Imperator, Mynkd, MNKDH

Een vroege Romeinse generaal in Spanje voert de titel inpeirator = imperator (Louvre, Parijs)

Romeinse keizers hadden de gewoonte om in inscripties aan hun namen ook een stuk of wat titels toe te voegen: zoveel keer consul, aangewezen voor een volgend consulaat, in het zoveelste jaar met de bevoegdheden van tribuun en zo-en-zo vaak imperator. Dat laatste woord betekent “bevelhebber”, en was een eretitel die een leger bij acclamatie kon verlenen aan een zegevierende generaal.

De eerste deze titel kreeg, was Scipio Africanus, nadat hij tijdens de Tweede Punische Oorlog de Karthaagse bezittingen in Iberië had veroverd.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 10.40.2-5. De Spaanse soldaten, die eerst de Karthagers hadden gediend maar naar de Romeinen waren overgelopen, wilden Scipio een titel geven die in onze Griekse en Latijnse bronnen wordt weergegeven met een woord dat “koning” betekent. Die titel was echter onaanvaardbaar voor een Romeinse republikein, en dus werd Scipio uitgeroepen tot imperator.

Lees verder “Imperator, Mynkd, MNKDH”

Uqba ibn Nafi al-Fihri (1)

Moskee van Kairouan

[Derde van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

Ik heb Uqba ibn Nafi al-Fihri (622-683) al eens eerder genoemd: hij is de stichter van de Tunesische stad Kairouan en een voorouder van enkele leiders die een belangrijke rol speelden in de jaren na de Arabische verovering van het Iberische Schiereiland. Uqba is in Nederland niet zo bekend, en een mens hoeft ook niet alles te weten, maar hij is een van de grote namen uit de geschiedenis van de Maghreb.

Eerst even zijn afkomst. Hij was een neef van Amr ibn al-As, een van de gezellen van de profeet Mohammed en de man die in 639-642 leiding had gegeven aan de Arabische verovering van Egypte. Al in 642 was hij doorgestoten naar de Cyrenaica, het noordoosten van het huidige Libië. Amr nam Uqba, die als kind overigens de profeet nog had gekend, met zich mee en wees hem aan als gouverneur van de stad Barka, het huidige El Marj in Libië. Uqba was pas drieëntwintig jaar oud.

Lees verder “Uqba ibn Nafi al-Fihri (1)”

De opstand van Tacfarinas (3)

Een ereteken voor de Romeinse commandant Scipio in Lepcis Magna

[Dit is het laatste van drie blogjes over de opstand van Tacfarinas. Het eerste was hier.]

De voor het jaar 21 na Chr. door keizer Tiberius aangewezen commandant, Quintus Junius Blaesus, had een nieuwe strategie. Hij begreep dat een regulier leger 100% van de bezittingen 100% van de tijd moet beschermen, terwijl een guerrilla-leider maar af en toe succes hoeft te hebben om door te kunnen gaan. Mits hij de steun heeft van de boeren, die het guerrilla-leger moeten voeden. Blaesus besloot de boerenbevolking beter te beschermen of – afhankelijk van je perspectief – meer onder druk te zetten en verspreidde daarom zijn troepen. Hij bezat immers twee legioenen met hulptroepen en kon zijn manschappen dus ook over een breed terrein inzetten.

Contraguerrilla

VIIII Hispana opereerde in het oosten, langs de weg naar Lepcis Magna, waar generaal Scipio belette dat de rebellen samenwerkten met de verderop wonende Garamanten. Blaesus’ zoon beschermde de boeren rond de Numidische hoofdstad Cirta (tegenwoordig Constantine). Zelf opereerde Blaesus, aan het hoofd van III Augusta, in het centrum, in de omgeving van het huidige Tébessa. Tacitus schrijft:

Lees verder “De opstand van Tacfarinas (3)”

Jupiter Dolichenus

Jupiter Dolichenus (Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

Omdat ik wilde weten of mijn kennis van de Oudheid gelijke pas hield met het onderzoek, lees ik de laatste druk van het eerstejaarshandboek oude geschiedenis: Een kennismaking met de oude wereld van Luuk de Blois en Bert van der Spek. Ik was aangekomen bij het overzicht van de religie van de Romeinse keizertijd. Ik schrijf vandaag een aanvulling, want de god Jupiter Dolichenus blijft onvermeld. Toevallig was er iemand die me onlangs vroeg of ik daar eens over wilde bloggen. Daar gaat ’ie dus.

Om te beginnen: het is de oppergod van Doliche in Kommagene, een Anatolisch koninkrijk aan de Eufraat. De plek van zijn tempel heet tegenwoordig Dülük Baba Tepe, de heuvel van vadertje Dolichenus dus, en is niet ver van Gazi Antep. De cultus heeft wortels in een ver verleden: op afbeeldingen staat de god op een stier en draagt hij een bliksemschicht en een dubbele bijl, net als de Hittitische stormgod Tešub.

Lees verder “Jupiter Dolichenus”

De Philaeni

De altaren van de Philaeni (Peutingerkaart)

Gaius Sallustius Crispus was een Romeinse politicus die zich als vlootcommandant onderscheidde tijdens Caesars Afrikaanse veldtocht. In de nasleep van die oorlog werd hij gouverneur van wat destijds Africa Nova heette en later Numidia. Wat ik maar zeggen wil: Sallustius kende noordelijk Afrika en kon af en toe weleens wat positieve zeggen over de bewoners. Toen hij later een monografie schreef over De oorlog tegen Jugurtha, nam hij een anekdote op waarin de Karthagers werden gepresenteerd met kwaliteiten die de Romeinen graag bij zichzelf zagen.

Karthago versus Kyrene

Het verhaal begint met een ongedateerd conflict dat de Karthagers zouden hebben gehad met de bewoners van de Griekse stad Kyrene. Die stad ligt in het noordoosten van het huidige Libië, terwijl het Karthaagse gebied zich uitstrekte naar de steden Sabratha, Oea (het huidige Tripoli) en Lepcis Magna. Daartussen ligt langs de Golf van Sirte “een zanderig, eenvormig terrein waar geen rivier of berg als grensmarkering kon dienen”. Ik ben er twee keer doorheen gekomen en geloof me: het gebied is eindeloos saai. Overigens is het minder ongedateerd dan ik net zei, aangezien we weten dat het afbakenen van de invloedssferen aan de orde was in het eerste kwart van de vierde eeuw v.Chr.

Lees verder “De Philaeni”

Artemis van Efese

De Artemis van Efese (Nationaal Museum, Tripoli)

Het bovenstaande beeld stond ooit in het amfitheater van Lepcis Magna. Vóór de val van Muammar Kadhafi was het een pronkstuk van het Nationaal Museum van Libië in Tripoli. Of het daar nog is, weet ik niet. Soortgelijke beelden zijn overal in het Romeinse Rijk gevonden en nu ik dit schrijf zie ik de kopieën in de Torlonia-collectie, in de Capitolijnse Musea en in de Vaticaanse Musea voor me. Dat was dus alleen maar in Rome. Gadara en Napels schieten me ook te binnen. Er zijn honderden beelden meer geweest, want dit is een van de populairste godinnen uit de antieke wereld: de Artemis van Efese.

Tweemaal Artemis

De naam Artemis suggereert dat ze een van de verschijningsvormen is geweest van de Griekse godin met die naam. Dat was in de meeste stadstaten echter een celibatair levende jachtgodin, terwijl de Efesische Artemis vermoedelijk een vruchtbaarheidsgodin was. Die taakomschrijvingen sluiten een gemeenschappelijke oorsprong niet uit, maar de Artemis van Efese had ook Anatolische trekken en heette oorspronkelijk Artimos. Het is denkbaar dat twee godinnen met namen die op elkaar leken, zijn samengesmolten. Het heiligdom was in elk geval oud en zou later, in de hellenistische tijd, gelden als een van de Zeven Wereldwonderen.

Lees verder “Artemis van Efese”

Cato de Jongere in actie

Cato de Jongere deelde borden als deze uit aan potentiële kiezers. Wie het eten op had, las op wie hij moest stemmen. (Museo nazionale delle terme, Rome)

Als ik u zeg dat het was in het voorjaar waaraan Quintus Fufius Calenus en Publius Vatinius enkele maanden later als consuls hun naam zouden geven, en als ik die vage datering voor u omreken naar eind februari 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u: het is tijd voor een blogje in een vandaag inaccuraat “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” genoemde reeks. Inaccuraat, want we gaan het hebben over Cato de Jongere.

Cato de Jongere

Marcus Porcius Cato, een afstammeling van de Cato die anderhalve eeuw eerder had gepleit voor het behoud van traditionele waarden, was een conservatieve senator. Anders dan zijn voorvader, die weinig moest hebben van de Griekse filosofie, was de jongere geïnteresseerd in de Stoa. Hij leefde dan ook opzichtig sober, zoals een wijsgeer betaamde. Als magistraat zou hij onkreukbaar zijn geweest: hij trachtte de belastingdienst te saneren, liet valse documenten verwijderen uit de staatsarchieven en probeerde al vroeg de opkomst van de populaire Caesar te beletten. Hoewel Cato begreep dat hervorming van het republikeinse staatsbestel noodzakelijk was, bleef hij een conservatieve verdediger van de belangen van de Senaat.

Lees verder “Cato de Jongere in actie”

“Naar alle kanten het Rijk vergroot” (3)

De limes in Libië (Bu Njem)

[Vandaag het derde van vier blogs over de veldtochten van keizer Septimius Severus (r.193-211), die het Romeinse Rijk bracht tot zijn grootste omvang. Dat dit onder Trajanus zou zijn gebeurd is vooral propaganda van Mussolini. Het eerste deel is hier.]

Weinig lezers zullen destijds hebben vermoed dat achter de vage aanduiding dat Severus “Naar alle kanten het Rijk vergroot” ook een overwinning in het huidige Libië schuilging. Toch was dit waarschijnlijk het succes dat de keizer het meest na aan het hart lag en dat de meest duurzame gevolgen heeft gehad.

Lucius Septimius Severus was geboren in Lepcis Magna, een van de havensteden waaraan de Tripolitana, het “Driestedenland”, zijn naam dankt. In het achterland werden graan en olijven verbouwd en nog wat verder naar het zuiden begon een gebied waar de Garamanten met hun kuddes heen en weer trokken. ’s Winters en in de lente verbleven deze nomaden in de oases in het binnenland, maar aan het einde van de zomer verweidden ze hun kuddes naar de kuststrook, waar ze de boeren hielpen bij de olijfoogst. De meegenomen dromedarissen deden dienst als trekdier bij het ploegen en ook de achtergelaten mest kwam van pas. Er was tijd voor handel. Zuivel en vlees werden geruild tegen graan en olie. Met ivoor, goud en andere artikelen uit Centraal-Afrika werden de producten van de stedelijke ambachtslieden betaald.

Lees verder ““Naar alle kanten het Rijk vergroot” (3)”

Stedelijke twisten

Inscriptie uit Efese; de donkere delen zijn aanvullingen (British Museum, Londen)

De Historiën van Tacitus behoren tot het indrukwekkendste dat in de Latijnse letteren is geschreven. De auteur vertelt hoe het jaar 69 na Chr. de heerschappij en ondergang zag van de keizers Galba, Vitellius, Otho, Vespasianus en Julius Sabinus. Ook beschrijft Tacitus in detail de bijbehorende militaire conflicten, zoals de Joodse Oorlog en de Bataafse Opstand. Tacitus, die voor alles senator was, focust bij dit alles op de weinig heldhaftige rol van de Senaat en daardoor is des te schokkende wat hij volkomen terloops vertelt: hoe gemakkelijk steden profiteerden van het wegvallen van het centraal gezag om onderlinge vetes uit te vechten. In Gallië heeft Vienne ruzie met Lyon, in Africa trekken Oea en Lepcis tegen elkaar op en vragen daarbij de hulp van de nomadische Garamanten. Tacitus besteedt er weinig woorden aan. Stedelijke oorlogen waren voor hem volkomen vanzelfsprekend.

In vredestijd was dat natuurlijk minder, maar evengoed rivaliseerden de diverse steden. Plinius de Jongere beschrijft in zijn brieven hoe in Bithynië de concurrentie zich had vertaald in te ambitieuze bouwprojecten, waardoor de ene stad na de andere in financiële moeilijkheden kwam.

Lees verder “Stedelijke twisten”

De vloedgolf van 365 na Chr.

Apollonia, met in de verte een niet vernietigd deel van de havenwerken

Ik blogde onlangs over antieke epidemieën en liet toen Thoukydides het woord doen. Vandaag een andere catastrofe: de enorme vloedgolf die op 21 juli 365 na Chr. de noordkust van Afrika trof. Het natuurgeweld moet zonder weerga zijn geweest. De Romeinse historicus Ammianus Marcellinus beschrijft de gebeurtenissen in zijn geschiedenis van het Romeinse Rijk.

Hij noemt daarbij Alexandrië. Het aloude koninklijke paleis van de Ptolemaïsche vorsten, dat uitkeek over zee en al bijna vier eeuwen de residentie was van de Romeinse gouverneurs, verdween in de golven. U ziet elk jaar wel ergens foto’s van duikers die in de haven van Alexandrië antieke beelden aan het lichten zijn. Ik zal weigeren het “onderwaterarcheologie” te noemen totdat ik beelden heb gezien van kikvorsmannen die ook meetapparatuur en jalons bij zich hebben, maar die foto’s zijn dus van dat paleis in Alexandrië.

Lees verder “De vloedgolf van 365 na Chr.”