Gent, Moriaanstraat

De Moriaanstraat in Gent-Ledeberg zal niet bij iedereen een gevoel van herkenning oproepen, maar ik heb er nogal wat verleden liggen – en laat ik mijn blog eens gebruiken voor een persoonlijk verhaal. U moet eerst even weten dat er een organisatie bestaat die Internationale Bouworde heet, die jonge vrijwilligers uit Noordwest-Europa als bouwvakkers uitzendt naar plekken waar het allemaal wat minder is. Zo werkte ik dus een lange zomer (1983?) als metselaar in het huis van een echtpaar waarvan de man leed aan een geestelijke ziekte.

De buurt was niet bepaald welvarend – en zal ook nu niet gelden als de rijkste van Gent – en het huis was daar niet het enige zonder sanitaire voorzieningen. De aanleg daarvan was dus een van onze bezigheden. Ook brachten we in de muren een eenvoudig soort isolatie aan waardoor werd verhinderd dat grondwater optrok. Spectaculair chique was het huis daarna nog altijd niet, maar het alternatief zou zijn geweest dat het huis onbewoonbaar werd verklaard en dan had het echtpaar helemaal niets. De Bouworde was voor hen de enige manier om hun huis opgeknapt te krijgen en het was voor een paar jonge Nederlanders en Vlamingen en een Amerikaanse een manier om eens naar het buitenland te gaan en zo iets over de wereld te leren. Bijvoorbeeld dat je niet ver hoeft te reizen om te zien wat armoede is.

Lees verder “Gent, Moriaanstraat” →

De Brusselse Nehalennia

De Domburgse Nehalennia in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (Brussel)

[De Zeeuwse godin Nehalennia, over wie ik meer dan eens (1, 2, 3) heb geblogd, blijft de gemoederen bezighouden. Vandaag een gastbijdrage van Roger Rymen uit Kontich over een altaar in Brussel. Ik beken dat ik altijd heb gedacht dat het een afgietsel was. Boy was I wrong.]

Op 5 januari 1647 legde een storm een aantal antieke resten bloot in de duinen bij Domburg op Walcheren, wat uiteindelijk resulteerde in de ontdekking van ruim dertig Gallo-Romeinse altaarstenen. De Walcherse Archeologische Dienst publiceert op deze website een detail van de kaart van Visscher-Roman (ca. 1650) met daarop de vermelding “Verdronken woninge der Oude Gotthen”. We zijn van die bijzondere vondst ook goed ingelicht door een opgewonden brief van een ooggetuige. Een tekst uit de zeventiende eeuw spreekt over de godin Nehalennia, waaraan tal van de gevonden votiefstenen uit 180 à 230 na Chr. werden opgedragen. Kortom, een redelijk gedocumenteerde zeventiende-eeuwse vondst.

Lees verder “De Brusselse Nehalennia” →

Literaire quiz (5)

Antwerpen, Kloosterstraat

Een nieuw jaar, een nieuwe literaire quiz. Meestal plaats ik een foto en mag u raden waar het is en welk boek en auteur erbij horen. De prijs is de onsterfelijke roem dat u het goede antwoord weet, een roem die waarlijk onsterfelijk zal zijn omdat het Nationaal Archief van deze website een backup bijhoudt. En anders is er de backup in Archive.org waar uw goede antwoord bewaard zal blijven.

Vandaag doe ik het iets anders: de plaats verraadt ik alvast en dat is ook logisch want u kunt rechts op de foto het straatnaambordje lezen. Dit is de Kloosterstraat in Antwerpen. De vraag is wat deze straat heeft te maken met deze regel uit de Bijbel:

Lees verder “Literaire quiz (5)” →

Literaire quiz (4)

Vandaag een nieuwe aflevering in mijn kleine reeks literaire quizzen, waarin ik u laat raden welk boek wordt geïllustreerd door een foto (één, twee, drie). Welbeschouwd een rare quiz, want in feite doodt het bij de lectuur van pakweg Heart of Darkness uw fantasie als ik u een foto zou tonen van het gebouw dat Joseph Conrad ertoe bracht een Europese hoofdstad te typeren als een “sepulchral city”. De auteur gebruikte niet voor niets een metafoor, hij wilde een gevoel of een beeld bij u oproepen, hij wilde uw fantasie het werk laten doen.

Van de andere kant: er zijn boeken die echt heel duidelijk een stad tot thema hebben (Ulysses, De stad der wonderen). Harry Mulisch beschrijft ergens het Pantheon als zonnewijzer en dan helpt een foto van dat gebouw wel degelijk. Vandaag een soortgelijke foto: een halteplaats langs een spoorlijn. In welke roman speelt deze plek een belangrijke rol?

Lees verder “Literaire quiz (4)” →

Tongeren

Apollo op een Jupitergigantenzuil onder de O.L. Vrouwe-basiliek in Tongeren

Het zwaartepunt van de Romeinse Lage Landen was het gebied dat ik gemakshalve zal aanduiden als het Maasland, waar de vruchtbare lössgronden garant stonden voor welvaart. De Romeinen bouwden de al in de IJzertijd bestaande handelscorridor van Noord-Frankrijk naar de Rijn uit met bijvoorbeeld steden als Bavay, Tongeren, Heerlen en Keulen. Niet toevallig zijn dat (samen met Xanten) nog steeds de belangrijkste Romeinse nederzettingen in het noordwesten van Europa. Hoe belangrijk deze regio was blijkt wel uit het feit dat ze de basis vormde voor de macht van Julius Caesar, keizer Vitellius, het Gallische keizerrijk, de Merovingen en de Karolingen.

In Bavay ben ik al een tijd niet geweest; in Keulen is het wachten op de vernieuwing van het Römisch-Germanisches Museum; in Heerlen gebeuren de prachtigste dingen; en in Tongeren is twee weken geleden de expositie-ruimte onder de O.L.Vrouwe-basiliek geopend, die bestaat uit enerzijds de schatkamer met de mooiste voorwerpen uit de kerk en anderzijds de eigenlijke opgraving onder de kerk. Dat is een complex geheel: Romeinse resten; een basiliek uit de vierde eeuw die misschien iets van doen heeft met Servatius; een Merovingische kerk; twee Karolingische kerken; een Ottoonse kerk die werd uitgebreid met een toren; de huidige basiliek. Je kunt tussen alle muren en fundamenten door lopen.

Lees verder “Tongeren” →

Bastogne

Bastogne

Noord-Frankrijk: dat is zo’n gebied waar je doorheen reist op weg naar een echt buitenland. Tussen Brussel en Parijs liggen alleen graanvelden en pas daarna begint de grote wereld echt. Althans, zo ervoeren mijn zakenpartner en ik het en omdat we toch eens iets wilden doen aan die welbeschouwd onthutsende lacune in onze algemene ontwikkeling, zijn we een paar weken geleden geweest naar de Elzas, Lotharingen en Champagne.

Dan kom je eerst door de Ardennen, waar ik op mijn fietstocht in 1992 omheen ben gereden en waar ik nadien alleen Arlon een keer heb bezocht (op weg naar een echt buitenland). Nu wilden we Bastogne eens zien, de plaats waar in 1944 de Amerikaanse 101e Divisie de Duitsers heeft tegengehouden. U kent de anekdote wel over de Amerikaanse generaal die, op een Duits uitnodiging te capituleren, “nuts!” antwoordde. Terecht, want de Amerikanen zijn tijdens de slag om Bastogne altijd numeriek in de meerderheid geweest en verbleven, anders dan de belegeraars, in huizen, terwijl de Duitsers in het open veld lagen. Bij min drieëntwintig graden lijkt dat me wel zo comfortabel.

Lees verder “Bastogne” →

Fietsen naar Thessaloniki: België

Ergens in België of (vermoedelijk) Noord-Frankrijk

Mijn gastheer, Peter Flaton, hing de vlag uit. Het was namelijk Koninginnedag 1992. Nog even omkijkend zag ik hoe hij en zijn echtgenote me nazwaaiden terwijl ik uit Maastricht wegfietste. Ik reed op een mooie witte hybride – dit is een type fiets – die ik RIH op mijn maat en naar mijn voorkeuren had laten bouwen. Met twee paar remmen, extra dikke banden, een bagagedrager achter én voor en met vier tassen. In die tassen zaten onder meer een tent, landkaarten en een kartonnen fotocameraatje. (Zie boven voor de kwaliteit van de fotografie.) En ergens in een gordel om mijn middel zaten mijn paspoort en een stapel eurocheques.

Op reis

De sportfiets had ƒ1865,- gekost en was betaald, maar het geld had ik moeten lenen van vrienden en bekenden. Ik had haast gehad om weg te komen, wilde nadenken en omdat denken me het beste afgaat als ik op de fiets zit, reisde ik nu af naar Griekenland.

Lees verder “Fietsen naar Thessaloniki: België” →

Station Eijsden

Station Eijsden

Ik moest iets afgeven in Eijsden en belandde zo op het station. Dat is historische grond. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Eijsden de plaats waar Nederland asielzoekers uit België opving: een dorp met zo’n 2900 inwoners bood onderdak aan ruim 2700 vluchtelingen, terwijl hiervandaan ook mensen werden doorgestuurd naar interneringskampen. Het station, dat destijds veel groter was dan het huidige, was één van de plekken waar de Nederlandse autoriteiten de nieuwkomers beoordeelden en registreerden.

Op 10 november 1918 arriveerde hier een wel erg opmerkelijke asielzoeker: de Duitse keizer Wilhelm II. In de voorgaande weken was duidelijk geworden dat de Centrale Mogendheden de oorlog zouden verliezen en op 9 november was in Berlijn de republiek uitgeroepen. Omdat de Britten en Fransen de keizer al hadden getypeerd als oorlogsmisdadiger en zijn berechting wilden, zat er voor Wilhelm II weinig anders op dan asiel te zoeken en daarom spoorde hij vanuit het Duitse militaire hoofdkwartier in Spa richting Nederland.

Lees verder “Station Eijsden” →

Herlevingswonderen

O.L.V. Sterre der Zee, Maastricht

Eén van de wetenschapsjournalisten met wie ik vrijdag in Maastricht werd rondgeleid, was Herman Clerinx, wiens boek Een paleis voor de doden ik een maand of twee geleden heb gelezen. Het was een leuk toeval kennis met hem te kunnen maken, zo kort nadat ik zijn boek had besproken in het NRC Handelsblad. Hij vertelde me dat hij nu bezig was met een boek over de Kelten en attendeerde me op een andere publicatie van zijn hand, een artikel over “herlevingswonderen”.

Daar had ik nog nooit van gehoord, maar het gaat om een intens-menselijk stukje van de rooms-katholieke traditie. In de voorindustriële tijd, toen gezonde voeding en goede hygiëne niet vanzelfsprekend waren, was de zuigelingensterfte immens – ik zal er binnenkort over bloggen – en werden ook veel kinderen dood geboren. Was dat al verschrikkelijk voor de ouders, het werd nog erger doordat de kerk verbood ongedoopte kinderen te begraven in gewijde aarde. De baby werd dan bijgezet te midden van moordenaars en andere mensen die hun plaats in het Koninkrijk hadden verspeeld. Niet bepaald troostrijk.

Lees verder “Herlevingswonderen” →

Henri Pirenne

St.-Pietersnieuwstraat 132, Gent

Afgelopen zondag en maandag ben ik in Gent een paar keer langs het huis aan de Sint-Pietersnieuwstraat 132 gewandeld waar de Belgische historicus Henri Pirenne (1862-1935) woonde, de auteur van Mahomet et Charlemagne. Het bleek een moderne bouwval. Zelfs geen gevelsteentje herinnerde aan de ooit beroemde bewoner, maar eigenlijk verbaasde dat me niet. Wie een écht belangrijk boek schrijft, zal zien dat zijn inzichten zó ingeburgerd raken dat niemand meer herkent dat je er anders over kunt denken, waarna degene die het heeft bedacht kan worden vergeten.

De vraag die Pirenne wilde beantwoorden, was waarom de Middeleeuwen zo’n ander karakter hadden dan de Oudheid. Er was een transitie geweest, zoveel was duidelijk. In het Romeinse Rijk was er interregionale handel, bloeiden de steden, betaalden de mensen met munten, beloonde de overheid zijn functionarissen in geld; in de Middeleeuwen was de handel beperkter, waren de steden kleiner, ruilde men producten en compenseerde de vorst zijn graven en hertogen door ze land in leen te geven. Wat was er gebeurd?

Lees verder “Henri Pirenne” →