Voor-westerse geschiedenis (2): landschap

Bergen aan zee bij het Dalmatische eiland Krk

De regio waarover ik in mijn reeks over de voor-westerse geschiedenis wil schrijven, is ruwweg die van het Middellandse Zee-gebied en het Nabije Oosten, met een open oog voor Noordwest-Europa en Centraal-Eurazië. en de gebieden langs de Rode Zee en Nijl. Dat sluit contact met China, India, Zuid-Arabië, Nubië en de Sao– en Nok-culturen overigens niet uit. De kern ligt echter rond de Middellandse Zee en in het Nabije Oosten en het is moeilijk te ontkennen dat dat een rommelig stukje wereld is.

Het komt allemaal door de tektonische platen. De Afrikaanse plaat schuift elk jaar ruim vijf centimeter naar het noorden, terwijl de Arabische plaat zo’n zestien centimeter naar het noorden schuift. Onderling bewegen deze twee platen van elkaar af, waardoor de Grote Rift-vallei is ontstaan: de Rode Zee, de Dode Zee, de Jordaan, de Bekaavallei. De Afrikaanse en de Arabische platen botsen tegen de Euraziatische Plaat, en zo zijn de Atlas, de Pyreneeën, de Alpen, de Taurus en de Zagros ontstaan. Een vooruitgeschoven deel van de Afrikaanse plaat zorgt voor de enorme kreukel die Sicilië heet, en scheidt de Middellandse Zee in twee bassins.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (2): landschap”

Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis

Mummieportret (achttiende dynastie)

Men zegt dat geen geringere kunstenaar dan Edgar P. Jacobs zich eens een nacht heeft laten opsluiten in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis te Brussel. Ik heb het niet gecontroleerd. Het is echter zeker een feit dat zo’n beetje elke Belgische striptekenaar wel ergens een object uit het museum in z’n werk heeft verstopt. U kent Hergé, u kent het beeldje van het gebroken oor en u kent de mummie van Rascar Capac. De museumwinkel verkoopt een aardig boek, Museum in strip. Museumstukken als figuranten in een stripverhaal (1996), waarin tientallen voorbeelden zijn gedocumenteerd.

Die striptekenaars hadden groot gelijk, want er is geen betere plek om inspiratie op te doen. Er is hier van alles te zien, van zo’n standbeeld van Paaseiland tot glaswerk, van islamitische kunst tot een maquette van het oude Rome, van oosterse iconen tot precolumbiaans aardewerk, met daartussenin dan nog Nervische munten, een totempaal en gobelins. Binnenkort gaan nieuwe afdelingen open over gebruiksvoorwerpen uit de negentiende eeuw en over de Belgische art nouveau en art deco. Je kunt in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis moeiteloos een dag dwalen, en het fijne is: anders dan in het Louvre blijft het overzichtelijk.

Lees verder “Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis”

Zes redenen om Filon van Byblos te lezen

Vanaf volgende week ligt Goden en halfgoden in de winkel, de eerste Nederlandse vertaling van de fragmenten van de Fenicische Geschiedenis van de Fenicisch-Grieks-Romeinse auteur Filon van Byblos. De vertaler is Hein van Dolen, dus dat is allemaal tiptop voor elkaar, en ik ben degene die de vertaalde fragmenten probeert uit te leggen. Nu is Filon een volstrekt onbekende auteur. Ik was nét begonnen dit blogje te schrijven toen een bekende oudheidkundige me belde, en die vertelde me tussen neus en lippen door nog niet eerder van Filon (en Berossos) te hebben gehoord. Waarom verdient Filon wat meer aandacht?

1

De overgeleverde fragmenten documenteren de mythen die ooit circuleerden in Kanaän en Fenicië. Dit is de wereld waarin het jodendom is ontstaan, en Filon helpt begrijpen tegen wie de eerste monotheïsten zich afzetten. Misschien niet heel vaak, maar het is in elk geval informatie die afkomstig is van een auteur die nog niets wist van het rabbinaat. Dat is een ongebruikelijk en daarom belangrijk perspectief.

Lees verder “Zes redenen om Filon van Byblos te lezen”

Hellenistisch Babylonië

Gisteren was het 2345 jaar geleden dat Alexander de Grote in Babylon overleed. De gebeurtenis markeert het begin van een deprimerende reeks burgeroorlogen waarover ik al eens blogde. Ze markeert echter tevens het einde van de historische belangstelling voor Mesopotamië. Althans in het Engelse taalgebied. Een voorbeeld is de Routledge History of the Ancient World. Amélie Kuhrt beëindigt haar geschiedenis van het Nabije Oosten in 330 v.Chr. en het boek van Graham Shipley over het hellenisme laat Mesopotamië, de Iraanse hoogvlakte en Baktrië onbehandeld. Als we de Engelstalige oudhistorici mogen geloven, gebeurde er na 11 juni 323 v.Chr. niets in wat nu Irak heet.

Dat is natuurlijk onzin en gelukkig is er ook literatuur die wetenschappelijk is, zoals het onlangs verschenen La Babylonie hellénistique van Laetitia Graslin-Thomé e.a. Het betreft een collectie vertaalde bronnen over Irak in de hellenistische tijd, met zeer uitgebreid commentaar.

Lees verder “Hellenistisch Babylonië”

De Eufraat

De Eufraat, gezien vanaf de Nemrud Daği

De Eufraat is de langste rivier van het Nabije Oosten: de stroom meet niet minder dan 2.760 kilometer, eens zoveel als de Rijn. De oude Sumeriërs spraken van Id-Ugina, “de blauwe rivier”, terwijl de Babyloniërs en Assyriërs het hadden over de Purattu. De twee bronnen van de Eufraat en de bovenlopen liggen in wat vroeger Armenië heette en tegenwoordig oostelijk Turkije. De droevige redenen voor de naamsverandering veronderstel ik bekend.

Deze twee rivieren, die nu Kara Su en Murat Su heten, komen samen in de buurt van het oude Melitene. Verder gevuld met de smeltende sneeuw van de Armeense bergen liep de Eufraat, in deze streken vol vervaarlijke rotsen, langs allerlei hoge bergen, zoals de Antitaurus en de Taurus. Een beroemde top is de Nemrud Daği, die uitziet over de Eufraat. Zie foto hierboven. De rivier vormde de natuurlijke grens tussen Armenië en Cappadocië.

Lees verder “De Eufraat”

Het hellenisme in Mesopotamië

Hellenisme in Mesopotamië: Hatra.

Het (uitstekende) hoofdstuk over hellenisme in het handboek waarover ik ’s donderdags gewoonlijk blog, Een kennismaking met de oude wereld van Luuk de Blois en Bert van der Spek, bevat nog twee paragrafen waarover ik het nog niet heb gehad. De allerlaatste is een samenvatting over de aard van het hellenisme. Daarover straks. De voorlaatste gaat over het hellenisme in Mesopotamië. Deze paragraaf is wat kort, maar er is tenminste aandacht voor het niet-meer-Brons-of-IJzertijdoude Nabije Oosten. Dat spreekt echt niet vanzelf. Als ik een tientje had gekregen van iedereen die verbaasd was omdat er over Irak in de tijd ná Alexander de Grote veel bekend is, kon ik niet alleen een ticket naar Bagdad, maar ook de eerste hotelovernachting betalen.

De Parthen

De Blois en Van der Spek geven een typering van het Parthische Rijk. Eerst nam een groep steppenomaden uit Centraal Eurazië Parthië over. Dat is de regio rond Mashhad en Herat. Vervolgens breidden ze vanuit dat gebied de macht uit. In 141 v.Chr. veroverden de Parthen Babylonië, waardoor het Seleukidische Rijk een cruciaal gebied verloor. Aan de Tigris bouwden de nieuwe heersers de nieuwe hoofdstad Ktesifon. En dan volgt er iets dat ik anders zou hebben geschreven.

Lees verder “Het hellenisme in Mesopotamië”

Nimrod

Misschien was een beschermgeest als deze uit Khorsabad wel het model voor Nimrod (Louvre, Parijs).

Waarom, zo kreeg ik als vraag voorgelegd, zijn er in het Midden-Oosten zoveel plaatsen die Nimrod heten?

Dat weet ik toevallig.

Eerst maar even wat achtergrond. Genesis bevat een opsomming van alle volken die de auteur van dat deel van de Bijbel kende, gepresenteerd als afstammelingen van Noach. Hierin zit ook het volgende stukje:

Kus was de vader van Nimrod, die de eerste machthebber op aarde was. Hij was een geweldig jager, door niemand overtroffen. Vandaar de uitdrukking: een voortreffelijk jager, een tweede Nimrod. Eerst heerste hij over Babel, Uruk, Akkad en Kalne in het land Sinear. Vanuit Sinear trok hij later naar Assyrië, waar hij Nineveh, Rechobot-Ir en Kalach bouwde, en ook de grote stad Resen, tussen Nineve en Kalach. (Genesis 10.8-12; NBV21)

Lees verder “Nimrod”

Het Uruk-fenomeen

Vrouwenportret uit Uruk (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

Eén reden waarom de opgraving van Uruk interessant is, is wetenschapshistorisch. Zoals ik al eens heb beschreven, deden archeologen in de jaren twintig van de vorige eeuw op drie plaatsen in Zuid-Irak onderzoek. In Tell al-‘Ubaid en in de onderste lagen van het daarnaast gelegen Ur vond de Britse onderzoeker Leonard Woolley ietwat groenige, beschilderde scherven, gemaakt zonder draaischijf. Ruim 250 kilometer verderop groef het Amerikaans-Britse team van Stephen Langdon in Jemdet Nasr bruinig, geometrisch gedecoreerd aardewerk op, gemaakt op een draaitafel. En dan was er de Duitser Arnold Nöldeke, die in Uruk opvallend primitief, draaitafelgemaakt aardewerk had gevonden. Je zou verwachten dat dit primitieve aardewerk het oudst was, maar het was op een draaitafel gemaakt. Dat zou betekenen dat ze in ‘Ubaid iets waren verleerd dat ze in Jemdet Nasr hadden onthouden. Dat was vreemd.

Om het op te lossen, liet Nöldeke in Uruk een diepe put graven om alle bewoningslagen te analyseren. Het bleek dat hij op de diepste strata ‘Ubaid-aardewerk vond, dat wij nu in het vijfde millennium v.Chr. dateren, dat daarop het Uruk-aardewerk volgde, dat wij in het vierde millennium plaatsen, en dat in de hoogste bewoningslagen Jemdet Nasr-aardewerk was gebruikt, dat wij dateren rond 3000 v.Chr. Dit resultaat overtuigde iedereen toen de archeologen in 1929 in Leiden een symposium belegden om de kwestie te bespreken. Voor het eerst beschikten archeologen over een betrouwbare chronologie van de laatste fase van de Prehistorie. Eindelijk had men vat op de tijd waarin de eerste steden zijn ontstaan.

Lees verder “Het Uruk-fenomeen”

Byblos in Leiden

Laat ik eerlijk zijn: objectiviteit is mij vreemd als ik schrijf over de Byblosexpositie in het Rijksmuseum van Oudheden. Ik heb immers met David Kertai het publieksboek geschreven en het museum heeft de helft van mijn reiskosten betaald toen ik onlangs naar Libanon ging. Wie een dezer dagen de expositie bezoekt, ziet dat enkele filmpjes die ik daar heb gemaakt, in de tentoonstelling zijn opgenomen. Dat was nooit mijn opzet en ik weet nog steeds niet wat ervan te denken. Maar objectief was ik dus niet toen ik afgelopen vrijdag de tentoonstelling voor het eerst bezocht. In plaats van iets over de expositie te vertellen, vertel ik u liever nog eens waar die om draait.

Relevantie

Het verhaal van Byblos is interessant. Er zijn immers weinig zaken in de Oudheid ontstaan die bewijsbaar relevant voor ons zijn in de zin dat ze ons beïnvloeden. Ik schrijf “bewijsbaar”. Je kunt invloed vermoeden, maar bewijzen is iets anders. Voor je zulke relevantie aan de Oudheid toeschrijft, moet je bijvoorbeeld uitsluiten dat iets tweemaal is uitgevonden. Zoals democratie: de onze heeft niets met de Atheense van doen. Zo zijn er meer complicaties waarover je moet nadenken vóór je relevantie claimt. Het lukt zelden dat je de sociaalwetenschappelijke claim dat er invloed is van de oude cultuur op de onze, sociaalwetenschappelijk kunt bewijzen. We hebben immers te maken met dataschaarste.

Lees verder “Byblos in Leiden”

Vergeten rijkdom

Een tijdje geleden schreef ik op deze plaats over Ontluikend christendom van de Vlaamse auteur Daniël De Waele. Het is een van de beste boeken die ik de laatste tijd heb gelezen. De auteur plaatst het christendom stevig in de joodse wereld waarin het is ontstaan en in de Romeinse wereld waarin het zich ontwikkelde. Hij presenteert het ontstaan van wat een wereldgodsdienst zou worden dus waar het hoort: in de antieke cultuur – en niet er tegenover.

Hoezo, Jeruzalem versus Athene?

Niet dat die tegenstelling onzinnig zou zijn. Er waren in de Oudheid christenen die zich afvroegen wat Jeruzalem en Athene met elkaar te maken hadden. Dankzij Christus was immers alles anders geworden. Wij hoeven hun inschatting echter niet over te nemen en mogen er zeker de aandacht op vestigen dat de christenen hun variant op het joodse monotheïsme uitdrukten in de literaire vormen en beeldende kunst van de toenmalige Romeinse wereld. De Waele toont prachtig dat christendom en klassieke cultuur niet van elkaar zijn te scheiden.

Lees verder “Vergeten rijkdom”