Het Comitium in Rome

Opgraving onder het Comitium

Wie de Senaatszaal verliet, kwam op het Comitium. Na de renovatie door Julius Caesar en Augustus was van het oorspronkelijke plein, dat ten tijde van de Republiek ruimte had geboden aan de Volksvergadering, weinig over. Destijds hadden om het ronde terrein, dat een doorsnede had van vijfentwintig meter, lage tribunes gestaan en eretekens voor verdienstelijke mensen en de profetessen die Sibillen werden genoemd. De Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere stuitte op een vermelding van nog twee beelden:

Ik heb ontdekt dat aan weerszijden van het Comitium beelden van Pythagoras en Alkibiades hebben gestaan, omdat de Delfische Apollo ons tijdens de Samnitische Oorlog gelastte op een opvallende plaats standbeelden op te richten van de machtigste en de verstandigste onder de Grieken. Ze hebben er gestaan totdat de dictator Sulla het Senaatsgebouw vergrootte tot op die plaats. Het is overigens wonderlijk dat de vroede vaderen Pythagoras hoger aansloegen dan Sokrates, die door dezelfde god toch als meest verstandige is aangewezen, dat ze Alkibiades verdienstelijker vonden dan zoveel anderen, en dat ze iemand hoger achtten dan Themistokles, die machtig én verstandig was.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 34.26.

Lees verder “Het Comitium in Rome”

Het Forum van Augustus (2)

Karyatide uit het Forum van Augustus (ik weet niet meer waar ik deze foto heb genomen)

Wie het Augustusforum, waaraan ik ook het vorige blogje wijdde, betrad vanaf het Forum van Caesar, zag op het plein eerst een beeld van keizer Augustus in een vierspan. Daar achter verrees de vijfendertig meter hoge tempel van Mars de Wreker. De onverwachte aanblik van zo’n groot bouwwerk moet enorme indruk hebben gemaakt, zeker als het witte Carraramarmer op een zomermiddag fonkelde in de zon.

Aan de voet van de ook nu nog imponerende trap stonden fonteinen, waarvan tegenwoordig alleen lage muurtjes resteren die amper boven het gras uitsteken. Hier stonden ook enkele standbeelden die ooit van Alexander de Grote waren geweest. In het gevelveld van de tempel lag links een beeld van Palatinus (de personificatie van de heuvel waarop Rome was ontstaan), daarop volgde een zittende Romulus die het voorteken van de twaalf gieren gadesloeg (een voorteken dat ook Octavianus eens zei te hebben ontvangen), en middenin stonden een schaars geklede Venus en een stoere Mars. Rechts van hem stond Victoria, zat Roma en lag de riviergod Tiber. Door deze verwijzingen naar de stichtingssage presenteerde Augustus zich als nieuwe Romulus.

Lees verder “Het Forum van Augustus (2)”

De Palatijn

De Domus Augustana op de Palatijn

Ik heb me zelden in mijn leven zó in mijn oudheidkundige waanwijsheid betrapt gevoeld als op een grijze decemberdag, nu een jaar of twintig geleden, in Rome. Ik was met twee studenten op het Forum Romanum en we wandelden naar de Palatijn, de heuvel waar ooit de keizerlijke paleizen stonden en waar Romulus de stad zou hebben gesticht. Uiteraard moest ik alles uitleggen en stond ik al in de doceerstand toen een van de studenten (de Lauren van Zoonen die hier ook weleens leuke blogs schrijft) zei dat dit toch wel een magische plek was.

Bam. Dat was ik even vergeten. Maar Rome is natuurlijk niet slechts een plaats waar allerlei oudheidkundig interessants is te zien. Het is ook een plek die je moet ervaren. Er is niets mis met Ruinenlust. Zeker op de Palatijn, waar de overblijfselen van de oude gebouwen zijn opgenomen in een prachtig park, dat zelfs op een grijze decemberdag magisch is.

Lees verder “De Palatijn”

Octavianus

Octavianus (Museum van Epidauros)

Ik had u, in mijn reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek vorige keer achter gelaten bij de moord op Julius Caesar. Zijn moordenaars waren senatoren die de macht wilden teruggeven aan de Senaat. Maar het hoge college was verdeeld. Veel leden hadden leven en positie te danken aan de dictator en sympathiseerden met de nieuwe leider van zijn partij, Marcus Antonius. Binnen enkele dagen was hij meester van stad en imperium. De moordenaars kregen gratie als ze instemden met de maatregelen van de dictator en werden naar onbeduidende provincies weggepromoveerd.

In juli verscheen een komeet aan de hemel en opperpriester Marcus Aemilius Lepidus verklaarde dat dit betekende dat Caesar was opgenomen onder de goden. Dat gaf Antonius rugdekking: voortaan rechtvaardigde hij zijn optreden met een beroep op de vergoddelijkte Julius. Hij beheerste de situatie volkomen.

Lees verder “Octavianus”

De uitvinding van Romulus

Romulus en Remus in gevecht (Basilica Aemilia, Rome)

In de derde eeuw v.Chr. kregen de Romeinen behoefte aan een Romulus. Nu ze Italië hadden verenigd, kregen ze via de Griekse steden in het zuiden meer contact met de prestigieuze hellenistische wereld. De Romeinen wilden zich presenteren zoals men daar van hen verwachtte. Hun stad had dus een stichter nodig, zoals Athene een Theseus had en Thebe een Kadmos.

De steden in Italië kenden al verhalen over Griekse en Trojaanse kolonisten die naar het westen waren gekomen. Er waren ook lokale sagen. De Romeinen schoven die in de late vierde eeuw ineen: eerst was Aeneas naar Italië gekomen, Romulus was zijn zoon. Begin derde eeuw maakte een van de geleerden in Alexandrië, Eratosthenes, Romulus tot een kleinzoon van Aeneas. Een paar traditionele sprookjesmotieven gaven de stadstichter wat kleur: verwekking door een godheid (à la Perseus), het biezen mandje op de rivier (à la Sargon en Mozes), het conflict met een tweelingbroer (à la Zeven tegen Thebe) en een apotheose (à la Herakles).

Lees verder “De uitvinding van Romulus”

Het lege graf

De martelares Vibia wordt het Paradijs binnengeleid (Hypogeum van Vibia, Rome)

Historici zijn simpele zielen. Ze willen alleen vaststellen wat er is gebeurd. Ze ontlenen daaraan geen inspiratie, ze voelen – althans professioneel – geen aandrang er een oordeel over te geven. Dat laten ze over aan anderen en die zijn niet zelden diepzinniger in hun analyse. Simpele historicus die ik ben, beperk ik me in mijn reeks over het Nieuwe Testament tot een enkele vraag: ik wil slechts weten wat er feitelijk is gebeurd, gezegd of gedacht. Daarvoor benut ik enkele ingeburgerde criteria die een zekere mate van objectiviteit moeten garanderen.

Criteria

Een daarvan is de meervoudige attestatie: als iets in één bron staat, is dat minder betrouwbaar dan als het in diverse onafhankelijke bronnen staat. Zo bezien is het lege graf een interessante kwestie, want het staat in twee bronnen: de evangeliën van Marcus en Johannes. (Matteüs en Lukas zijn afhankelijk van Marcus.) Twee is meer dan één, zou je denken, maar je wil toch eigenlijk meer vermeldingen zien. Vandaar dat ik het meestal typeer als het punt waar de historisch-kritische methode op zijn grenzen stuit.

Lees verder “Het lege graf”

Archaïsch Italië en het vroegste Rome

Oriëntaliserende kunst uit Italië: edelsmeedwerk uit de Bernardini-tombe bij Palestrina (Villa Giulia, Rome)

Ergens rond 300 v.Chr., nadat het in de slag bij Sentinum de macht van zijn Italische rivalen had gebroken, maakte Rome zijn opwachting in de geschiedenis. Een middelgrote hellenistische staat. In de loop van de derde eeuw bevocht Rome zich echter een plek onder de grootmachten. Eerst versloeg het koning Pyrrhos, vervolgens brak het de macht van Karthago, daarna verenigde het Italië in een slecht gedocumenteerde strijd tegen binnenvallende Galliërs, weer later viel het de Balkan binnen en veroverde het Andalusië. Dat laatste in de Tweede Punische Oorlog ofwel de oorlog tegen Hannibal.

Daarvóór, in de vijfde en vierde eeuw, was Rome een van de vele Italische stadstaten. En dáárvoor, in de zesde eeuw, regeerden koningen. Daar weten we heel weinig van, al staat vast dat de Karthagers rond 500 v.Chr. Romes gezag over enkele Latijnse havensteden erkenden. Maar wat daaraan voorafgaat, is even legendarisch als pakweg de heerschappij van Theseus over Athene. Wat doe je daarmee, als je De Blois of Van der Spek heet en Een kennismaking met de oude wereld schrijft?

Lees verder “Archaïsch Italië en het vroegste Rome”