De metro van Rome (2): een ingewikkeld stuk

Kaartje van de metro van Rome

De Romeinse metrolijnen B en A (in die volgorde) laten we nu even links liggen, en we gaan kijken naar de lijn waar nu zoveel over is te doen: lijn C. Deze metrolijn gaat het ‘verre’ en wat armoedige oosten van de stad verbinden met het noordwesten, voorbij de (meestal) luxe wijk Prati.

Plannen en vertragingen

De plannen voor lijn C stammen al uit 1941, toen het fascistische regime nog dacht in termen van een groots ‘Imperium’, met Rome als hoofdstad. Niet voor niets werd de bebouwing langs en op weg tussen het hoofdkwartier van Mussolini (Palazzo Venezia) en het Colosseum zo’n beetje platgegooid en omgedoopt tot Via dell’Impero, daarbij niet al te veel consideratie tonend met de daaronder deels verborgen keizerlijke fora.

Lees verder “De metro van Rome (2): een ingewikkeld stuk” →

De metro van Rome (1): het begin

Metrostation Colosseo tijdens de corona-epidemie

De kranten staan er vol mee: berichten over de opening van twee nieuwe metrostations in Rome, en de manier waarop de vondsten op die plekken nu tentoongesteld worden. In deze bijdrage (en enkele volgende afleveringen) daarvan een overzicht van datgene wat deze zaak zo bijzonder maakt.

Eerst maar even een stukje recente geschiedenis. In 1942 zou er in het gebied ten zuiden van stad Rome een Wereldtentoonstelling plaatsvinden: de Esposizione Universale di Roma (EUR, ook wel E42 genoemd). Mussolini wilde daarmee laten zien dat Italië tot grootse dingen in staat was en koos daarvoor een gebied uit aan de rand van de onder het fascistische bewind drooggelegde Pontijnse moerassen.

Lees verder “De metro van Rome (1): het begin” →

De Romeinse “war lord” Aetius (2)

Valentinianus, de moordenaar van Aetius (Bodemuseum, Berlijn)

Twitter, daar stonden ooit best leuke dingen op, zoals de draadjes van de Gentse oudhistoricus Jeroen Wijnendaele over de Late Oudheid. Hier is er weer een, voor u vertaald in het Nederlands. Het eerste blogje was daar.

***

Rimini

16. In 432 roept het hof de krijgsheer Bonifatius terug uit Africa om van de krijgsheer Aetius af te komen. Bij Rimini stuiten de twee legers op elkaar.

17. Het gevecht zelf was kleinschalig: twee bevelhebbers en hun respectievelijke gevolg bestreden elkaar. Het is echter symbolisch voor het verlies van het gezag van de keizer. De twee bevelhebbers vochten immers hun conflict uit onder de rook van Ravenna, zonder zelfs maar te proberen zelf keizer te worden. Ze streden om en voor een wereld waarin war lords het beleid maakten.

Lees verder “De Romeinse “war lord” Aetius (2)” →

De Romeinse “war lord” Aetius (1)

Aetius (Museum Bourges)

Twitter, daar stonden ooit best leuke dingen op, zoals de draadjes van de Gentse oudhistoricus Jeroen Wijnendaele over de Late Oudheid. Hier is er weer eens een, voor u vertaald in het Nederlands.

***

1. Vandaag of morgen, maar dan in 454 na Chr., vermoordde keizer Valentinianus III zijn magister militum Aetius, de hoogste Romeinse commandant in de westelijke provincies van het Romeinse Rijk. Een eeuw later zou de geschiedschrijver Prokopios zowel Aetius als diens rivaal Bonifatius “de laatste der Romeinen” noemen, als een eretitel. Hun carrières waren feitelijk die van war lords, die enorme schade hadden toegebracht aan de westelijke helft van het Romeinse Rijk.

Lees verder “De Romeinse “war lord” Aetius (1)” →

De Siciliaanse Vespers (3): Oorlog

Peter III van Aragón

[Dit is het laatste van drie blogjes over de Siciliaanse Vespers. Het eerste was hier.]

De Siciliaanse Vespers, gevolgd door de troonsbestijging van Peter III van Aragón, vormden het begin van een oorlog die twintig jaar zou duren. Karel van Anjou probeerde op het opstandige eiland de orde te herstellen, maar zijn mannen werden verdreven door Aragonese troepen, die vervolgens vanuit Messina konden oversteken naar Calabrië, van waaruit ze naar Napels konden marcheren.

Omdat Karel tijdens de Siciliaanse Vespers veel van zijn schepen had verloren, kon hij weinig doen om de invasie te voorkomen, en daarom deed hij een voorstel dat zijn wanhoop verraadt: hij stelde een duel voor met Peter. Het zou in Bordeaux moeten worden gehouden, maar vond nooit plaats en stelde zelfs de gevechten in zuidelijk Italië niet uit, want Peters vloot brandschatte de kusten van Calabrië, veroverde Malta en versloeg in de Golf van Napels de rest van Karels vloot. Karels zoon, de toekomstige Karel II, behoorde tot de krijgsgevangenen.

Lees verder “De Siciliaanse Vespers (3): Oorlog” →

De Siciliaanse Vespers (2): Karel van Anjou

Karel van Anjou (Capitolijnse Musea, Rome)

[Dit is het tweede van drie blogjes over de Siciliaanse Vespers. Het eerste was hier.]

In het conflict dat Frederik II had met de Noord-Italiaanse stadstaten en de paus, vocht de keizer-koning met succes, zodat de paus geen andere optie meer had dan een concilie af te kondigen om de man af te zetten. In 1245 kwamen de kerkelijke leiders bijeen in Lyon, waar ze de keizer, die toch de meest succesvolle kruisvaarder was in zijn tijd, verklaarden tot ketter. Het was een schandaal: nooit eerder was een kerkelijk concilie gebruikt voor zulke evident niet-kerkelijke doelen.

Karel van Anjou

Desondanks beschouwden de aartsbisschoppen van Mainz en Keulen keizer Frederik als afgezet. Ze kozen graaf Willem II van Holland als nieuwe rooms koning. Hoewel die er in slaagde zich in Aken tot koning te laten kronen (1248), en hoewel Frederik in Italië enkele tegenslagen te verduren had, kon de keizer rekenen op voldoende steun in zowel Duitsland als Italië. Toen hij overleed in december 1250, liet Frederik de beide gebieden na aan zijn zoon Koenraad IV, die de strijd voortzette, maar in 1254 bezweek aan malaria.

Lees verder “De Siciliaanse Vespers (2): Karel van Anjou” →

De Siciliaanse Vespers (1): Frederik II

Keizer Frederik II (Staatliche Münzsammlung, München)

Het was een van de grootste conflicten uit de West-Europese geschiedenis, maar het begon eenvoudig, met een bruiloft. In 1186 trouwde de zoon van keizer Frederik I Barbarossa, kroonprins Hendrik VI, met Constance, de dochter van koning Rogier II van Sicilië. Het was een niet zomaar een huwelijk. Als op een dag Rogier zou overlijden, zou zijn koninkrijk, dat behalve Sicilië ook Zuid-Italië besloeg, in handen komen van de man die op dat moment tevens de heerser was van het Heilige Roomse Rijk.

Acht jaar later, in 1194, was het zover: Duitsland en grote delen van Italië waren nu verenigd in persoonlijke unie. De Kerkelijke Staat lag nu ingeklemd tussen Europa’s sterkste militaire macht in het noorden en een rijk, goed georganiseerd koninkrijk in het zuiden. Van nu af aan verzetten de pausen zich met man en macht tegen de Hohenstaufen, zoals de keizerlijke dynastie van Frederik en Hendrik heette.

Lees verder “De Siciliaanse Vespers (1): Frederik II” →

Cornelis de Bruijn (6) Terugkeer

Cornelis de Bruijn, Libanonceders

Dit is het zesde van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Libanon

Cornelis de Bruijn verliet Jeruzalem op 16 november 1681 en bleef even hangen in Ramla om daar – vandaag 343 jaar geleden – Kerstmis te vieren. Nieuwjaar en Drie Koningen volgden en op 8 januari 1682 was hij weer in Jaffa, waar hij onmiddellijk aan boord van een schip ging. De volgende dag arriveerde hij in Tripoli.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (6) Terugkeer” →

Cornelis de Bruijn (2) Rome

Handtekeningen van kunstenaars uit de Lage Landen in de Santa Costanza; de handtekening van Cornelis de Bruijn ontbreekt

Dit is het tweede van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Op reis

Ik eindigde mijn vorige stukje met de opmerking dat Cornelis de Bruijn Holland had verlaten. Op 1 oktober 1674 was hij met zijn collega Pieter van der Hulst (1651-1727) Nederland afgereisd naar Italië. Omdat de Guerre de Hollande nog steeds voortduurde, konden ze niet de weg langs de Rijn nemen, maar moesten ze een omweg maken. Ze bezochten dus eerst Leipzig en Wenen, en waren op de feestdag van Sint-Nikolaas, 6 december dus, in Venetië.

Hoe financierde De Bruijn zijn reis? Dit is een onopgelost raadsel. Mogelijk heeft hij geld gespaard en had hij rijke vrienden, maar er zijn geen aanwijzingen dat zij de reis hebben betaald. Ook stond hij niet op de loonlijst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). We weten dat de kunstenaar tekeningen verkocht en bijverdiende met het schilderen van portretten, maar het is onduidelijk of dit voldoende was. Nog verrassender is dat hij bij terugkeer een fortuin bezat, dat hij zou investeren in de publicatie van zijn reisverslag, Reizen door de vermaardste Deelen van Klein Azië.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (2) Rome” →

Een bezoek aan de catacomben (1865)

De gereconstrueerde “crypte van de pausen” (Catacomben, Valkenburg)

Op 28 februari 1865 bezocht de reislustige Nederlandse miljonair Piet de Sonnaville (1830-1925) de catacomben van Rome, die in deze jaren zeer sterk in de belangstelling stonden. Dat had alles te maken met het feit dat paus Pius IX de afbrokkeling van zijn wereldlijke gezag probeerde te compenseren door de ouderdom van het pausdom te benadrukken. Het ambt zou immers teruggaan tot op de apostel Petrus. Het kwam propagandistisch dus goed uit dat in 1853 de “crypte van de pausen” werd ontdekt, waarin enkele derde-eeuwse bisschoppen lagen begraven, want dat bevestigde de pauselijke claims. Vandaar dat elke bezoeker aan Rome het advies kreeg eens een kijkje te gaan nemen aan de Via Appia. Interessant was zo’n bezoek aan een onderaards grafveld sowieso.

De Sonnaville probeerde, bij wijze van souvenir, uit een van de graven een stukje botmateriaal mee te nemen. Een reisgenote wist de grafschennis gelukkig te verhinderen. Hier is het verslag.

Lees verder “Een bezoek aan de catacomben (1865)” →