Cuijk: de weg is weg (2)

Het zoekgebied rond Cuijk

[Ten oosten van Cuijk moet in de Romeinse tijd een weg hebben gelegen die de brug over de Maas verbond met de forten aan de Rijngrens. Alleen: er is niets van die weg teruggevonden, en dat terwijl de omstandigheden voor het archeologisch onderzoek ideaal waren. Mijn goede vriend Richard Kroes, die ooit betrokken was bij het archeologisch onderzoek te plekke, licht toe. Het eerste deel was hier.]

Een brug zijnde een brug viel aan te nemen dat de weg die aan de kant van Cuijk aansloot op de brug, aan de andere kant verder zou gaan. Meer specifiek: naar de grensroute tussen het Romeinse fort Xanten naar Nijmegen. Je zou een weg hebben verwacht die vanaf de oostelijke Maasoever naar een van deze steden liep. Of twee wegen, in allebei de richtingen. Of naar een van de forten tussen Xanten en Nijmegen, zoals Altkalkar of Qualburg.

Lees verder “Cuijk: de weg is weg (2)”

Op reis (schaamteloze reclame)

Een Rijnlandse dame (Bischöfliches Dom- und Diözesanmuseum, Trier)

Stel, u houdt van reizen en u wil op uw reizen oudheden zien. Zoiets komt in de beste families voor. Ik kan over uw reislust (en budget) geen uitspraken doen maar durf aan het feit dat u op dit moment deze niche-blog aan het lezen bent wel de conclusie te verbinden dat u op reis ook weleens gaat kijken naar een ruïne of in een oudheidkundig museum. Welnu, ik heb twee reizen te noemen die uw belangstelling zouden kunnen hebben. Ik zeg er meteen bij dat ik degene ben die de deelnemers soms attendeert op het interessante tempeltje links, op een aspect van het landschap voor ons en het aardige beeldje in de vitrine rechts.

Eén, Historizon organiseert in juli een reis langs de Neder-Germaanse limes. Ik heb eerder met deze club samengewerkt en dat was altijd opvallend prettig, menselijk. Daarom heb ik ook zin in een reis langs Xanten, Bonn en Trier. Zeg maar het reisje langs de Rijn, Moezel en Ardennen waar onze ouders van droomden, maar dan met een Romeins karakter. We bezoeken op de terugweg de expositie “Oog in oog met de Romeinen” in Tongeren, en zullen twee nachten doorbrengen in Mainz. Die stad is leuk om te beobachten, kan ik u verzekeren; ik heb er echt een zwak voor.

Lees verder “Op reis (schaamteloze reclame)”

Het Nibelungenlied aan de IJssel

De IJssel bij Werth

Ik blog nog even over de IJssel, al is het dit keer de Oude IJssel. Dat is het deel van de rivier dat begint in Duitsland en langs Doetinchem stroomt naar Doesburg. Daar verenigt ze zich met de Gelderse IJssel, die begint in Arnhem en een zijtak is van de Rijn. Vanaf Doesburg stromen de twee rivieren gezamenlijk noordwaarts, langs Zutphen, richting IJsselmeer. De Gelderse IJssel is een kanaal, gegraven in de Vroege Middeleeuwen; Wageningse onderzoekers hebben in 2008 de ooit gangbare theorie weerlegd dat deze waterloop een van de door de Romeinen gegraven Drususgrachten zou zijn.

De Oude IJssel dus. Het gebied waar eeuwenlang ijzererts is gewonnen. De molen hierboven staat in Werth, net over de grens tussen Nederland en Duitsland, en het water is dus de bovenloop van de IJssel. We zijn hier in het gebied waar ooit de Chamaven woonden, wier naam voortleeft in het middeleeuwse graafschap Hamaland. Ook Nebisgast, een van de weinige Germaanse leiders die we bij naam kennen, kwam hier vandaan.

Lees verder “Het Nibelungenlied aan de IJssel”

Ad quintum ferme lapidem

Tijdens de Bataafse Opstand waren er gevechten bij ongeveer de vijfde mijlpaal

Tijdens de Bataafse Opstand (69-70 na Chr.) belegerden de Bataven, aangevoerd door Julius Civilis, de Romeinse legerbasis bij Xanten. In december wisten de Romeinen de belegeraars te verdrijven en het garnizoen te versterken, maar het bevrijdingsleger moest ijlings naar Mainz terugkeren toen die stad werd aangevallen. Daarop sloegen de Bataven opnieuw het beleg op voor Xanten. Na een lange blokkade capituleerde het garnizoen. De Romeinse historicus Tacitus schrijft daarover:

Lees verder “Ad quintum ferme lapidem”

Grenzen trekken

Inscriptie met FINES VICI, “grens van het dorp” (Archeologisch Museum, Rindern)

Het Romeinse Rijk bestond uit provincies die weer waren onderverdeeld in kleinere eenheden. Normaal gesproken waren dat stadstaten (bijv. Athene of Capua), maar de verovering van Gallië schiep een probleem: hier waren geen stadstaten. De Romeinen losten dit vrij simpel op – ik laat in het midden of ze dat bewust deden – door de onderworpen Gallische stammen op te vatten als stadstaten, waarbij dan een van de plaatselijke nederzettingen werd getypeerd als de eigenlijke stad en de rest als het territorium van die stad. De ambiguïteit van het woord civitas, dat zowel stad als stam als gemeente kon betekenen, maakte dit des te eenvoudiger.

Waar lagen de grenzen van de gemeenten, van de voormalige stammen, van de zogenaamde stadstaten? Om dat vast te stellen gebruiken oudheidkundigen een foefje, de Thiessenpolygonen, vernoemd naar de Amerikaanse meteoroloog Alfred H. Thiessen (1872-1956). Hieronder heb ik een voorbeeld, waarbij het eerste plaatje de rivieren toont met bekende stedelijke knooppunten uit de Lage Landen. Bovenaan, onder de Rijn, liggen Voorburg, Nijmegen, Xanten en uiteindelijk rechts Keulen, onderaan liggen van links naar rechts Kassel, Bavay en Tongeren.

Lees verder “Grenzen trekken”

Eclecticisme

Xanten, gereconstrueerde herberg

Afgelopen vrijdag was ik in Xanten, waar enkele gebouwen uit de Romeinse stad Colonia Ulpia Traiana zijn nagebouwd. De reconstructies in het archeologische park zijn doorgaans heel goed doordacht. Wat de Duitse oudheidkundigen niet weten, zullen ze u niet tonen en om die reden is bijvoorbeeld het amfitheater nogal kaal. Uit andere steden weten we dat zo’n executieschouwburg was voorzien van allerlei standbeelden maar omdat de sokkels in Xanten (nog) niet zijn opgegraven, zult u die daar dus niet zien.

Bij de bovenstaande herberg lijkt men iets minder terughoudend geweest. We hebben – althans voor zover ik het kan overzien – in feite geen idee van de kleuren die de antieke stad aan de Rijn kan hebben gehad. Dat er is gekozen voor een witgekalkte muur waarvan de onderkant is geverfd met rode menie, is vermoedelijk gebaseerd op informatie uit Pompeii. Misschien vergis ik me, maar het gaat me in het stukje van vandaag minder om de precieze conclusies dan om de methode waarmee die worden bereikt. De oudheidkundige beschikt in dit geval over twee soorten data: enerzijds datgene wat archeologen op een bepaalde plaats uit de grond halen en anderzijds datgene wat hij, om zo te zeggen, importeert uit andere opgravingen.

Lees verder “Eclecticisme”

Het jaar 117

BOhetjaar127def.indd

Ik ken Tom Buijtendorp persoonlijk. Hij bood me de afgelopen zomer aan zijn boek Het jaar 117, dat vanmiddag wordt gepresenteerd [dode link] in de Amsterdamse Athenaeumboekhandel, mee te lezen. Daar ben ik niet aan toegekomen en pas een week of twee geleden ben ik aan het boek begonnen. Ik heb mijn kans kritiek te leveren dus laten lopen en het zou nu wel heel onsportief zijn als ik me in dit stukje negatief zou uitlaten over Het jaar 117.

Gelukkig is er ook geen aanleiding voor scepsis of kritiek. Buijtendorp beschrijft puntgaaf hoe keizer Trajanus in 98 aan de macht kwam en hoe hij enkele bestuursmaatregelen nam in de provincie Germania Inferior. Daarbij maakt Buijtendorp duidelijk hoe dat het noordwesten van het Romeinse Rijk belangrijker was dan we geneigd zijn aan te nemen. Na enkele hoofdstukken over de verdere regering van Trajanus, vertelt hij over de troonsbestijging van Hadrianus in het jaar 117. Dat is een markant jaar, want Hadrianus besloot af te zien van verdere veroveringen. Enkele gebieden ten oosten van de Eufraat, die zeer kort bezet waren geweest door de Romeinen, werden opgegeven. Latere vorsten hebben nog wel wat toegevoegd, maar het imperium sine fine waarvan de Romeinen ooit hadden gedroomd, had plaatsgemaakt voor een wereldrijk met bestuurders die een evenwicht zochten tussen inkomsten en uitgaven.

Lees verder “Het jaar 117”

Fietsen naar Thessaloniki: afstuderen

Afstuderen in Leiden

Ik was thuis van zo’n zes weken fietsen door België, Frankrijk, Italië en Griekenland en had besloten mijn studie af te maken. Ik schreef dus een scriptie waarin ik de romanisering van het Iberische Schiereiland vergeleek met de daaropvolgende arabisering. Het resultaat ziet u hierboven: ik studeerde af en zette, zoals men in Leiden gewoon is, mijn handtekening op de daarvoor bestemde muur.

Als ik in die tijd in Leiden moest zijn, ging ik op de fiets. Wilde ik nadenken, dan nam ik de route langs de Westeinderplassen en de Braassemermeer; had ik haast, dan was er de route over Hoofddorp en Nieuw-Vennep. Hieruit kunt u afleiden dat ik mijn witte RIH terug had. Dat was echter niet vanzelfsprekend geweest.

Lees verder “Fietsen naar Thessaloniki: afstuderen”

Friezen en Franken (2)

Frankische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)
Vermogende Franken droegen mantelspelden als deze (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In het vorige stukje behandelde ik, aan de hand van de boeken van Luit van der Tuuk, de Friezen: de bewoners van het gebied langs de Noordzeekust vanaf Walcheren tot de Deense istmus. Dit keer wil ik het hebben over de tweede groep in de Lage Landen: de Franken. Dit is een van de stamfederaties die in de derde eeuw na Chr. zijn ontstaan uit oudere stammen: de Amsivariërs langs de Eems, de Chattuariërs langs de Hase, de Chamaven in de Achterhoek. Archeologisch is er geen verschil met de bewoners van het oude Drenthe, waarvan we de naam niet kennen. Misschien hoorden de Tubanten er eveneens bij en gingen ook de Chauken en Friezen op in deze federatie toen zij in de derde eeuw het kustgebied verlieten en het binnenland introkken.

De nieuwe federatie heet, misschien wel naar een van de deelnemende stammen, de Saliërs, de “Salische Franken”.Er waren meer groepen Franken. Ook de oude Bructeren uit het Roergebied en de Chatten van het Taunusgebergte werden Frankisch genoemd.

In het midden van de vierde eeuw trokken de Salische Franken het Romeinse Rijk binnen. Generaal Julianus – de latere keizer – stond ze toe zich te vestigen in wat nu Brabant heet. Ze waren overigens niet de eersten: uit aardewerkstudies waarover ik al eerder blogde, weten we dat al in de derde eeuw mensen vanuit Drenthe naar het Scheldegebied verhuisden. Door deze migraties verschoof de Taalgrens naar waar ze nu ligt.

Lees verder “Friezen en Franken (2)”

De kunst van de Franken

Frankische spangenhelm (© Burg Linn, Krefeld)
Spangenhelm, zoals gedragen door de Franken (© Burg Linn, Krefeld)

Ik toonde vorige week zondag vier kunstvoorwerpen die illustreerden dat de Lage Landen een economische en politieke krachtcentrale kunnen zijn. Nooit was dat duidelijker dan in de tijd na de desintegratie van het West-Romeinse Rijk, toen de Franken vanuit de huidige Benelux het land onderwierpen dat naar ze is vernoemd. In de Nederlandse geschiedeniscanon komen de Franken er (anders dan in België, Duitsland en Frankrijk) wat bekaaid vanaf. Toch zijn de Franken – en meer in het algemeen de cultuur van de zesde tot en met achtste eeuw – de moeite waard, zoals ik vandaag wil tonen.

Het heeft geen zin te ontkennen dat de Franken een krijgslustig volkje waren, dus ik begin met wat wapens. Wapens die er precies hetzelfde uitgezien zouden hebben als ze waren gedragen door hun buurvolken. Zo is de bovenstaande helm, die te zien is in Burg Linn in Krefeld, een betrekkelijk standaardmodel. Wel is ze erg mooi, zodat men wel aanneemt dat het gaat om een vorstengraf.

Lees verder “De kunst van de Franken”