Het Romeinse hooggerechtshof: de Basilica Julia

De Basilica Julia

Een blogje over Rome, waarom ook niet, ik schrijf er tenslotte nooit over. We gaan naar het Forum Romanum, naar de Basilica Julia: in de keizertijd de plaats waar het hooggerechtshof samenkwam. Eerder stond hier het huis van Publius Cornelius Scipio, de generaal die de Tweede Punische Oorlog had beëindigd door Iberië te veroveren en daarna bij Zama de Karthaagse generaal Hannibal te verslaan. Scipio’s dochter Cornelia was in 175 getrouwd met Tiberius Sempronius Gracchus, de voornaamste senator (princeps) uit het tweede kwart van de tweede eeuw v.Chr., rijk geworden met de pacificatie van wat wij Castilië zouden noemen. Hun kinderen waren de revolutionaire volkstribunen Tiberius en Gaius Sempronius Gracchus. Volgens de geschiedschrijver Titus Livius kocht Sempronius Senior, toen hij in 169 censor was, het huis van zijn schoonvader:

Tiberius Sempronius Gracchus kocht van het hem van staatswege toegewezen fonds het huis op van Publius Cornelius Scipio Africanus. Dat stond achter de Oude Winkelgalerij, vlakbij het beeld van Vortumnus, bij de  slagerijen en de winkels. Sempronius liet daar de basilica bouwen die later Sempronia werd genoemd. noot Livius, Geschiedenis van Rome sinds de Stichting van de Stad 44.16.10-11.

Lees verder “Het Romeinse hooggerechtshof: de Basilica Julia”

Vienne

De “triomf van Vienne” (Lugdunum, Lyon)

In mei 1992, deze maand drieëndertig jaar geleden, maakte ik een lange fietstocht naar Griekenland. Ik ging dwars door Frankrijk – Reims, Troyes, Alesia, Beaune – en op een dag bereikte ik Lyon. Op de Place Bellecour, zoals het mooie centrale plein heet, trok mijn met tent en tassen beladen fiets wat bekijks en ik raakte aan de praat met een jonge vrouw die, als ik het me goed herinner, Adrianne heette. Het was een hartelijk gesprek, en eigenlijk was ik niet eens heel erg verbaasd toen ze m even later in Vienne opwachtte met dingen die ik op de camping lekker zou vinden. Een reiziger heeft altijd leuke ontmoetingen, maar deze zal me altijd bijblijven. En dus heb ik ook warme herinneringen aan Lyon en Vienne.

Gallisch oppidum

Die laatste stad ligt aan de samenvloeiing van de rivieren Rhône en Gère. Ze is ontstaan toen de Gallische stam der Allobrogen een oppidum (heuvelfort) inrichtte op de heuvels die tegenwoordig Pipet en Sainte-Blandine heten. De stam werd in 120 v.Chr. door de Romeinen onderworpen – de zegevierende generaal Quintus Fabius Maximus kreeg de bijnaam Allobrogicus – en kregen te verstaan dat ze aan de voet van hun heuvel moesten gaan wonen. Een stad in een rivierdal was voor de Romeinen immers makkelijker in te nemen dan een nederzetting op een heuvel.

Lees verder “Vienne”

Het Colosseum (4): executies

Een van de executies in een amfitheater (Museum van El-Djem)

[Dit is het vierde van acht blogjes over het Colosseum in Rome. Het eerste was hier.]

Ik vertelde in het vorige blogje dat een dag in het Colosseum begon met jachtpartijen, vervolgde met executies en eindigde met gladiatoren. In dat vorige blogje beschreef ik de jacht. Hadden de dieren elkaar of de jagers de dieren afgemaakt, dan waren dus de misdadigers aan de beurt. Wellicht is dit het moment om even een trigger warning af te geven, want wat nu gaat volgen, is onprettige lectuur.

De eerste executies ad bestias, door beesten, vonden volgens Valerius Maximus plaats in 146 en 168 v.Chr.:

Nadat hij het Karthaagse Rijk te gronde had gericht, wierp Publius Cornelius Scipio Aemilianus deserteurs van niet-Romeinse afkomst voor de wilde beesten tijdens spelen die hij aanbood aan het volk, en toen Lucius Aemilius Paullus koning Perseus van Macedonië had overwonnen, legde hij mensen met dezelfde afkomst en schuld voor de olifanten om te worden vertrapt.noot Valerius Maximus, Gedenkenswaardige daden en uitspraken 2.7.13-14.

Lees verder “Het Colosseum (4): executies”

Het Colosseum (2): bezoekers

Het Colosseum

[Dit is het tweede van acht blogjes over het Colosseum in Rome. Het eerste was hier.]

De bouw van het Colosseum (de naam is niet authentiek) was vooral een politieke daad. Door het te bouwen op de plaats waar ooit het Gouden Huis van Nero had gestaan, begon Vespasianus de herinnering aan zijn voorganger uit te wissen. Maar al wilden Vespasianus’ bouwkundigen breken met Nero’s projecten, het lukte niet helemaal. De hoofdas van het amfitheater viel samen met de door Nero aangelegde Heilige Weg. Maar wellicht was dat tóch de bedoeling, want het Colosseum stond nu precies achter de tempel van de vergoddelijkte Julius Caesar. De nieuwe dynastie leek zo als het ware de vorige te overtreffen: een duidelijk signaal.

Dat werd opgepikt door de dichter Martialis, die debuteerde met een boek vol puntdichten over het amfitheater:

Waar nu de Colossus naar de sterren blikt,
daar stond ooit het huis van een boosaardig heer.
Rome was destijds door één huis ingepikt.
Middenin was toen het keizerlijke meer;
tegenwoordig staat het Colosseum daar.
Op de plaats waar nu de nieuwe Thermen staan
lagen de vertrekken van die moordenaar.
Iedereen kan nu naar bad en spelen gaan,
Rome is de stad van de Romeinen weer
en niet alleen van Romes heer.noot Martialis, De schouwspelen 2.

Lees verder “Het Colosseum (2): bezoekers”

De vogel Feniks

Een feniks uit Dafne bij Antiochië (Louvre, Parijs)

Er is een apothekenketen die zich Benu noemt, naar een vogel uit de Egyptische mythologie: de blauwe reiger ofwel bennu. Het schijnt dat deze vogel, in de tijd voordat de bouw van de Aswandam een einde maakte aan de jaarlijkse overstroming van de Nijl, weleens uitrustte op hoge plekken en dat het dan leek alsof de zon zweefde over het gewassen water. Daarom associeerden de oude Egyptenaren deze vogel met de zonnegod Ra: de bennu zou de ziel zijn van de godheid. Het dier werd vooral vereerd in Heliopolis (“zonnestad”), iets ten noorden van het huidige Caïro.

Volgens de Heliopolitaanse mythe was de bennu ontstaan uit een vuur dat brandde op de heilige isjed-boom bij de Ra-tempel. Het dier rustte vervolgens op de zuil die bekendstond als de benben-steen en gold als de heiligste plek op aarde. Een andere mythe bracht de beroemde vogel in verband met Osiris, die ooit zichzelf had vernieuwd. De bennu zou volgens deze lezing zijn voortgekomen uit het hart van de god.

Lees verder “De vogel Feniks”

Neergedraaide duim

Pollice verso, Jean-Léon Gérôme (1872)

[Bijna iedereen heeft wel een idee van wat gladiatoren waren: Romeinse strijders die in arena’s als het Colosseum vochten om de bevolking te vermaken. Die kennis is meestal opgedaan in stripboeken als Asterix, Hollywoodfilms of tv-series. Daardoor zingen veel misvattingen rond over gladiatoren. Svenja Grosser-Fabian behandelt zes van die misverstanden. Het eerste stukje was hier.]

Duimen op en neer

Het beroemde schilderij van Jean-Léon Gérôme, waarop een zegevierende gladiator naast zijn verslagen tegenstander staat, heet Pollice verso, “neergedraaide duim”. De uitdrukking pollice (con)verso komt in de Romeinse literatuur twee keer voor, maar het is onduidelijk in welke richting de duim is gedraaid. Gérôme toont op zijn schilderij de Vestaalse Maagden, gezeten op de eerste rij met hun duimen naar beneden. Hollywood nam deze interpretatie van het schilderij over: een neerwaartse duim zou betekenen dat de dood van de verslagen gladiator gewenst was. De opgeheven duim was dan een positief teken, net als in onze huidige wereld.

Lees verder “Neergedraaide duim”

Vochten gladiatoren tot de dood?

Twee gladiatoren in actie; de retiarius links is dodelijk gewond (Villa Dar Buc Ammera, Zliten; nu in het Nationaal Museum in Tripoli)

[Bijna iedereen heeft wel een idee van wat gladiatoren waren: Romeinse strijders die in arena’s als het Colosseum vochten om de bevolking te vermaken. Die kennis is meestal opgedaan in stripboeken als Asterix, Hollywoodfilms of tv-series. Daardoor zingen veel misvattingen rond over gladiatoren. Svenja Grosser-Fabian behandelt zes van die misverstanden. Het eerste stukje was hier.]

Vochten gladiatoren tot de dood?

Hollywoodfilms wekken de indruk dat de verslagen gladiator bijna altijd stierf. Dat was in het oude Rome echter beslist niet het geval. Daar was een gladiator veel te kostbaar voor. De huisvesting, training, voeding en medische verzorging waren kostbaar. Voor elke strijder die tijdens de spelen gedood werd of zwaar gewond raakte, bracht de lanista, die zijn gladiatoren verhuurde aan de munerarius (organisator van de spelen), de aankoopprijs in rekening. Het was de compensatie voor zijn investering.

Lees verder “Vochten gladiatoren tot de dood?”

Teerlingen werpen

Dobbeltoren (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Vorig jaar publiceerde Vincent Hunink zijn vertaling van de boeken 13 en 14 van Martialis, Feest in het oude Rome, waarvoor ik de beeldredactie verzorgde. In deze boeken wijdt de dichter gedichtjes aan allerlei hapjes en cadeautjes zoals de Romeinen die aan elkaar gaven tijdens het feest van Saturnus. Een van de gedichtjes was gewijd aan een turricula, een “torentje”. Dat was een instrument waarmee mensen eerlijk konden dobbelen. In het gedichtjes is de dobbeltoren aan het woord.

Een slinkse hand gooit kootjes graag
zoals hij zelf heeft voorgekookt.
Maar lukt dat metterdaad met mij?
Dan heeft hij puur geluk.

Lees verder “Teerlingen werpen”

(Zelfpromotie)

Dag  mensen, het is niet om het een of ander, maar het is al bijna 6 december! Dat is, zoals u weet, de dag waarop we gedenken dat een einde kwam aan het aardse bestaan van de heilige Nikolaas, bisschop van Myra, beschermer van kinderen en zeelieden, alsmede van Amsterdammers, Antwerpenaren, bankiers, gevangenen, Grieken, horecamedewerkers, kooplieden, kuipers, officieren, Russen, sekswerkers, slagers, studenten, vissers, vrijgezellen – kortom, eigenlijk van alles en iedereen. Meer over zijn taak als ketterpletter leest u hier. Er is een mooie, wat oudere Catechismus en er is ook een Nieuwe Catechismus.

Het is goed gebruik elkaar in deze tijd van het jaar geschenken te geven. Maar in een welvarend land als Nederland heeft iedereen alles al. Wat valt er nog te geven? Er zijn diverse boeken die ik even onder uw aandacht breng.

Lees verder “(Zelfpromotie)”

Sinterklaascadeau: Martialis

Een tijdje geleden blogde ik over een boek dat Vincent Hunink en ik aan het maken zijn. Hij vertaalde de boeken 13 en 14 van de dichter Martialis. Die zijn nog nooit in onze taal omgezet; de man die het verzameld werk heeft vertaald, Piet Schrijvers, vond de gedichten in deze twee boeken te triviaal. Daarom liet hij ze maar onvertaald. Hunink heeft de lacune nu gevuld en ik heb er foto’s aan toegevoegd.

De boeken 13 en 14 van Martialis bevatten korte gedichtjes over talloze gerechtjes en cadeautjes. Ze illustreren het feest van Saturnus dat de Romeinen vierden en daarom is de titel van Huninks vertaling Feest in het oude Rome. Ons boekje is eigenlijk precies dat wat Martialis beschrijft: wat verstrooiende poëzie, al met al een kleinigheidje, een cadeautje. Plezierdichten, mooi uitgegeven.

Lees verder “Sinterklaascadeau: Martialis”