De Thraciërs (3)

Thracische Pegasos (Archeologisch museum, Razgrad)

[Dit is het derde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

De Perzische tijd

In mijn vorige blogje noemde ik de Perzische aanwezigheid in Thracië. Die begon toen koning Darius I de Grote de Bosporus overstak, een gebeurtenis die meestal wordt gedateerd rond 516 v.Chr. Zijn leger rukte op naar de Donau, waar de Geten weerstand boden maar werden onderworpen.noot Herodotos, Historiën 4.93. Daarna staken de Perzen de rivier over voor een campagne tegen de Skythen, waar we helaas weinig van begrijpen. Wat we wel begrijpen is dat een deel van de Thraciërs vanaf nu deel uitmaakte van het Perzische Rijk. Ze staan afgebeeld op de Apadana-reliëfs uit Persepolis en worden genoemd in diverse teksten.

De heuvel van Eïon, bij een riviermonding aan de Egeïsche noordkust, was de residentie van de bestuurder van de Perzische bezittingen in Europa. Deze versterking is in gebruik gebleven tot 476/475, toen de Atheners haar innamen. De Perzische aanwezigheid in Thracië duurde dus ongeveer veertig jaar, maar er is weinig over bekend, althans aan mij. Ik lees dat lokale vorsten daarna de macht overnamen, wat vooral blijkt uit de munten waarmee ze hun autonomie onderstreepten. Zoals ik al opmerkte, was het Odrysische koninkrijk, gelegen in het zuidoosten, in de vijfde eeuw het meest opvallend. Onze voornaamste bron, Herodotos, lijkt vooral dit gebied te beschrijven,noot Herodotos, Historiën 5.3-8.  al wekt hij de indruk ook de Geten te hebben bezocht. De Odrysen hadden goede relaties met de Atheners en de Krim.

Lees verder “De Thraciërs (3)”

De Dame van Elche

De Dame van Elche (Nationaal Archeologisch Museum, Madrid)

Ik heb nog nooit iemand ontmoet niet onder de indruk was bij het zien van een afbeelding van de Dame van Elche. Niet dat ik dit heb getoetst door middel van een representatief bevolkingsonderzoek, maar alleen al uit het afgelopen halve jaar herinner ik me een stuk of vijf mensen die zich er ongevraagd positief over uitlieten.

Ontdekking

Het beeld is in 1897 gevonden bij Elche (of Elx, zoals men ter plekke zegt), waar een antieke stad lag die de Grieken Helike noemden en de Romeinen Ilici. Lange tijd is beweerd dat de ontdekker een veertienjarige jongen was die Manuel Campello heette. Zo’n verhaal past goed bij het slappe format “niet-archeoloog doet ontdekking en zorgt dat het bij de autoriteiten komt en het blijkt belangrijk en nou is de wetenschap heel erg blij”. Archeologen gebruiken dit format graag om mensen ervan te overtuigen vondsten te melden. Dat die vondsten zelden werkelijk belangrijk zijn, wordt er nooit bij gezegd, en ik voel me altijd ongemakkelijk als ik weer lees dat een kind, een wandelaar of een soldaat die een schuttersputje aan het graven was, een vondst deed en meldde. Wetenschappelijke persberichten zijn er om te informeren, niet om te nudgen.

Lees verder “De Dame van Elche”

Aristoteles over de Nijl

Ergens langs de Nijl

De studenten die in de Late Middeleeuwen aan de Sorbonne filosofie studeerden, kregen een reeks teksten te lezen, waaronder een forse hoeveelheid Aristoteles. Omdat er veel studenten waren, waren er dus ook veel boeken, en zo komt het dat we ruim tachtig kopieën hebben van het traktaatje dat bekendstaat als De overstroming van de Nijl. Tachtig handschriften is heel veel.

Helaas is de Griekse tekst, op een citaat in een fragment op een papyrus uit Oxyrhynchos na, verloren gegaan, maar dat vormt niet het laatste woord. Aan de hand van enkele specifieke vertaalkeuzes is vast te stellen dat de Latijnse vertaling is gemaakt door Willem van Moerbeke (1225-1286), wiens vertaalprincipes bekend zijn: hij wilde niet alleen de inhoud weergeven, maar liefst ook de Griekse zinsopbouw, zelfs als de weergave daarvan slecht Latijn opleverde. Dat betekent dat onbegrijpelijke stukken Latijn weleens begrijpelijker worden als je bedenkt wat er gestaan zou kunnen hebben in het Grieks.

Lees verder “Aristoteles over de Nijl”

Een vaas die fluit

Een fluit in de vorm van twee kruikjes, versierd met een panfluitist; Vicus-cultuur (Musée du Quai Branly, Parijs)

De trouwe lezers van deze blog weten dat ik een groeiende belangstelling heb voor Precolumbiaans Amerika, dus de Nieuwe Wereld vóór Columbus. Natuurlijk is dat eigenlijk dezelfde interesse als mijn belangstelling voor de Oudheid of het Midden-Oosten: een andere wereld die je dwingt na te denken over de wereld waarin je zelf woont. Mijn groeiende belangstelling voor Precolumbiaans Amerika is echter ongestructureerd. Ik lees weleens wat, maar ik ben nooit in Mexico of Peru geweest, en moet het vooral doen met wat ik oppik in volkenkundige musea.

In het Musée du Quai Branly in Parijs zag ik voorwerpen die ik maar zal aanduiden als fluitende vazen. Ze bestaan uit twee kruikjes, waarvan de een open is en de ander gesloten, zij het dat die uitloopt op een fluit. Die is vaak versierd en kan dan bijvoorbeeld de vorm hebben van een mannetje of een vogel of iets anders. De twee vaasjes zijn verbonden door een buisje. Als je nu water giet in het open vaasje, loopt het door het buisje naar het andere kruikje, waar het de lucht wegperst door de fluit. Je kunt die fluitende vazen ook een beetje schudden, dan maken ze (denk ik) korte piepgeluiden.

Lees verder “Een vaas die fluit”

Het Comitium in Rome

Opgraving onder het Comitium

Wie de Senaatszaal verliet, kwam op het Comitium. Na de renovatie door Julius Caesar en Augustus was van het oorspronkelijke plein, dat ten tijde van de Republiek ruimte had geboden aan de Volksvergadering, weinig over. Destijds hadden om het ronde terrein, dat een doorsnede had van vijfentwintig meter, lage tribunes gestaan en eretekens voor verdienstelijke mensen en de profetessen die Sibillen werden genoemd. De Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere stuitte op een vermelding van nog twee beelden:

Ik heb ontdekt dat aan weerszijden van het Comitium beelden van Pythagoras en Alkibiades hebben gestaan, omdat de Delfische Apollo ons tijdens de Samnitische Oorlog gelastte op een opvallende plaats standbeelden op te richten van de machtigste en de verstandigste onder de Grieken. Ze hebben er gestaan totdat de dictator Sulla het Senaatsgebouw vergrootte tot op die plaats. Het is overigens wonderlijk dat de vroede vaderen Pythagoras hoger aansloegen dan Sokrates, die door dezelfde god toch als meest verstandige is aangewezen, dat ze Alkibiades verdienstelijker vonden dan zoveel anderen, en dat ze iemand hoger achtten dan Themistokles, die machtig én verstandig was.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 34.26.

Lees verder “Het Comitium in Rome”

De Zevende Brief is echt van Plato (maar niet helemaal) (8)

Plato (Altes Museum, Berlijn)

[Dit is het laatste van acht door Marco Folpmers geschreven blogjes over de mogelijkheid met artificiële intelligentie Plato’s Zevende Brief te analyseren. Het eerste was hier. In dit blogje: is het bewijs nu rond?]

Perry’s analysenoot J.B. Perry, Examining the Authenticity of Plato’s Epistle VII through Deep Learning (2021; Bachelor’s thesis, Harvard College). is knap gedaan, maar desondanks is dit niet het definitieve bewijs dat de Zevende Brief (afgezien van twee latere interpolaties) authentiek is. Dit is hooguit een eerste aanzet.

Kritiek

Op de eerste plaats is er de aard van de publicatie. Dit is een scriptie. Een scriptie van de Harvard-universiteit is natuurlijk een scriptie van een excellent instituut en ook de studie zelf en de genoemde begeleidende docenten zien er geloofwaardig en gezaghebbend uit. Maar het is geen publicatie in een peer-reviewed journal. Misschien volgt die nog. Maar op het moment ontbreken er nog essentiële “checks and balances”.

Lees verder “De Zevende Brief is echt van Plato (maar niet helemaal) (8)”

De Zevende Brief is echt van Plato (maar niet helemaal) (7)

Plato (Louvre, Parijs)

[Dit is het voorlaatste van acht door Marco Folpmers geschreven blogjes over de mogelijkheid met artificiële intelligentie Zevende Brief van Plato te analyseren. Het eerste was hier en we gaan nu met de brief aan de slag.]

In zijn artikelnoot J.B. Perry, Examining the Authenticity of Plato’s Epistle VII through Deep Learning (2021; Bachelor’s thesis, Harvard College). verdeelt Perry de Zevende Brief in drieënzeventig brokstukken van honderd woorden. Per brokstuk wordt de kans berekend dat het (conform het ontwikkelde model) toegeschreven moet worden aan Plato. Wanneer vervolgens de brokstukken gegroepeerd worden in vijf achtereenvolgende onderdelen levert dat het beeld op zoals weergegeven in de onderstaande tabel.

Lees verder “De Zevende Brief is echt van Plato (maar niet helemaal) (7)”

De Zevende Brief is echt van Plato (maar niet helemaal) (6)

Plato (Capitolijnse Musea, Rome)

[Dit is het zesde van acht door Marco Folpmers geschreven blogjes over de mogelijkheid met artificiële intelligentie Plato’s Zevende Brief te analyseren. Het eerste was hier. Hoe pakt een onderzoeker dat aan?]

Een publicatie van de Amerikaanse Harvard-universiteit heeft in 2021 nieuw licht geworpen op de auteursvraag van de Zevende Brief van Plato. Het betreft de scriptie van Jordan Bliss Perry voor “the departments of computer science and the classics” van Harvard.noot J.B. Perry, Examining the Authenticity of Plato’s Epistle VII through Deep Learning (2021; Bachelor’s thesis, Harvard College). Over deze Perry is verder weinig te vinden.

Weliswaar is dit geen officiële publicatie in een journal met peer-review, maar van de andere kant zien de publicatie an sich en de begeleiders er betrouwbaar uit. Ik zal nog terugkomen op de verschijningsvorm van deze studie.

Lees verder “De Zevende Brief is echt van Plato (maar niet helemaal) (6)”

De Zevende Brief is echt van Plato (maar niet helemaal) (5)

Plato (Glyptothek, München)

[Dit is het vijfde van acht door Marco Folpmers geschreven blogjes over de mogelijkheid met artificiële intelligentie de Zevende Brief van Plato te analyseren. Het eerste was hier. We komen ter zake.]

Bij de meest recente inzichten met betrekking tot de attributie van de Zevende Brief van Plato zullen we zien dat we te maken hebben met wat we in het vorige blogje een multinomiale classificatie noemden. Het model van Jordan Bliss Perry alloceert een tekstonderdeel aan Plato of aan een andere auteur uit een gesloten lijstje van zes tijdgenoten: Xenophon, Thucydides, Demosthenes, Lysias, Isocrates en Aeschines.

Taalmodellen en kunstmatige intelligentie

De meest recente ontwikkeling is dat statistische modellen, zoals banken die gebruiken, ook op natuurlijke talen toegepast kunnen worden. De data bestaan dan uit de corpora van diverse auteurs en met statistische modellen beogen onderzoekers de omstreden tekst toe te schrijven aan een specifieke auteur.

Lees verder “De Zevende Brief is echt van Plato (maar niet helemaal) (5)”

De Zevende Brief is echt van Plato (maar niet helemaal) (4)

Plato (Louvre, Parijs)

[Dit is het vierde van acht door Marco Folpmers geschreven blogjes over de mogelijkheid met artificiële intelligentie de Zevende Brief van Plato te analyseren. Het eerste was hier. Voor we verder gaan eerst twee nuanceringen.]

Het berekenen van de prestatie-statistieken gebeurt vaak tweemaal, op twee gescheiden subsets van de totale verzameling van historische data. Bij het vinden van het beste verband tussen input-data en de te verklaren variabele (wanbetaling in het voorbeeld uit het vorige blogje) worden in feite de prestaties van het model geoptimaliseerd. Dat kan soms ook op een gewogen manier zijn, bijvoorbeeld dat de modelleur sensitiviteit belangrijker vindt dan specificiteit.

Deze procedure brengt met zich mee dat het statistische model geoptimaliseerd wordt op de toepassing van de input-data. Maar betekent dit ook dat het model ook in andere gevallen (die niet in de ontwikkel-set zaten) goed werkt? Met andere woorden: is het model generaliseerbaar naar andere gevallen of nieuwere gevallen?

Lees verder “De Zevende Brief is echt van Plato (maar niet helemaal) (4)”