MoM | Epische verdichting

De Terebintenvallei

Wie doodde de reus Goliat? Het gemakkelijke antwoord is de herdersjongen David, die in de Terebintenvallei de Filistijnse kampioen met een welgemikte slingersteen vloerde. U leest het na in 1 Samuel 17. Het probleem is 2 Samuël 21.19:

Toen het enige tijd later nogmaals tot een gevecht kwam met de Filistijnen, in Gob, versloeg Elchanan, de zoon van Jaare-oregim, uit Betlehem, de Gittiet Goliat, wiens lansschacht als een weversboom was.

De woonplaats van deze Goliat is dezelfde als die van Davids tegenstander. De laatste bijzin uit het citaat keert woordelijk terug in het verhaal van David. Aangezien het niet bijster aannemelijk is dat er in hetzelfde stadje twee Goliats waren met lansen als weversbomen, moet het gaan om dezelfde man – en de overwinning werd dus door twee mannen opgeëist, Elchanan en David.

Lees verder “MoM | Epische verdichting”

Byblos in de IJzertijd (en daarna)

Fenicische toren

De steden van Fenicië, waaronder Byblos, hadden te maken met een geduchte vijand: het Assyrië waarover ik vorig jaar al zoveel heb geschreven (overzicht). De Assyrische koningen eisten tribuut van de havensteden, die weinig anders konden doen dan hun handelsnetwerken benutten om het gevraagde te bemachtigen. Zo rond 800 strekte dit netwerk zich uit tot Karthago in Tunesië en verder, tot aan de Atlantische Oceaan.

Zoals ik in mijn vorige stukje aangaf werd Byblos langs deze handelsroutes overvleugeld door andere steden, vooral Tyrus, maar de Byblische kooplieden wisten nieuwe markten aan te boren, zoals Griekenland, dat via Byblos papyrus importeerde uit Egypte. Ik heb vaak horen vertellen dat het Griekse woord voor boek, biblion, is afgeleid van “Byblos”, maar ik weet niet of dat waar is. Uit deze periode, die in Libanon niet heel goed is gedocumenteerd, is in Byblos nog een toren te zien. Ik kom later deze week nog even terug op een vondst uit deze tijd.

Lees verder “Byblos in de IJzertijd (en daarna)”

Alexander in Albanië

De vallei van de Devoll (Eordaikos)

In 2004 publiceerde ik een boek over Alexander de Grote met de verrassende titel Alexander de Grote. In de voorafgaande tijd waren mijn zakenpartner en ik de Macedonische koning tot in Pakistan achterna gereisd. Een paar delen van zijn route hebben we destijds om voor de hand liggende redenen niet kunnen zien, zoals Irak en Afghanistan. Wat we wél zouden hebben kunnen zien maar nét niet bereikten, was het slagveld bij Pellion. (We zijn destijds gestrand in Kastoria, waar alle hotels waren volgeboekt voor een pelsdierhandelarencongres, zodat we moesten terugkeren.)

In het najaar van 336 v.Chr. was Alexanders vader Filippos II vermoord en was zijn zoon koning geworden. Hij gebruikte het volgende jaar om overal te laten zien dat alleen de naam van de koning en niet het Macedonische beleid was veranderd. In drie bliksemcampagnes trok hij door het land van de Thraciërs en van de Illyriërs en verwoestte hij de Griekse stad Thebe. Het jaar erop zou hij Azië binnenvallen.

Voor de aanval op de Illyriërs had Alexander een voorwendsel nodig, maar hij had in zoverre geluk dat een van de Illyrische stammen, de Dardaniërs (ergens in het noorden van Albanië), Macedonië wilde binnenvallen en alvast het grensfort Pellion bezette. Daar wachtte de Dardanische vorst Kleitos op versterkingen van een andere stam, de Taulantiërs. Volgens Nicholas Hammond, die veel studie heeft gedaan naar de topografie van Macedonië en Illyrië, moet dat worden gezocht in de omgeving van Korçë, in oostelijk Albanië.

Lees verder “Alexander in Albanië”

Baktrië en Afghanistan

Kampyr Tepe, zuidelijke stadspoort

Er was – en in zekere zin: is – een zekere urgentie achter Into the Land of Bones, waarin de Amerikaanse oudhistoricus Frank Holt de campagnes behandelde van Alexander de Grote in Baktrië (noord-Afghanistan en zuid-Oezbekistan) en in Sogdië (de rest van Oezbekistan). Die urgentie had alles met zijn Amerikaanse achtergrond te maken: de Amerikanen waren op het moment waarop het boek verscheen, 2005, militair aanwezig in Afghanistan en hoewel ze vochten met “ervaring, toewijding, eer, en moed” hadden ze “de geschiedenis simpelweg niet aan hun kant”.

Holt wilde zijn landgenoten waarschuwen. Met recht en reden. Oorlog in Centraal-Azië is één van de weinige punten waar de oude geschiedenis lessen biedt voor onze eigen tijd.

Lees verder “Baktrië en Afghanistan”

Alexander de plunderaar

Alexander (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)
Alexander (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Het zou misleidend zijn als ik zei dat de Texaanse oudheidkundige Frank Holt een van de boeiendste auteurs is over de Oudheid. Veel alternatieven zijn er namelijk niet: Holt is een van de weinigen die nieuwe inzichten presenteert in boekvorm. Terwijl de meeste oudheidkundigen artikelen schrijven voor hun vakbroeders, vindt Holt dat geschiedenis er óók is voor het grote publiek. Dat neemt niet weg dat zijn boeken de moeite waard zijn voor leek én vakman.

In het net verschenen The Treasures of Alexander the Great neemt hij de historische mythe onder handen dat de Macedonische koning Alexander de Grote (r.336-323 v.Chr.) een “self-made man” zou zijn geweest, die bijna bankroet begon aan zijn expeditie tegen het oppermachtige Perzische Rijk. Zijn biograaf Arrianus legt de veroveraar dit in de mond:

Van mijn vader erfde ik een paar gouden en zilveren bekers en nog geen zestig talenten in de schatkist, én ongeveer vijfhonderd talenten aan schulden die Philippus had uitstaan. Daar bovenop leende ik zelf nog eens achthonderd talenten.

(Een talent was een gewicht van zo’n 26 kilo.)

Lees verder “Alexander de plunderaar”

Alexander de Wereldheerser

Alexander de Grote (Bode-Museum, Berlijn)
Alexander de Grote (Bode-Museum, Berlijn)

Het gebeurt niet zo heel erg vaak dat mensen de hele wereld veroveren. Sterker, het is nog niemand gelukt. Zelfs Alexander de Grote, die een eind is gekomen, strandde uiteindelijk in de Punjab. Hij claimde echter wel de wereldheerschappij. En een goddelijke status. Een en ander was het logische gevolg van het feit dat Alexander al eerder een goddelijke vader, Zeus Ammon, had geadopteerd.

Zo kon het gebeuren dat de Macedonische generaals er steeds meer van uitgingen dat alle volken al aan de “heer van alles” waren onderworpen. Wie zich daar niet naar gedroeg, gold automatisch als opstandeling. Er is een bericht – helaas in maar één bron en dus onvoldoende gedocumenteerd – dat zelfs de Romeinen een gezantschap met eerbewijzen hebben gestuurd naar de zoon van Zeus.

Lees verder “Alexander de Wereldheerser”

Arrianus en Ammianus

arrianus

Soms vertelt één noot meer dan een pagina tekst. Als Ammianus Marcellinus, de auteur van een magistrale militaire geschiedenis van het Romeinse Rijk in de jaren 353-378, het heeft over een “inspecteur van de kunstschatten van Rome”, legt classicus Daan den Hengst, die de Latijnse tekst heeft vertaald in mooi Nederlands, uit dat de taken van deze functionaris onvoldoende bekend zijn maar dat hij vermoedelijk toezag op historische gebouwen en oude kunstwerken. Dat lijkt het intrappen van een open deur, maar Den Hengst wijst de lezer hier op twee wezenlijke punten: enerzijds dat voor de Romeinen van de tweede helft van de vierde eeuw bewondering voor het verleden een heel serieuze zaak was en anderzijds dat we minder weten over deze periode dan we zouden willen.

Wat we wel weten, maakt nieuwsgierig. Het was in die tijd niet meer vanzelfsprekend dat de Romeinse legers elke oorlog wonnen; de traditionele, literair-geschoolde bovenlaag maakte plaats voor een gemilitariseerde elite; het christendom won aan invloed. Weliswaar probeerde keizer Julianus (reg. 360-363) het laatste proces te remmen, maar hij kwam om het leven tijdens een veldtocht tegen het Perzische Rijk, zodat zijn poging de kerstening te vertragen zonder gevolg bleef. De titel die Den Hengst heeft meegegeven aan de Nederlandse vertaling van Ammianus’ geschiedwerk, Julianus, de laatste heidense keizer, legt een accent dat de Romeinse schrijver zelf niet legt. Toen hij rond 390 zijn boek afrondde, was het conflict allang niet meer actueel. En bovendien: Ammianus was vooral krijgshistoricus.

Lees verder “Arrianus en Ammianus”

Gezichten van Alexander

Alexander (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)
Alexander (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Vandaag is het 2338 jaar geleden dat in Babylon Alexander de Grote overleed, de jonge koning van Macedonië die het machtige Perzische Rijk had onderworpen: door wat nu Turkije heet was hij opgerukt naar Syrië en Egypte, en daarvandaan dwars door Irak, Iran en Afghanistan tot in Oezbekistan en Pakistan. Hoewel er een publieksbeeld bestaat van een ridderlijke heerser die streefde naar de eenheid van de mensheid, is het echte verhaal dat van een campagne die uitsluitend kan worden getypeerd als volstrekt genocidaal.

Desondanks gold hij voor latere antieke heersers als rolmodel. Of het nu de Ptolemaïsche koningen in Egypte waren of de Romeinse keizers, steeds weer waren er vorsten die probeerden op Alexander te lijken. Eén gevolg was dat zijn portret overal te zien was en hij een van de bekendste gezichten heeft uit de oude wereld. Meestal zijn die portretten geïdealiseerd, zoals de bovenstaande buste in de Ny Carlsberg Glyptotek in Kopenhagen. De standaardelementen: ietwat zachte (zo u wil vrouwelijke) trekken, woest golvend haar en een rechte neus.

Lees verder “Gezichten van Alexander”

Alexander in Oezbekistan

Kampyr Tepe, zuidelijke stadspoort
Kampyr Tepe, zuidelijke stadspoort

Ik had vandaag eigenlijk wakker zullen worden in Tasjkent, waar ik een groep zou rondleiden. Het Nationaal Museum van Oezbekistan stond op het programma, vol interessante oudheden, culminerend in een welhaast tempelachtige zaal voor de nationale held Timoer Lenk – die overigens leefde vóór de horde van Öz Bek zich vestigde in het land dat naar hem is vernoemd. Omdat mijn vader overleed, heb ik in Nederland moeten blijven. Een vriendin begeleidt de groep nu; ik heb dinsdag de groep uitgeleide gedaan op Schiphol; en ik kan niet méér doen dan een stukje schrijven over Alexander de Grote in Sogdië – zoals Oezbekistan heette voordat de Oezbeken zich daar vestigden. Huishoudelijke mededeling voor de trouwe lezers van deze kleine blog: morgen gaan we verder met de reeks over de monotheïsering van jodendom, christendom en heidendom.

**

Hoe raakte Alexander de Grote in vredesnaam verzeild in Sogdië, een land waarvan de Grieken nauwelijks iets wisten? Het antwoord “het behoorde bij het Perzische Rijk waarmee Alexander in oorlog was” is te makkelijk: in de eerste plaats omdat de Perzische controle informeel was – anders dan in Libanon of Egypte of Turkije is er in Oezbekistan geen monumentale Perzische architectuur opgegraven. In de tweede plaats omdat de oorlog, met de dood van de Perzische koning Darius III, in feite ten einde was. De Griekse contingenten in Alexanders leger waren in de zomer van 330 al naar huis gestuurd en werden vervangen door Griekse huurlingen.

Lees verder “Alexander in Oezbekistan”

Macedonische oorlogsheld

Reliëf van Hefaistion (Archeologisch Museum van Thessaloniki)
Reliëf van Hefaistion (Archeologisch Museum van Thessaloniki)

Het bovenstaande reliëf fotografeerde ik in 2010 in het archeologisch museum van Thessaloniki. Het is gevonden in Pella, de oude hoofdstad van Macedonië, en stelt een afgestegen ruiter voor die ergens wordt verwelkomd door een vrouw. Het onderschrift is intrigerend: ΔΙΟΓΕΝHΣ ΗΦΑΙΣΤΙΩΝΙ ΗΡΩΙ, “Diogenes aan de held Hefaistion”. Op stilistische gronden wordt deze sculptuur gedateerd in het laatste kwart van de vierde eeuw v.Chr.

Dit is zeker intrigerend. De geliefde van Alexander de Grote heette Hefaistion en kreeg na zijn dood de eerbewijzen van een heros, een woord dat letterlijk “held” betekent, maar in deze context duidt op een halfgod. Het was niet ongebruikelijk zulke eerbewijzen te verlenen aan iemand die een stad had gesticht, en Alexanders Hefaistion had dat inderdaad gedaan (vermoedelijk o.a. Ai Khanum in Afghanistan). Los daarvan was dit ereteken een opstapje naar de vergoddelijking van Alexander zelf, die deze status om politieke redenen nodig had: weliswaar was hij als koning al verheven boven zijn onderdanen, maar de rol van het koningschap was bij elk van de onderworpen volken een andere en dat maakte het Macedonische hofritueel eindeloos complex. Zelfvergoddelijking maakte de zaken eenvoudiger en de verheffing van Hefaistion tot heros was een eerste stap. Het hierboven afgebeelde reliëf zou met deze cultus kunnen samenhangen. Met wat fantasie kun je in de afgestegen ruiter zelfs Hefaistion herkennen – dit is zijn portret.

Lees verder “Macedonische oorlogsheld”