1700 jaar Nikaia (3): het concilie begint

Constantijn (let op het embleem op de helm; Staatliche Münzsammlung, München)

Het is vandaag 1700 jaar geleden dat in Nikaia, het huidige İznik in Turkije, de grote kerkelijke vergadering begon die bekendstaat als het Eerste Oecumenische Concilie. Nu zou het zomaar eens kunnen zijn dat u nog nooit een oecumenisch concilie hebt bijgewoond, dus leek het me zinvol eens te vertellen wat er zoal gebeurde. Hoewel de handelingen (actae) verloren zijn gegaan en we dus geen primaire bron hebben, zijn er redelijk wat secundaire bronnen, waarover ik later nog zal bloggen.

Voorbereidingen

Uiteraard werden eerst uitnodigingen verstuurd. Toevallig is een zo’n uitnodiging overgeleverd in een in de vijfde eeuw door een Armeense geleerde aangelegde verzameling. Het was Constantijn (en niemand anders) die de bisschoppen uitnodigde, en uitlegde dat de locatie in Nikaia was gekozen omdat de stad voor Italische bisschoppen makkelijk bereikbaar was, omdat er een gunstig klimaat was en omdat hij zelf ook van plan was vanuit Constantinopel langs te komen. De genodigden – zoals gezegd: niet iedereen die zich christen noemde – ontvingen behalve reisvouchers ook de agenda. Die is verloren, maar Eusebios van Caesarea vermeldt dat er reden was om te overleggen over de relatie tussen God de Vader en God de Zoon, over bisschoppen die (zoals Meletios van Lykopolis) hun autonomie wilden handhaven en over de kwestie van de paasdatum.

Lees verder “1700 jaar Nikaia (3): het concilie begint”

Stylometrie

Ik vroeg StableDiffusion een illustratie te leveren bij een blogje over stylometrie.

Over stylometrie heb ik weleens eerder geblogd, maar ik heb het thema nooit systematisch behandeld. Het is, zoals de naam eigenlijk al aangeeft, het meten van de stijl van een auteur. Die kan allerlei eigenschappen verraden. Als iemand vaker “gedaan hebben” schrijft dan “hebben gedaan”, is er een redelijke kans dat hij komt uit het oosten van Nederland. De verhouding tussen woorden als ik/mij/me en jij/je/jouw schijnt bij mannen en vrouwen niet dezelfde te zijn.

Vingerafdruk

Veel van dit soort zaken zijn vrijwel onbewust. Ik heb voor mezelf eens vastgesteld hoe vaak ik in mijn boeken een puntkomma gebruikte, en dat leidde tot een geloofwaardige grafiek, waarop je meteen herkende wanneer ik een goede meelezer kreeg die me bewust maakte van dit aspect van mijn schrijfstijl.

Lees verder “Stylometrie”

Hellenistisch en Romeins Cilicië

Een van de Hellenistische steden in Cilicië was Olba, het Romeinse Diocaesarea

[Laatste van drie blogjes over Cilicië, het zuiden van het huidige Turkije; het eerste blogje las u hier.]

De Hellenistische periode

Na de dood van Alexander de Grote in Babylon op 11 juni 323 v.Chr., was Cilicië inzet van allerlei conflicten. Die slaan we allemaal over tot we aankomen in het jaar 301 v.Chr., toen een einde kwam aan de diverse oorlogen tussen Alexanders opvolgers. Cilicië werd verdeeld: de kuststeden kwamen in handen van Ptolemaios I Soter, terwijl Seleukos I Nikator heerste over het binnenland. Er is nog enkele keren om gevochten maar vanaf de Vijfde Syrische Oorlog (202-195 v.Chr.) behoorde heel Cilicië tot het Seleukidische Rijk.

Dat zou nog een eeuw zou blijven. Er kwamen nieuwe steden, die vrijwel allemaal Seleukeia heetten. De opkomst van het Grieks als bestuurlijke taal verliep parallel met de vervanging van het laatste Luwisch door het populaire Aramees, dat nog later, in de Romeinse tijd, eveneens plaats zou maken voor het Grieks.

Lees verder “Hellenistisch en Romeins Cilicië”

Deus, theós en de klankwetten

Een deva uit India: Vishnu (Rautenstrauch-Joest Museum, Keulen)

Het was een bewering die onlangs op deze plek werd gedaan. Eigenlijk ging het om het Gallische woordje devos, dat ‘god’ betekent.

“Dat is inderdaad het Latijnse deus, het Griekse theós (θεός), het Indische deva”, meende de schrijver.

De redenering van de auteur zal zijn geweest: ‘devos, deus, theos en deva komen uit verwante talen, ze betekenen alle vier hetzelfde, en ze lijken ook nog eens behoorlijk op elkaar. Conclusie: ze zijn verwant.’

Lees verder “Deus, theós en de klankwetten”

M7 | Macedonië na Alexander

De Zon van Vergina, verondersteld dynastiek symbool van Macedonië (Archeologisch Museum, Thessaloniki)

Een geschiedenis van Macedonië na Alexander de Grote begint met de dynastie die er tot 168 v.Chr. de scepter zwaaide: de Antigoniden, waarover ik het al eens heb gehad en die ik nu oversla. De Romeinen veroverden het gebied, splitsten het eerst in vieren en annexeerden het kort daarna definitief. In 146 volgden de verwoesting van Korinthe en de inlijving van Griekenland. Het zuidelijke Balkanschiereiland was zo deel geworden van de Romeinse wereld. En zoals overal was dat de wereld waarin de Griekse cultuur zich verspreidde.

De verdwenen taal

Hadden de Macedoniërs in de tijd van Filippos en Alexander nog Macedonisch gesproken naast het Noordwest-Grieks, in de Romeinse tijd helleniseerden ze helemaal. De weinige resterende sporen van het Macedonisch kennen we uit Griekse woordenboeken uit de keizertijd: woorden als sarissa (lans), abagna (roos) en peliganes (raad van ouden) zijn wel Indo-Europees maar niet Grieks. Die woordenboeken waren nodig omdat het Macedonisch inmiddels voor Grieken nog onbegrijpelijker was dan in de vierde eeuw, toen al tolken nodig waren.

Lees verder “M7 | Macedonië na Alexander”

Het Labyrint (2)

Een beschadigde fresco van een stier uit het labyrint in Knossos

In het vorige blogje over het Labyrint van koning Minos op Kreta behandelde Gert Knepper de eerste historische, taalkundige, godsdiensthistorische en archeologische theorieën.

***

Op 2 januari 1901 meldde de Haagsche Courant:

De berichten die omtrent de verdere vondsten van Evans ontvangen worden zijn zoo buitengewoon, dat men ze, als ze uit Amerika kwamen, voor verzinsels zou houden. Hij zou onlangs niet minder gevonden hebben dan het Labyrinth! (…) Van de frescos zijn slechts brokstukken over, maar een hiervan geeft gedeelten te zien van een krachtigen stier: het… portret van den Minotaurus zelven misschien? Straks vindt hij nog, als mummie, dit ondier zelf.

Lees verder “Het Labyrint (2)”

Het Labyrint (1)

Munt uit Knossos (Liebieghaus, Frankfurt am Main)

Het verhaal is bekend genoeg. Minos, koning van Knossós op Kreta, bezat een bijzonder huisdier. Het beest was het product van een slippertje van Minos’ echtgenote met een stier, en luisterde (of niet) naar de naam Minotaurus. Het hybride – half-stier half-mens – en ook nogal woeste dier ontving een passende behuizing in een speciaal voor hem ontworpen doolhof waar hij zonder hulp nooit uit zou kunnen komen: het labyrint.

Omdat het beest zich bij voorkeur voedde met Atheense jongens en meisjes, en koning Minos de jaarlijkse levering daarvan kon afdwingen, stuurden de Atheners ten slotte hun held Theseus op het monster af om hem mores te leren. Theseus begaf zich in het labyrint, doodde de Minotaurus, en vond de uitgang van het labyrint dankzij de afgewikkelde draad van een knot wol die hem bij de ingang door Minos’ dochter Ariadne ter hand was gesteld.

Lees verder “Het Labyrint (1)”

Een dobbelsteen uit Tarente

Griekse dobbelsteen (Winckelmann-cenotaaf, Triëst)

Zomaar even een huis-tuin-en-keuken-museumvoorwerp: een dobbelsteen van terracotta. Het ding is vervaardigd in de vijfde eeuw v.Chr. en gevonden in Tarente in de hak van Italië. Hoe het in de Noord-Italiaanse stad Triëst is terechtgekomen, weet ik niet. Wellicht een verzamelaar uit het noorden of een Adriatische zeeman die koopwaar herkende.

Dat er geen stippen of cijfers op staan, is niet ongebruikelijk. In de Oudheid gebruikte men wel vaker woorden. In dit geval staat er ΚΥ, ΔΥΟ, ΤΡΙΑ, ΤΕΤΟ, ΠΕΝ en ϜΕξ. Het eerste is vermoedelijke een afkorting van κύβος, “dobbelsteen”, terwijl het laatste woord in klassiek Grieks gespeld zou zijn als ἕξ, “zes”. De spelling met een letter /w/ ervoor (ϝέξ) is Dorisch, het Griekse dialect dat men sprak in Tarente.

Lees verder “Een dobbelsteen uit Tarente”

Proto-Grieks en de “komst van de Grieken”

Het oudste bewijs voor het Grieks: Lineair-B-tabletten zoals dit in het Museum van Heraklion.

Marcus Zuerius van Boxhorn (1612-1653) werd op z’n twintigste professor eloquentiae (hoogleraar Welsprekendheid) aan de Leidse universiteit. Maar die opmerkelijke prestatie valt in het niet bij wat z’n grootste verdienste zou worden: de conclusie dat

Griecken ende Duytschen aan de borsten van eene moeder gelegen, ende uit eene mondt leren spreecken hebben.

Met andere woorden: Van Boxhorn zag in dat Grieks en Duits verwante talen waren. Ergens in hun stamboom hadden ze dus een gemeenschappelijke voorouder. Van Boxhorns hypothese is sindsdien slechts bevestigd. Grieks en Duits en nog honderden andere talen waaronder het Nederlands zijn inderdaad familie. We noemen al die talen “Indo-Europese” talen, en hun gemeenschappelijke voorouder “Proto-Indo-Europees”.

Lees verder “Proto-Grieks en de “komst van de Grieken””

Naufragium: schipbreuk bij een paardenrace?

Een “naufragium” (Palazzo Trinci, Foligno; © Wikimedia Commons | Gebruiker JoJan)

Wie moderne literatuur over paardenrennen in de Romeinse tijd leest, ziet steeds weer dat een schrijver de val van een strijdwagen een naufragium of ‘schipbreuk’ noemt. Geen enkel Latijns woordenboek vermeldt echter deze betekenis, zelfs de Thesaurus linguae Latinae niet in het lemma naufragium. Voor dit lemma heeft Marijke Ottink alle citaten van het woord naufragium uit de Oudheid gecontroleerd. Waar stoelt de bewering dat een valpartij een naufragium heette dan op?

Inscripties

In een paar inscripties staat vermeld dat iemand is omgekomen bij een schipbreuk. De volgende inscriptie gaat over een soldaat die gelegerd was in Britannia en geen centurio meer kon worden omdat hij omkwam bij een schipbreuk (naufragio).

[ ̣ ̣ ̣]
opt[i]onis ad spem
ordinis (centuria) Lucili
Ingenui qui
naufragio perit
s(itus) e(st)

…een adjudant in de centurie van Lucilius Ingenuus in afwachting van promotie tot centurio, die omkwam bij een schipbreuk, is [hier] begraven. (RIB 544)

Lees verder “Naufragium: schipbreuk bij een paardenrace?”