Verdwenen Dresden

Dresden grüßt seine Gäste

Als u vroeger, vóór het neerkomen van de Muur, was aangekomen in Dresden, zou u zijn begroet door de bovenstaande wandschildering. Heel gepast heet het door Kurt Sillack en Rudolf Lipowski gemaakte kunstwerk “Dresden grüßt seine gäste”. Het stond en staat op de monumentenlijst, maar tegenwoordig zult u even moeten zoeken voor u zich kunt laten verwelkomen. Er staat namelijk een gebouw voor waarin onder meer een supermarkt is gevestigd. Nu heb ik niets tegen supermarkten, maar het is wel jammer als ze een erkend monument aan het zicht onttrekken.

Het viel me tijdens mijn bezoek aan Dresden, begin september, vaker op dat nogal wat moderne kunstwerken en hedendaagse architectuur waren weggewerkt. Na de Duitse eenwording zijn namelijk allerlei tijdens het bombardement van Dresden vernietigde barokgebouwen herbouwd, zoals de Frauenkirche. Die was na de Tweede Wereldoorlog als ruïne en gedenkteken blijven staan. De herbouw is echt heel netjes gedaan, en Dresden is zeker een prettige stad, maar het betekent dat nogal wat naoorlogse architectuur heeft moeten wijken.

Lees verder “Verdwenen Dresden”

Rotsreliëfs aan de Indus

Reliëf langs de Indus

Ooit probeerde ik de Leidse archeologe Marike van Aerde te interviewen. Die doet onderzoek naar handelsnetwerken op de antieke Indische Oceaan. Eén van de redenen waarom die ook interessant kunnen zijn voor de lezers van een blog over de Mediterrane Oudheid, is dat over de Indische Oceaan het Verre Oosten en het Romeinse westen contact maakten. Van Aerde wil dus alles weten over zeeroutes tussen India en de Hoorn van Afrika, kan ook vertellen over nationalistische Chinese claims over mensen langs de Zijderoute en maakte onlangs deze documentaire.

Dat soort dingen. Toen ik haar daarover probeerde te interviewen, overdonderde ze me met een zó enthousiast verhaal dat ik alleen ademloos kon luisteren. Ik kwam thuis met bladzijden vol onbruikbare aantekeningen. Maar zulke enthousiasme, dat is heerlijk.

Lees verder “Rotsreliëfs aan de Indus”

Joods Irak

Graf van Ezechiël in Khifl

De omgeving van Jeruzalem is voor het jodendom de allerbelangrijkste regio, maar Irak is een goede tweede. Sinds de Babylonische koning Nebukadnezzar rond 587 v.Chr. de Joodse elite afvoerde naar het oosten, leefden er Joden in het Tweestromenland. Ook toen ze mochten terugkeren, bleven er Joden in Babylonië. Daar blogde ik al eens over. Steden als Nippur en Nehardea golden als belangrijke centra voor joodse religieuze studie.

Er moet in Irak ook een tempel zijn geweest. Die staat namelijk vermeld op een kleitablet dat bij mijn weten nog niet is uitgegeven. Dat de Bijbel het heiligdom niet noemt, behoeft geen verbazing: de samenstellers beschouwden Jeruzalem als enige plaats waar aan Jahweh geofferd mocht worden, en zwegen de concurrentie liever dood. De joodse tempel in Elefantine blijft ook onvermeld.

Lees verder “Joods Irak”

Erfgoeddelicten

Kijk, het is zo ingewikkeld niet. Mensen willen allemaal verschillende dingen en als ze die dingen ook allemaal gaan doen, dan wordt het een reuze janboel. Om dat te vermijden zijn er wetten. En aangezien je, als je je daar niet aan houdt, de samenleving beschadigt, zijn er ook straffen. Je kunt je dus maar beter aan de wet houden, want niet alleen vermijd je zo een bekeuring, een taakstraf of een verblijf in de gevangenis, je vermijdt ook dat je je medemensen benadeelt.

Zo is het ook met de erfgoedwetgeving. Als je, om eens een niet willekeurig voorbeeld te noemen, erop wordt betrapt met een metaaldetector te zijn wezen zoeken in een gebied waar dat is verboden, kan je erop rekenen dat je je bij de rechter moet verantwoorden. Als dan ook nog blijkt dat je een Keltisch wagengraf hebt gevonden en de vondsten hebt geprobeerd te verkopen, in plaats van ze normaal te melden, dan krijg je straf.

Lees verder “Erfgoeddelicten”

De falende erfgoedbescherming

Dakpan met stempel “EXGERINF” (Exercitus Germaniae Inferioris, “leger van Beneden-Germanië). Voor het goede begrip: deze is én echt én onderdeel van een keurige museale collectie (Swaensteyn, Voorburg). Maar zoiets is me vrijdag dus aangeboden.

Vrijdagmorgen werd ik voor de derde keer deze maand benaderd door iemand die illegaal verworven voorwerpen aanbood. Dakpannen en bakstenen met de stempels van een Romeins legeronderdeel. Dit maak ik vaker mee maar dit keer begon de illegale handelaar de onderhandelingen met een volkomen gêneloos: “heb je belangstelling voor…” Ik heb niet gereageerd (of u moet dit stukje beschouwen als reactie).

Soms begint iemand met “ik vond dit op mijn land” en vraagt hij (altijd een hij) wat het kan zijn. Ik verwijs dan meestal naar een archeohotspot, naar een museum of naar PAN. Als ik daarna niets meer hoor, weet ik dat het geen onschuldige oppervlaktevondst was. Er zijn overigens voldoende vondsten die wél bona fide zijn en de genoemde instellingen helpen bona fide vinders doorgaans graag, professioneel en snel.

Lees verder “De falende erfgoedbescherming”

Bellus Imago

Zomaar een Latijnse inscriptie uit Timgad, vooral omdat ik de letters zo elegant vind.

Marc van Oostendorp had gisteren een aardig stukje over Nederlands Latijn. Er zijn mensen die vinden dat we bij het gebruik van Latijnse woorden in onze eigen taal ook de Latijnse regels moeten volgen. Van Oostendorp citeert iemand die de moeite nam een Nederlandse fotografieclub te schrijven dat ze zich beter geen Bellus Imago (“mooi plaatje”) konden noemen, omdat imago een vrouwelijk woord is en het eigenlijk bella zou moeten zijn. Wat een Romein overigens nog steeds vreemd zou vinden. Het lijkt een latinisering van het Franse belle image.

Maar het volgen van de Latijnse regels is geen wet van Meden en Perzen. Je kunt ook beargumenteren dat een leenwoord, als het eenmaal uit de uitlenende taal is vertrokken, zijn grammaticale regels achterlaat en zich aanpast aan de lenende taal. We zeggen ook dat iets is gehypet, waarbij we het Engelse hype gebruiken als een Nederlands woord. Er is geen bindende reden waarom wij ons zouden moeten houden aan de Latijnse regels.

Net als u en de classici die ik weleens spreek lig ik niet werkelijk wakker van deze kwestie. Ook Van Oostendorp lijkt het eerder curieus dan problematisch te vinden dat iemand die zichzelf typeert als een ooit volijverige gymnasiast zózeer aanstoot neemt van Bellus Imago dat hij de fotoclub een brief schrijft en zelfs een psychologisch profiel opstelt van de fotografen, die zouden hechten aan het prestige van het Latijn maar die taal in feite minachten.

Lees verder “Bellus Imago”

Eutropius (10): Presentisme

Valens (Penning uit het Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

Terwijl u dit op leest, ben ik op de deze week geopende Picasso-expositie in het Sursock-museum in Beiroet. Omdat ik vermoedelijk geen tijd zal hebben voor mijn dagelijkse stukje, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van de Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.

De Korte geschiedenis van Rome is het werkstuk van iemand die het historisch metier niet beheerst en valt op z’n vriendelijkst te typeren als inspirational literature. Dat genre doet tegenwoordig de kassa rinkelen en dat was in de Oudheid maar weinig anders: Eutropius’ schets werd waanzinnig populair. De Korte geschiedenis van Rome kreeg dus een continuator, de achtste-eeuwse Italiaanse auteur Paulus de Diaken, wiens werk rond het jaar 1000 weer werd gecontinueerd door Landolfus Sagax. Omdat Eutropius’ schets eeuwenlang dienst heeft gedaan als schoolboek, zijn niet minder dan vierentwintig middeleeuwse manuscripten overgeleverd. Ter vergelijking: van de Enmannsche Kaisergeschichte, Eutropius’ bron, is niet één handschrift over.

Lees verder “Eutropius (10): Presentisme”

Limesmoeheid (2)

Het skelet van een Germaan die zo onverstandig was al te dicht bij Fort Aardenburg te komen.

Ik wees er in mijn vorige stukje op dat het project om de limes te maken tot werelderfgoed een omslag vormt in ons denken over de Romeinse tijd in Nederland. Ik behoor tot degenen die de voordelen zien, maar dat betekent niet dat ik blind ben voor de tekortkomingen. Ik noemde het ontbreken van een tweede lijn, waardoor het project onnodig kwetsbaar is voor de onvermijdelijke scepsis. Helaas zijn er meer problemen.

Die hebben te maken met het eenvoudige gegeven dat de limessamenwerking eigenlijk nogal raar is. Het behoort te gaan om de grens van het Romeinse Rijk, maar twee van de  belangrijkste militaire locaties in Nederland zijn buitengesloten: Velsen en Aardenburg. Dat komt omdat ze liggen in Noord-Holland en Zeeland, terwijl de limes-samenwerking in handen is van Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland. Daarmee is één ding duidelijk: niet het belang van een adequaat gepresenteerd verleden staat centraal maar iets wat ik, bij gebrek aan beter woord, zal aanduiden als “bestuurlijk gemak”. In dit enorme project, waarin allerlei belangen samenkomen, weegt dus niet het zwaarst dat het publiek belang heeft bij goede informatie.

Lees verder “Limesmoeheid (2)”

Parthenon Marbles

Een deel van de Parthenon Marbles (British Museum, Londen)

Traditioneel worden ze de “Elgin Marbles” genoemd, maar een slimme, ongetwijfeld Griekse, taaltacticus heeft het woord “Parthenon Marbles” bedacht om te benadrukken dat het gaat om kunstwerken die behoren in de tempel op de Atheense akropolis. De prachtige marmeren reliëfs zijn momenteel in het British Museum maar Griekenland wil ze terug. De bovenste verdieping van het enkele jaren geleden in Athene geopende, prachtige Akropolismuseum is alvast ingericht om ze terug te verwelkomen. Op Historiek legt Natascha Neef uit waarom ze weer naar Athene moeten.

Laat vooropstaan staan dat ik eigenlijk al haar argumenten hout vind snijden. Ik heb in het oude Akropolismuseum – dat met zijn beperkingen overigens ook zijn charmes had – wel eens een petitie getekend waarin de Britten werden opgeroepen de stukken terug te geven. Nu ik erover denk, geloof ik dat ik daar voor het eerst de naam “Parthenon Marbles” tegenkwam.

U voelt echter al aankomen dat ik aan de kwestie ook een andere kant ontwaar.

Lees verder “Parthenon Marbles”

Ondertussen in Syrië

Beschoten: Crac des Chevaliers

In Syrië woedt een burgeroorlog. Het voelt altijd wat bezwaarlijk om, terwijl mensen vechten om te overleven, te beginnen over de luxe van het erfgoedbeleid. Toch is het, denk ik, zinvol om er – al is het maar terloops, alvorens terug te keren naar de belangrijkere zaken – kort aandacht aan te besteden. Een eerste rapport van het Global Heritage Network over de schade aan de monumenten vormt deprimerende lectuur. Hier is een lijstje, dat ik overneem van blz.6 van het rapport. Daarna volgen er nog 45 pagina’s.

Sites known to have been affected by the shelling are:

Lees verder “Ondertussen in Syrië”