Dromedaris en kameel

Ploegende dromedaris (Museum van Bani Walid)

Het is vandaag wereldkamelendag. Of eigenlijk: World Camel Day, wat betekent dat we ook dromedarissen in het zonnetje zetten. En dat is terecht, want maar weinig dieren zijn nuttiger voor de mensheid dan een- en tweebulters. Ze kunnen een paar dagen zonder water, zodat je ermee kunt reizen door droge gebieden. Ook kunnen ze zware lasten dragen. Ze produceren melk, wol, mest en vlees. Ze kunnen worden gebruikt om te ploegen. Hun uitwerpselen zijn niet alleen goed als mest maar ook als brandstof. Voor ik in detail treed, nog even de verschillen.

  • Een dromedaris heeft één bult, lange ledematen en kort haar. Dit dier komt oorspronkelijk uit de woestijnen en de steppen van Arabië. (Tegenwoordig leeft het ook in Noord-Afrika.) Een dromedaris is ongeveer 300 cm lang; zijn hoogte is ongeveer 190-230 cm; zijn gewicht ligt tussen de 600 en 700 kilo.
  • Een kameel heeft korte ledematen. Het dier leefde ooit alleen in Baktrië, Sogdië en de Gobiwoestijn, die een landklimaat hebben. De twee bulten en het lange haar isoleren het dier tegen warmteverlies in de koude Centraal-Euraziatische winters. Hoewel de kameel ongeveer even groot en zwaar is als de dromedaris, kan hij zwaardere gewichten dragen.

Lees verder “Dromedaris en kameel”

Hellenistisch Armenië

Artashat/Artaxata (op de heuvels), hoofdstad van Armenië. De berg achteraan is de Masis, de zogenaamde Ararat

[Tweede van vier blogjes over de geschiedenis van Armenië in de Oudheid. Het eerste deel is hier.]

In 336 v.Chr. voerde de toenmalige Perzische gouverneur van Armenië, Artašata, een succesvolle staatsgreep uit. Eenmaal koning van Perzië nam hij de naam Darius aan, “de hersteller van het goede”, en erfde hij een oorlog tegen de Macedoniërs. Hun koning, Alexander de Grote, versloeg Darius en onderwierp het volledige Perzische rijk, maar Armenië lijkt in deze tijd onafhankelijk te zijn geworden.

De eerste Yervandiden

Van tijd tot tijd duiken de namen van Armeense leiders op in onze bronnen. Anders gezegd: de schijnwerper flitst een aantal keren achter elkaar aan. Zo vernemen we van een tweede Yervand. Deze zal nog door de laatste Perzische koning zijn aangesteld als gouverneur, kan een door Alexander gezonden generaal hebben weten af te weren en speelde na de dood van Alexander (323 v.Chr.) een rol in de burgeroorlogen tussen de Macedonische generaals.

Lees verder “Hellenistisch Armenië”

Perzisch Armenië

Armeniërs brengen tribuut aan de koning van Perzië (Persepolis)

Ik blogde onlangs over Urartu, het IJzertijdkoninkrijk dat in de eerste helft van het eerste millennium v.Chr. bestond in oostelijk Turkije, Armenië en noordwestelijk Iran. De laatste dateerbare vermelding ervan is te plaatsen rond 640 v.Chr. Het rijk is daarna ten onder gegaan.

Tussen dat moment en de opkomst van het christendom in Armenië, waarover ik later nog eens zal bloggen, verstreken ruim negen eeuwen. In die tijd schreven de bewoners van dit gebied zelf betrekkelijk weinig. We moeten ons deze periode voorstellen als een landschap in het duister, waarop af en toe het licht van een schijnwerper valt als Griekse of Romeinse auteurs erover schrijven. Die schreven niet per se over de belangrijkste gebeurtenissen. Bovendien hebben de middeleeuwse kopiisten die hun teksten overschreven, niet per se het belangrijkste geselecteerd. In feite is de overgeleverde informatie, hoe waardevol ook, volkomen willekeurig.

Lees verder “Perzisch Armenië”

Het antieke klimaat

Struisvogel en boogschutter (Wadi Imla)
Struisvogel en boogschutter (Wadi Imla)

Het is een hele mond vol, “Het Vooraziatisch-Egyptisch Genootschap ‘Ex Oriente Lux’”, maar het is een leuke club. Die club geeft namelijk wetenschappelijke inzichten over het oude Nabije Oosten door aan het grote publiek. Anders dan het Nederlands Klassiek Verbond, dat vooral eerstelijns-informatie geeft over de Mediterrane helft van de oude wereld, kiest EOL bij uitleg van het Nabije Oosten voor eerste én tweedelijns-voorlichting. Anders gezegd: het schurkt ook wat aan tegen de wetenschap.

Afgelopen zaterdag organiseerde EOL in de Lokhorstkerk in Leiden een studiemiddag over klimaatwetenschap en migratie. Twee thema’s waarin momenteel dynamiek zit, al is het inmiddels niet meer zo heel erg verrassend. Iets vormt nieuws zolang de aard van ons inzicht verandert. Het antieke klimaat was daarvan een voorbeeld maar nu de wissel eenmaal is omgezet, komen de inzichten uit deze steeds minder nieuwe categorie binnen. Steeds meer, dat wel, maar verrassend is het niet meer. Boeiend blijft de materie wel. Het andere thema, migratie, kwam zaterdag wat minder uit de verf.

Lees verder “Het antieke klimaat”

Oud-oosterse maatschappelijke verhoudingen

Twee Assyrische paleisbedienden (Tell Ahmar; Louvre, Parijs)

Tijd om het te hebben over de maatschappelijke verhoudingen in het oude Nabije Oosten. In de eerste plaats slavernij. Je hoeft niet heel Bijbelvast te zijn om de verhalen te kennen over de vreselijke slavenarbeid van de Hebreeën in Egypte en de deportatie van de Joden naar Babylonië. Onvrije arbeid was destijds doodnormaal. De vrijheid van de een was mogelijk door de onvrijheid van de ander, zo simpel. In de oud-oosterse samenlevingen bestond dus een onderscheid tussen degenen die eigen baas waren en degenen die andermans bezit waren.

Dat was maar één manier om de toenmalige maatschappij onder te verdelen. De maatschappelijke verhoudingen waren zo complex als je bij vijfentwintig eeuwen geschiedenis mag verwachten. Rijkdom was een ander onderscheid, net als iemands plaats in de economie: boer, soldaat, ambachtsman. Voor ons niet zo goed te begrijpen is de positie binnen of buiten de twee grote organisaties, d.w.z. paleis en tempel. Tempelpersoneel en hovelingen kregen voor hun diensten betaald door de redistributie van de opbrengsten van het land. Dat maakte hen opvallend geprivilegieerd.

Lees verder “Oud-oosterse maatschappelijke verhoudingen”

De oosterse redistributie-economie

Contract uit Sippar uit de tijd van Xerxes (Louvre, Parijs)

Eerlijk is eerlijk: de antieke economie is niet mijn eerste belangstelling. In de tijd dat ik studeerde, de jaren tachtig, was wel duidelijk dat de discussies neerkwamen op een herhaling van zetten. Ik begon het interessanter te vinden toen ook de archeologen zich ermee bezig bleken te houden. Ik blogde al over Heinrich Dressel. Het was echter opvallend dat de Moses Finley waar alle oudhistorici het voortdurend over hadden, boordevol vooroordelen zat over archeologie. Dat inspireerde niet echt.

Ik heb het onderwerp niet werkelijk bijgehouden en was blij verrast met het handboek waarover ik doorgaans op donderdag blog, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Het blijkt tussen de eerste en de zevende druk sterk te zijn veranderd, uitgebreid, verbeterd. De voornaamste uitbreiding is een tweetal kaders, waarvan de een is gewijd aan onvrije arbeid en de ander aan de vraag of de economie van het oude Nabije Oosten valt te vangen in één model.

Lees verder “De oosterse redistributie-economie”

De oud-oosterse godsdiensten

De koning, als vertegenwoordiger van de mensheid, tegenover Horus, beschermgod van het koningschap (Abydos)

Zoals ik al aankondigde in mijn vorige stuk over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, wil ik het vandaag hebben over het hoofdstuk over de godsdiensten van het oude Nabije Oosten. Dat zou onder te verdelen zijn geweest in paragrafen over de diverse volken. De auteurs doen dat niet. In plaats daarvan benadrukken ze wat die volken gemeenschappelijk hadden. Ik denk dat er 85% zekerheid is dat ze dit doen omdat de Bronstijdgodsdiensten niet hun favoriete thema zijn. Ze herhalen daarom algemene inzichten en wagen zich niet aan een eigen verhaal. Dat pakt echter goed uit.

Polytheïsme

In de Bronstijd geloofden de mensen in het Nabije Oosten in talloze goden, die afstamden van oergoden.

Lees verder “De oud-oosterse godsdiensten”

Wereldrijk Assyrië

Soldaten uit Assyrië branden een Arabisch dorp plat (Vaticaanse Musea, Rome)

Assyrië! Zoals ik al aangaf behandelen De Blois en Van der Spek in hun handboek, Een kennismaking met de oude wereld, eerst de Levantijnse IJzertijdrijkjes en daarna de grote oosterse rijken. Ik attendeerde er al op dat die laatste zijn te beschouwen als één rijk met diverse dynastieën. Dus een Assyrische, een Babylonische, een Achaimenidisch Perzische, een Seleukidische, een Parthische, een Sassanidisch Perzische en een Arabische periode. Er was veel organisatorische en culturele continuïteit, zelfs als de elite steeds een andere, eh, “heersende etnoklasse” was. Dat laatste was een jargonterm om te vermijden dat we moeten schrijven dat dynastieën uit voortdurend andere volken de macht van elkaar overnamen, maar ik voor mij heb niet het idee dat we met deze term veel verder komen.

Assyrië

Over Assyrië is veel te zeggen en dat heb ik hier vier jaar geleden al gedaan in de aanloop naar de Nineveh-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. De Blois en Van der Spek noemen dat de Assyriërs de moeilijke twaalfde eeuw v.Chr. redelijk hadden doorstaan. In de strijd met de Aramese en Neohittitische staatjes in Syrië in het westen bouwden ze een steeds beter leger op. Dat de Assyriërs als eersten het ijzer redelijk wisten te bewerken, leek mij vermeldenswaard maar De Blois en Van der Spek noemen het niet. Misschien hecht ik er ook wel teveel waarde aan. Het eindresultaat is in elk geval onomstreden: in de loop der tijd werden wat eens vazalstaten waren geweest provincies. In de IJzertijd verenigde het Nabije Oosten zich tot één grote staat.

Lees verder “Wereldrijk Assyrië”

Fenicië als doorgeefluik

Beeld van een Fenicische magistraat (Nationaal Museum, Beiroet)

Ik ben nu al een tijdje bezig met een reeks over het handboek waarmee ik in het eerste semester van mijn eerste jaar aan de universiteit, 1985, oude geschiedenis kreeg onderwezen: Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. De politieke geschiedenis van de Bronstijd van het Nabije Oosten hebben we inmiddels gehad en de afgelopen weken kreeg u er nog een stortvloed aan Mesopotamië bij, plus een bespreking van het boek van Van De Mieroop.

Ik attendeerde op de volgorde waarin laatstgenoemde de materie presenteert. Eerst de economische en sociale kaders, pas daarna de evenementen. De Blois en Van der Spek maken de omgekeerde keuze. Ze bieden eerst evenementiële geschiedenis, daarna economie en sociale verhoudingen. Ik overdrijf een beetje – je kunt op dit punt niet al te consistent zijn – maar het verschil is belangrijk. Terwijl Van De Mieroop de verworvenheden van de sociale wetenschappen centraal stelt, zetten De Blois en Van der Spek een in feite negentiende-eeuwse, liberale traditie voort.

Lees verder “Fenicië als doorgeefluik”

A History of the Ancient Near East

De leeuwenjacht van Aššurbanipal (detail; British Museum, Londen)

Voor zover ik weet is Marc Van De Mieroop een Belgische oudhistoricus die momenteel is verbonden aan de Columbia-universiteit in New York. Ik las ooit met plezier en vrucht zijn boek Cuneiform Texts and the Writing of History (1999) en bezit A History of the Ancient Near East (2004). Dat stond ongelezen in de kast. Niet omdat ik het niet interessant vond, maar omdat ik de hoofdlijnen van de oud-oosterse geschiedenis voldoende dacht te kennen. Er zijn meer overzichten, zoals het heel toegankelijke Ancient Irak van Georges Roux, dat ik las in militaire dienst, en het tweedelige The Ancient Near East van Amély Kuhrt (1995). Het boek van Van De Mieroop zou vast goed zijn, dacht ik, maar vele uren lectuur zou me weinig werkelijk nieuwe inzichten opleveren.

Structuur

Dat zag ik dus verkeerd. Mijn reis naar Irak was de aanleiding het toch eens te lezen en ik kan alleen zeggen: dit is een verrotte goed boek. Het sterke is de wijze waarop Van De Mieroop de informatie structureert. Hij weet wat de geïnteresseerde lezer, die niet meteen een beeld heeft bij al die vreemde namen, nodig heeft. Van De Mieroop is daarom niet te beroerd informatie te herhalen en hetzelfde vanuit een ander perspectief nog eens te vertellen. Hij beperkt het jargon tot het noodzakelijke. Ook gebruikt hij de “Guide to Further Reading” waarvoor ze dient: om de lezer vervolginformatie te bieden. Klinkt logisch, maar u moest eens weten hoeveel publieksboeken over de oude wereld zijn voorzien van ellenlange literatuurlijsten en notenapparaten, alsof de tekst wetenschappelijk verantwoord zou moeten worden.

Lees verder “A History of the Ancient Near East”