Kara Tepe

De noordelijke sector van Kara Tepe
De noordelijke sector van Kara Tepe

Te zeggen dat Kara Tepe lastig bereikbaar is doordat het ligt in het Oezbeeks-Afghaanse grensgebied, is een understatement: de opgraving ligt op een militair oefenterrein. Als je van de kazerne naar de eigenlijke heuvel loopt, struikel je over de patroonhulzen en het schroot. De veiligheidsmaatregelen grenzen aan paranoia, maar je kunt een vergunning krijgen om de plaats te bezoeken – nog bedankt, Vincent – en zaterdag ben ik er geweest.

De Indo-Grieken

Om Kara Tepe te begrijpen, moeten we eerst even kijken naar de buurstad, Termez. Die naam is vrijwel zeker afgeleid van “Demetria”: een hellenistische stad, aan het begin van de tweede eeuw v.Chr. gesticht door koning Demetrios I van Baktrië (zoals Zuid-Oezbekistan en Noord-Afghanistan toen heetten). Deze vorst stelde belang in de Punjab en beschermde het boeddhisme; er kunnen in zijn tijd al kloosters zijn geweest in Demetria.

Lees verder “Kara Tepe”

Islamitisch Centraal-Azië

De moskee van Damghan
De moskee van Damghan

In mijn onregelmatig vervolgde reeks over Centraal-Azië vandaag de tweede van de “vier grote vegen” waarmee ik de geschiedenis vereenvoudig om er vat op te krijgen. De eerste veeg was, zoals de vaste lezers van deze kleine blog zich wellicht herinneren, de integratie van het gebied toen de Indo-Europees-sprekende volken vanuit het noorden kwamen. Daarna was er een periode waarin van alles gebeurde, zonder dat het karakter van het gebied er werkelijk door veranderde. Daarover schreef ik laatst.

De tweede veeg is de komst van de islam: een beweging vanuit het zuidwesten naar het noordoosten, vanaf het Arabische Schiereiland door Centraal-Azië richting China. De religieuze grenzen werden getrokken. De derde en vierde veeg zijn – ik kondig het volledigheidshalve even aan – de komst van de Mongolen vanuit het noordoosten, waarmee de etnische grenzen werden getrokken, en de komst van de Russen uit het noordwesten, waardoor de huidige staten kwamen te ontstaan. Daarover later. Nu: de komst van de islam.

Lees verder “Islamitisch Centraal-Azië”

Langs de Zijderoute (2)

De Zijderoute van Teheran richting Mashhad, niet ver van Ahuan

Ik blogde al eerder over het Iraanse deel van de Zijderoute en vertelde toen dat het een zandloperachtige corridor was tussen Teheran, waarvandaan diverse wegen naar het westen lopen, en Mashhad, waar de wegen naar China en India beginnen. De kaliefen van de Umayyadische dynastie (r.661-750) begrepen het strategische belang en zorgden ervoor dat deze weg in islamitische handen zou blijven, wat betekende dat er geld werd besteed aan versterkte nederzettingen. Uit deze tijd dateert de moskee van Damghan, die ik al noemde.

De oostelijke gebieden dienden echter ook om lastige opposanten naartoe te sturen, en die waren er volop. Het standaardbeeld is dat de islam in de eerste eeuw van zijn bestaan worstelde met de vraag wie de leider moest zijn, wat ertoe leidde dat er enerzijds soennieten waren die het gezag van de Umayyadische kalief in Damascus erkenden en dat er anderzijds sjiieten waren die meenden dat het familiehoofd van de afstammelingen van de profeet, de imam, het oppergezag bezat. Dat is althans het top-down-verhaal.

Lees verder “Langs de Zijderoute (2)”

Langs de Zijderoute (1)

Abbasidische muur, Bagdad

Afgelopen maart was ik in Iran, een land waar ik voor mijn werk wel vaker kom en waarvoor ik een zekere sympathie heb gekregen. Dat wil niet zeggen dat ik het echt begrijp en ik was blij dat ik dit keer eens naar het oosten kon reizen, van Teheran naar Mashhad. Dat is ruwweg het Iraanse equivalent van de christelijke pelgrimsweg naar Santiago de Compostela: Mashhad is waar de achtste imam ligt begraven en vormt voor elke Iraniër, religieus of niet, een lieu de mémoire. Zoals je langs de wegen naar Santiago wel eens mensen ziet wandelen, zo zie je ook richting Mashhad wandelaars die de elementen trotseren.

Dat die elementen niet altijd meewerken, bleek uit het feit dat de pelgrims nogal eens regenponcho’s droegen. Toch is regen zeldzaam. De weg loopt namelijk langs de zuidelijke hellingen van het Elburzgebergte, dat zich verheft tussen de Kaspische Zee en de Iraanse hoogvlakte. De vochtige noordenwind regent leeg op de noordelijke hellingen, waardoor er op de hoogvlakte nauwelijks regen valt. Het is een grote zandwoestijn, met alleen in het uiterste noorden, tegen de Elburz aan, een lijn van artesische bronnen. De weg van Teheran naar Mashhad voert van bron naar bron en vormt zo de smalle verbinding tussen enerzijds westelijk Iran, Mesopotamië en het Middellandse Zee-gebied en anderzijds Centraal-Azië, China en India. Dat maakt de fragiele lijn van bronnen tussen de Elburz en de Grote Zandwoestijn van historisch belang: dit was eeuwenlang een van de voornaamste routes van oost naar west. Een flessenhals in de Zijderoute.

Lees verder “Langs de Zijderoute (1)”

Hamlet de Deen

Runen-inscriptie: gedenksteen voor koning Sigtrygg

Eergisteren bezochten we de oude Vikingstad die in Duitsland Haithabu en in Denemarken Hedeby wordt genoemd. Ik adviseer de eerste naam te gebruiken, omdat de Deense /d/ onuitspreekbaar is.

Stad op de istmus

Het gaat om een grote, vroegmiddeleeuwse stad, omgeven door een ringwal (kijk maar), gelegen op de Deense istmus. Dat is de plek waar de afstand tussen de Oostzee en Noordzee het kortst is. De bewoners van Haithabu gebruikten ossenkarren om schepen van de ene naar de andere zee te slepen. Hier ligt ook de enorme muur die het zuiden van Jutland moest beschermen tegen de Saksen in noordelijk Duitsland, de Danevirke. Haithabu lag dus strategisch.

Enkele Vikinghuizen zijn herbouwd en er is een erg mooi, zeker te bezoeken, rustig museum, waar onder andere de oude technieken worden uitgelegd en wordt getoond tot waar handel werd gedreven: Byzantium in het verre oosten en in het westen Dorestad en de Frankische gebieden. Karel de Grote kon een muntstelsel invoeren dankzij het zilver dat hij via de Vikinghandelaren verwierf uit het Abbasidische kalifaat van Bagdad. Helemaal in het verre westen waren de Engelse steden de handelspartners van Haithabu.

Lees verder “Hamlet de Deen”

De keizers van het Byzantijnse Rijk

Het hof van het Byzantijnse Rijk (op een reliëf uit Istanbul).

Ik heb de woorden van de Duitse filosoof Georg Hegel al eens eerder geciteerd: de geschiedenis van het Byzantijnse Rijk was

eine tausendjährige Reihe von fortwährenden Verbrechen, Schwächen, Niederträchtigkeiten und Charakterlosigkeit.

Andere negentiende- en twintigste-eeuwse auteurs hebben soortgelijke uitspraken gedaan. Moderne auteurs over het onderwerp nemen deze opmerkingen vaak als uitgangspunt om aan te geven hoe sterk onze opvattingen sindsdien zijn veranderd.

Zo ook Hein van Dolen in zijn sympathieke Een kleine geschiedenis van het Byzantijnse Rijk. Hij begint met de constatering dat het onderwerp “verwaarloosd en ondergewaardeerd” is geweest, wijst erop dat dit beeld de afgelopen halve eeuw radicaal is gekanteld en neemt de lezer vervolgens mee door een geschiedenis van ruim elf eeuwen.

Lees verder “De keizers van het Byzantijnse Rijk”

Het gouden Byzantijnse Rijk

Een met een watermolen aangedreven zaagmachine uit het Byzantijnse Rijk (reconstructie, Schloss Schallaburg)

“Eine tausendjährige Reihe von Verbrechen, Schwächen, Niederträchtigkeiten und Charakterlosheit”: zo typeerde Georg Hegel de geschiedenis van het Byzantijnse Rijk. Dat beeld bestaat in feite nog altijd – als er al een beeld is, want Byzantium is in de westerse wereld nog onbekender dan de wereld van de middeleeuwse islam. Het keizerrijk wordt in het onderwijs genegeerd, en in ons taalgebruik is “Byzantijns” synoniem met luxe, weelde, decadentie, corruptie en complexiteit.

Een voorbeeld van een klein jaar geleden: tijdens de republikeinse voorverkiezingen riep de Amerikaanse politicus Herman Cain op tot een drastische vereenvoudiging van de belastingen om een einde te maken aan het vigerende “Byzantine tax system”. Zou hij hebben geweten dat het Byzantijnse Rijk slechts twee belastingen kenden, een vaste heffing per hoofd en een variabele heffing per eenheid landbouwgrond? Cains eigen 9/9/9-plan was, vergeleken hiermee, nogal, eh, Byzantijns.

Lees verder “Het gouden Byzantijnse Rijk”

De Limes Tripolitanus: de Late Oudheid

De versterkte boerderij van Qasr Banat, een van de vele boerderijen langs de Limes Tripolitanus.

[Dit is het vijfde deel van artikel dat oorspronkelijk verscheen in het tijdschriftje dat Livius Onderwijs enige tijd uitgaf, Momentum; het eerste deel verscheen hier.]

De ambitie van keizer Septimius Severus was een krachtige, op zorgvuldig watermanagement gebaseerde grenscultuur, waarin kolonisten voedsel produceerden voor de garnizoenen. In het Zeskeizerjaar 238 bleek het ongelijk van critici als Cassius Dio. Het Derde Derde Augusta, dat de verkeerde pretendent had gesteund, werd ontbonden en de Tripolitaners kwamen er alleen voor te staan. Maar de kolonisten trokken niet weg van de akkers die ze hadden ontgonnen en organiseerden zelfbewust de verdediging van hun eigen land.

Op grote schaal versterkten ze hun huizen, die ze aanduidden als centenaria. Er zijn er ongeveer tweeduizend bekend, herkenbaar aan wat plompe, uit regelmatige stenen gebouwde muren, rechthoekige plattegronden en signaaltorens waarmee ze in contact stonden met andere versterkte boerderijen. Voorbeelden zijn Gheriat esh-Shergia, Qasr Banat en Suq al-Awty. Mochten de Garamanten het land naderen, dan konden de bewoners rekenen op steun van hun buren en van milities in de drie grensforten.

Lees verder “De Limes Tripolitanus: de Late Oudheid”