De terugkeer van Kleopatra

Kleopatra VII (Musée royal de Mariemont, Morlanwelz)

Als ik u zeg dat het 7 oktober was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 24 augustus 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij was bezig een burgeroorlog te beëindigen. Althans, dat dacht hij.

Zoals in de vorige stukjes al aangegeven was na de dood van Ptolemaios XII de Fluitspeler de troonsopvolging in Egypte onduidelijk. Zijn oudste kind was Kleopatra VII, die door een paleiscoup was verdreven ten gunste van haar jongere broer Ptolemaios XIII. Die had de macht in de hoofdstad Alexandrië en in de Delta en was erkend door de Romeinse Senaat. Kleopatra daarentegen genoot steun in Boven-Egypte en had, samen met haar zus Arsinoë IV en hun jongste broer Ptolemaios XIV, in Syrië een leger opgebouwd waarmee ze door de Sinaï was opgerukt. Dit was de situatie op het moment waarop Caesar aankwam in Alexandrië.

Lees verder “De terugkeer van Kleopatra” →

De tranen van Caesar

De zogenaamde “Zuil van Pompeius” in het Serapeion van Alexandrië: anders dan Caesar is Pompeius nooit in die stad geweest.

Afgelopen dinsdag vertelde ik hoe Pompeius bij de Berg Kasios op het strand was vermoord en ik kondigde aan dat ik het nog zou hebben over de reactie van Julius Caesar. Hij was ooit Pompeius’ schoonvader geweest en had aan het begin van de Tweede Burgeroorlog geprobeerd olie op de golven te gooien. Maar het was anders gelopen en op 2 oktober van het jaar waarin Caesar en Servilius Isauricus consuls waren, ofwel onze 19 september 48 v.Chr., vernam hij dat zijn rivaal was vermoord.

Caesar was al een paar dagen onderweg. Hij moet een kleine week eerder van Rhodos zijn vertrokken, richting Alexandrië. Uit deze simpele mededeling volgt dat hij op dat moment niet wist dat Ptolemaios XIII daar niet was. Caesar zal wel hebben geweten van de burgeroorlog tussen de Egyptische koning en zijn zus Kleopatra VII, maar dat hun legers ten oosten van Pelousion tegenover elkaar lagen, was hem onbekend.

Lees verder “De tranen van Caesar” →

Lentulus en de joden

Portret van een Romein (Altes Museum, Berlijn)

Als ik u zeg dat het het jaar was waarin Marcellus en Lentulus de consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 50/49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de dit keer niet helemaal terecht “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” genoemde reeks over de Tweede Burgeroorlog.

Want kijk, Caesar was natuurlijk niet de enige die bezig was met die burgeroorlog. De officiële machthebbers, Marcellus en Lentulus, hadden samen met generaal Pompeius en een groot aantal senatoren Italië verlaten. Een regering in ballingschap zo u wil. Zij waren in het oosten. Het huidige Griekenland, Turkije, Syrië en Egypte vormden het economische en demografische zwaartepunt van de antieke wereld. Caesar had weliswaar Italië bezet en de legers van Pompeius in Iberië verslagen, maar zijn tegenstanders waren onverslagen. Caesars kolonels waren in Africa en Illyricum overwonnen en Marcellus en Lentulus waren bezig een nieuw leger samen te stellen. Of ze gebruik maakten van een constructie als de Lex Roscia, waarmee Caesar zichzelf had voorzien van de bevoegdheid om niet-burgers te rekruteren, weet ik niet.

Lees verder “Lentulus en de joden” →

De vloedgolf van 365 na Chr.

Apollonia, met in de verte een niet vernietigd deel van de havenwerken

Ik blogde onlangs over antieke epidemieën en liet toen Thoukydides het woord doen. Vandaag een andere catastrofe: de enorme vloedgolf die op 21 juli 365 na Chr. de noordkust van Afrika trof. Het natuurgeweld moet zonder weerga zijn geweest. De Romeinse historicus Ammianus Marcellinus beschrijft de gebeurtenissen in zijn geschiedenis van het Romeinse Rijk.

Hij noemt daarbij Alexandrië. Het aloude koninklijke paleis van de Ptolemaïsche vorsten, dat uitkeek over zee en al bijna vier eeuwen de residentie was van de Romeinse gouverneurs, verdween in de golven. U ziet elk jaar wel ergens foto’s van duikers die in de haven van Alexandrië antieke beelden aan het lichten zijn. Ik zal weigeren het “onderwaterarcheologie” te noemen totdat ik beelden heb gezien van kikvorsmannen die ook meetapparatuur en jalons bij zich hebben, maar die foto’s zijn dus van dat paleis in Alexandrië.

Lees verder “De vloedgolf van 365 na Chr.” →

Waarom klassieken? (4)

Het theater van Dionysos in Athene.

Geen van de auteurs uit het Alexandrijnse pantheon der Griekse letteren leefde na 300 v.Chr. Al in de derde eeuw was op deze wijze afgebakend wat klassiek zou worden: wat aan Alexander de Grote voorafging verdiende navolging, wat erop volgde was op z’n best van onduidelijke waarde.

Er zouden nog talloze belangrijke boeken worden geschreven, maar ze zouden nooit zo populair worden als de teksten van vóór Alexander. Nieuwe genres, zoals literaire brieven, liefdesgeschiedenissen, idyllen, biografieën en satiren, zouden nooit de status verwerven die het heldendicht, de lyriek en de tragedie bezaten. Dit gebrek aan populariteit heeft ervoor gezorgd dat deze teksten minder goed zijn overgeleverd dan het klassieke materiaal.

Lees verder “Waarom klassieken? (4)” →

Waarom klassieken? (3)

Ptolemaios I Soter (Nationale Bibliotheek, Brussel)

Eén van de plaatsen waar de Griekse beschaving na Alexanders veroveringen voet aan de grond kreeg, was het Egyptische Alexandrië, de hoofdstad van het koninkrijk dat generaal Ptolemaios voor zichzelf had opgebouwd. In Babylonië had hij de soms wel twee millennia oude bibliotheken gezien waarin alle menselijke kennis zou worden bewaard. Alexander had het belang ervan meteen onderkend en delen laten kopiëren voor Aristoteles, die altijd al had aangedrongen op het aanleggen van bibliotheken en soortgelijke inventariseringen van bestaande kennis.

Geïnspireerd door de Griekse filosofie en een Babylonisch voorbeeld had Ptolemaios het Mouseion gesticht. Daar konden de werken worden geconsulteerd van de navolgenswaardige auteurs uit het Griekenland van de vijfde en vierde eeuw, alsmede vertalingen van oosterse teksten, zoals de astronomische waarnemingen uit Babylon, de Bijbel, stukken Egyptische mythologie en praktische curiosa als het reisverslag van de Karthaagse ontdekkingsreiziger Hanno. Het concrete belang van vooral de Griekse literatuur was immens: de stabiliteit van de Griekse bestuurskaste in het Ptolemaïsche Rijk werd erdoor gewaarborgd, en dat droeg op haar beurt bij aan de rust in het koninkrijk.

Lees verder “Waarom klassieken? (3)” →

Waarom klassieken? (1)

In deze beroemde, in Aï Khanum gevonden inscriptie vertelt een zekere Klearchos naar Delfi te zijn gegaan om daar de uitspraken van de wijzen van weleer over te schrijven: “Als kind, wees geordend; als jongeman, wees rustig; als volwassene, wees rechtvaardig; als oudere, wees wijs; als stervende, wees zonder zorg.”

Voor de Grieken was het verleden normatief. De Ilias bevat een scène waarin de held Achilleus zichzelf vrolijk probeert te stemmen door op een lier “de roemruchte daden van de helden te bezingen”, volgens Herodotos waren in het verleden “de fatsoensnormen vastgelegd” en een revolutionair die de maatschappelijke status quo wilde veranderen, beriep zich op voorvaderlijke gewoonten. Bewondering voor het verleden was zó vertrouwd dat men het zich nauwelijks bewust was.

Dit begon te veranderen toen Alexander de Grote het Nabije Oosten onderwierp en de voorwaarden schiep waaronder de Griekse cultuur zich kon verspreiden tot in Egypte en Afghanistan. Voor zover in de jaren na de verovering ergens orde heerste, werd die gegarandeerd door de duizenden veteranen die Alexander had achtergelaten in steden als Iskenderun, Alexandrië, Kandahar en Kampyr Tepe. Daar kwamen Macedoniërs, Grieken, Perzen en andere volken op een tot dan toe ongekende schaal met elkaar in contact, en hoewel de Griekssprekenden een duidelijk herkenbare elite vormden, moesten ze samenwerken met de onderworpen volken. In die wereld, waarin traditionele vormen van gezag waren geërodeerd, begonnen Alexanders generaals – als het ware van onderaf – nieuwe rijken op te bouwen, waarbij ze steunden op hun landgenoten.

Lees verder “Waarom klassieken? (1)” →

Cypriotisch badhuis

Het is geloof ik geen geheim dat ik Cyprus prachtig vind. Het heeft een prachtig landschap, er zijn wouden, er is altijd weer de zee, er hangt steeds een geur van Mediterrane kruiden, je kunt dwalen door de ruïnes van Enkomi, Salamis en Pafos, in afgelegen valleien liggen beeldschone Byzantijnse kerkjes en in de steden zijn kruisvaarderskastelen en -kathedralen. Er zijn havensteden, er is in Nicosia een Cyprusmuseum. Sommige mensen spreken Grieks, anderen spreken Turks, weer anderen spreken Engels omdat de Britten een basis aanhouden met het oog op het Suezkanaal. In al zijn verdeeldheid is Cyprus een wonder.

Cyprus is een samenvatting van de hele oude wereld, van de Steentijd via de Brons- en IJzertijd, via een klassieke en een hellenistische periode, via de Romeinse tijd en de Late Oudheid tot en met de komst van de islam. En altijd weer: contacten met alle windstreken: het Nabije Oosten, Egypte, Griekenland, Anatolië. Geef Cyprioten de kans te handelen met die gebieden en het eiland bloeit, artistieke elementen uit al die culturen vermengend. Egyptische kapitelen in een Griekse tempel, dat soort dingen.

Lees verder “Cypriotisch badhuis” →

Joodse oorlogen

Kyrene, de resten van de tempel van Hekate. De opstandige joden hebben dit heiligdom vernietigd. We weten niet waarom uitgerekend deze tempel het moest ontgelden.

Ik heb de afgelopen dagen geschreven over de alomtegenwoordigheid van geweld in de oude wereld en de reacties daarop vanuit het joodse geloof. Een interessante vraag is of zulke ideeën opstanden veroorzaken (U merkt dat ik alweer denk aan de reeks over methodologie die ik momenteel voorbereid.) In de meeste gevallen kan een oudheidkundige zulke causaliteitsvragen, door het overstelpende gebrek aan data, niet beantwoorden, maar dankzij de Dode Zee-rollen zijn we inmiddels in een iets andere positie gekomen.

Voor de aard van de problematiek verwijs ik nog maar eens naar dit stuk: je moet eerst kunnen vaststellen of een religie een in al haar verschijningsvormen aanwezige essentie bezit en daarna moet je een antwoord geven op de vraag of zulke essenties gedrag kunnen veroorzaken. Dankzij de Dode Zee-rollen kunnen we op de eerste vraag “nee” zeggen, waarna de tweede vraag irrelevant is. Het jodendom was zó divers dat er, afgezien van het belang van het offer voor de god die in Jeruzalem een tempel had, geen gedeelde kern valt aan te wijzen. Messianisme en Eindtijdverwachtingen, ze zijn simpelweg niet aan te wijzen bij álle groepen. Dat wil echter niet zeggen dat er helemaal geen verband is.

Lees verder “Joodse oorlogen” →

De val van het Serapeion

De ondergang van het Serapeion in de Alexandrijnse wereldkroniek (klik=groot)

Ik schreef laatst over papyri, waarvan ik vertelde dat ik er altijd weer van onder de indruk ben hoe kwetsbaar en teer ze zijn. De bovenstaande afbeelding is een ander voorbeeld. Ze is afkomstig uit een geïllustreerd manuscript waarin belangrijke historische gebeurtenissen stonden beschreven: de Alexandrijnse Kroniek. Het eigenlijke boek is grotendeels verloren maar enkele fragmenten zijn via de Russische verzamelaar Vladimir Golenischev terechtgekomen in het Pushkin Museum in Moskou; het plaatje hierboven is komt uit een mooie, alweer een eeuw oude tekstuitgave.

Het is een bladzijde die de laatste regeringsjaren van keizer Theodosius beschrijft. Lange tijd is het gedateerd in de zesde eeuw, maar het schijnt iets ouder te zijn. In elk geval dateren de afgebeelde gebeurtenissen van rond 400 na Chr. De illustrator kiest voorbeelden uit de strijd tegen het heidendom. Hieronder wat details.

Lees verder “De val van het Serapeion” →