Vijfmaal werelderfgoed: Oost-Turkije

Een van de mooiste gebouwen in Turkije: de Hagia Sofia in Trabzon

Wat valt er in Turkije zoal te zien? Ik behandelde vorige week de zuidwestkust, het noordwesten van het Aziatische deel van Turkije en het centrum. Vandaag gaan we naar het oosten. En dan moet meteen het hoge woord eruit: alles hier is omstreden. Niemand trekt in twijfel dat dit gebied eeuwenlang bewoond is geweest door Armeniërs, wier taal en religie sinds de Perzische tijd tot de twintigste eeuw gedocumenteerd zijn, en niemand ontkent dat de Armeense bevolking tijdens de Eerste Wereldoorlog beestachtig is afgeslacht. In Europa spreken we van de Armeense Genocide, een naam waartegen Turken bezwaar maken. Ik laat die kwestie rusten. Ik laat ook de relaties tussen de Koerden en de Turkse overheid onbesproken. U leest Volg de wolken van Marcel Kurpershoek maar, een boek dat alle stemmen aan het woord laat.

Middeleeuws erfgoed

Ik begin in Trabzon, het antieke Trapezous en het middeleeuwse Trebizonde. Niet veel oudheden hier, maar wel het op één na mooiste Byzantijnse kerkje dat ik ooit zag. (Morgen de mooiste kerk uit Turkije.) Achter Trabzon is in de bergen het Soumela-klooster, met prachtige wandschilderingen. Het achterland is heel aantrekkelijk, dus de lange rit naar Erzurum – prachtige Seljukische gebouwen – is bepaald geen straf. Nog verder ligt Kars en daar achter ligt, in het zwaar bewaakte grensgebied met Armenië, Ani.

Lees verder “Vijfmaal werelderfgoed: Oost-Turkije”

De slag bij Kounaxa (2)

Hoplietenveldslag op het Nereïdenmonument uit Xanthos (British Museum, Londen)

[Het is kerstmis en in het verleden gaf ik weleens een longread met krijgsgeschiedenis. Eerder bood ik u het Ardennenoffensief, de Tweede Punische Oorlog, de Trojaanse Oorlog. Vandaag gaan we met Xenofon richting Babylon. Hier is het tweede deel van een vijfdelig stuk. Het eerste deel was hier.]

Aan de overzijde van de Eufraat zagen Cyrus en zijn manschappen de sporen van enorme aantallen soldaten en dieren, die zich hadden teruggetrokken. De grote koning leek te vluchten naar de veiligheid van Babylon. Niemand in Cyrus’ legers hield nog rekening met een aanval, zodat men de volgende dag wat ongeordend verder trok. Dit was minder nonchalant dan het lijkt. Vanaf het moment dat de twee legers het kanaal waren overgestoken, marcheerden ze naar het zuidoosten, met de rivier rechts en het kanaal parallel daaraan links. Beide flanken waren gedekt. Pas na zo’n vijftien kilometer zou bij Sippar de vlakte zich verbreden.

Kounaxa

Dat men ook daar voorttrok alsof geen gevaar viel te duchten, was wellicht minder verstandig, maar zonder problemen naderden de legers het punt dat Cyrus die dag wilde bezetten. Vlak voordat Cyrus’ legers daar waren aangekomen, kwam het bericht dat de vijand in de buurt was. Men was nu op een plek die Kounaxa heette, vrijwel zeker het huidige Nusifiyat in Irak, niet ver ten zuiden van de luchthaven van Bagdad.

Lees verder “De slag bij Kounaxa (2)”

De slag bij Kounaxa (1)

De weg naar Kounaxa was langs de Eufraat

[Het is kerstmis en in het verleden gaf ik weleens een longread met krijgsgeschiedenis. Eerder bood ik u het Ardennenoffensief, de Tweede Punische Oorlog, de Trojaanse Oorlog. Vandaag gaan we met Xenofon richting Babylon, waar we nooit zullen aankomen.]

Het begin

Darius en Parysatis hadden twee zoons. De oudste heette Artaxerxes, de jongste Cyrus. Toen Darius ziek was en zijn einde voelde naderen wilde hij zijn beide zoons bij zich hebben. De oudste was al aanwezig, maar Cyrus moest hij uit het machtsgebied laten komen waarover hij hem had aangesteld. […] Cyrus reisde dus naar zijn vader. Hij liet zich vergezellen door Tissafernes, die hij als een vriend beschouwde, en door een escorte van driehonderd Griekse hoplieten onder bevel van Xenias uit Parrasia.

Toen Darius gestorven en Artaxerxes koning geworden was, probeerde Tissafernes Cyrus bij zijn broer verdacht te maken: hij zou een coup voorbereiden. Artaxerxes geloofde het en nam Cyrus gevangen met de bedoeling hem ter dood te brengen. Maar hun moeder kwam tussenbeide. Op haar aandringen werd hij vrijgelaten en kon hij weer terugkeren naar zijn machtsgebied.

Dat was een gevaarlijke en smadelijke ervaring geweest en na zijn terugkeer zon Cyrus op middelen om voortaan onafhankelijk van zijn broer te zijn en zo mogelijk koning te worden in zijn plaats.

Lees verder “De slag bij Kounaxa (1)”

Mitanni

Hurritische brief, gevonden in Tell Brak (Syrië; Museum van Deir ez-Zor)

In mijn reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, laten we de Midden-Bronstijd achter ons en gaan we naar Mitanni. Als ooit het cliché “vergeten koninkrijk” van stal mocht worden gehaald, dan wel bij dit rijk. Het is in feite weinig meer dan een naam, een handvol archeologische resten en wat linguïstische hypothesen. Maar goed. We kunnen altijd de verschillende soorten informatie combineren en wanneer die elkaar bevestigen, kunnen we er misschien op vertrouwen niet ver van de historische waarheid te zijn.

Eerst maar dit: het is zo goed als zeker dat het centrum van Mittanni ergens aan de bovenloop van de rivier de Khabur lag, dus in het land tussen de Eufraat en de Tigris. De hoofdstad Waššukanni en de belangrijke steden Kahat en Taide zijn nog niet geïdentificeerd, maar het is redelijk zeker dat ze ergens in het zuidoosten van Turkije of het oosten van het huidige Syrië moeten liggen.

Lees verder “Mitanni”

Het oudst-bekende verhaal van de wereld (4)

[Voor de vaste bezoekers van deze blog: vandaag zijn jullie even niet aan de beurt, maar is de blog voor kinderen die het verhaal van Gilgameš nog nooit hebben gehoord. Daar moet verandering in komen. Het staat u natuurlijk vrij een achtjarige voor te lezen; zondag rond ik af. Het eerste deel was hier.]

Nadat ze de cederbomen hadden omgehakt en een vlot hadden gemaakt, voeren koning Gilgameš en zijn vriend Enkidu weer terug naar de stad Uruk. Enkidu stond aan het roer en Gilgameš stond vooraan, met het hoofd van Humbaba. Het was een enorme reis: als je de landkaart pakt, zie je dat ze begonnen in het land dat nu Libanon heet en dat ze toen eerst naar het noorden voeren, door Syrië, dat ze daarna het vlot en de bomen over het land moesten dragen door wat nu Turkije heet, dat ze toen de rivier de Eufraat bereikten en daarover verder gingen, opnieuw door Syrië en toen nog een stuk door Irak. De Eufraat stroomde langs Uruk, dus ze hoefden het vlot en de bomen niet nog een keer op hun schouders mee te dragen.

Toen ze in Uruk kwamen, was iedereen blij, vooral Ninsun, de buffelgodin die ook de moeder was van Gilgameš. Van het hout maakten ze mooie kamers in het paleis. Alle mensen keken naar Gilgameš en Enkidu en dachten: “Wat een stoere mannen zijn dat, dat ze zo ver hebben gereisd, een monster hebben verslagen en het beste hout van de wereld naar onze stad hebben gebracht.” En het waren niet alleen mensen die vol bewondering keken naar de twee vrienden.

Lees verder “Het oudst-bekende verhaal van de wereld (4)”

Het oudst-bekende verhaal van de wereld (3)

Een Libanese cederboom in de winter

[Voor de vaste bezoekers van deze blog: vandaag zijn jullie even niet aan de beurt, maar is de blog voor kinderen die het verhaal van Gilgameš nog nooit hebben gehoord. Daar moet verandering in komen. Het staat u natuurlijk vrij een achtjarige voor te lezen; zondag rond ik af. Het eerste deel was hier.]

Koning Gilgameš en Enkidu waren de beste vrienden. En zoals ze zeggen: ze haalden het beste uit elkaar naar boven. Het meisje dat Gilgameš naar Enkidu had gestuurd, had ervoor gezorgd dat hij geen beestmens meer was, maar iemand die met andere mensen kon wonen in de stad. En Enkidu zorgde ervoor dat Gilgameš niet meer iedereen aanviel, want als Gilgameš dat zou doen, dan zou Enkidu hem wel een paar stevige klappen geven, koning of niet.

Op een dag besloten de twee vrienden dat ze eens iets bijzonders moesten gaan doen, zodat iedereen zou weten wie ze waren. Al gauw hadden ze bedacht dat ze op reis zouden gaan naar het woud waar de cederbomen groeien. Net als de stad Uruk, waar Gilgameš koning was, bestaat het cederwoud echt. Het heet tegenwoordig Libanon. Hierboven zie je een foto van zo’n ceder. Het hout van die bomen ruikt veel lekkerder en is veel sterker dan dat van gewone bomen. Als je vroeger een mooi paleis wilde bouwen, gebruikte je cederhout omdat je daarmee veel grotere kamers kon maken.

Lees verder “Het oudst-bekende verhaal van de wereld (3)”

Oorlog om Armenië (4)

De Eufraat
De Eufraat

Zoals ik de afgelopen drie dagen heb beschreven, schond de Parthische koning Vologases een overeenkomst met Rome door zijn broer Tiridates I te benoemen als koning van Armenië. Ik vermoed dat de gestage opbouw van een Romeins leger, ook al was dat bedoeld om geloofwaardig te kunnen dreigen en zo een diplomatieke oplossing af te dwingen, die diplomatieke oplossing juist onmogelijk maakte toen Tiridates al te scherp optrad tegen pro-Romeinse Armeniërs. Daarna was alleen dreigen geen optie meer; er moest worden opgetreden. En dat deed de Romeinse generaal Corbulo met opvallend veel succes: Artaxata viel in 58, Tigranokerta viel een jaar later, Tiridates vluchtte en werd vervangen door de pro-Romeinse Tigranes.

De oorlog was echter nog niet afgelopen. Er bleven maar versterkingen aankomen voor het Romeinse leger: het Vijfde Legioen Macedonica arriveerde in 61. Corbulo lijkt echter geen behoefte te hebben gehad aan escalatie. Rome had zijn tanden laten zien, de strategische doelen waren bereikt, de Parthen wisten dat verdragsschennis zou worden bestraft. En omdat hij geen reden had voor geweld, koos Corbulo voor HZB: de soldaten moesten maar forten langs de Eufraat gaan bouwen – precies zoals  de legionairs aan de Rijn enkele jaren eerder hadden gedaan. Het signaal aan de Parthen was duidelijk: Rome wilde geen oorlog en nam defensieve posities in.

Lees verder “Oorlog om Armenië (4)”

Culturele eerstes

gobekli_tepe_05_er
Göbekli Tepe

Wie in de achttiende eeuw zou hebben gevraagd waar de beschaving vandaan kwam, zou hebben kunnen rekenen op verbaasde reacties: uit Mesopotamië natuurlijk! De Bijbel was daarover immers duidelijk: de eerste hoofdstukken van de Bijbel spelen in de Hof van Eden, op de vlakte van Sinjar en in de stad Harran. Ook de steden Babylon en Ur, die wat zuidelijker liggen, worden vermeld. De vroegste mensen hadden gewoond in Mesopotamië en waren daar hun paradijselijke superioriteit kwijtgeraakt. Uitzwervend over de wereld waren ze gedegenereerd.

Je zou in de achttiende eeuw ook een ander antwoord hebben kunnen krijgen, dat een andere definitie van beschaving veronderstelt. Sinds de Renaissance was men van mening dat het vooral Rome was geweest waar de wereldgeschiedenis een sprong voorwaarts had gemaakt. Daar was getoond hoe je efficiënt moest besturen, mooie kunst kon maken, goed kon schrijven. In de tweede helft van de achttiende eeuw ontstond een derde theorie: toen kregen de Grieken de reputatie als eersten het stadium van primitiviteit te hebben verlaten en dat der beschaving te hebben bereikt. Griekenlands voortreffelijkheid werd vooral verkondigd door J.J. Winckelmann, en ook al was zijn verklaring stapelgek, dit idee bleef nog enige tijd in zwang. Het scheelde weinig of de Griekse originaliteit zou zijn vastgelegd in de preambule van de Europese Grondwet, en dat zou dan even absurd zijn geweest als de wet waarmee Indiana de waarde van pi wilde vastleggen.

Lees verder “Culturele eerstes”

Bedreigd Syrisch erfgoed (2)

Lamassu (Deir ez-Zor, Syrië)
Lamassu (Deir ez-Zor, Syrië)

Lamassu’s, je ziet ze niet meer. Getuige de vele afbeeldingen uit de Assyrische en Perzische paleizen moeten ze ooit in groten getale hebben gezworven over de vlakten van Mesopotamië en de Iraanse Hoogvlakte. Het dier was een biologisch wonder, want met vier poten en twee vleugels had ’ie, net als de draak en de sfinx, zes ledematen, zodat we hier te maken hebben met de orde van de gewervelde insecten.

Anders dan de sfinx, die een leeuwenlichaam combineerde met een mensenhoofd en adelaarsvleugels, had de lamassu een stierenlichaam. Beide hadden dezelfde symboliek: zo intelligent als een mens, zo vrij als een arend en zo sterk als een leeuw of stier. Een zo monsterlijk uiterlijk, redeneerde men destijds, moest het kwaad wel afweren.

Lees verder “Bedreigd Syrisch erfgoed (2)”