De zonnewijzer van Augustus

De zonnewijzer van Augustus (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Hij staat er nog steeds, niet ver van het Italiaanse parlementsgebouw: de Egyptische obelisk die keizer Augustus gebruikte als naald voor een zonnewijzer met de oppervlakte van twee voetbalvelden. Die was onderdeel van een enorm gebied dat als geheel een gedenkteken was voor Romes eerste keizer. Feitelijk bestond het uit vijf monumenten: het mausoleum van Augustus, dat uitzag op het oorspronkelijke Pantheon, de plaats waar zijn brandstapel had gestaan, het altaar van de Vrede (Ara Pacis) en de zonnewijzer.

Die trok natuurlijk de meeste aandacht. De obelisk – niet toevallig een monument dat was gewijd aan de zon – wierp zijn schaduw op het travertijnen plaveisel. Zoals gezegd: die was twee voetbalvelden groot. Hierover liep een waaier van bronzen lijnen die de uren aangaven. Als de zon rond het middaguur viel over de noord-zuid lopende daglijn, was daar de datum af te lezen.

Lees verder “De zonnewijzer van Augustus”

Het Forum van Caesar

Het Forum van Caesar in Rome

Als ik u zeg dat het de vroege ochtend van 25 of 26 september was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 25 of 26 juli 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat ik vandaag weer blog over de vraag wat Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden liep te doen.

De feestelijkheden van Caesars viervoudige triomf lagen nog vers in het geheugen toen de dictator-voor-tien-jaar een nieuw feest aankondigde: de opening van het naar hem genoemde marktplein. In 54 v.Chr., tijdens zijn Britse veldtocht, was een begin gemaakt met de aanleg. Om een voorstelling te maken van de symboliek van het Forum van Caesar, dat naast het Forum Romanum lag, moet u zich voorstellen dat iemand naast het Binnenhof in Den Haag een tweede, naar hem vernoemd Binnenhof laat aanleggen. Dit was feitelijk een theater voor de show van één man, te groot voor de republiek.

Lees verder “Het Forum van Caesar”

Antieke magie

Verzameling magische voorwerpen (Louvre, Parijs)

Stel je eens voor dat een Egyptenaar of Griek of Romein zomaar twintig eeuwen vooruit kon reizen en in onze tijd belandde. En stel je even voor dat hij of zij op miraculeuze wijze ineens lezen kon en zelfs Nederlands begreep. Wat zou zo iemand vinden van deze blog? Vermoedelijk keek onze gast verbaasd op van de onderwerpskeuze. Een van de meest wezenlijke aspecten van het toenmalige leven schittert door afwezigheid: de magie.

Terwijl iedereen – uit alle lagen van de bevolking, uit alle windstreken – wel deed aan wat bekendstaat als Schadenzauber: magische handelingen om iemand in de problemen te brengen. Er waren nog andere vormen van magie, waarover zo meteen meer. Omdat magie zo extreem veelvormig en zo gewoon was, is het woord “magie” misschien ook wel verkeerd gekozen. In ons taalgebruik is het immers de valse tegenhanger van de officiële godsdienst. Wij associëren magie met de duivel, niet met het goddelijke. Maar zo’n onderscheid is in de Oudheid niet zo makkelijk te maken.

Lees verder “Antieke magie”

Het Palladium

Palladium (Altes Museum, Berlijn)

In Jan van Akens recentste roman Het xoanon zitten wappies achter het Palladium aan, een oud beeld van de godin Athena dat, als het gevonden kan worden, de wereldgeschiedenis misschien een andere loop kan geven. Dat beeld was volgens de antieke bronnen afkomstig uit het oude Troje en belandde uiteindelijk, na wat omzwervingen, in Constantinopel.

Of beter, een van die beelden belandde in Constantinopel. Er zijn er minstens zestien geweest, die alle dienden als een soort talisman die deze of gene stad moest beschermen. We weten van elf Griekse en vijf Italische steden dat ze een Palladium bezaten.

Lees verder “Het Palladium”

De eigengereide Julia

Portretten van Julia waren om voor de hand liggende redenen zeldzaam; dit is misschien een uitzondering (Toulouse)

Tijdens haar huwelijk met Agrippa circuleerden geruchten over het veronderstelde overspel van Julia. Minstens drie mannen werden met haar in verband gebracht. Dit soort geruchten waren destijds gebruikelijk en Augustus hechtte er geen waarde aan. De gelijkenis tussen Agrippa en zijn zonen was vertrouwenwekkend. Men zou Julia later in de mond leggen dat ze alleen tijdens haar zwangerschappen vreemd ging (“ik neem geen passagier aan boord, tenzij het ruim vol is”).

Als Julia werkelijk overspel pleegde, overtrad ze de huwelijkswetgeving waarmee Augustus de moraliteit van de “goeie oude tijd” wilde herstellen. Julia had zo haar eigen gedchten. Tot haar vaders afschuw besteedde veel werk aan haar uiterlijk en kleedde zich opzichtig. Daarnaast hield ze van luxe en trok ze op met jonge mannen met een – volgens Augustus – nogal bedenkelijke reputatie. Haar vader had echter een zwak voor haar en haar scherpe geest.

Lees verder “De eigengereide Julia”

De essenen en de Dode-Zee-Rollen

In de Vierde Grot van Qumran zijn de meeste Dode-Zee-rollen gevonden. De grot ligt recht tegenover de ruïne. Het is moeilijk voorstelbaar dat er geen relatie tussen de bewoners van het gebouw en de teksten in deze grot is geweest.

Als, zoals ik in het eerste stukje schetste, het essenisme inderdaad pluriform was, is het goed denkbaar dat een deel van de Dode-Zee-rollen, zoals vaak wordt aangenomen, esseens is. Dat er verschillen zijn tussen de inhoud van de rollen en de informatie van de Joodse auteur Flavius Josephus (en enkele van zijn collega’s), valt dan te verklaren vanuit dit pluriforme karakter. Het probleem is natuurlijk dat zo vroeg of laat alles met alles valt te combineren. Om deze reden is lang niet elke geleerde overtuigd van de identificatie. Ik mag dan niet zo geleerd zijn, het lijkt me verstandig onderscheid te blijven maken tussen de essenen en de Dode-Zee-rollen, tot er meer duidelijkheid is.

Overeenkomsten en verschillen

Maar goed. Er zijn overeenkomsten. De Gemeenschapsregel beschrijft de inwijdingsrituelen die ook Josephus noemt. Predestinatie, dualisme, celibaat, gemeenschappelijk bezit en maaltijden, rituele baden en halachische kwesties komen in de Gemeenschapsregel eveneens aan de orde, terwijl andere teksten de sabbat beschrijven zoals ook Josephus doet. Er zijn echter ook complicaties. Zo komt de naam “essenen” (Aramees ḥsyn, “de vromen”) niet voor in de sektarische teksten. Een andere moeilijkheid is dat Filon, Plinius en Josephus allemaal niet datgene vermelden wat ons het meest treft bij het lezen van de Dode-Zee-rollen: de sektariërs dachten eschatologisch. Ze meenden dus dat de Eindtijd nabij was.

Lees verder “De essenen en de Dode-Zee-Rollen”

De essenen

Misschien stelt dit portret uit de Ny Carlsberg Glyptotek in Kopenhagen Flavius Josephus voor. Zeker is dat niet.

Ik heb op deze blog al regelmatig melding gemaakt van een joodse groepering die bekendstaat als de essenen. Verschillende auteurs verwijzen ernaar: Flavius Josephus natuurlijk, de Alexandrijnse filosoof Filon en ook de Romeinse officier Plinius de Oudere, die hen plaatst in de omgeving van Ein Gedi aan de Dode Zee. Het Nieuwe Testament noemt ze niet, al is denkbaar dat de auteurs de essenen aanduiden als de herodianen. De Dode-Zee-rollen golden, zolang ze nog niet allemaal waren uitgegeven, als de teksten van de sekte, maar dat is een stuk minder zeker dan men wel aanneemt.

Ik wil nu enkele blogjes aan de materie wijden. Eerst behandel ik wat de bronnen zeggen over de essenen. Volgende week presenteer ik het bewijsmateriaal uit de Dode-Zee-rollen. Tussendoor som ik de voornaamste teksten op. Maar eerst dus de bronnen, en dan beginnen we met de notoir onbetrouwbare Josephus.

Lees verder “De essenen”

Nero’s Gouden Huis (2)

Mozaïek uit het Gouden Huis (Antiquarium del Palatino, Rome)

Ik beschreef in mijn vorige stukje de bouw van het Gouden Huis van keizer Nero. Hier is het landkaartje nog even. De hoofdingang lag op de Velia: de helling ten oosten van het Forum Romanum, waar later de beroemde ereboog van Titus is opgericht. Nero liet ook het Klooster van de Vestaalse Maagden herbouwen en een straat naar zijn paleis aanleggen, aan weerszijden voorzien van galerijen. Wie de straat uit liep, bereikte op de heuveltop een rechthoekig plein, het vestibulum, met daarop de Colossus. Die moet dus hebben gestaan in de buurt van de Titusboog, vrijwel zeker op plek van de huidige kerk van Santa Francesca Romana. De kerktoren geeft een idee van de hoogte van het enorme standbeeld.

Op de top van de Velia begon een zijstraat naar de verblijven op de Palatijn, maar wie rechtdoor liep, bereikte het dal tussen Velia, Caelius en Oppius. Hier lag de vierkante, door colonnades omgeven vijver en begon het parkachtige deel van het Gouden Huis. Ten zuidoosten van de vijver stond het podium waarop de tempel van de vergoddelijkte Claudius moest verrijzen. (De aanleg werd na de brand onderbroken om de bouwvakkers in te zetten bij de wederopbouw van de stad.) Daar liet Nero een waterpartij aanleggen, waarvan de resten nog te zien zijn aan de Via Claudia.

Lees verder “Nero’s Gouden Huis (2)”

Het Mausoleum van Halikarnassos

Reconstructie van het Mausoleum van Halikarnassos (Bodrum)

Voor ik mijn blogje van vandaag begin: mijn driemaandelijkse oproep om een  petitie te tekenen voor een bedreigde academische instelling of een oudheidkundig museum is vandaag daar. Het gaat dit keer om museum Het Pakhuis in Ermelo, met een mooie archeologische collectie. Eerst even tekenen, daarna verder lezen. Dank u wel.

***

Ik ken maar weinig gebouwtypen die zijn vernoemd naar een persoon. Eigenlijk maar één: het mausoleum is vernoemd naar Maussolos. Hij was van 377 tot 353 v.Chr. satraap van Karië, het zuidwesten van het huidige Turkije. Zijn hoofdstad was Halikarnassos, de moderne badplaats Bodrum, dat hij grondig vernieuwde. In de toenmalige wereld was het gebruikelijk dat stadstichters een graf op de markt kregen – en dit gebeurde dus ook met Maussolos. Het door zijn echtgenote en opvolger Artemisia gebouwde Maussolosgraf ofwel Mausoleum in Halikarnassos zou worden gerekend tot de Zeven Wereldwonderen.

Lees verder “Het Mausoleum van Halikarnassos”

Het Romeins klimaatoptimum

Het Romeins klimaatoptimum maakte de bewoning van de woestijn mogelijk. Dit is het badhuis van Bu Njem. Uit ostraca weten we dat er zelfs genoeg hout was om het warm te stoken.

Al ruim twee jaar schrijf ik elke week een stukje over de laatste druk van het handboek waaruit ik ooit oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Dat doe ik niet om de auteurs de levieten te lezen, maar om te kijken of mijn kennis in de pas loopt met recente inzichten. Ik schrijf dan meestal over zaken die de auteurs, een handboek zijnde een handboek, moeten overslaan of vereenvoudigen. Feitelijk verken ik de stof van het werkcollege naast het handboekcollege, waarbij de docenten de complexiteit uitleggen. Soms denk ik echter: dit moet echt anders. Zoals nu. Een van de grote innovaties van de eenentwintigste eeuw ontbreekt: de klimaatwetenschap. Ik lees broksgewijs en kan iets over het hoofd zien, maar het Romeins klimaatoptimum lijkt onvermeld te zijn.

Wetenschapsleer voor eerstejaars

Verplaats u even in de eerstejaarsstudent voor wie het handboek is bedoeld. Die leert bij de colleges wetenschapsleer dat onderzoekers werken met data – denk aan opgravingen, denk aan tekstuitgaven – maar dat patronen niet spontaan zichtbaar worden. Die herken je pas als je een vraag gaat stellen en die vraag is een reactie op de actualiteit. Vandaar het hoge in-de-Oudheid-hadden-ze-ook-gehalte van mijn vak: terwijl de huidige onderzoekers kijken naar ecologische en klimatologische kwesties, keken ze in de jaren negentig naar globalisering en wereldgeschiedenis, was in de jaren tachtig gender een populair onderwerp en was er in de jaren zeventig aandacht voor de sociale en economische verhoudingen. Je vertrekpositie verandert voortdurend. En dus verandert ook de Oudheid voortdurend.

Lees verder “Het Romeins klimaatoptimum”