Een leeuwenjacht uit Uruk

Koninklijke jagers (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

Nog maar eens, na die mooie vaas, een plaatje van een leeuwenjacht uit Uruk. Het reliëf met twee jagers is ongeveer even oud als de vaas en gemaakt van zwart graniet. Dat gesteente komt in Mesopotamië nergens voor en moet zijn geïmporteerd uit bijvoorbeeld de omgeving van Natanz in Iran. Het oogt op het eerste gezicht wat primitief, maar let eens op de boogschutter onderaan, die zijn schouders heeft opgetrokken, zoals je doet als je een pijl aanlegt. En kijk eens hoe levensecht die drie leeuwen opspringen.

De vraag wat het voorstelt is misschien verkeerd gesteld. Mensen maken dingen omdat ze die mooi vinden en het hoeft niet per se iets voor te stellen. (Mij persoonlijk stoort het altijd een beetje als een museumgids, uiteraard met de beste bedoelingen, een kunstvoorwerp meteen gaat uitleggen en je niet eerst even tijd laat om het op je te laten inwerken.) Tegelijk: mensen herkennen vormen en maken die na. De vraag wie deze twee jagers zijn, is wel degelijk legitiem. Het is dan opvallend dat hij kapsel heeft en een wat lang gewaad zoals we kennen van vorsten uit deze tijd.

Lees verder “Een leeuwenjacht uit Uruk”

Misverstand: het Gallische everzwijn

Everzwijn (een varken is minder behaard, heeft een krulstaart en een stompere neus)

Mijn eerste geschiedenisles kreeg ik in de eerste klas van de lagere school. We lazen een verhaaltje over twee Germaanse jongens, Baldo en Olwin, die op berenjacht gingen. Van dat beeld, dat ze tweeduizend jaar geleden in onze contreien leefden van de jacht, in dierenhuiden gekleed gingen en bier dronken uit runderhoorns, klopt weinig. Archeologen hebben immers weefgewichten en aardewerk opgegraven. Die voorwerpen bewijzen dat de mensen deden aan landbouw, textiel konden maken en wel iets geavanceerder drinkgerei hadden.

Verkeerde beelden als deze blijven echter terugkeren. Een voorbeeld is het denkbeeld dat men destijds joeg op everzwijnen, bekend uit Asterix. Wie niet méér leest over de Oudheid – en dat zijn de meeste Asterixlezers – zal de rest van zijn leven blijven denken dat everzwijnen een substantieel deel vormde van de voeding van de oude Galliërs en Germanen. Nu zullen antieke jagers zeker weleens met everzwijn zijn thuisgekomen, maar er zijn hier nogal wat problemen.

Lees verder “Misverstand: het Gallische everzwijn”

Het Gallisch dorpje dat wij zo goed kennen

De Gallische krijger uit Vachères (kopie uit het Musée des beaux-arts, Lyon)

Laten we eerlijk zijn: u denkt niet werkelijk dat een Gallisch dorpje er uitzag zoals in Asterix. Zelfs in een kleine nederzetting aan de westelijke rand van Gallië (zo heette Frankrijk toen), waar de bewoners moedig weerstand boden aan de Romeinse overweldigers, waren er allerlei dingen die de dorpelingen hadden overgenomen van de aangrenzende cultuur. De verspreiding van Italiaanse vrouwensieraden rond 100 v.Chr. documenteert de handel die op dat moment al plaatsvond. Ze toont trouwens ook langs welke routes Julius Caesar tussen 58 en 50 v.Chr. Gallië zou onderwerpen.

Maar goed, hoe zag zo’n Gallisch dorp er nu wél uit? Hier zijn wat foto’s uit Aubechies in Henegouwen, waar in een historisch openluchtmuseum allerlei antieke gebouwen zijn nagebouwd, dus ook uit de La Tène-tijd, om de archeologische naam te gebruiken voor de cultuur van Gallië in de Late IJzertijd. Plus nog wat zaken uit andere plekken.

Lees verder “Het Gallisch dorpje dat wij zo goed kennen”

Dierenbotten uit Carnuntum

Na afloop van een jachtpartij in het amfitheater worden de kadavers geruimd. Eén beer geeft zich nog niet gewonnen. Dit reliëf komt uit Kibyra en is nu in de Archeologische Musea van Istanbul.

Even ten oosten van Wenen ligt Carnuntum. Een Romeinse legioenbasis zoals er wel meer zijn: een groot fort, een rivierhaven, een stad ernaast, een residentie voor een bestuurder, heiligdommen. Het Veertiende Legioen Gemina, hier gestationeerd, had het allemaal. En wat zo aardig is: het is nauwelijks overbouwd, zodat de plek een archeologische vindplaats hors catégorie is.

Momenteel doen bioarcheologen onderzoek naar het amfitheater bij het fort, waar de botten zijn gevonden van de dieren die daar in de Late Oudheid in de arena zijn omgebracht. U denkt nu aan leeuwen, maar daarvan zijn geen resten gevonden. De archeologen hebben wel een door honden aangevreten panterbot aangetroffen, maar het is onduidelijk of de panter het in de arena heeft moeten opnemen tegen wilde honden of wolven, of dat het kadaver voor de honden is geworpen. Was de panter een exoot, de rest van de dieren was inheems: beren, herten, wolven, bizons en wat everzwijnen. Na de jachtpartijen in de arena gingen ze allemaal naar de slager, die het vlees verkocht en de botten dumpte. Zie het plaatje hierboven.

De slager slachtte verder varkens (daarover binnenkort meer), schapen, paarden, ezels, kippen, ganzen, hazen en een enkele geit. De opgravers vonden ook visgraten en de botjes van raven, kraaien en kauwen. Kortom, afgezien van de panter waren het allemaal inheemse dieren, wat misschien een aanwijzing is voor de regionalisering van de Romeinse economie in de Late Oudheid. Er was echter nóg een exoot.

Lees verder “Dierenbotten uit Carnuntum”

“Woestijnkunst” (bij gebrek aan betere naam)

Een herder met een struisvogel, een haan en een schaap (Wadi Imla)
Een herder met een struisvogel, een haan en een schaap (Wadi Imla)

Als het gaat om antiek materiaal, heb je vandalen en vandalen. Je hebt er die ruïnes plunderen om de vondsten te gelde te maken en je hebt er die verlost willen zijn van erfgoed dat hun niet bevalt. De eerste categorie zal het zichzelf niet al te moeilijk maken en richt zich op plekken waarvandaan de oudheden snel kunnen worden afgevoerd; de tweede groep ziet er geen been in naar moeilijk bereikbare plaatsen te gaan om de boel kort en klein te slaan. Het berichtje, alweer een jaar of wat geleden, dat in Libië mensen diep de woestijn in waren getrokken om daar prehistorische kunst kapot te gaan maken, behoort tot die tweede categorie. Het is pure haat.

Wilde fauna

Terwijl het juist zo boeiend is dat de Sahara ooit een savanne is geweest waar mensen de rotswanden versierden met reliëfs en schilderingen. Er is in het zuiden van Libië van alles te zien: jagers, dansers, krijgers en zelfs zwemmers. Oké, de beroemde “Cave of the Swimmers” is in Egypte maar u snapt mijn punt.

Het is des te fascinerender als we zien hoe oud de woestijnkunst is. Dit is geen primitieve imitatie van Griekse of Romeinse kunst, zoals kunsthistorici aanvankelijk dachten, maar is eeuwen ouder. Dat werd alleen pas duidelijk toen het prehistorische klimaat een beetje werd begrepen, toen was gebleken dat dit gebied ooit een savanne, ja zelfs bos was geweest en toen kon worden beredeneerd welke dieren op welk moment over de savanne zwierven.

Lees verder ““Woestijnkunst” (bij gebrek aan betere naam)”

Jagende leeuw

Leeuw bejaagt man (Viminacium-museum, Pozarevac)

Ik beken dat de bovenstaande foto, die ik maakte in het Viminiacium-museum te Pozarevac (in het oosten van Servië), niet van een overdonderend hoge kwaliteit is, maar het is wel een aardige afbeelding om te behandelen in mijn reeks museumstukken. Het is namelijk wel een gek plaatje: meestal is het de ruiter die op de leeuw jaagt, hier jaagt de leeuw op de ruiter. Wat is hier aan de hand?

Het is in elk geval geen vergissing, al zijn fouten natuurlijk nooit helemaal uit te sluiten (kijk maar). Dat ik deze optie dit keer toch uitsluit is omdat deze schildering ooit deel uitmaakte van een sarcofaag en aan de tegenoverliggende zijde dezelfde afbeelding is te zien: daar achtervolgt een wild beest, wellicht een beer maar dat deel is beschadigd, een andere ruiter. Eén vergissing zou mogelijk zijn maar twee is teveel.

Lees verder “Jagende leeuw”

De leeuwenjacht van Aššurbanipal

De leeuwenjacht van Aššurbanipal (detail; British Museum, Londen)

Vandaag het einde van mijn reeks over museumstukken die te maken hebben met de expositie over Nineveh in het Rijksmuseum van Oudheden. Volgende week nog iets over de val van de Assyrische hoofdstad en daarna wil ik op gezette tijden schrijven over andere Assyrische zaken, al weet ik momenteel nog niet wat. Maar vandaag de laatste aflevering uit deze museumstukkenreeks en dat moet dus wel een hoogtepunt zijn uit de oud-oosterse kunst: de leeuwenjacht van koning Aššurbanipal.

De reliëfs zijn zo rond 650 v.Chr. vervaardigd. U zult ervoor naar het British Museum moeten, want dit soort kunstvoorwerpen lenen musea niet gemakkelijk aan elkaar uit. Alles klopt aan de leeuwenjacht van koning Aššurbanipal. De leeuwen zijn perfect weergegeven, de anatomie van de en profil afgebeelde jagers is in orde. De reliëfs moeten ooit beschilderd zijn geweest maar ook zonder kleur zijn ze fenomenaal. Maar waarom werden ze eigenlijk gemaakt?

Lees verder “De leeuwenjacht van Aššurbanipal”

Beschaving en barbarij (2)

Romeins portret van een Germaan (British Museum, Londen)

Gisteren blogde ik over de Romeinse visie op de Lage Landen, die was beïnvloed door het oeroude idee dat aan de randen van de aarde, ver van de beschaving, alleen maar barbaren woonden. Noordwest-Europa was voor Romeinen en Grieken een soort omgekeerde wereld. Waar beschaafde mensen woonden op riviervlakten, beschreef ik, woonden de barbaren in een rotsachtig woud aan de kust.

Economie en levenswijze

De verschillende geografie vertaalde zich in tegengestelde productiewijzen: terwijl de beschaafde gebieden een vruchtbare bodem hadden waarop akkerbouw mogelijk was, stond het arme barbaarse land alleen veeteelt toe. Tegenover de beschaafde, “broodetende mensheid” (zoals dichters het noemden), stonden nomadische barbaren, die een dieet hadden van vlees en zuivel.

Lees verder “Beschaving en barbarij (2)”

Synesios (3): Huwelijk

Een laat-antieke dame van stand (Qasr Libya, niet ver van Kyrene)

[Dit is de derde van vijf blogposts over Synesios van Kyrene. De eerste is hier.]

Synesios keerde nu terug naar Afrika. In de winter van 400/401 was hij in Alexandrië, waar hij een christelijke dame ontmoette, met wie hij na een korte verloving trouwde. Hoe zij heette, is onbekend: in zijn brieven heet ze gewoon “mijn vrouw”. Dat hij zich, om met haar te mogen trouwen, bekeerde tot het christendom, vermeldt hij nergens, maar is aannemelijk. Het huwelijk werd namelijk ingezegend door Theofilos, de patriarch van Alexandrië, die er de man niet naar was een huwelijk te sluiten dat niet voldeed aan alle christelijke regels. Synesios zal zich dus hebben laten dopen, al is ook denkbaar dat hij altijd christen is geweest maar er niets mee deed.

Lees verder “Synesios (3): Huwelijk”