Een oud legioen: VII Claudia (2)

Afgietsel van een beschadigde inscriptie van IIII Flavia Felix (?) en VII Claudia (Archeologisch Museum, Kostolac)

In de tweede eeuw na Chr. was VII Claudia – het eerste deel van dit blogje was hier – gestationeerd aan de Donau. De basis was Viminacium, iets ten oosten van Belgrado. Het is mogelijk dat het legioen na 86 deze basis enkele jaren moest delen met IIII Flavia Felix. In dat jaar waren de Daciërs het Romeinse Rijk binnengevallen, waarbij ze enkele legioenen hadden verslagen. Het Zevende en het Vierde moesten de provincie Moesia verdedigen, het Romeinse gebied bezuiden de Donau.

Dacië en Cyprus

In 88 viel een groot Romeins leger Dacië binnen, het huidige Roemenië, en generaal Tettius versloeg bij Tapae de Dacische koning Decebalus. Het Zevende was een van de negen betrokken legioenen. Helaas verhinderde de opstand van de gouverneur van Germania Superior, Lucius Antonius Saturninus (89) de uiteindelijke Romeinse overwinning.

Lees verder “Een oud legioen: VII Claudia (2)”

De verdwijning van het keizerschap

Valentinianus II (Bodemuseum, Berlijn)

Eén van de kwesties die tot vervelens toe terugkeren, is die van de zogenaamde val van het Romeinse Rijk. Wanneer mensen daarover beginnen, gaat het eigenlijk steevast over de verdwijning van het keizerlijk gezag in westelijk Europa in de loop van de vijfde eeuw na Chr. Op andere terreinen overheerste de continuïteit. Jeroen Wijnendaele wijdde er een tijdje geleden op Twitter een draadje aan, waarin hij het interne geweld centraal stelde.

***

1. De vraag wat de oorzaak was van de verdwijning van het keizerschap uit de westelijke provincies van het Romeinse Rijk, kan verder worden verfijnd. Keizer Justinianus herstelde immers het keizerlijk gezag over diverse westelijke regio’s (inclusief Rome). Zijn opvolgers regeerden nog eeuwenlang over delen van Italië. In Apulië zelfs een half millennium!

2. Waar we uiteindelijk mee te maken hebben, is niet de verdwijning van het keizerlijke gezag, maar de verdwijning van het West-Romeinse keizerschap als zodanig. Dit verdwijnt eind vijfde eeuw en zal nooit meer terugkeren. Als we het hebben over “de val van Rome”, dan gaat het feitelijk hierom. Dus wat gebeurde er?

Lees verder “De verdwijning van het keizerschap”

VIII Augusta aan de Rijn

Maquette van de basis van VIII Augusta in Straatsburg (Palais Rohan)

Ik eindigde mijn vorige blogje met de constatering dat VIII Augusta in 70 na Chr. van de Balkan naar het westen werd overgeplaatst. Daar was het eerst gestationeerd in Mirebeau-sur-Bèze, vijfentwintig kilometer van Dyon. Een tweede basis was Argentoratum, het huidige Straatsburg aan de Midden-Rijn. Hier beschermde het legioen een belangrijke rivierovergang in Germania Superior. Het legioen zou daar nog ruim drie eeuwen blijven.

Het Zwarte Woud

In 74 legden de legionairs een weg aan van Straatsburg naar Rottweil en Hufingen: dwars door het Zwarte Woud. Dit was niet alleen een aanzienlijke bekorting van de reistijd tussen de Rijn en de Boven-Donau; het was ook het begin van de bezetting van het huidige Baden-Württemberg of, zoals het destijds heette, de Agri Decumates. Een Romeinse verovering, maar in de zin dat het een grensbekorting was ook een defensieve maatregel: de consolidatie van het imperium was begonnen.

Lees verder “VIII Augusta aan de Rijn”

De villa’s van Romeins Limburg

Romeins Limburg: het zal niet het eerste zijn waaraan je denkt bij het Romeinse Rijk. Het behoorde echter wel degelijk tot het wereldrijk. Het zuidelijke deel van Nederlands Limburg was rijk geworden door de productie van graan, waar in de wijde regio vraag naar was. Zuid-Limburg kende de hoogste concentratie landhuizen in Nederland. De tentoonstelling “Romeinse villa’s in Limburg”, momenteel te zien in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, brengt die landhuizen en de mensen die er woonden, weer tot leven met prachtige reconstructies en even interessante als mooie voorwerpen.

Caesars tegenstanders

Met zijn glooiende heuvels onderscheidt Zuid-Limburg zich van de rest van Nederland, dat immers een overwegend vlak land is. In de eerste eeuw v.Chr. had het heuvelland al een eeuwenlange geschiedenis van autarkische boerengehuchten, gelegen tussen velden vol wuivend graan.

Lees verder “De villa’s van Romeins Limburg”

De Grote Volksverhuizingen

Kaartje van de Grote Volksverhuizingen (uit het behandelde handboek)

Laten we er niet omheen draaien: het landkaartje van de Grote Volksverhuizingen dat Luuk de Blois en Bert van der Spek hebben opgenomen in Een kennismaking met de oude wereld, het handboek waarover ik op donderdag blog, kan écht niet. Twee hoogleraren oude geschiedenis behoren te weten hoe misleidend het is op één kaart volksbewegingen te tonen die zich voltrokken over een periode van een eeuw of vier, ja die mogelijk niet eens hebben plaatsgevonden. Ik beschreef de problematiek al eerder. Dit is het topografische equivalent van de zaken waarvoor de grafiekpolitie waarschuwt.

Het kaartje is natuurlijks slechts één aspect van de beschrijving die De Blois en Van der Spek geven van de Grote Volksverhuizingen. Ik denk echter dat ze dit keer onhandig omgaan met het dilemma waarvoor handboekauteurs zich bij elke zin gesteld zien: een handboek moet enerzijds de wetenschappelijke consensus samenvatten, want dat is wat de studenten moeten weten, maar moet anderzijds algemene noties weergeven, want dat biedt de studenten een aanknopingspunt. De Blois en Van der Spek hebben dit keer gekozen voor alleen het laatste. Het was mijns inziens beter geweest als ze, zoals ze deden in het hoofdstuk over het hellenisme, de algemene noties wel weergaven maar meteen schreven waarom die niet meer klopten.

Lees verder “De Grote Volksverhuizingen”

XIII Gemina (2)

Grafsteen van een soldaat van XIII Germina (Nationaal Museum, Ljubljana)

Keizer Domitianus (r.81-96) plaatste XIII Gemina, waarover ik zojuist blogde, in 89 over naar de nieuw gestichte basis Vindobona, het huidige Wenen. De Daciërs waren in 86 het Romeinse Rijk binnengevallen en hadden de legioenen verslagen die het Beneden-Donau-gebied hadden moeten verdedigen. In 88 was een groot Romeins leger Dacië binnengevallen, waar generaal Tettius Julianus de Dacische koning Decebalus had verslagen. Het Dertiende was een van de negen betrokken legioenen geweest. Helaas had de opstand van de gouverneur van Germania Superior, Lucius Antonius Saturninus, het uiteindelijke succes verhinderd. De overplaatsing naar Wenen was een manier om niet alleen Dacië maar ook het Rijnland in de gaten te houden.

En de Boven-Donau. Want ook daar was de situatie gespannen. In 92-93 nam het Dertiende deel aan Domitianus’ oorlog tegen de Sueben en Sarmaten. Het is in deze context dat we de operatie moeten plaatsen van Velius Rufus, die met een groot leger trok door het gebied benoorden de Donau, van Roemenië naar Tsjechië.

Lees verder “XIII Gemina (2)”

Christenvervolging in de derde eeuw

Decius (Musée Grand Curtius, Luik)

In het vorige blogje vertelde ik dat er twee visies zijn op het Romeinse religieuze leven in de derde eeuw: enerzijds waren er continuïteiten, anderzijds innovaties. De beruchtste daarvan was de christenvervolging. Het handboek waarover ik op donderdag blog, Een kennismaking met de oude wereld van Luuk de Blois en Bert van der Spek, meldt dat er een aantal grote vervolgingen was en dat de christenen niet wensten te bidden tot heidense goden en de keizer.

Het is altijd complexer dan het handboek meldt. Het is immers een handboek, een basis die iedere student van A tot Z behoort te kennen voordat hij op college leert hoe we weten wat we weten en ontdekt hoe we de gebeurtenissen óók kunnen lezen. Maar in dit geval is er geen sprake van andere interpretaties. Volgens mij is wat De Blois en Van der Spek schrijven over christenvervolging incompleet en deels gewoon fout.

Lees verder “Christenvervolging in de derde eeuw”

De Romeinse religie in de derde eeuw

Apollonios van Tyana (Bodemuseum, Berlijn)

Een reeks over de Crisis van de Derde Eeuw kan alleen eindigen met het spirituele aspect. Buitenlandse vijanden zoals de Sassaniden, een epidemie, wegvallende handel, burgeroorlogen en de opportunistisch van die burgeroorlogen profiterende Germaanse stammen: het was voldoende om mensen te laten wanhopen. De oude goden overtuigden niet langer. Oudheidkundige Eric Dodds heeft, met een citaat van W.H. Auden, het tijdperk weleens aangeduid als een Age of Anxiety. Een concept uit het existentialisme.

Dat een complete samenleving existentieel wanhoopte is overdreven. Maar het kan wel zijn dat het opkomende christendom profiteerde van een interne implosie van het heidendom. Er zijn andere vragen. Wat is heidendom eigenlijk? Was de hysterie zo groot dat men het christendom vervolgde? Speelde christenvervolging een rol bij de groeiende populariteit van het nieuwe geloof? Daarover vertel ik in het volgende blogje meer. Nu eerst de vraag naar de stand van zaken binnen de Romeinse religie.

Lees verder “De Romeinse religie in de derde eeuw”

Het rijk van Palmyra

Mogelijk portret van Odaenathus (Museum van Palmyra)

Ten oosten van Palmyra, voorbij de Eufraat, lag het Parthische Rijk. Anders dan het Romeinse Rijk was het geen centrale staat, maar een confederatie van stadstaten, koninkrijken en stammen. Onder de stadstaten was Charax, aan de kop van de Perzische Golf, een van Palmyra’s handelscontacten. Onder de oude koninkrijken bevond zich Persis, geregeerd door de Sassaniden, die beweerden afstammelingen te zijn van de Achaimeniden.

In 224-226 na Chr. kwam de Sassanidische vorst Ardašir I in opstand tegen de Parthische koning Artabanos IV. Met succes: de Perzen namen de macht over in het oosterse wereldrijk. De nieuwe “koning der koningen” ging verder met het aanvallen van de Romeinse steden Nisibis en Edessa, en al snel was de Eufraatvallei veranderd in een oorlogsgebied. De Romeinse keizer Severus Alexander leidde een tegenaanval – de aanleiding tot het zojuist genoemde bezoek aan Palmyra in 232 – en wist de status quo te herstellen. Althans gedeeltelijk. De handel tussen Palmyra en de Perzische Golf was nu moeilijker, dus contacten met India en China waren voortaan afhankelijk van de welwillendheid van de Sassanidische heersers.

Lees verder “Het rijk van Palmyra”

De Romeinse keizers van Gallië (2)

Tetricus, de laatste heerser van het Gallisch Keizerrijk (Bodemusem, Berlijn)

Omdat het Gallisch Keizerrijk zo goed was georganiseerd, kon het zijn stichter overleven. Postumus’ einde kwam in 269. Zijn munten waren altijd van hoger gehalte geweest dan die van Gallienus en diens opvolger Claudius II Gothicus, maar in 268 verlaagde de Gallische keizer onverwacht de hoeveelheid zilver in zijn munten. Het lijkt onrustig te zijn geweest en een zekere Laelianus riep zichzelf uit tot keizer, bezette de munt in Keulen en maakte Mainz tot hoofdstad. Postumus onderdrukte de opstand, stond zijn soldaten niet toe Mainz te plunderen en werd daarop door zijn eigen mannen gedood.

Zijn opvolger heette Marius en is een wat schimmige figuur. Hij werd vrijwel meteen vervangen door de commandant van de praetoriaanse garde van het Gallisch Keizerrijk, Victorinus. Ook die is een beetje kleurloos, al schijnt zijn huis in Trier te zijn geïdentificeerd. We weten alleen dat hij in 266 of 267 het consulaat deelde met Postumus en we mogen daarom aannemen dat hij de rechterhand van Postumus was. Hij lijkt de stad Autun te hebben moeten belegeren, maar in 270 was hij de situatie voldoende meester en het zegt veel over de stabiliteit van het Gallisch Keizerrijk dat de Germaanse stammen zich in deze crisis rustig hielden.

Lees verder “De Romeinse keizers van Gallië (2)”