De Arabisering van de Maghreb

De grote moskee van Kairouan

Een tijdje geleden kreeg ik een vraag naar de arabisering van de Maghreb. Anders gezegd: waarom zijn de mensen in het noordwesten van Afrika Arabisch gaan spreken? Vroeger spraken ze immers Latijn en daarvoor woonden er mensen die een taal spraken die ik gemakshalve Numidisch zal noemen. Ook zijn er nog Berbers. Kortom, hoe zit het?

Ik ben geen arabist en elk antwoord dat ik geef moet met een korreltje zout worden genomen. Ik denk echter dat ik wel een paar factoren kan noemen.

Verovering

Primo, de Arabische veroveringen vormden hoe dan ook de beslissende factor. In 647 intervenieerde een Arabisch leger in een burgeroorlog in wat bekendstond als het Exarchaat van Karthago, ofwel het door de Byzantijnen op de Vandalen heroverde Afrika. Bij het huidige Sbeitla versloegen de Arabieren een opstandeling – let op: ze werkten hier samen met de Byzantijnen – en lieten zich vervolgens afkopen. Een kwart eeuw later rukten de Arabieren op tot Kairouan, en weer een kwart eeuw later (in 695 om precies te zijn) viel Karthago. De Byzantijnen heroverden de stad en verloren haar definitief in 698. Daarmee lag de weg naar het westen open. Berbers boden nog weerstand maar in 708 stonden de Arabische troepen aan de Atlantische Oceaan. Drie jaar later staken ze de Straat van Gibraltar over. Het Rijk van Toledo, centraal georganiseerd als het was, viel in één klap.

Lees verder “De Arabisering van de Maghreb”

De Avaren

Laten we er kort en duidelijk over zijn: de Avaren zijn een van de allerbelangrijkste spelers geweest in de geschiedenis van Europa. Ruim een kwart millennium, laten we zeggen van 550 tot 800 ofwel van Justinianus tot Karel de Grote, beheersten ze het centrum van het werelddeel, ruwweg van wat nu Oostenrijk heet tot halverwege Bulgarije. Een supermacht. We kunnen er echter even kort en duidelijk over zijn dat wat we over hen weten, omgekeerd evenredig is aan hun belang. Kortom, een vrijwel vergeten koninkrijk of (zoals ze het zelf noemden) khaganaat.

Het standaardwerk over de Avaren is al sinds jaar en dag – nou ja, eigenlijk bedoel ik sinds 1988 – Die Awaren. Ein Steppenvolk im Mitteleuropa, 567-822 n.Chr. van de Weense historicus Walter Pohl. Ik heb het boek jaren bezeten, las het ooit voor een kwart, verloor de draad, hernam de lectuur, heb het in Boedapest in een hotel laten liggen en vergat het daarna. Ik heb die omissie goed kunnen maken nu enkele maanden geleden een verbeterde, Engelse versie is verschenen: The Avars. A Steppe Empire in Central Europe, 567-822.

Lees verder “De Avaren”

Byzantium, een onbegrepen wereldrijk

Athene, Tempel van Zeus
Resten van het Byzantijnse Rijk in Athene: een huisje op de Tempel van Zeus

Vandaag rond ik mijn reeks stukjes over het Byzantijnse Rijk af met een lief verhaaltje over de bovenstaande gravure, gemaakt door de Beierse schilder Johann Michael Wittmer, die in 1833 Athene bezocht, één jaar nadat de Beierse prins Otto de eerste koning was geworden van het onafhankelijke Griekenland. U herkent links de Akropolis met het Parthenon, in het centrum de Boog van Hadrianus en in de voorgrond de Tempel van Zeus.

Wellicht ziet u wat er mis is: op de dwarsbalk boven de enorme zuilen staat een rare structuur die daar onmogelijk kan behoren. Het past eenvoudigweg niet in een Griekse tempel en bij een latere restauratie is dit uitstulpsel, de hut van een pilaarheilige à la Simeon de Styliet, verwijderd. Aan het begin van de twintigste eeuw waren er in Athene nog oude mensen die zich uit hun jeugd de pilaarheilige herinnerden.

Lees verder “Byzantium, een onbegrepen wereldrijk”

Berbers en Arabieren

De moskee van Córdoba

Gisteren blogde ik over het Rijk van Toledo en ik schreef dat deze laat-Romeinse staat, centraal georganiseerd als ze was, door Arabieren in één keer kon worden overgenomen. Koning dood, het hof uitgeschakeld, hoofdstad ingenomen: dan houdt het verder op. Ik werd terecht gecorrigeerd: het leger dat de genadeklap uitdeelde bestond uit Berbers. Het grappige is dat ik daar bij het schrijven aan had gedacht. Omdat het leger marcheerde uit naam van de Umayyadische kalief van Damascus, had ik besloten het stukje niet nog ingewikkelder te maken dan het al was – maar het is geen onbeduidend detail.

De verovering begon in april 711, toen generaal Tariq, een islamitische Berber, met zo’n 12.000 soldaten de Straat van Gibraltar overstak. (“Gibraltar” is overigens een verbastering van Jebel Tariq, “Tariqberg”.) In juli versloeg hij bij Jerez het leger van de Toledaanse koning Roderik, waarna de joden in Córdoba en Écija Tariq en zijn mannen als bevrijders binnenhaalden. Of het enthousiasme oprecht was of een lepe reactie op het simpele feit dat er geen Toledaans leger meer was dat de steden kon beschermen, zullen we nooit meer weten. Wel moet worden aangetekend dat de handelingen van de diverse kerkelijke synodes duidelijk maken dat de christelijke autoriteiten de joden liever zagen gaan dan komen.

Lees verder “Berbers en Arabieren”

Friezen en Franken (en Noormannen)

Draak uit Dorestad (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik heb nu twee stukken geschreven over de geschiedenis van de Friezen, de kustbewoners van Nederland in het eerste millennium, en de Franken, de bewoners van het binnenland. Ik maakte gebruik van De Friezen (2013), Koningen en krijgsheren (2009) en Bonifatius in Dorestad (2016) van Luit van der Tuuk, de curator van het Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede en de beheerder van websites over Dorestad en de Noormannen in de Lage Landen.

De twee eerstgenoemde boeken eindigen niet bij Karel de Grote, waar ik u gisteren achterliet, maar behandelen ook de regeringen van zijn zoon Lodewijk de Vrome en die van diens zoons Lotharius, Karel de Kale en Lodewijk de Duitser. Kende ik van de periode tot en met Karel de Grote de hoofdlijnen wel ongeveer, nu merkte ik dat ik die voor de tweede helft van de negende eeuw niet kende. Of althans niet zoals Van der Tuuk ze schetst. Wat ik wél wist was dat de mensen te lijden hadden van zowel de invallen van de Noormannen als een reeks complexe burgeroorlogen tussen eerst Lodewijk de Vrome en daarna tussen zijn zonen onderling. Nooit had ik die gewelddadige gebeurtenissen met elkaar in verband gebracht. Van der Tuuk wijst erop dat de Noormannen partij waren in de Karolingische burgeroorlogen.

Lees verder “Friezen en Franken (en Noormannen)”

Friezen en Franken (2)

Frankische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)
Vermogende Franken droegen mantelspelden als deze (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In het vorige stukje behandelde ik, aan de hand van de boeken van Luit van der Tuuk, de Friezen: de bewoners van het gebied langs de Noordzeekust vanaf Walcheren tot de Deense istmus. Dit keer wil ik het hebben over de tweede groep in de Lage Landen: de Franken. Dit is een van de stamfederaties die in de derde eeuw na Chr. zijn ontstaan uit oudere stammen: de Amsivariërs langs de Eems, de Chattuariërs langs de Hase, de Chamaven in de Achterhoek. Archeologisch is er geen verschil met de bewoners van het oude Drenthe, waarvan we de naam niet kennen. Misschien hoorden de Tubanten er eveneens bij en gingen ook de Chauken en Friezen op in deze federatie toen zij in de derde eeuw het kustgebied verlieten en het binnenland introkken.

De nieuwe federatie heet, misschien wel naar een van de deelnemende stammen, de Saliërs, de “Salische Franken”.Er waren meer groepen Franken. Ook de oude Bructeren uit het Roergebied en de Chatten van het Taunusgebergte werden Frankisch genoemd.

In het midden van de vierde eeuw trokken de Salische Franken het Romeinse Rijk binnen. Generaal Julianus – de latere keizer – stond ze toe zich te vestigen in wat nu Brabant heet. Ze waren overigens niet de eersten: uit aardewerkstudies waarover ik al eerder blogde, weten we dat al in de derde eeuw mensen vanuit Drenthe naar het Scheldegebied verhuisden. Door deze migraties verschoof de Taalgrens naar waar ze nu ligt.

Lees verder “Friezen en Franken (2)”

Friezen en Franken (1)

tuuk_friezen

Het zal de trouwe lezers van deze kleine blog niet zijn ontgaan dat mijn belangstelling voor de Franken en het “Germaanse” deel van onze geschiedenis groeit. De reden is dat die nogal stiefmoederlijk wordt bedeeld nu er zo verschrikkelijk veel aandacht is voor de limes, de grens van het Romeinse Rijk langs de Rijn. Tegelijk is ons Germaanse verleden belangrijk: de Germanen gelden immers traditioneel – en niet zonder goede redenen – als onze voorouders. Dat maakt ze automatisch interessant.

Op zich is het echter wel logisch dat ze wat weinig aandacht krijgen: ze schreven nauwelijks. Er zijn geen bronnen waarin ze zelf melden wat ze dachten van de komst van de Romeinse legioenen. We weten niet hoe ze zich voelden bij handel en ruil, we kennen hun religie vooral uit latere, vijandige bronnen en we kennen hun literatuur alleen uit middeleeuwse teksten. Als het Romeinse staatsapparaat instort en de Franken de macht overnemen, zijn het christelijke auteurs die schrijven over de nieuwe, Germaanse heersers. Zelden of nooit horen we hen in hun eigen woorden.

Lees verder “Friezen en Franken (1)”

De kunst van de Franken

Frankische spangenhelm (© Burg Linn, Krefeld)
Spangenhelm, zoals gedragen door de Franken (© Burg Linn, Krefeld)

Ik toonde vorige week zondag vier kunstvoorwerpen die illustreerden dat de Lage Landen een economische en politieke krachtcentrale kunnen zijn. Nooit was dat duidelijker dan in de tijd na de desintegratie van het West-Romeinse Rijk, toen de Franken vanuit de huidige Benelux het land onderwierpen dat naar ze is vernoemd. In de Nederlandse geschiedeniscanon komen de Franken er (anders dan in België, Duitsland en Frankrijk) wat bekaaid vanaf. Toch zijn de Franken – en meer in het algemeen de cultuur van de zesde tot en met achtste eeuw – de moeite waard, zoals ik vandaag wil tonen.

Het heeft geen zin te ontkennen dat de Franken een krijgslustig volkje waren, dus ik begin met wat wapens. Wapens die er precies hetzelfde uitgezien zouden hebben als ze waren gedragen door hun buurvolken. Zo is de bovenstaande helm, die te zien is in Burg Linn in Krefeld, een betrekkelijk standaardmodel. Wel is ze erg mooi, zodat men wel aanneemt dat het gaat om een vorstengraf.

Lees verder “De kunst van de Franken”

Willibrordus

Reliekschrijn van Willibrordus (Catharinakathedraal, Utrecht)

In het jaar 384 overleed in Maastricht bisschop Servatius, die tot kort daarvoor had geresideerd in Tongeren. Veel meer weten we eigenlijk niet over de man, wiens leven vooral bekend is uit latere legenden. Toch is zeker dat er christelijke gemeenschappen waren in de twee genoemde Romeinse steden. Uit Nijmegen is er nog een haarspeld met een Christusmonogram, die erop wijst dat er ook aan de Waal christenen leefden. Dat was zo’n beetje al het bewijs voor de aanwezigheid van het christendom in de Lage Landen in de Romeinse tijd.

De val van Rome

Een generatie na de dood van Servatius viel het Romeinse rijksbestuur in onze contreien weg. De macht kwam in handen van de laatste garnizoenscommandanten, die stonden aan het hoofd van plaatselijk gerekruteerde legertjes. Nu was de plaatselijke bevolking aan het begin van de vijfde eeuw niet meer wat ze voordien was geweest: in 355 waren groepen Frankische immigranten vanuit het huidige Drenthe, Gelderland en Overijssel het Romeinse Rijk binnengetrokken, waar generaal Julianus hun land in het huidige Brabant had toegewezen en had geëist dat ze zouden dienen in de legers. Toen het Romeinse staatsapparaat rond 410 dus wegviel – de onlangs gevonden munten uit het Limburgse Echt werpen enig licht op deze gebeurtenis – kwam de macht in handen van mannen met Frankische (over)grootouders. Als de nieuwe heersers christelijk zijn geweest, zal het geloof niet heel diep hebben gezeten.

Lees verder “Willibrordus”

De Franken

erve_eme
Het leven van de Franken is te beleven bij Erve Eme in Zutphen.

Even ten oosten van Zutphen ligt Erve Eme, een klein archeologisch park dat is gewijd aan de Frankische tijd. Momenteel bestaat het uit een gereconstrueerde boerderij met daar omheen een bijgebouw, een smidse, een zogeheten hutkom en verschillende ovens. U kunt er demonstraties bijwonen van diverse ambachten en leren schieten met pijl en boog. Voor de toekomst zijn er interessante uitbreidingsplannen, waarover ik nog wel eens zal schrijven, maar het project is ook zonder die uitbreidingen al interessant. De Frankische tijd is immers (a) het begin van onze eigen, Nederlandse geschiedenis en (b) zwaar onderbelicht.

Wat betreft het eerste: de Franken zijn, in een tijd waarin het kustgebied nagenoeg onbewoond was, ontstaan als een samenwerkingsverband van stammen uit wat nu Drenthe, Overijssel en Gelderland heet. Andere Frankische groepen woonden in Duitsland, maar de voornaamste groep woonde hier in de Lage Landen, trok in het derde kwart van de vierde eeuw naar Brabant, nam in de vijfde eeuw het noordwesten van het Romeinse Rijk over, en veroverde in de vroege zesde eeuw heel Gallië en voegde daar grote stukken van Germanië aan toe. De Nederlandse geschiedenis begint met de onderwerping van Frankrijk, dat u het maar weet.

Lees verder “De Franken”