Een chalcolithische plaspop

Chalcolithische plaspop (Pierides-museum, Larnaka)

Ik ben momenteel in Larnaka, het antieke Kition, op Cyprus; ik schrijf dit op mijn hotelkamer. Vanmiddag was ik in het Pierides-museum, dat de oudheidkundige collectie toont van een rijke Cypriotische familie. Het is een fijne plek om een uurtje door te brengen. Werkelijke topstukken staan er niet, maar het museum hypet de vondsten tenminste niet en biedt een gewoon gedegen overzicht van wat er in de Oudheid zoal op Cyprus is vervaardigd.

Zoals het bovenstaande beeld. Zesendertig centimeter hoog. Het dateert uit het Chalcolithicum, dus zeg maar de aanlooptijd naar de Bronstijd, ofwel het vierde millennium v.Chr. Even oud als de Naqada-cultuur in Egypte, de Uruk-cultuur in Mesopotamië en de Yamnaya-cultuur op de Pontische vlakte. Dit beeld is uniek: een man op een krukje, de knieën opgetrokken, ellenbogen op de knieën ter ondersteuning van het hoofd. Wijdopen mond. En het is een vaas.

Lees verder “Een chalcolithische plaspop”

Faits divers (17)

Mykeense krater (dertiende eeuw v.Chr.; Cyprusmuseum, Nicosia)

In de reeks faits divers deze keer van alles en nog wat. Daarom heet het ook faits divers natuurlijk.

Correctie

Eerst maar even een correctie. Ik blogde laatst over Al-‘Ula en vertelde toen dat de noordelijke nederzetting Hegra heette, een oude naam, waarvan ik zei dat die correspondeerde met een Perzische vorm én de bijbelse naam Hagar, de moeder van Ismaël en stammoeder van allerlei zuidelijke volken die we nu gemakshalve Arabisch noemen. Benjamin Suchard van de universiteit in Leuven attendeert me erop dat dit niet klopt.

Hegra, schrijft hij, is een weergave van het Aramese חגרא ḥegr-ā = Arabisch الحِجْر al-ḥiǧr, en dat betekent zoiets als “ommuurde plaats”. De moeder van Ismaël heet echter הָגָר hāḡār, en dat is echt een ander woord. Het zou verwant kunnen zijn met het Arabische werkwoord هاجر hāǧara, “van stad wisselen”, wat voor de stammoeder van een halfnomadisch volk natuurlijk niet zo’n gekke naam is.

Lees verder “Faits divers (17)”

Dikke gladiatoren (4): Besluit

Reliëf van twee gladiatoren uit Maastricht (Limburgs Museum, Venlo)

Als ik de vorige drie stukjes mag samenvatten: eerst was er de voorbarige aanname van de onderzoekers van de gladiatorenbotten uit Efese dat gladiatoren dik waren. Die belandde vervolgens in een tentoonstellingscatalogus die gepubliceerd werd voordat het onderzoek was afgerond. Daarna haalde het idee een archeologisch tijdschrift en daarvandaan verspreidde idee zich naar de blogosfeer en dus het algemene publiek. De eigenlijke onderzoeksresultaten kwamen nooit verder dan de wetenschappers.

Sommige blogartikelen, geschreven voor specialisten, verwijzen wél naar het laatste onderzoek, maar richten zich nog steeds op de theorie van dikke gladiatoren, en weerleggen de ideeën over de mollige strijders. Helaas hebben Kanz en Grossschmidt nooit expliciet vermeld dat de gladiatoren geen strikt vegetarisch of veganistisch dieet hadden, waardoor ze de moderne misvatting over gladiatoren ruim baan gaven.

Lees verder “Dikke gladiatoren (4): Besluit”

Het is niet altijd een gladiator (2)

Gladiator uit Efese (Museum van Selçuk)

Zoals in het eerste stukje beschreven, hypen de media archeologische vondsten nogal eens om de Oudheid zo interessanter te maken. Dat er in het Romeinse Rijk gladiatoren waren, komt dan goed uit. Die trekken altijd de aandacht. In dit stukje het tweede voorbeeld uit Groot-Brittannië.

De onthoofde Romeinen uit York

In 2004 en 2005 vonden opgravingen plaats in York, vlakbij het spoorwegstation. Net als in Londen vond men een begraafplaats langs een Romeinse weg naar de stad, in dit geval naar Eboracum, het Romeinse York. Dit keer trokken vooral de graven van onthoofde mannen de aandacht.

Lees verder “Het is niet altijd een gladiator (2)”

Het is niet altijd een gladiator (1)

Een gladiator op een olielamp (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

De media presenteren archeologische vondsten vaak met sensationele koppen, waarvan journalisten aannemen dat die bij het brede publiek belangstelling wekken. Dit gebeurt vooral  als de wetenschappers geen duidelijk antwoord hebben op de vraag wat de vondst eigenlijk betekent. Bijvoorbeeld omdat de context onvoldoende aanwijzingen biedt. Door ze te voorzien van een hijgerige kop krijgen de media alsnog een verhaal dat lezers trekt.

Niet zelden worden vondsten gepresenteerd alsof het zou gaan om gladiatoren. Twee voorbeelden uit Engeland tonen hoe dat gaat. In beide gevallen is onduidelijk wat de vondsten feitelijk voorstellen.

Lees verder “Het is niet altijd een gladiator (1)”

Midden in de winternacht …

De ster van Betlehem (Gevelsteen, Prinsengracht 162, Amsterdam)

… ging de hemel open en God zond het kindje Jezus neder, overeenkomstig zijn geboortester, terwijl de engelen hymnen zongen. Zo staat het in Soera 97 van de koran — maar enkel en alleen zoals Luxenberg die leest. Een moeder komt hier niet ter sprake, een stal evenmin.

Kerstmis in de Koran

Chistoph Luxenberg is het pseudoniem van een Syrische christen, woonachtig in de buurt van het bijna gelijknamige groothertogdom. Hij verwierf een zekere roem met zijn Die syro-aramäische Lesart des Koran. Ein Beitrag zur Entschlüsselung der Koransprache (2000), waarin hij stelt dat de Koran geschreven is in een Syrisch-Arabische mengtaal en dat vele teksten pas begrijpelijk worden als je ze als Syrisch leest. Het beroemdst werd wel zijn opvatting dat de houri’s in het paradijs eigenlijk alleen maar witte druiven zijn. Alsof een mens daarvoor al die moeite zou doen! Zijn boek kreeg veel aandacht in de pers, werd vijfmaal herdrukt en in het Engels vertaald; en dat hoewel het alleen leesbaar is voor semitisten met kennis van het Syrisch en het Arabisch. Vlak na 9/11 kreeg de Luxenberg-these de wind in de rug, omdat veel mensen het een prima idee vonden dat ‘de islam’ eens een flink pak slaag kreeg.

Lees verder “Midden in de winternacht …”

Wat is nieuws?

Gevelsteen (Egelantiersstraat, Amsterdam)

Een enkele keer blog ik hier over een recente ontdekking of nieuw inzicht. Dat gaat weleens fout. Met één april alweer even achter ons, is dit een mooi moment om het te hebben over de manieren waarop het ontspoort en over de “filters” waarmee ik probeer fouten te vermijden.

Onlangs werkte zo’n filter niet: ik blogde toen over Sponsianus, de Romeinse keizer waarvan iedereen dacht dat die niet had bestaan, totdat enkele onderzoekers het tegendeel beweerden. Ik schreef erover want dit was leuk. De onderzoekers bleken zich echter te vergissen. Gelukkig is dit een blog, dus ik kon de rectificatie er meteen bij zetten.

Lees verder “Wat is nieuws?”

Het schild van Achilleus (2)

[Tweede deel van een stuk over pseudowetenschap, wetenschap en wetenschapscommunicatie. Het eerste was hier.]

Speculaties

Oudheidkunde kenmerkt zich door dataschaarste en dus speculatie. De waarde van het vak is dat je leert nadenken over die onzekerheid en dan kom je al snel bij het onderscheid tussen speculaties over gedocumenteerde en ongedocumenteerde verschijnselen. Ik zal het uitleggen aan de hand van een voorbeeld.

Een classicus kan, als hij op een onbekend woord stuit, speculeren dat het gaat om een bekend maar ongebruikelijk gespeld woord. Hij of zij weet namelijk dat spelfouten bestaan. De diverse typen zijn in kaart gebracht. (Ik zal nog bloggen over zaken als permutatie, dittografie, haplografie.) De classicus kan dus speculeren over het rare woord door te verwijzen naar een verschijnsel dat goed is gedocumenteerd.

Lees verder “Het schild van Achilleus (2)”

Het schild van Achilleus (1)

Hefaistos en Thetis met de nieuwe wapenrusting van Achilleus (Musée royal de Mariemont, Morlanwelz )

Er valt iets te zeggen vóór pseudowetenschap. De theorieën zijn vaak origineel en tonen de menselijke fantasie op haar mooist. Bovendien vinden pseudowetenschappers, steeds op zoek naar argumenten, hun aanwijzingen overal. Ze denken interdisciplinair en dat is goed. Pseudowetenschap daagt je daardoor uit na te denken over wat echte wetenschap is. Als je die uitdaging echter aangaat, lopen de rillingen je over het lijf.

Alle redenatiefouten die je aanwijst in een pseudowetenschappelijke theorie, zie je namelijk ook in de officiële wetenschap (wat dat ook moge zijn). Je zou willen zeggen dat de peer-review weliswaar niet onfeilbaar is maar excessen toch verhindert, maar je kent legio voorbeelden van het tegendeel. Je zou willen zeggen dat het zelfreinigend vermogen van de academische wetenschap blunders uiteindelijk corrigeert. Alleen weet je dat dit verrotte langzaam gaat of onvolledig is. Je zou willen zeggen dat de toetsing aan de empirie uiteindelijk allesbeslissend is. Maar je weet dat dat in de oudheidkunde niet gaat. Er is immers dataschaarste en dus onvoldoende empirie.

Lees verder “Het schild van Achilleus (1)”

Nep-hunebed van de dag: Gasselte

De heuvel bij Gasselte waarin geen hunebed was

Het is alweer tien maanden geleden dat ik schreef over het nep-hunebed van Gasselte. Het gaat om een achter dorpshuis De Trefkoel gelegen heuvel, waarin zich volgens mensen die zich voor amateurarcheologen uitgaven, een prehistorisch graf zou bevinden. Hun “ontdekking” mag in deze reeks niet ontbreken, want er zijn nogal wat rare dingen aan de hand.

Om te beginnen: vanaf het allerbeginste begin was zonneklaar dat wat er ook in de heuvel mocht zitten, er met geen mogelijkheid een hunebed kon zijn. Eén reden daarvoor is dat er nergens in de buurt ooit ook maar iets is gevonden dat aan de Trechterbekercultuur viel toe te schrijven. Een andere reden is dat de bodem ongeschikt is.

Lees verder “Nep-hunebed van de dag: Gasselte”