleem met het religieuze toerisme naar het Midden-Oosten. Om het te begrijpen moeten we tweehonderd jaar terug, naar Berlijn. Daar werd aan het begin van de negentiende eeuw een nieuwe universiteit gesticht waarin het wetenschappelijk bedrijf op een vernieuwende manier werd georganiseerd. De discipline van de oude geschiedenis raakte daarbij verspreid over twee afdelingen: de historicus die Griekenland en Rome wilde bestuderen, moest eerst Grieks en Latijn leren en kwam zo terecht bij de subfaculteit van de klassieke talen; de historicus die zich op het Nabije Oosten richtte, moest Hebreeuws of Arabisch leren en kwam terecht bij Semitische talen. Wat eeuwenlang samen bestudeerd was geweest, raakte zo gescheiden – en niet alleen in Berlijn, maar overal waar dit organisatiemodel werd overgenomen.

Lees verder “Misverstand: Bakermat”

Al-Hakim

Fatimidische kristallen fles (Louvre, Parijs)

Het was diep in de nacht van de 27e shawwal van het jaar 411 volgens de islamitische jaartelling ofwel 13 februari 1021, toen kalief Al-Hakim bi-Amr Allah zijn paleis verliet, gezeten op zijn grauwe ezel Qamar, “maan”, en vergezeld door twee dienaren. Het zou een veelbewogen nacht worden.

Kalief Al-Hakim was een wonderlijke man. Hij behoorde tot de Fatimidische dynastie, waarvan de heersers de sji’itische islam propageerden. Alleen niet in de vorm zoals die tegenwoordig in vooral Iran bestaat, maar in de zogenaamde Ismaëlitische stroming. Zoals wel meer shi’itische leiders keerde hij zich tegen de soennieten en was hij tolerant voor joden en christenen. In 1004 was aan dat beleid echter een einde gekomen. Hij verbood de christelijke feestdagen en ook mochten mensen geen wijn meer drinken, wat zowel voor christenen als joden problemen opleverde. Ook kwamen er kledingvoorschriften: niet-islamitische vrouwen dienden bijvoorbeeld één rode en één zwarte schoen te dragen.

Lees verder “Al-Hakim”

Lotfollah

Lotfollah-moskee, Isfahan

Het zal u niet zijn ontgaan dat Libanon een land is vol minderheden. Een van die minderheden is de sji’itische islam, die ook weer aanwezig is in diverse varianten. Voor insiders: er zijn twaalvers en zeveners en van die laatste groep zijn de druzen weer een variant. De twaalvers zijn voor een deel nationalistisch en stemmen dan doorgaans op de Amal-partij maar anderen zijn internationaler van oriëntatie en stemmen dan op Hezbollah. Deze groep staat bekend om zijn banden met Iran.

Die banden zijn niet van vandaag of gisteren. Libanon kende al heel lang sji’itische groepen toen Perzië in de zestiende eeuw besloot deze stroming te aanvaarden. Natuurlijk waren er al sji’ieten in Perzië, waar de achtste imam ligt begraven, maar het staatsapparaat was eigenlijk altijd soennitisch geweest. De eerste sjah van de Safavidische dynastie, Ismaïl I (r.1501-1524), koos echter voor de twaalver-sji’a, voor een deel uit overtuiging en voor een deel om zich te onderscheiden van de grootmacht in het westen, de Ottomanen, en van de Oezbeken in het noordoosten.

Lees verder “Lotfollah”

Het graf van Daniël (bis/ter)

Graf van Daniël, Kirkuk

Het regende pijpenstelen en ik zat gefrustreerd te staren naar een tekst die niet zo snel vorderde als ik wilde, toen ik een appje kreeg van Marjon Verburg, die momenteel op reis is in Irak. Ik ben dus gewoon stervensjaloers, want Irak is (met Algerije en Afghanistan) een van de landen waar ik nog altijd heen wil. Of beter, waar ik professioneel gewoon hoor te zijn geweest.

Meer in het bijzonder kwam het appje uit Kirkuk en bovenstaande foto toont u het graf van de profeet Daniël. Of beter, een van zijn graven. Ik blogde al eens over ’s mans graf in Susa en zijn graf in Samarkand. Er zijn nog meer graven, zoals in Tarsus in Turkije en in Sidi Denaine in Marokko. De vernietiging van een graf van Daniël in Mosul door de zogenaamd Islamitische Staat werd enkele jaren geleden in één adem gerapporteerd met de destructie van het graf van Jona.

Lees verder “Het graf van Daniël (bis/ter)”