De chimaira van Arezzo

De chimaira van Arezzo (Museo archeologico nazionale, Florence)

Ik heb het bovenstaande beeld maar één keer gezien, maar het maakte grote indruk. Ik vermoed dat het op iedereen indruk maakt, want werkelijk alles klopt aan dit beeld. Oké, niemand van ons heeft ooit een echte chimaira gezien, een monster uit de Griekse mythologie dat een vuurspuwende leeuw combineert met een geit en een slang, maar het leeuwendeel oogt levensecht. Volgens de bekendste mythe werd het ondier verslagen door Bellerofon.

Het beeld is in 1553 gevonden buiten de stadsmuren van Arrezo, de oude Etruskische stad Aretium, en lijkt kort na 400 v.Chr. te zijn vervaardigd. Dat was – als ik een wat subjectief oordeel mag geven – eigenlijk het moment van de grootste Etruskische culturele bloei. Vrijwel onmiddellijk daarna begonnen de Galliërs en Romeinen aan hun aanvallen op de Etruskische steden: laatstgenoemden annexeerden Veii in 396VC=392 v.Chr. en eerstgenoemden trokken zes jaar later plunderend zuidwaarts. In de vierde eeuw v.Chr. verloren de Etrusken hun politieke zelfstandigheid.

Lees verder “De chimaira van Arezzo”

Wachtdienst aan de Romeinse grens

Gholaia (Bu Njem)

Tot de opmerkelijkste vondsten Gholaia (Bu Njem), een van de castella aan de Limes Tripolitanus, behoort een verzameling militaire notities op ostraca (beschreven aardewerkscherven). Ze bieden een zeldzaam inzicht in de Romeinse aanwezigheid aan de rand van de woestijn. Voor het Thesaurus linguae Latinae-lemma repungo mocht ik drieëndertig van die scherven bekijken. Het gaat om lijsten uit de jaren 253 tot 259 waarop de diverse dagtaken staan vermeld. Hier is een voorbeeld dat ik zelf ook niet kan lezen, maar door Robert Marichal is ontcijferd:

Lees verder “Wachtdienst aan de Romeinse grens”

Onze Lieve Vrouw van Tergu

De kerk van Onze Lieve Vrouw van Tergu

[De Belgische oudhistoricus Jeroen Wijnendaele, de auteur van De wereld van Clovis, ging op vakantie naar Sardinië, zag van alles en deed verslag op BlueSky en hier is een vertaling.]

De kerk van Onze Lieve Vrouw van Tergu is zonder meer een van de mooiste romaanse bouwwerken die ik ooit heb gezien. Het vroegmiddeleeuwse monument is echter meer dan alleen mooi. Het is tevens een prachtig symbool voor wijze waarop het gezag op Sardinië van de keizer in Constantinopel overging naar de onduidelijke giudicati, wat zoiets betekent als “door rechters bestuurde territoria”.

Na de heerschappij van de Vandalen kwam het eiland weer onder keizerlijk gezag na de veldtochten van generaal Belisarius in de jaren 530. De Arabische onderwerping van Byzantijns Afrika tegen het einde van de zevende eeuw, gevolgd door de geleidelijke bezetting van Sicilië in de negende eeuw, zorgden er echter voor dat Sardinië afgesneden raakte van het keizerlijk bestuur.

Lees verder “Onze Lieve Vrouw van Tergu”

De eerste Bulgaren

Gouden beker uit de Pereshchepina-schat (kopie; Nationaal Historisch Museum, Sofia)

[Dit is het laatste van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

De tweede etnogenese

In zijn mooie boek over de Avaren onderscheidt Walter Pohl voor de Bulgaren een tweede etnogenese: het volk is voor de tweede keer ontstaan. Dat gebeurde in de vroege zevende eeuw, toen de Avaarse migratie de landkaart had hertekend, maar deze immigranten geen factor van betekenis meer vormden. Rond 635, dus na het Avaarse debacle bij Constantinopel, staakten allerlei stammen in het oostelijke Zwarte Zee-gebied de betaling van tribuut aan de Avaren. Ze clusterden samen onder een nieuwe charismatische leider, die Kubrat (of Kurt of Kubrat of Kobratos) heette en heerste over een gebied dat de Byzantijnen aanduidden als Groot-Bulgarije.

Lees verder “De eerste Bulgaren”

De proto-Bulgaren

Gesp uit Zuid-Rusland, waar de Bulgaren in de zesde eeuw woonden (Neues Museum, Berlijn)

[Dit is het voorlaatste van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

In de vorige vier blogjes heb ik geprobeerd in kaart te brengen wat we weten kunnen over de geschiedenis van de Slavischsprekenden vanaf hun Urheimat rond de Pripjatmoerassen tot het moment waarop ze, onder de vleugels van de Avaren naar het Balkanschiereiland kwamen. Migratie speelde een heel belangrijke rol, maar ook wat ik “slavificering” heb genoemd: dat mensen de taal en gewoontes van hun Slavische buren overnamen. Dat speelde zeker een rol bij de laatste groep migranten die ik wil behandelen: de Bulgaren. Maar eerst iets anders: de vorming van vroege staten.

Lees verder “De proto-Bulgaren”

2x Charles de Gaulle

Het is absurd als een voormalige staatssecretaris van Defensie en gewezen brigadegeneraal van een verslagen leger zich aandient in de hoofdstad van een bevriende natie, en daar aankondigt in zijn eentje de strijd te willen voortzetten tegen een onoverwinnelijk lijkende vijand. Het wordt nog absurder als hij zijn doelen ook haalt. Dat is het verhaal van Charles de Gaulle tussen 1940 en 1944 en het verhaal van de twee Franse speelfilms die momenteel in de Nederlandse bioscopen zijn te zien.

Laten we eerlijk zijn: ze tuimelen weleens over het randje van het pathetische. Als tegen het einde van deel II de poëzie het overneemt, denk ik alleen maar “ik wou dat we snel door kunnen naar de volgende scène”. Gelukkig zijn de pathetische scènes kort en staat er veel tegenover. Er is duidelijk geld geïnvesteerd om iets moois te maken, en dat is ook gelukt. En een verhaal over een man die in z’n eentje de wereld bestormt én wint, is natuurlijk niet stuk te krijgen.

Lees verder “2x Charles de Gaulle”

De Slavische volken (4) Oorzaken

Onscherpe foto van een Slavische mantelspeld (Militair Museum, Belgrado)

[Dit is het vierde van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

Een oorzaak?

Als ik de vorige drie blogjes mag samenvatten:

  • rond 550 woonden de Slavischsprekenden van de Elbe in het noordwesten tot over de Dnjepr in het zuidoosten,
  • met de Avaarse migratie trok de groep die aan de Zwarte Zee woonde, langs de Donau naar het westen

Lees verder “De Slavische volken (4) Oorzaken”

De Slavische volken (3) Archeologie

Archeologische culturen rond 600 na Chr. (met dank aan Kees Huijser)

[Dit is het derde van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

In het eerste van deze vier blogjes gaf ik aan dat het Proto-Slavisch tegen het einde van het tweede millennium v.Chr. gesproken lijkt te zijn geweest rond de Pripjatmoerassen, en in het vorige blogje sprong ik naar de zesde eeuw na Chr., toen Byzantijnse auteurs Slavischsprekende groepen aanwezen in een regio die zich vanaf de Weichsel naar het zuidoosten uitstrekte tot aan de Dnjepr. Over de tussenliggende periode weten we feitelijk niets, want ook al heb ik het in dit blogje over de archeologie: archeologen graven geen taal op. Ze kunnen wel beargumenteerd speculeren.

Ik vind het echter ingewikkelde materie, uiteraard ook omdat een archeologische cultuur hoogst zelden precies met één taalgroep correspondeert. Ik noemde in het eerste blogje het verschijnsel van de superfederatie: een groep stammen met uiteenlopende achtergronden, die tijdelijk samenclustert onder een charismatische leider, en na diens overlijden weer uit elkaar valt. In zo’n superfederatie nemen mensen van alles over van iedereen, zodat eventueel bestaande correspondenties tussen taal en archeologie wegvallen. Maar speculeren staat vrij en ik denk dat ik het – voor zover ik er überhaupt iets van begrijp – het beste kan uitleggen als we in de tijd van Jordanes beginnen.

Lees verder “De Slavische volken (3) Archeologie”

De Slavische volken (2) Jordanes

De Slavische volken volgens Jordanes (met dank aan Kees Huijser)

[Dit is het tweede van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

In mijn vorige blogje verzuchtte ik: over de vroegste Germanen hebben we tenminste Latijnse teksten, hadden we die maar voor de vroegste geschiedenis van het gebied waar het Proto-Slavisch moet zijn gesproken! De eerste echte beschrijvingen van de Slavische volken dateren van het midden van de zesde eeuw na Chr., als Slavischsprekende stammen zich aandienen aan de grenzen van het Byzantijnse Rijk. Dan lezen we over Sklabenoi (Latijn Sclaveni), Antes en “Veneti”. Die laatste groep stond nog lange tijd bekend als de Wenden.

Veneti

En misschien, misschien, is er een voorgeschiedenis. De Romeinse auteurs Plinius de Oudere en Publius Cornelius Tacitus kennen namelijk ook Veneti, die ergens in het oosten woonden, voorbij de Weichsel, dus zeg maar richting Polen. Tacitus schrijft expliciet dat hij niet weet of hij deze Veneti wel moet rekenen tot de Germanen, hoewel ze in hun gewoontes en leefwijze lijken op hun westerburen.noot Tacitus, Germania 46. Voor een Romein wilde dat zeggen: het waren heel primitieve boeren, een punt dat belangrijk is voor een volgend blogje. Ze waren echter “anders” dan de Germanen en dat andere zou weleens de taal kunnen zijn geweest.

Lees verder “De Slavische volken (2) Jordanes”

De Slavische volken (1) Inleiding

Een ram uit Jordanów in zuidelijk Polen, de regio waar rond 2000 v.Chr. het allervroegste Proto-Slavisch werd gesproken (Archeologisch museum, Wroclaw)

Waar komen de sprekers van de Slavische talen, zoals Russisch en Pools en Bulgaars, vandaan? Als u dacht dat de vraag naar de herkomst van de Germaanssprekenden lastig te beantwoorden was, met bronnen vol tegenstrijdige aanwijzingen, dan zijn de Slavischsprekenden een nachtmerrie, want bij deze vraag zijn er zelfs geen geschreven bronnen. Het enige dat we weten, is dat ze een Indo-Europese taal spraken, dat ze in de Oudheid ergens verbleven in oostelijk Europa, dat Byzantijnse auteurs in de zesde eeuw volksverhuizingen vermeldden en dat er in de Middeleeuwen koninkrijken ontstonden waarin Slavische talen werden gesproken en geschreven. Dat laat veel aan duidelijkheid te wensen over, maar laat onverlet dat er hypothesen mogelijk zijn en dat we kunnen aangeven welke waarschijnlijker zijn en welke minder waarschijnlijk.

Soorten samenleving

Maar eerst even dit: voordat er Slavische koninkrijken waren, leefden de Slavischsprekenden – wie dat ook waren – in stamverbanden, superfederaties en vroege staten. Dit zijn problematische categorieën, maar aangezien dit een blog is en niet de Jagiellonische Universiteit in Krakau, beperk ik me tot losse definities.

Lees verder “De Slavische volken (1) Inleiding”