De ruiter van Hornhausen

De Ruiter van Hornhausen (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

Een van de redenen waarom ik al jaren naar het Landesmuseum für Vorgeschichte in Halle wilde, was het bovenstaande reliëf. Het stond ook op het boekje met Germaanse heldensagen dat ik een kleine halve eeuw geleden heb gelezen, en sindsdien fascineert het me. Het valt me moeilijk bij het zien ervan niet te denken aan Siegfried, Hildebrand of Beowulf. Eenmaal in Halle realiseerde ik me dat die betoverende verhalen me ervan hadden weerhouden uit te vogelen wat voor reliëf dit eigenlijk was.  In mijn gedachten was het “dat reliëf” van “die Germaanse ruiter”. De auteur van het boekje over de Germaanse heldenliederen schreef dat het Wodan was.

Het reliëf, in 1874 ontdekt bij Hornhausen (vlakbij Maagdenburg), stelt inderdaad een ruiter voor, voorzien van helm, speer, zwaard, schild en broek. De helm zou van hetzelfde type kunnen zijn als die uit Sutton Hoo, dus met een volledige bedekking van het gezicht, maar dat is niet goed uit te maken. Er is geen stijgbeugel. Het paard is nogal groot. Recht onder het dier lijken drie horizontale lijnen te staan, maar als je goed kijkt, zie je dat het een enorme slang is, wiens levenloze kop rechtsonder naar beneden afhangt, in het onderregister, dat is versierd met een vlechtwerk van slangen. Dit wordt vanouds uitgelegd als het “binden” van het kwaad, wat natuurlijk wel past bij de gedode slang onder de paardenvoeten. Er is ook een bovenregister geweest, waarvan alleen nog wat voeten zijn te zien.

Lees verder “De ruiter van Hornhausen”

De reis van Xuan Zang (2)

Een stupa bij Taxila

[Ik blogde gisteren over de Chinese boeddhistische pelgrim Xuan Zang, die een bezoek bracht aan India en daarvan verslag deed. Deel een is hier.]

Vanuit Kashmir verder reizend naar de Punjab, werden Xuan Zang en zijn reisgenoten weer eens beroofd, maar met een andere monnik wist hij te ontsnappen. Een brahmaan besloot hen te helpen. Hij verzamelde wat dorpelingen en samen redden ze de andere metgezellen. Die treurden om hun verloren bagage, maar Xuan Zang herinnerde ze eraan dat aardse bezittingen eigenlijk slechts ballast waren. De bestolenen zullen deze relativerende woorden vast hebben ervaren als een grote troost.

Via de geboorteplaats van de Sanskriet-grammaticus Panini bereikte het beroofde reisgezelschap de stad Sangala en de rivier de Beas, die min of meer het oostelijkste punt waren geweest van de tocht van Alexander de Grote. Helaas levert Xuan Zang weinig informatie die ons helpt om precies vast te stellen waar Alexander moest terugkeren – maar u begrijpt waarom ik belangstelling heb gehad voor deze tekst.

Lees verder “De reis van Xuan Zang (2)”

De reis van Xuan Zang (1)

Xuan Zang

Ik ben niet zo vertrouwd met het boeddhisme, maar dankzij een blogje van Kees Alders weet ik dat in de eerste eeuw van onze jaartelling de boeddhistische stroming die bekendstaat als Mahayana zich vanuit de Punjab verspreidde tot in China. (Ik begrijp dat aanhangers van deze stroming denken dat niet alleen Boeddha, maar ieder mens in staat is verlicht te raken, en dat ze iemand die daarnaar streeft een Bodhisattva noemen.) De verspreiding van deze ideeën richting China was mogelijk doordat Centraal-Azië én de Punjab waren verenigd in het rijk van de Kushana’s.

Pelgrim en boekenzoeker

Uiteraard waren er vrome Chinese boeddhisten die geïnteresseerd waren in het land waar hun levensbeschouwelijke opvattingen waren ontstaan. Talloze pelgrims trokken over de Himalaya naar India. Ik blogde al eens over het onderzoek van de Leidse onderzoekster Marike van Aerde, die zich bezighoudt met de rotstekeningen uit het gebied van de Boven-Indus. Niet iedereen nam de weg over de hoge bergen. De Chinese reiziger Xuan Zang reisde vanuit Xinjiang langs een noordelijkere en westelijker route, door de Ferganavallei, door Sogdië en Baktrië, over de Hindu Kush en door Gandara naar de Punjab.

Lees verder “De reis van Xuan Zang (1)”

Het ontstaan van de islam

Rechtsgeleerden in discussie in een bibliotheek

Een tijdje geleden plaatste ik hier een reeks blogjes over het ontstaan van het Kalifaat. Die gebeurtenis vormt het slotakkoord van de Oudheid: de demografische neergang van de zesde eeuw, de groeiende samenwerking tussen de Arabischsprekenden, de doorbraak van het monotheïsme en soortgelijke laatantieke processen kwamen samen en het resultaat was een nieuwe samenleving. In die nieuwe samenleving ontwikkelde zich de islam, waarover ik ook al blogde.

De bliksemsnelle groei van een wereldrijk en de geboorte een wereldgodsdienst vormen interessante thema’s; het zijn onderwerpen waar wetenschappelijk beweging in zit; en ik denk er al langer over daar eens een boek aan te wijden. Het probleem is natuurlijk dat mijn kennis van het Arabisch en een hele reeks andere relevante talen beperkt is. Gelukkig ken ik aardige arabisten en islamologen.

Lees verder “Het ontstaan van de islam”

De grenzen van de Oudheid

Jan Collaert, “Nieuwe ontdekkingen” (1600)

Ik blogde onlangs over de ruimtelijke grenzen van de Oudheid. Volgens mij is de traditionele verdeling naar op taal gebaseerde culturen – dus Griekenland, Egypte, Perzië enz. – inmiddels achterhaald en is het nu zinvoller het verleden te bestuderen aan de hand van maatschappijtypen. Immers, het maatschappijtype stelt grenzen aan wat een gegeven cultuur vermag en het eigene blijkt uit de binnen die grenzen gemaakte keuzes. Er is echter nog een tweede afbakening van de Oudheid: de begrenzing in de tijd. Ook die is historisch gegroeid.

Drie tijdperken, twee transities

Ik heb ooit geweten wie de verdeling Oudheid – Middeleeuwen – Nieuwe Tijdnoot Die laatste wordt weer verdeeld in Nieuwe Tijd en Nieuwste Tijd, maar dat laat ik even buiten beschouwing. heeft bedacht; het was een geestelijke die werkzaam was op Corsica, als ik me goed herinner. Feit is in elk geval dat men ten tijde van de Italiaanse Renaissance het idee had dat er een nieuwe tijd was begonnen en dat er twee verledens waren om uit te kiezen: de Romeinse tijd (goed) en de Middeleeuwen (slecht). In allerlei opzichten zocht men aansluiting bij de Oudheid. Men zocht antieke teksten, men probeerde de oude filosofie te doen herleven, men zette gebouwen neer met quasi-antieke façades, en men streefde naar herstel van het vroegste christendom.

Lees verder “De grenzen van de Oudheid”

Het Ware Kruis (2)

Herakleios verslaat de Perzische koning Khusrau II (Louvre, Parijs)

[Tweede en laatste blogje over de geschiedenis van het Ware Kruis in Jeruzalem. Het eerste was hier.]

In het jaar 602 brak een enorme oorlog uit tussen het Byzantijnse Rijk en het rijk van de Sassanidische Perzen. Het kruisfragment in Jeruzalem, dat blijkbaar niet groter was dan het kistje waarin het paste, werd in 614 meegenomen toen de legers van de Sasanidische koning Khusrau II de Overwinnaar, aangevoerd door generaal Shahrbaraz, Jeruzalem bezetten. De vele nestoriaanse christenen in het Perzische Rijk, met hun nadruk op het menselijke aspect van Christus’ bestaan, zullen het hebben gewaardeerd. Veertien jaar en enkele nederlagen later, moesten de Perzen het teruggeven aan de Byzantijnse keizer Herakleios.

De nieuwe plaatsing van het reliek in Jeruzalem op 14 september 628 is sindsdien herdacht als het feest van Kruisverheffing. De teruggave van het kruisfragment is een historisch feit, maar ook hier ging de legendevorming ermee aan de haal: omdat het toch wat gênant was dat men het Ware Kruis ooit kwijt was geweest, bedacht men dat het feest herdacht dat het kruisfragment voor het eerst tentoon was gesteld na de inwijding van de door Constantijn ingewijde basiliek.

Lees verder “Het Ware Kruis (2)”

De eerste Baiuvaren (2)

Schildbeslag van een Baiuvaarse krijger (Archäologische Staatssammlung, München)

[Dit is het tweede deel van Josine Schrickx’ blogje over de vroegste teksten over de Baiuvari, de zesde-eeuwse bewoners van wat nu Beieren heet. Het eerste was hier.]

Fredegar

Bij de volgende passage uit het lemma in de Thesaurus Linguae Latinae bevinden we ons buiten de eigenlijke tijdsgrens van dat project, die ligt rond 600 na Chr. Het komt volgende fragment komt uit de Kroniek van Fredegar, die dateert uit de tweede helft van de zevende eeuw:

Lees verder “De eerste Baiuvaren (2)”

De snelle arabisering van de Maghreb

Maghrebijnse munt, vroege achtste eeuw (Raqqada, Kairouan)

[Laatste van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

Er is een wonderlijk verschil tussen landen als Syrië en Egypte enerzijds en de Maghreb anderzijds: in de oostelijke landen bleef, toen de Arabieren kwamen, de laat-Romeinse bevolking nog lange tijd herkenbaar, terwijl ze in de Maghreb snel verdween. Anders geformuleerd: in de Levant (en ook op het Iberische Schiereiland, trouwens) waren nog eeuwenlang niet-Arabisch sprekende, joodse of christelijke groepen aanwezig, maar in de Maghreb was dat fors minder. Waarom?

Steden en nomaden

Het kan samenhangen met de inbedding van de steden in het grotere economische systeem. In het oosten waren de steden oeroud en was de hele sociaal-economische wereld gebaseerd op steden. In Tunesië, Algerije en Marokko waren de Fenicische en Numidische steden weliswaar ontstaan vóór de Romeinen, maar pas groot gemaakt toen de Romeinen begonnen met de systematische kolonisatie van de Hautes Plaines. Ze waren veel minder dominant en met de demografische neergang van de Late Oudheid verschoof het economisch zwaartepunt naar de nomadische Berbers.

Lees verder “De snelle arabisering van de Maghreb”

Uqba ibn Nafi al-Fihri (1)

Moskee van Kairouan

[Derde van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

Ik heb Uqba ibn Nafi al-Fihri (622-683) al eens eerder genoemd: hij is de stichter van de Tunesische stad Kairouan en een voorouder van enkele leiders die een belangrijke rol speelden in de jaren na de Arabische verovering van het Iberische Schiereiland. Uqba is in Nederland niet zo bekend, en een mens hoeft ook niet alles te weten, maar hij is een van de grote namen uit de geschiedenis van de Maghreb.

Eerst even zijn afkomst. Hij was een neef van Amr ibn al-As, een van de gezellen van de profeet Mohammed en de man die in 639-642 leiding had gegeven aan de Arabische verovering van Egypte. Al in 642 was hij doorgestoten naar de Cyrenaica, het noordoosten van het huidige Libië. Amr nam Uqba, die als kind overigens de profeet nog had gekend, met zich mee en wees hem aan als gouverneur van de stad Barka, het huidige El Marj in Libië. Uqba was pas drieëntwintig jaar oud.

Lees verder “Uqba ibn Nafi al-Fihri (1)”

De Maghreb in de Late Oudheid (2)

Het Byzantijnse fort van Madauros

[Tweede van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

Ik eindigde mijn vorige blogje over de Maghreb in de Late Oudheid met de onderwerping van het Vandaalse koninkrijk door de Byzantijnse generaal Belisarius in het jaar 533. Hij sloot een verdrag met een Berber-koning genaamd Massonas, die lijkt te hebben geheerst vanuit Altava in het noordwesten van het huidige Algerije. De twee partijen werkten in de volgende jaren samen, onder meer tegen andere groepen Berbers. De Byzantijnen bouwden een reeks forten. In Tunesië is te denken aan Sufetula (Sbeitla), Mactaris (Makhtar) en Ammaedara (Haïdra). In Algerije gaat het om Theveste (Tebessa), Madauros (M’daourouch), Lambaesis (Tazoult), Thamugadi (Timgad), Sitifis (Sétif) en Tipasa. Meer naar het westen ontbreken de forten, omdat het gebied in handen was van de bevriende Berbers van Altava.

Demografische neergang

Wie die forten ziet, valt op hoe klein ze zijn. Ze zijn ook grotendeels gebouwd uit gerecycled ouder bouwmateriaal, vaak de enorme stukken natuursteen waarop inscripties hadden gestaan. (De Byzantijnse forten zijn een paradijs voor epigrafen.) Omvang en bouwmateriaal zullen wel samenhangen met de demografische neergang in Late Oudheid. Het meest opvallende aspect daarvan is de pest-epidemie die uitbrak in 541, maar de neergang had al eerder ingezet.

Lees verder “De Maghreb in de Late Oudheid (2)”