Joodse literatuur (4): de Romeinse tijd

Nogal wat Joodse literatuur gaat over de cultus in de tempel in Jeruzalem (Israel Museum, Jeruzalem)

Het vierde deel van dit chronologisch overzicht van de joodse literatuur (waarvan het eerste deel hier was te lezen), is eigenlijk ook het lastigste. Al vóór de komst van de Romeinen in 63 v.Chr. was het jodendom versnipperd geraakt. Er waren verschillende canons van religieuze literatuur, waarin recente innovaties zijn gedocumenteerd als messianisme en apocalyptiek. Na de regering van koning Herodes (40-5/4 v.Chr.) meende menigeen dat de tijd was aangebroken waarop de messias Israël zou herstellen. Tot de kandidaten behoorde ook Jezus van Nazaret, de stichter van een nieuwe joodse stroming.

De verwoesting van de tempel in 70 na Chr. betekende het einde van het pluriforme Tempeljodendom. Hierop volgde de harde incassering van de Fiscus Judaicus. Het jodendom viel door deze gebeurtenissen uiteen in twee groeperingen: enerzijds diverse groepen die meenden dat het aloude jodendom zijn voleinding had bereikt met Jezus van Nazaret en die zijn terugkeer verwachtten, anderzijds de groepen die het onderricht in de Wet centraal stelden en werkten aan de voltooiing daarvan. Beide groeperingen, die we nu kennen als christendom en rabbijns jodendom, wortelen dus in het Tempeljodendom.

Lees verder “Joodse literatuur (4): de Romeinse tijd”

Joodse literatuur (3): hellenisme

Blad uit het Leidse Makkabeeënhandschrift

Dit is het derde deel van een chronologisch overzicht van de joodse literatuur, waarvan het eerste deel hier was. Een beredeneerd overzicht vindt u daar. Ik eindigde het tweede deel met de komst van Alexander de Grote. In de hierop volgende hellenistische periode ondervond het jodendom Griekse invloeden, waar het zich ook tegen afzette.

Vanaf deze periode is de joodse religieuze literatuur niet dezelfde als die van wat tegenwoordig geldt als de Bijbel. De diverse stromingen in het toenmalige jodendom erkenden verschillende teksten als geïnspireerd. Pas in de tweede eeuw na Chr. begon de huidige canon van de joodse Bijbel te domineren.

Lees verder “Joodse literatuur (3): hellenisme”

Joodse literatuur (2): Na de ballingschap

Dit kleitablet in het Pergamonmuseum (Berlijn) documenteert hoe de Judese koning Jojachin in Babylonië in ballingschap was.

Dit is het tweede deel van een chronologisch overzicht van de joodse literatuur, waarvan het eerste deel hier was. Een beredeneerd overzicht vindt u daar. In de nu beschreven periode, die begint in 587 v.Chr., vinden we de joodse schrijvers in Babylonië, waar een belangrijke redactie van de Wet van Mozes heeft plaatsgevonden. Die heb ik, wegens de enorme complexiteit, buiten deze tabel gehouden. In 539 onderwierp koning Cyrus van Perzië de Babyloniërs en keerden de joden terug uit hun Babylonische Ballingschap.

Deze terugkeer wordt meestal geplaatst in de jaren na 539, maar er is wel enige twijfel. Het nederzettingenpatroon in het land van Israël veranderde pas in het tweede kwart van de vijfde eeuw v.Chr. en de geslachtslijsten in Kronieken suggereren ook een latere terugkeer. (Als de joden meteen zijn teruggekeerd, zijn de generaties tussen 587 en 539 namelijk wel erg kort en die na 539 wel erg lang.) Deze kwestie is belangrijk, omdat een langer verblijf in het oosten meer gelegenheid laat voor de beïnvloeding die er evident is. Teksten als Kronieken documenteren een van oorsprong Perzisch dualisme. Satan maakt zijn opwachting.

Lees verder “Joodse literatuur (2): Na de ballingschap”

Joodse literatuur (1): het begin

Koning Jehu van Israël onderwerpt zich aan Salmanasser van Assyrië (British Museum, Londen)

Een chronologisch overzicht van de joodse literatuur, ik heb het daar wel vaker over gehad, en u vindt hier al een beredeneerd verhaal. Het kan echter ook in meer detail en met verwijzingen naar andere teksten. Hieronder is zo’n overzicht, en later vandaag heb ik een heus leesrooster. Maar eerst enkele aantekeningen.

Eén, ik heb de Wet van Mozes (de Tora, de Pentateuch, de eerste vijf boeken van de Bijbel…) buiten beschouwing gelaten. Daarover bestaat eindeloos veel discussie. Er zijn geleerden die de eindredactie pas in de derde eeuw v.Chr. plaatsen. De kern van Deuteronomium (de hoofdstukken 12-22 en 26) is echter rond 620 v.Chr. geschreven.

Twee, sowieso zijn alle pogingen omstreden om de joodse literatuur te dateren.

Lees verder “Joodse literatuur (1): het begin”

Vier koningen (of magiërs)

De magiërs uit het oosten (Catacomben van Domitilla, Rome)

Ik weet het, het feest op 6 januari heet eigenlijk drie koningen. Of Epifanie, dat is de officiële naam. En het waren natuurlijk geen koningen die daar in Betlehem op visite kwamen. Matteüs schrijft:

Toen Jezus geboren was, in Betlehem in Judea, tijdens de regering van koning Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan. (2.1; NBV21)

Magiërs dus. Geen koningen of wijzen. Magiërs zijn Perzische offerspecialisten die onder meer een rol speelden bij de verwelkoming van een vorst. Zo’n verschijning kon een epifanie heten en daarom heet het feest ook zo. Het zijn geen astrologen. Dat ze een ster zouden hebben gevolgd, komt als een verrassing.

Lees verder “Vier koningen (of magiërs)”

Vragen rond de jaarwisseling (2)

Zie de zesde van de vragen hieronder: een versierd scheermes uit het Bardomuseum in Tunis.

Stuur uw vragen maar in, schreef ik, en wie weet of ik ze beantwoorden kan rond oud en nieuw. Gisteren beantwoordde ik de eerste vier vragen. We gaan vandaag verder.

5.Vraag via de mail: Ik ben nieuwsgierig naar de omgang met hongersnood, alternatieven voor voedsel, directe en indirecte gevolgen.

Het boek daarover is van Peter Garnsey en heet Famine and Food Supply in the Graeco-Roman World. Als er alternatieven zijn geweest voor voedsel, dan heb ik daar overheen gelezen. Garnsey constateert dat we geen harde cijfers hebben en gebruikt statistieken uit het Ottomaanse Griekenland. Daaruit leidt hij af dat de oogst eens in de vier jaar mislukte (voedselschaarste). Dan hielp men zich met importen en zorgde men dat er voldoende zaaigoed was voor het volgende jaar. Een wijze stad hield een strategische voorraad aan; in het keizerlijke Rome lag altijd voor een jaar extra voedsel.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (2)”

M03 | Seleukos’ zorg voor zijn onderdanen

Stèle van Seleukos IV Filopator (Nationaal museum, Beiroet)

Ik vertelde vanmorgen dat koning Seleukos IV Filopator in 178 v.Chr. geld nodig had en daarom zijn kanselier Heliodoros stuurde naar Jeruzalem. Elke koning beschouwde destijds tempels als banken: als je edelmetaal over had, deed je een deposito, en je kon een kasopname doen als je om geld verlegen zat. Joden beschouwden de tempelschat daarentegen als sociaal fonds voor weduwen en wezen. Dit verschil in inzicht leidde tot een stevige rel, beschreven in Tweede Boek Makkabeeën.

Twee inscripties

Twee inscripties helpen het incident te begrijpen. De ene ziet u hierboven. Ze komt uit Byblos en is tot 12 maart te zien op de grote Byblos-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Een grotere versie van de inscriptie is in 2005 ontdekt in Maresha in Israël. Deze tekst was tot vorig jaar opgenomen in de beruchte Steinhardt-collectie. Hoewel het om twee inscripties gaat, gaat het om dezelfde brief. Daaruit blijkt dat de koning in 178 v.Chr. inderdaad kanselier Heliodoros heeft gelast geld op te halen uit de tempels. Het meervoud is belangrijk, want het bewijst dat het niet ging om een maatregel tegen alleen Jeruzalem.

Lees verder “M03 | Seleukos’ zorg voor zijn onderdanen”

De prioriteit van Marcus

We weten niet wat het “teken van Jona” was. (Soumela-klooster)

Dat de eerste drie evangeliën met elkaar verwant zijn, wisten de christelijke kerkvaders al. Augustinus meende dat Marcus een uittreksel was van Matteüs en om die reden staat Marcus in uw bijbel meteen na Matteüs. Negentiende-eeuwse oudheidkundigen verklaarden de overeenkomst anders: Matteüs en Lukas zouden Marcus hebben bewerkt. Dit is feitelijk niet meer dan een aanname. Die groeit op een gegeven moment uit tot consensus en versteent daarna tot feit.

De prioriteit van Marcus, zoals het heet, blijft echter een hypothese. Zoals al onze kennis. En er zijn ook wel tegenvoorbeelden te noemen, waar je denkt: nee, het is Marcus die hier de bewerking uitvoert, niet Matteüs en Lukas. Hier zijn vier passages.

Lees verder “De prioriteit van Marcus”

De leerling van wie Jezus veel hield

Armeense miniatuur, waarop is te zien hoe Johannes (rechts) Gods woord doorgeeft aan een Armeense geleerde (Noravank-klooster). Overigens kan ik de gedachte niet onderdrukken dat Johannes gebaart dat God zich even stil moet houden.

De groep rond Jezus van Nazaret moet vrij groot zijn geweest. We lezen over zeventig of tweeënzeventig apostelen die door hem zijn uitgezonden; we lezen over een team dat de Twaalf heet en dat belangrijk zal zijn in het Koninkrijk Gods; we lezen over leerlingen. Ik blogde al eens over het organogram. We lezen ook over Petrus en Jezus’ broer Jakobus, die leiding gaven aan vroege christelijke groepen. Het Johannes-evangelie noemt nog een ander belangrijk persoon: de Leerling die Jezus liefhad of, zoals hij in de Nieuwe Bijbelvertaling heet, de Leerling van wie Jezus veel hield. Deze is te identificeren met de auteur van het vierde evangelie (Johannes 21.24).

U weet natuurlijk allemaal uit De Da Vinci-code dat deze leerling niemand anders is dan Maria Magdalena en dat de kinderen die Jezus bij haar verwekte later koningen van Frankrijk zijn geworden. En u heeft ook weleens gelezen dat de Geliefde Leerling dezelfde is als de Johannes die behoorde tot de Twaalf. Deze Johannes was de zoon van een Zebedeüs, en Jezus noemde hem (volgens Marcus 3.17) en zijn broer Jakobus, Boanerges, “kinderen van de donder”. Ook de auteur van 2 Johannes en 3 Johannes zijn weleens geopperd als Geliefde Leerling en dus evangelist. Kortom: wie is die Geliefde Leerling en wie schreef het vierde evangelie?

Lees verder “De leerling van wie Jezus veel hield”

Wat is het breken van een alabastron?

Parfumbol ofwel alabastron (Altes Museum, Berlijn)

[Het Nieuwe Testament bevat een verhaal over een vrouw die een albasten flesje breekt en de inhoud uitgiet over het hoofd van Jezus. Eh, albast? Is dat geen steensoort? Mijn goede vriend Richard Kroes legt uit hoe het zit.]

Breken?

Toch blijft het vreemd dat de vrouw het alabastron, een cosmeticaflesje dus, breekt, een detail dat alleen Marcus vermeldt. Je kunt het flesje toch gewoon openen? Tenzij breken en openmaken hetzelfde zijn: “openbreken” dus. Dat is nu net het geval met één type cosmeticaflesje dat we kennen uit de eerste eeuw na Chr. Onder archeologen staat dit type bekend als “Isings vorm 10”, genoemd naar de oudheidkundige die ze als eerste heeft beschreven. We spreken ook wel van “parfumbollen”: glazen bollen zo groot als een mandarijn. Isings-10-flesjes zijn bekend uit de hele Romeinse wereld.

Lees verder “Wat is het breken van een alabastron?”