Keizer Augustus in Hamburg

Augustus (Glyptothek, München)

Kent u de mop van die blogger die voor zo’n 200 euro aan hotel- en treinkosten naar Hamburg reisde om een expositie te bekijken over keizer Augustus? Eenmaal ter plekke hoorde hij dat hij er geen foto’s mocht maken.

U hoeft geen medelijden met die blogger te hebben hoor. Hij ging, zoals u al weet, ook naar het Drents Museum in Assen en naar Groningen, hij was in aangenaam gezelschap en hij had bovendien eindelijk de tijd om in Hamburg het Museum für Kunst und Gewerbe op z’n gemak te bekijken én Miniatur Wunderland te bezoeken. Maar stom is het wel, dat van die foto’s.

Lees verder “Keizer Augustus in Hamburg”

Pompeius in Antalya

De stadspoort van Antalya (die er in de tijd van Pompeius nog niet was)

Als ik u zeg dat het 20 sextilis was in het jaar waarin Julius Caesar en Servilius Isauricus consuls waren, en als ik dat omreken naar 10 juli 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Ik heb geen idee. Wat ik wel weet is dat zijn rivaal Pompeius aankwam in Attaleia ofwel Antalya. Zoals we al zagen, was de aanvoerder van de senatoriële troepen verslagen bij Farsalos. De Senaat beschikte echter nog altijd over een superieure vloot alsmede legioenen in Africa, zoals het huidige Tunesië destijds heette. In het verre westen, in Andalusië, was men bovendien in opstand gekomen tegen Caesars gouverneur Quintus Cassius Longinus. Pompeius was echter niet naar het westen op weg. Zijn reis naar het oosten oogt als een slecht voorbereide improvisatie: hij was vooral bezig afstand te scheppen tot zijn achtervolgers. Caesar wilde immers verhinderen dat zijn verslagen tegenstander zich zou aansluiten bij een nieuw leger.

Lees verder “Pompeius in Antalya”

Klassieke geschiedschrijvers

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Archeologisch Museum, Cherchell)

Ik heb weleens geblogd over een boek dat je in je hotelkamer zou willen vinden, vol hoogtepunten van de Nederlandse literatuur. Met een vertaling ten behoefte van degenen die onze mooie taal niet machtig zijn. Zeg maar een soort Gideons’ Bible maar dan bomvol bijzondere verhalen en gedichten. Het lijkt me fijn voor toeristen om iets verrassends te lezen uit het land ze verblijven.

Ik moest aan dat idee terugdenken toen iemand me laatst vroeg wat je zou kunnen lezen om een beeld te krijgen van de klassieke geschiedschrijving. Geinige vraag eigenlijk.

Herodotos

Om te beginnen: Herodotos. Ik zou twee stukken nemen. Het eerste is het verhaal van de slag bij Thermopylai (7.201-234). Veel klassieker krijg je het niet. De tekst is echter ook interessant.

Lees verder “Klassieke geschiedschrijvers”

Overigens ben ik van mening dat Carthago vernietigd moet worden

De zogenaamde Cato de Oudere uit Otricoli (Torlonia-collectie, Rome)

‘Overigens ben ik van mening dat Carthago vernietigd moet worden’ is een bekend gezegde van Marcus Porcius Cato (234-149 v. Chr.) vlak voor de Derde Punische Oorlog (149-146 v. Chr.). Deze eindigde inderdaad met de verwoesting van Carthago. Maar heeft Cato dat echt zo gezegd? Van Cato zelf zijn geen redevoeringen bewaard gebleven. En van het in het Grieks geschreven geschiedeniswerk van Polybios (203-120 v.Chr.), een tijdgenoot van Cato, zijn slechts fragmenten bewaard gebleven, maar het gedeelte over de Derde Punische Oorlog is daar helaas niet bij.

Cicero

De oudste bron voor deze uitspraak van Cato is Marcus Tullius Cicero (106-43 v. Chr.) in zijn werk Cato Maior de senectute, waarin hij Cato zelf aan het woord laat over het ouder worden. Hierin zegt hij op een gegeven moment:

Ik verklaar al lang de oorlog aan de stad Carthago, die reeds sinds geruime tijd op onheil uit is; ik houd niet op bang te zijn voor Carthago totdat ik verneem dat zij is vernietigd (excisam esse). (Cato 18)

Lees verder “Overigens ben ik van mening dat Carthago vernietigd moet worden”

WvdK | De slag in het Teutoburgerwoud

Reconstructie van het antieke landschap bij Kalkriese, de locatie van een van gevecht in het Teutoburgerwoud: moeras vooraan, palissade van het Romeinse kamp achteraan.

[De slag in het Teutoburgerwoud is een van de beroemdste gebeurtenissen uit de Oudheid. Een van de bronnen is het in het jaar 30 na Chr. door de Romeinse officier Velleius Paterculus gepubliceerde historische zakboekje, waarin hij de wereldgeschiedenis samenvatte. Ook de gebeurtenissen in het Teutoburgerwoud komen aan bod. Paterculus was bevriend met keizer Tiberius (ze hadden samen gevochten in het Midden-Donau-gebied) en een ooggetuige van de regering van keizer Augustus. Zijn verslag van de slag in het Teutoburgerwoud gaat terug op andere ooggetuigen.

Over de betekenis van de Romeinse nederlaag zijn lange tijd te stellige uitspraken gedaan. Dit was echter niet het moment waarop Duitsland werd geboren. De Romeinen gaven hun posities op de oostelijke Rijnoever pas later op. Hier is een alweer wat ouder stukje waarin ik het een en ander bij elkaar plaats.]

***

Tiberius had de Pannonische en Dalmatische oorlog nog maar net afgerond toen, nog geen vijf dagen nadat hij die enorme onderneming tot een goed einde had gebracht, de ongelukstijding uit Germanië kwam: Varus dood, drie legioenen, evenveel eskadrons en zes cohorten afgeslacht. Het was alsof de enige gunst die het Noodlot ons bewees, eruit bestond dat deze slag ons niet werd toegebracht terwijl onze leider elders bezig was. Zowel de oorzaak van de ramp als de persoonlijkheid van de gouverneur vragen om een toelichting.

Lees verder “WvdK | De slag in het Teutoburgerwoud”

Marius in Karthago

De zogenaamde “Marius” (Glyptothek, München)

Terwijl u dit leest, zal ik vermoedelijk aan het ontbijt zitten in Tunis, wachtend op de chauffeur die ons straks zal rijden naar Annaba, het antieke Hippo Regius. Als die naam u iets zegt, is het omdat het de stad is waar Augustinus bisschop is geweest. Het is vandaag dus afscheid van Karthago, hoewel ik er volgend jaar zal terugkeren, en ik neem de gelegenheid te baat een van mijn favoriete Latijnse regels te citeren.

Over de Romeinse auteur Velleius Paterculus wordt soms wat lacherig gedaan omdat hij zich in zijn Romeinse Geschiedenis nogal bewonderend uitliet over keizer Tiberius (r.14-37). Het beeld van die keizer heeft nogal geleden onder het portret dat Tacitus een eeuw later van hem zou schilderen (en dat in feite een commentaar is op de toen regerende Hadrianus). We kunnen echter voorbij Tacitus kijken en constateren dat Tiberius, hoewel hij zijn fouten heeft gehad, het zo gek niet heeft gedaan en dat Velleius’ inschatting zo slecht niet is. Sterker nog: Velleius is helemaal zo’n beroerd historicus niet. Hij heeft tenminste gereisd, weet wat het is om in het leger te dienen, heeft een brede culturele belangstelling en heeft bestuurswerk gedaan. Zeker destijds waren dat aanbevelingen en voor wie “grotemannengeschiedenis” wil schrijven is dat nog altijd het geval.

Maar ter zake.

Lees verder “Marius in Karthago”

Eutropius (8): De feiten presenteren

Janus op een Romeins zilverstuk

Terwijl u dit op leest, ben ik voor mijn werk een dagje in Baalbek. Omdat ik vermoedelijk geen tijd zal hebben voor mijn dagelijkse stukje, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van de Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.

Eutropius is op zijn best bij het laatste punt van het lijstje: het presenteren van de feiten. Hij denkt echt aan zijn lezer, bijvoorbeeld door uit te leggen hoe dicht bij Rome enkele steden lagen. Een door de Thracische Bessers bewoonde nederzetting duidt hij aan met de naam die in de tijd van zijn lezers gangbaar was, Hadrianopel, aangezien het niet aannemelijk was dat Valens zou weten waar Uskudama had gelegen. Een grote verdienste van Eutropius is bovendien dat hij de ruim driehonderd plaatsnamen uit zijn tekst, anders dan de persoonsnamen, foutloos weergeeft. De verklaring moet liggen in zijn dagelijkse betrokkenheid bij de keizerlijke correspondentie.

Zijn ambtelijke ervaring zal ook de reden zijn waarom Eutropius goed begrijpt hoe het staatsapparaat functioneerde. Over juridische zaken geeft hij een geloofwaardig oordeel, zoals zijn commentaar dat van de wetten van keizer Constantijn “sommige goed en billijk, de meeste overbodig, enkele nodeloos streng” waren. Als hij uitlegt wat de bevoegdheden waren van een dictator, doe het hij het zó dat keizer Valens het zal hebben begrepen.

Lees verder “Eutropius (8): De feiten presenteren”

De slag in het Teutoburgerwoud (6)

Een van de in de slag in het Teutoburgerwoud omgekomen Romeinen (Kalkriese Museum)

[Er is een nieuwtje over de slag in het Teutoburgerwoud. Maar eerst een verslag van wat daar gebeurde. In het eerste en tweede stukje beschreef ik hoe de Romeinen het gebied van de Main en Lippe veroverden. Het derde deel bestond uit het verslag van Velleius Paterculus en het vierde en vijfde boden de problematische informatie van Cassius Dio. Vandaag de afloop.]

De Romeinen probeerden verder te marcheren, maar werden van alle kanten bestookt. Wellicht bereikten ze, na de bovenloop van de Eems te zijn overgestoken, op de derde dag de vlakte – vol door regen gezwollen waterlopen – waar nu de stad Münster is. Daar achter begon een groot moeras waardoor Lucius Domitius Ahenobarbus tien jaar eerder een knuppeldam had aangelegd die eindigde bij de Lippe. Als de legionairs die zouden bereiken waren ze op veiliger terrein, want ook de Germanen konden zich niet eenvoudig een weg banen door het moeras.

Het mocht echter niet zo zijn. De Romeinse legermacht desintegreerde voordat ze de knuppeldam bereikte. Tacitus vermeldt een droom van generaal Germanicus, waarin deze Varus bij Ahenobarbus’ knuppeldam in het moeras ziet. Cassius Dio schrijft:

Lees verder “De slag in het Teutoburgerwoud (6)”

De slag in het Teutoburgerwoud (5)

Slingerstenen, gevonden bij Kalkriese en gelost tijdens de gevechten in het Teutoburgerwoud

[Er is een nieuwtje over de slag in het Teutoburgerwoud. Maar eerst een verslag van wat daar gebeurde. In het eerste en tweede stukje beschreef ik hoe de Romeinen het gebied van de Main en Lippe veroverden. Het derde deel bestond uit het verslag van Velleius Paterculus, het vierde bood de problematische informatie van Cassius Dio en eindigde met de constatering dat de Romeinen door een smalle corridor moesten trekken.]

Zoals gezegd was de Romeinse weg over de smalle strook droog land tussen de heuvels van het Wiehengebirge en de moerassen niet gemakkelijk, maar veel keuze hadden de Romeinen niet. De opstand die “een eind verderop” uitbrak, vond namelijk vrijwel zeker plaats bij de vier jaar eerder onderworpen Chauken aan de monding van de Eems. Vanaf de plaats waar Varus vertrok, vermoedelijk bij Minden, kon hij alleen oprukken over de genoemde smalle strook. Nogmaals de vertaling van Gé de Vries:

Lees verder “De slag in het Teutoburgerwoud (5)”

De slag in het Teutoburgerwoud (3)

Varus, de commandant die ten onder ging in de slag in het Teutoburgerwoud (Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz).
Varus, de commandant die ten onder ging in de slag in het Teutoburgerwoud (Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz).

[Er is een nieuwtje over de slag in het Teutoburgerwoud. Maar eerst een verslag van wat daar gebeurde. In het eerste en tweede stukje beschreef ik hoe de Romeinen het gebied van de Main en Lippe veroverden. Hier is het verslag van de gevechten van Velleius Paterculus, dat volgt op zijn beschrijving van een oorlog op de noordelijke Balkan.]

Hij had deze oorlog nog maar nauwelijks voltooid, toen de ongelukstijding uit Germanië kwam: Varus was dood, drie legioenen, evenveel eskadrons en zes cohorten waren afgeslacht. Het was alsof de enige gunst die het Noodlot ons bewees, eruit bestond dat deze slag ons niet werd toegebracht terwijl onze leider [Tiberius] elders bezig was. Zowel de oorzaak van de ramp als de persoonlijkheid van de gouverneur vragen om een toelichting.

Quinctilius Varus stamde uit een eerder beroemde dan adellijke familie. Hij was een zachtmoedig man, rustig in zijn optreden, enigszins traag van lichaam en geest, meer gewend aan de kalmte van het kamp dan aan actieve krijgsdienst. Dat hij niet afkerig was van geld, bleek in Syrië, waar hij gouverneur was geweest: arm betrad hij een rijke provincie, rijk verliet hij een verarmd gewest. Toen hij aan het hoofd van het leger in Germanië stond, beeldde hij zich in dat de mensen daar – die behalve een stem en ledematen niets menselijks hadden en die zelfs niet te bedwingen waren met geweld – door rechtspleging tot beschaving konden worden gebracht. Met deze intentie trok hij naar het hart van Germanië, waar hij (alsof hij te maken had met mannen die eraan waren gewend van vrede te genieten) de zomer in zijn rechterstoel doorbracht met rechtspraak en het afhandelen van formaliteiten.

Lees verder “De slag in het Teutoburgerwoud (3)”