Hercules Magusanus

Hercules Magusanus (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Hercules Magusanus geldt als een van de belangrijkste goden van de Bataven. Dat zegt althans iedereen, maar er zijn haken en ogen. Dat iets goed is gedocumenteerd, wil vanzelfsprekend niet zeggen dat het belangrijk was. Maar na deze en nog wat andere kentheoretische slagen om de arm, moeten we maar denken dat Hercules Magusanus een belangrijke Bataafse godheid is geweest.

Hercules Magusanus

Toen ik u in december uitnodigde voor de oudejaarsvragen, kreeg ik voor het eerst de vraag voorgelegd waar Magusa lag. De normale lezing van “Hercules Magusanus” is immers dat het de halfgod Hercules was, zoals die werd vereerd met de rituelen van Magusa. De vraag verbaasde me omdat ik niet beter wist dan dat Hercules Magusanus een zogeheten syncretisme was: twee goden die aan elkaar werden gelijkgesteld, zoals Apollo Grannus en Mars Lenus. Dat ik niet beter wist, betekent natuurlijk niet dat Hercules Magusanus ook werkelijk een syncretisme was. Er zijn volop goden die een plaatsnaam hebben als bijnaam. Zo is Hercules Deusoniensis de Hercules van Deuso. Kortom, het was een goede vraag.

Lees verder “Hercules Magusanus”

De samaritaanse vrouw

Een ontmoeting van een vrouw en een man bij een bron (Istanbul, Archeologische Musea)

Aan het begin van het evangelie van Johannes vinden we het verhaal van Jezus’ ontmoeting met de samaritaanse vrouw. Eerst maar even een misverstand wegruimen: de bewoners van de stad Samaria heten Samarianen en de leden van de samaritaanse geloofsgemeenschap zijn samaritanen. Die groepen vielen en vallen niet samen en Johannes’ samaritaanse vrouw woont dan ook niet in Samaria maar in het verder niet bekende Sychar.

Het is logisch dat we Sychar niet kennen, want het moet een vlek op de landkaart zijn geweest, waar een vrouw water haalde bij de dorpsput. Daarom is het een verrassing dat Johannes het een polis noemt, wat oorspronkelijk de aanduiding was van een zelfstandige en autonome nederzetting, en in de Romeinse tijd meestal verwijst naar een gemeente met eigen bestuur. Dankzij auteurs als Flavius Josephus kennen we de topografie van de regio vrij goed – maar niet Sychar. Overigens hoefde een polis geen stadsmuur, geen raadsgebouw, geen theater, geen aquaduct, geen gymnasium en zelfs geen markt te hebben om toch een zelfstandige gemeente te zijn,noot Pausanias, Gids voor Griekenland 10.4.1. dus wie weet bestond er een polis Sychar die te klein was voor Josephus’ opmerkzaamheid. In elk geval: het was een onbeduidende plek.

Lees verder “De samaritaanse vrouw”

De zevende hemel

De tien manichese hemels

Zoals gebruikelijk blog ik op zondag over de Grieks-Romeins-Joodse wereld van het Nieuwe Testament, en vandaag moet dat maar eens gaan over het wonderlijke idee dat er boven de aarde diverse hemels zijn. Zo schrijft de apostel Paulus in zijn Tweede Brief aan de Korintiërs:

Ik ken een volgeling van Christus die veertien jaar geleden tot in de derde hemel werd weggevoerd – in zijn lichaam of buiten zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen. Maar ik weet dat deze man …   werd weggevoerd tot in het paradijs en dat hij daar woorden hoorde die geen mens kan en mag uitspreken.noot 2 Korintiërs 12.2-4; NBV21.

Lees verder “De zevende hemel”

Segovia

Het Romeinse aquaduct van Segovia

De vaste lezers van deze blog kennen mijn belangstelling voor het voor-Romeinse verleden van West-Europa. Ik heb vaak genoeg geschreven over de Gallische taal en over voorwerpen als de Krater van Vix. Iberië is echter altijd wat onderbelicht gebleven, hoewel ik in mijn scriptie de processen van romanisering en arabisering heb vergeleken, en hoewel ik een zwak heb voor Spanje.

“Keltisch” is altijd een beetje een lastig begrip. Eigenlijk komen in dat woord drie dingen samen: om te beginnen de volken die in de Oudheid Keltisch zijn genoemd (wél degenen die wij Germanen noemen, níet de Britten), verder degenen die een taal spraken die wij Keltisch noemen (wel de Britten, niet de Germanen), en tot slot de La Tène-cultuur, die weer andere grenzen heeft. De Iberische ijzertijdculturen zijn niet echt goed te typeren als La Tène, hoewel sommige groepen wel Keltische talen hebben gesproken.

Lees verder “Segovia”

Mattias, een van de Twaalf

Romeinse bijl (Noord-Brabants Museum, Den Bosch)

Historici zijn simpele mensen. Ze willen alleen maar weten hoe iets in het verleden is geweest. Zo simpel. Dat doen ze niet omdat ze het verleden inspirerend vinden of omdat ze aandrang voelen deze of gene praktijk verontwaardigd te veroordelen. Het is voor historici voldoende om gebeurtenissen, meningen of maatschappijstructuren te kennen. Gesubsidieerde historici spreken weleens over de relevantie van het verleden, maar daarvan hoeven wij ons niks aan te trekken. Het is immers voldoende dat verleden gewoon interessant is.

Wij hoeven slechts te constateren dat er in het tweede kwart van de eerste eeuw na Chr. binnen het jodendom een groep ontstond die “christenen” werd genoemd. Anderen mogen daarvan zeggen dat het christendom, van de vele wegen die naar de hemel leiden, een vrij directe is, of juist beweren dat de mensheid beter niet christelijk was geweest. Dat mag allemaal, maar de historicus heeft daarover, althans professioneel, geen mening. Die zet de feiten op een rij. Niet meer. Niet minder. De historicus is een simpel mens.

Lees verder “Mattias, een van de Twaalf”

Lezen in de Oudheid

Een jongen probeert te lezen; in zijn hand heeft hij een aanwijsstokje (Bank van Cyprus)

Bij de boeken die ik momenteel aan het lezen ben, behoort ook De gereedschapskist van de Bijbelschrijvers van Klaas Smelik. Een prima boek, maar u hoeft niet naar de boekhandel te rennen om het te gaan kopen, want het verschijnt rond 17 juni; de auteur was zo vriendelijk me een PDF te sturen. Smelik is overigens ook de auteur van een boek over de Protocollen van de Wijzen van Zion, waarover ik al eerder blogde.

Hardop lezen

In De gereedschapskist legt Smelik de verhaaltechnieken uit van de auteurs van de Hebreeuwse Bijbel, met parallellen uit latere literatuur en dus ook het Nieuwe Testament. Zorgvuldige lezer die hij is, attendeert hij op een detail uit de Handelingen van de apostelen waar ik altijd overheen heb gelezen.

Lees verder “Lezen in de Oudheid”

Romeins Halder

Hercules in actie (Romeins Museum, Halder)

Weinig musea zijn zo mooi gehuisvest als het piepkleine Romeinse museum in Halder: het ligt middenin een natuurgebied, als een bijgebouw van een landgoed dat in de zeventiende eeuw is aangelegd op een donk bij het Brabantse riviertje de Dommel. Aan de cour van het landhuis is een theehuis, waar het goed toeven is. Kortom: ideaal voor een fietstochtje.

Je denkt bij Romeins Nederland niet meteen aan het Brabantse platteland, hoewel er bij mijn weten al zeker veertig jaar systematisch onderzoek wordt gedaan, dat zich vooral richtte op grote landgoederen zoals Hoogeloon. Een bestaande boerderij is daar in de eerste twee eeuwen na Chr. uitgegroeid tot een buitenverblijf dat in Italië niet zou hebben misstaan. Er was zelfs een badhuis. Elders in Noord-Brabant zijn landelijke nederzettingen gedocumenteerd die meer het karakter hebben behouden van een IJzertijdnederzetting. Ook daar was de Romeinse nabijheid echter voelbaar.

Lees verder “Romeins Halder”

Vienne

De “triomf van Vienne” (Lugdunum, Lyon)

In mei 1992, deze maand drieëndertig jaar geleden, maakte ik een lange fietstocht naar Griekenland. Ik ging dwars door Frankrijk – Reims, Troyes, Alesia, Beaune – en op een dag bereikte ik Lyon. Op de Place Bellecour, zoals het mooie centrale plein heet, trok mijn met tent en tassen beladen fiets wat bekijks en ik raakte aan de praat met een jonge vrouw die, als ik het me goed herinner, Adrianne heette. Het was een hartelijk gesprek, en eigenlijk was ik niet eens heel erg verbaasd toen ze m even later in Vienne opwachtte met dingen die ik op de camping lekker zou vinden. Een reiziger heeft altijd leuke ontmoetingen, maar deze zal me altijd bijblijven. En dus heb ik ook warme herinneringen aan Lyon en Vienne.

Gallisch oppidum

Die laatste stad ligt aan de samenvloeiing van de rivieren Rhône en Gère. Ze is ontstaan toen de Gallische stam der Allobrogen een oppidum (heuvelfort) inrichtte op de heuvels die tegenwoordig Pipet en Sainte-Blandine heten. De stam werd in 120 v.Chr. door de Romeinen onderworpen – de zegevierende generaal Quintus Fabius Maximus kreeg de bijnaam Allobrogicus – en kregen te verstaan dat ze aan de voet van hun heuvel moesten gaan wonen. Een stad in een rivierdal was voor de Romeinen immers makkelijker in te nemen dan een nederzetting op een heuvel.

Lees verder “Vienne”

De antieke watermolen

Reconstructie van een door een watermolen aangedreven zaagmachine (Schloss Schallaburg)

Het is wel eens beschouwd als een van de grootste historische canards: het idee dat de watermolen pas in de Middeleeuwen zou zijn uitgevonden. Het bewijs dat ze al in de Oudheid watermolens kenden, is echter overstelpend. Waar en hoe ze precies zijn uitgevonden is niet helemaal duidelijk, maar we weten wel het een en ander.

Je hebt namelijk twee dingen nodig: waterraden om een as te laten draaien en tandwielen om die rotatie om te zetten in de beweging van bijvoorbeeld een zaag. De herkomst van het tandwiel ken ik niet, maar om een waterrad te bedenken, heb je een flinke rivier nodig met een gestage stroom. Daarmee kom je eigenlijk automatisch uit bij de Eufraat, Tigris en Nijl.

Lees verder “De antieke watermolen”

Romeins Lyon

Het altaar van de drie Gallische provincies in Lyon (Thermenmuseum, Heerlen)

Ik ben gisteravond aangekomen in Lyon. Een oude stad, met een voor-Romeins verleden. Er zijn hier twee Keltische nederzettingen geïdentificeerd, waarschijnlijk bewoond door de stam van de Segusiavi; ze gaan terug op de vroege La Tène-tijd, zeg maar 450 v.Chr. De ene nederzetting was een oppidum, een heuvelfort, op de westelijke oever van de Saône; deze locatie staat bekend als Fourvière. De andere nederzetting lag op de landtong tussen de Saône en de Rhône. Deze vroege stad heette mogelijk Lugudunon (“heuvel van Lugus”). Die naam is in elk geval aangetroffen op een munt uit 42 v.Chr. Het moge duidelijk zijn dat de Latijnse naam Lugdunum daarvan is afgeleid.

Het vroege Lyon lag dus aan de samenvloeiing van twee belangrijke rivieren. De Saône verbond de regio met de Moezel en de Rijn, en de Rhône leidde in de richting van de Boven-Donau. We kunnen ons het vroege Lyon voorstellen als een handelscentrum. Dat wordt bevestigd door de aanwezigheid van Italische amforen en Grieks aardewerk.

Lees verder “Romeins Lyon”