Drenthe: het Meisje van Yde

Het Meisje van Yde (Drents Museum, Assen)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.] 

Meisje van Yde

Yde is een Drents dorpje halverwege Groningen en Assen. In 1897 is daar bij een vennetje het stoffelijk overschot gevonden van een jonge vrouw, die tijdens haar leven gebocheld was en mank liep. Ze was nog geen anderhalve meter lang en daarom heet ze het Meisje van Yde. Ze was blond maar deels kaal, ze was gewikkeld in een versleten mantel, ze had een steekwond bij het linker sleutelbeen en om haar nek was een koord dat driemaal rond was gebonden en aan de linkerzijde vastgeknoopt.

Lees verder “Drenthe: het Meisje van Yde”

Fryslân: Tolsum

Schrijfplankje van Tolsum (Fries Museum, Leeuwarden)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.] 

Tolsum

Dat had ik niet verwacht: dat ik nog nooit heb geblogd over het Schrijfplankje van Tolsum, hoewel dat toch een van de bekendste voorwerpen is uit de archeologie van de Romeinse Lage Landen. Simpel samengevat: het is zo’n wastafeltje, waarop de Romeinen met een stilus (zeg maar een satéstokje) dingen noteerden. Als iemand hard drukte, raakte hij het hout onder het laagje was en die krassen zijn nog leesbaar.

Lees verder “Fryslân: Tolsum”

Groningen: Ezinge

Weefgewichten (Wierdeninformatiecentrum, Ezinge)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.] 

Ezinge

Laten we er geen doekjes om winden: bovenstaande voorwerpjes zijn visueel niet heel aantrekkelijk. Het zijn weefgewichtjes, die in een weefgetouw onderaan de scheringen hingen. Archeologen moeten er tienduizenden hebben opgegraven, want het maken van textiel is natuurlijk iets van alle oude beschavingen. Ik heb eens ergens gelezen dat mensen al in het Paleolithicum plantenstengels vlochten, dat men in het Neolithicum draden leerde spinnen en dat de eerste weefgetouwen zo rond 5000 v.Chr. zijn gebouwd. Of dat klopt, laat ik in het midden; waar het om gaat is dat de weefgewichtjes uit Ezinge volkomen normaal waren.

Lees verder “Groningen: Ezinge”

Flevoland: Swifterbantcultuur

Aardewerk van de Swifterbantcultuur (Museum Schokland)

Op 14 juli 2011 plaatste ik het eerste stukje op deze blog. Anders gezegd: vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar. Dit is het 7400e stukje en u schreef meer dan 60.000 reacties. Tot voor kort waren er ongeveer 4000 bezoekers per dag, maar sinds Google automatisch antwoorden genereert, is dat ingezakt tot ongeveer 3000. Om de vijftiende verjaardag te vieren, plaats ik vandaag vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftien Nederlandstalige provincies. (De slimmerik die opmerkt dat dat meer zijn, mag concluderen dat ik het historische onrecht ongedaan maak dat Vlaanderen en Holland ooit zijn gesplitst.) Vijftien blogjes dus, van de Prehistorie tot de Merovingische tijd.

De Swifterbantcultuur

Deze reeks kan niet anders dan beginnen in de Prehistorie, en uit het rijke aanbod selecteer ik de Swifterbantcultuur, die is ontdekt toen Oostelijk Flevoland in de jaren vijftig droogviel. Aan de noordrand van de polder bleek een oud krekenlandschap te liggen – door slimme aanplant opnieuw herkenbaar – waarin ooit mensen hadden gewoond met een eigen, in de naoorlogse jaren nog nergens gedocumenteerde archeologische cultuur. Inmiddels kennen archeologen wel meer vindplaatsen en is bekend dat de Swifterbantcultuur heeft bestaan tussen ongeveer 5600 en 3400 v.Chr.

Lees verder “Flevoland: Swifterbantcultuur”

Een plakboek met archeologieplaatjes

In een eerder leven was ik bestuurslid van een stichting die het erfgoed uit de Romeinse tijd – dus Ambiorix, Velzeke, de terpen, het meisje van Yde, het badhuis in Heerlen, Nijmegen, Nehalennia, de Taalgrens, Dorestad… – moest “promoten”. Eén van de ideeën die ik destijds inbracht was om met een supermarktketen te praten over Romeinenplaatjes. Kinderen kunnen bij de boodschappen immers altijd plaatjes krijgen van dinosaurussen, voetballers of de menagerie van Freek Vonk; waarom zouden wij dit middel niet gebruiken om ze iets mee te geven over hun verleden? Het Jeugdjournaal zou een item kunnen maken, musea zouden kinderen op vertoon van een vol plaatjesboek het niet in de supermarkt verkrijgbare superduperplaatje kunnen geven… enfin, u kunt zelf bedenken welke mogelijkheden tot synergie er zijn.

Sigarettenplaatjes

Mij leek het voor die stichting een goed idee. We hadden een ingang bij een supermarktketen in het Rijk van Nijmegen, we kenden mensen bij musea, we kenden iemand van het Jeugdjournaal. Desondanks is het er nooit van gekomen. Misschien is dat jammer, want ik weet sinds een tijdje dat het project uitvoerbaar zou zijn geweest. Het is namelijk eerder gedaan. Een bevriende archeoloog deed me onlangs een plakboek cadeau waarin iemand Britse sigarettenplaatjes had verzameld. Zoals ik het begrijp was sigarettenfabrikant W.D. & H.O. Wills in 1887 een van de eersten die een product verkocht met verzamelkaarten. Onderwerpen: rugby, vlinders, soldaten uit het Britse leger, cricket, grote schrijvers, vliegtuigen, voetbal, schepen & zeelieden, vogels en (vanaf 1938) “air raid precautions”.

Lees verder “Een plakboek met archeologieplaatjes”

Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (3)

De heuvel met het Karthaagse paleis in Cartagena

[Derde deel van de tekst van mijn toespraakje bij de presentatie van Rome en de Lage Landen van Robert Nouwen, afgelopen zaterdag in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Het eerste deel was hier.]

Doelgroepen

Sta me wat oververeenvoudiging toe en laat me het publiek verdelen in mensen met hoge en lage informatiebehoefte.

Hoge informatiebehoefte Tweede lijn: verdiepende informatie & rechtvaardiging van de informatie Know how?
Know why?
Lage informatiebehoefte Eerste lijn: algemene informatie Know what?

Op het eerste niveau constateren we bijvoorbeeld dat de Romeinen in pakweg Utrecht hun olijfolie importeerden uit Andalusië; op het tweede leggen we vervolgens uit wat Dressel-20-amforen ons vertellen. Waar de behoefte aan verdiepende informatie precies ligt, valt af te leiden uit de vragen die mensen stellen. Musea hebben daar zicht op, en u begrijpt dat ik daarmee eigenlijk zeg dat een museumdirecteur als Robert Nouwen begrijpt wat op het spel staat.

Lees verder “Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (3)”

Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (2)

De bovenloop van het Nijmeegse aquaduct op het terrein van Museumpark Orientalis

[Tweede deel van de tekst van mijn toespraakje bij de presentatie van Rome en de Lage Landen van Robert Nouwen, afgelopen zaterdag in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Het eerste deel was hier.]

Wetenschapscommunicatie

Zoals u misschien weet staat het kantoor van dit museum één straat verder, in het huizenblok waar ooit Simon Stevin woonde. Een museumkantoor kan niet op een nobeler plek staan, want Stevin was een van de eersten die nadacht over de wijze waarop je wetenschappelijke inzichten het beste kon delen. Nouwen is een waardige opvolger van Stevin.

In de ideale situatie leggen wetenschappers hun werk zelf uit. Wim van Es kon dat, maar niet iedereen is zo getalenteerd. Bovendien is wetenschapscommunicatie inmiddels een specialisme op zich, met als doel zoveel mogelijk zo accuraat mogelijke inzichten zo snel mogelijk zo goed mogelijk bij zoveel mogelijk zo relevant mogelijke mensen te laten aankomen. Idealiter:

Lees verder “Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (2)”

Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (1)

Afgelopen zaterdag werd in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden het boek Rome en de Lage Landen van de Belgische historicus, archeoloog en museumdirecteur Robert Nouwen ten doop gehouden. Dat is een heel belangrijk boek: de eerste synthese over dit onderwerp in een halve eeuw. Ik heb vorig jaar opgetreden als meelezer van het manuscript, en mocht bij de presentatie een toespraakje houden. Uiteraard deed ik dat maar wat graag. Dit is wat je noemt: de eer hebben iets te mogen doen.

Maar er was een probleem. Al vóór de presentatie waren verschillende mensen verbijsterd over het bescheiden karakter van de presentatie. Iemand noemde de locatie een “derderangszaaltje”, en inderdaad: de Tempelzaal in het museum had meer voor de hand gelegen dan de Trajanuszaal. We hadden ook kunnen uitwijken naar de Waalse Kerk. Bij een zo belangrijk boek beleg je een symposium met een dozijn hoogleraren uit binnen- en buitenland. Je nodigt het NOS-journaal uit en de koning, die immers de bekendste historicus van Nederland is, en die ook het eerste exemplaar aannam van de Wereldgeschiedenis van Nederland. Wij oudheidkundigen zijn toch niet minder dan andere historici?

Lees verder “Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (1)”

De strijdbare Herman Schaepman

Herman Schaepman

Wie in Twente over de randweg van Tubbergen rijdt kan het haast niet missen: het meer dan levensgrote standbeeld van Herman Schaepman, dat even voorbij de afslag aan de weg van Tubbergen naar Almelo staat opgesteld. Reusachtig, somber: zo maar wat woorden die opkomen als er een beschrijving van dit beeld gegeven zou moeten worden.

Hoe anders is het wanneer je – na wat vriendelijke woorden te hebben uitgewisseld met een Zwitserse Gardist ter linkerzijde van de colonnade van het Sint-Pietersplein in Vaticaanstad en nadat je je tas of rugzak hebt laten controleren op explosieven – vlak langs de basiliek loopt en dan aan de linkerzijde de toegang betreedt van het zogenaamde “Campo Santo dei Teutonici e dei Fiamminghi”, waar belangrijke Duitstalige, Nederlandse en Belgische katholieken begraven zijn. Op dit overvolle kerkhof, dat letterlijk in de slagschaduw van het Vaticaan ligt, is het even zoeken maar dan ziet men de rechtopstaande steen tegen de achtermuur die memoreert dat hier diezelfde dr. Schaepman begraven ligt. Uit het verslag van de Limburger Koerier van 29 januari 1903:

Lees verder “De strijdbare Herman Schaepman”

De Europese canon (31-35)

Twee toepassingen van het SI-stelsel (Broodhuis, Brussel)

Het alweer achtste blogje in de reeks over de Europese canon is gewijd aan de eerste helft van de negentiende eeuw: de contouren van onze eigen cultuur en eigen tijd worden zichtbaar.

De meter

Periode: 1795

Alternatieven: Allgemeines Landrecht, Meridiaan van Parijs

Ik eindigde mijn voorvorige blogje met de Verlichting en mijn vorige blogje met de revoluties die Frankrijk en de rest van Europa ondersteboven kantelden. In de decennia rond 1800 werden allerlei verlichte denkbeelden geïntroduceerd. In Pruisen werd bijvoorbeeld het recht gesystematiseerd – het Allgemeines Landrecht, later gevolgd door soortgelijke codificaties elders in Europa.

Lees verder “De Europese canon (31-35)”