Judea en zijn buren: politiek

Judea

Een tijdje geleden blogde ik over Judea – of beter, het gebied dat ooit geregeerd was geweest door koning Herodes. Dat bestond om te beginnen uit het eigenlijke Judea, dus de regio rond Jeruzalem, met in het zuiden Idumea en in het noorden Samaria. Deze drie delen vormden ongeveer de helft van het koninkrijk, en na Herodes’ dood (5/4 v.Chr.) kwamen ze in handen van Herodes Archelaos. Die regeerde er een jaar of tien als ethnarch, “volksleider”, waarna het gebied in Romeinse handen kwam. Terwijl Jeruzalem het belangrijkste centrum was van de joodse godsdienst, was het bestuurlijke centrum de stad Caesarea. Die stad had geen uitgesproken joods karakter. Ik kom daarop terug in het volgende blogje.

Het koninkrijk van Herodes was echter groter dan het gebied dat Archelaos erfde. In het oosten lag de Peraia, “overkant”, een smalle strook land aan de overzijde van de Jordaan en Dode Zee, en in het noorden lag Galilea. Zoals ik al eens vertelde, regeerde hier Herodes Antipas, met als hoofdsteden Sepforis en Tiberias – ook geen heel joodse steden. Tot slot lagen in het noordoosten de Golan en de Hauran, een weinig herbergzaam gebied ten zuiden van Damascus. Hier heerste Filippos, wiens residentie Panias was, gewijd aan de Griekse god Pan. Antipas en Filippos heersten elk over een kwart van de bezittingen van koning Herodes, en hun titel was tetrarch, “heerser over één vierde”.

Lees verder “Judea en zijn buren: politiek”

X Fretensis, het varkenslegioen

Grafsteen van een legionair van X Fretensis uit Kyrrhos

De trouwe lezers van deze blog hebben gemerkt dat ik ben begonnen met een reeksje over de Romeinse legioenen. Zoals een geschiedenis van de Verenigde Staten geschreven kan worden geschreven aan de hand van Cullum’s Register, met daarin de namen van de mannen die het land hebben opgebouwd, zo is de geschiedenis van het Romeinse Keizerrijk voor een fors deel regimentsgeschiedenis.

Ontstaan

Het Tiende Legioen was natuurlijk een oudje. Het bestond al vóór Julius Caesar naar Gallië trok en lijkt na de campagne rond Munda in 45 v.Chr. te zijn gedemobiliseerd. In de burgeroorlogen na Caesars dood tekenden allerlei oud-soldaten opnieuw bij, sommigen vechtend voor Octavianus, anderen voor Marcus Antonius. Zo waren er twee Tiende Legioenen; ik blogde daar al eens over. Eén van die twee Tienden diende aan de Straat van Messina en nam deel aan Octavianus’ expeditie tegen Sextus Pompeius op Sicilië. Dit legioen heette sindsdien Fretensis, “van de zeestraat”.

Lees verder “X Fretensis, het varkenslegioen”

Israël en de Palestijnse gebieden (1)

Beth Shean, een van de opvallendste opgravingen van Israël

Archeologen werken overal, maar er zijn gebieden die wat meer in de belangstelling staan dan andere. Een daarvan is de regio die ik maar even “Israël en de Palestijnse gebieden” zal noemen. De relatie tussen tekst en vondst staat daar het meest op scherp. Dat is interessant. Los daarvan zijn daar mensen die menen dat de zionistische claim op het land onderbouwd dient te worden met zionistische archeologie. Voor de goede orde: daar is archeologie niet voor en het hoeft bovendien helemaal niet aangezien Israël is erkend met internationale verdragen. Maar boeiend is dat misbruik van de geschiedwetenschap wel.

Dat brengt ons, nu we dat wat politiek is hebben gescheiden van dat wat interessant is, bij de vraag wat er in Israël en de Palestijnse gebieden zoal valt te zien.

Lees verder “Israël en de Palestijnse gebieden (1)”

De Dekapolis

Skythopolis (Beth Shean)

Je hoeft niet bijzonder goed in Grieks te zijn om Dekapolis te vertalen. Het betekent inderdaad zoiets als “tienstedenland”. Het gaat om wat wij Jordanië noemen. Ruwweg dan. En hoewel de naam Grieks is en de bevolking Aramees of Arabisch was, was de Dekapolis Romeins.

Dat zit zo. Na de slag bij Issos (333 v.Chr.) onderwierp Alexander de Grote de Levant. De regio raakte steeds meer opgenomen in het Griekse handelsnetwerk en met de handel kwamen allerlei gebruiken en ideeën. Dat riep weerstand op, waarvan de Makkabeeënopstand in Judea het bekendste is. Ondanks de anti-hellenistische ideologie die een rol speelde, veranderde Judea in een hellenistisch koninkrijk, eerst onder leiding van de Hasmoneeën en later onder leiding van het huis van Herodes.

Lees verder “De Dekapolis”

Archeomagnetisme, of: de Bijbel misbruikt

Beth Shean

Intrigerend bericht, onlangs, dat het mogelijk was gebleken het verloop van antieke veldtochten te reconstrueren door middel van archeomagnetisme. Dat is een dure manier om te zeggen dat sommige archeologische resten aanwijzingen bieden voor wat ooit de richting en sterkte van het aardmagnetisch veld zijn geweest. IJzerdeeltjes in aardewerk kunnen zich bij hoge temperaturen gaan gedragen als kleine kompasnaaldjes en zich zó neerleggen dat ze een aanwijzing vormen voor de richting en intensiteit in een bepaalde periode. Ik had lang geleden weleens van die methode gehoord maar was het half vergeten. Het wetenschappelijke artikel suggereerde nu dat er voldoende precisie mogelijk was om antieke militaire operaties beter te begrijpen.

Indien waar, zou het belangrijk zijn. Conflictarcheologie is namelijk een van de punten waar de archeologie haar beperkingen ontgroeit. Ik schreef er al eens over. De archeologie documenteert meestal de longue durée, zeg maar ontwikkelingen met een duur van minimaal een kwart eeuw. In de conflictarcheologie bereikt de archeologie echter zo nu en dan de nauwkeurigheid van le temps évènementiel ofwel gebeurtenissen waarvan we de duur uitdrukken in uren en dagen. De archeologische reconstructie van militaire operaties kan helpen de versplintering van de oudheidkunde te overbruggen. Alle reden om geïnteresseerd te zijn!

Lees verder “Archeomagnetisme, of: de Bijbel misbruikt”

Leeuw en hond

Kanaänitische stele (Israel Museum, Jeruzalem)

In het midden van de vijftiende eeuw v.Chr. veroverden de Egyptenaren het gebied dat bekendstaat als Kanaän of de Levant. Zeg maar alles van Gaza tot aan de Eufraat. In het zuidelijk deel, dat wij nu aanduiden als Israël, is de Egyptische aanwezigheid in diverse nederzettingen gedocumenteerd, zoals in Beth Shean in het oosten van Galilea. Op een heuveltop is het paleis van een Egyptische gouverneur opgegraven, met een inscriptie van farao Seti I en een standbeeld van een der diverse Ramsessen, ik meen numero drie.

Ook de bovenstaande stele is er gevonden. Ze komt uit een Kanaänitisch heiligdom en wordt wel gedateerd in de vijftiende eeuw, maar kan ook jonger zijn. We weten het niet goed, zoals zo vaak. De interpretatie, tja, ook die is wat speculatief.

Lees verder “Leeuw en hond”

Egyptische buitenpost

Kanaänitisch beeldje uit Kamed el-Lawz
Kanaänitisch beeldje uit Kamed el-Lawz

Kamed el-Lawz is een van de bekendste opgravingen van Libanon. Het gaat om een in de Bekaavallei gelegen nederzetting uit de Late Bronstijd, ook aangeduid als Kumidi, waar heel veel en heel mooie Egyptische voorwerpen uit de grond zijn gekomen. Het veertiende-eeuwse beeldje hiernaast is gemaakt door een Kanaänitische kunstenaar, maar de Egyptische invloeden zijn onmiskenbaar. Het is te bekijken in het Nationale Museum in Beiroet.

Lees verder “Egyptische buitenpost”

Archeologie van Israël (7): Hazor

De verbrande muren van Hazor

Maximalisme of minimalisme? We naderen het einde van deze reeks stukjes, die hier begon. We hebben gezien dat de minimalist op punten voorstaat als het gaat om de vraag of het glorieuze koninkrijk van koning Salomo ooit heeft bestaan, terwijl de minimalist er ook redelijk voorstaat als het gaat om het archeologisch bewijs van de Intocht. Zelfs als we de bijbelse chronologie loslaten en de verovering van Kanaän plaatsen in de twaalfde eeuw, zijn er teveel aanwijzingen dat het bijbelse verhaal niet zonder goede argumenten kan worden aangenomen voor waar.

We hebben het alleen nog niet gehad over Tel Hazor. Het gaat hier om een enorme burcht die in het uiterste noorden van Israël de plaatst beheerst waar de route van Damascus naar de zee de bovenloop van de Jordaan kruist. Archeologisch is de plek een goudmijn, maar het is bovendien prettig dat de belangrijke stad ook wordt genoemd in de teksten uit Mari in Syrië, uit Babylonië en uit Egypte. De farao lijkt de koning van Hazor te hebben beschouwd als zijn onderkoning in Kanaän, het hoofd van de andere stadstaatjes. Dit staat ook in de Bijbel (Jozua 11.10-11). Er moeten ongeveer 30.000 mensen hebben gewoond.

Lees verder “Archeologie van Israël (7): Hazor”

Archeologie van Israël (6): de Intocht

Het paleis van de Egyptische gouverneur in Beth Shean

Zoals de lezer van deze reeks over maximalisme en minimalisme in de archeologie van Israël, die hier begon, inmiddels weet, concentreert de discussie zich op twee vragen. Om te beginnen: is de grootschalige bouwactiviteit tijdens het IJzer IIa toe te schrijven aan koning Salomo, of is zij jonger? Het antwoord gaf ik in mijn vorige stukje: voorlopig lijken grote bouwwerken als de large stone structure in Jerusalem jonger te zijn. De andere vraag is of er archeologisch bewijs is voor de Intocht.

Het standaardverhaal is in de jaren dertig geconstrueerd door W.F. Albright, de vader van wat men destijds “bijbelse archeologie” noemde. Ten tijde van Ramses III (r. 1184-1152) werd Egypte aangevallen door de zogenaamde Zeevolken, waarvan sommige over het water kwamen en andere over het land. Hun aankomst zou de oorzaak zijn geweest van grote veranderingen. Ramses claimt ze te hebben verslagen in 1175. Hij zou echter misschien een veldslag hebben gewonnen, was de redenering, maar een van de groepen zwervende plunderaars bemachtigde toch land in Kanaän. Deze Peleset zijn bekender als Filistijnen en gaven uiteindelijk hun naam aan Palestina. De ondergang van het Egyptische gezag leidde tot chaos en schiep ruimte voor nieuwe nomadenvolken, zoals de Hebreeën, om zich als boeren te vestigen in het bergland.

Lees verder “Archeologie van Israël (6): de Intocht”