Was de Griekse godsdienst polytheïstisch?

Een deel van de Elgin Marbles (British Museum, Londen)

Laat ik het maar meteen toegeven: de kop boven deze blog is gekozen om de aandacht te trekken. Als de wet van Betteridge hier van toepassing is, luidt het antwoord op de vraag immers “nee” – maar dat antwoord is dan wel in strijd met wat altijd over de Griekse godsdienst horen en lezen. In elk geval: al zal mijn conclusie straks toch misschien wat teleurstellen, ik hoop wel dat u nog even doorleest. Want die conclusie komt pas aan het eind.

Wat is een theós?

Laten we het er eerst over eens zijn dat we met een polytheïstische godsdienst bedoelen: een godsdienst waarbij de aanhangers ervan geloven in meer dan één god. Gold dat voor de godsdienst van de oude Grieken?

Lees verder “Was de Griekse godsdienst polytheïstisch?”

De Proto-Indo-Europese godsdienst

Mjölnir (Zweeds Historisch Museum, Stockholm)

Binnenkort is in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden een expositie over de Bronstijd. Het leek me, zoals ik al eerder schreef, een aardig idee de toenmalige samenleving te beschrijven aan de hand van de taal. Dit Bronstijderfgoed biedt immers een fantastisch venster op een van de toenmalige samenlevingen: de Yamnaya-cultuur in het huidige Oekraïne. Die is gedeeltelijk te reconstrueren aan de hand van de gedeelde woordenschat van latere volken, die het schrift beheersten. De redenering is hierbij dat als iets het geval is geweest in én de Proto-Indo-Europese samenleving rond 3000 v.Chr. én de schrijvende samenlevingen, het eveneens het geval moet zijn geweest in de tussenliggende Bronstijdsamenlevingen.

Vader Hemel

Zo kunnen we ook uitspraken doen over de religie van de Bronstijd. Die was, om te beginnen, polytheïstisch. Iets preciezer: men vereerde – voor zover de documentatie reikt – vooral hemelgoden, en dan vooral Vader Hemel. Die heet in het Grieks Zeus Pater, in het Latijn Ju-piter, in het Indisch Dyaus Pitar. Het tweede element betekent vader, het eerste element, *Dyeus, is afgeleid van een werkwoord dat zoiets als “stralen” of “schijnen” betekent. Datzelfde werkwoord ligt aan de basis voor het woord voor god, dat in het Latijn deus is, in het Indisch devas, in het Keltisch dewos, in het Hittitisch šiuš en in het Gotisch teiws. Het Griekse theos lijkt er weliswaar op maar heeft een andere herkomst.

Lees verder “De Proto-Indo-Europese godsdienst”

Het zoroastrisme

De kosmologie van het zoroastrisme als rotsreliëf. Rechts vertrapt Ahuramazda de duivel Angra Mainyu, links vertrapt Ardašir I zijn tegenstander Artabanos IV .

De Gatha’s, die ik in het vorige stukje introduceerde, vormen slechts een deel van de Avesta, en taalkundigen herkennen de jongere delen. De belangrijkste innovatie van het latere zoroastrisme is dat Zarathuštra’s volgelingen De Leugen personaliseerden. In verschillende teksten, geschreven in een taal die even oud lijkt als die van de Gatha’s, krijgt het kwaad een naam: Angra Mainyu, “de vijandige geest”. Hij geldt als leider van de demonen en in het Scheppingsverhaal plaatst hij tegenover alles wat goed is steeds iets slechts. De Geist der stets verneint staat in jongere teksten ook bekend als Ahriman.

Onuitgewerkt monotheïsme

Dat twee kosmische machten, de scheppende kracht Ahuramazda en de anti-kracht Angra Mainyu, tegenover elkaar staan, leidt tot de vraag of de laatste door de eerste is geschapen. In voor ons iets herkenbaarder jargon: schiep god de duivel? Wilde het goede het kwade? Het lijkt erop dat de vroegste zoroastriërs deze concepten, die zij als eersten ontwikkelden, nog niet volledig hadden doordacht.

Lees verder “Het zoroastrisme”

Zosimos’ staatsleer

De oude goden waren voor Zosimos reëel (detail van de Elgin Marbles, British Museum)

Ik heb op deze plek al eens eerder verteld over Zosimos, de Byzantijnse auteur die in feite de eerste historicus is geweest van de Val van het Romeinse Rijk. Aan het begin van de zesde eeuw beschreef hij hoe het wereldrijk werd bedreigd, hoe de bestuurders – de keizers Constantijn en Theodosius voorop – fout op fout stapelden en zo vrij baan gaven aan de barbaren.

Barbaren die eigenlijk zo heel barbaars niet waren. Een Alarik, die in 410 Rome belegerde, wilde vrede en bood alleszins redelijke voorwaarden aan de stad die hij blokkeerde, maar de burgers wezen die af. Als ze hun eed nooit te capituleren nou bij de goden hadden afgelegd, zeiden ze, hadden ze mogen rekenen op de goddelijke mildheid, maar ze hadden gezworen bij de keizer en dat was natuurlijk iets anders. Door dit antwoord werd de plundering van Rome onafwendbaar en voor Zosimos was dit het beste bewijs dat wie de oude goden verliet, alleen kon afstevenen op het allerergste.

Lees verder “Zosimos’ staatsleer”

Monotheïsering

Pantheon, Hadrianus 118-125
Monotheïsme in het heidendom: het Pantheon, tempel voor het algoddelijke, in Rome

Zoals de trouwe lezers van deze kleine blog weten, ben ik momenteel bezig met een reeks over de vroege geschiedenis van het christendom, waarin ik inmiddels een aantal zaken heb behandeld. Eén daarvan is dat het jodendom weliswaar een monotheïstische norm had, maar in de dagelijkse praktijk open stond voor elementen uit andere religies. Verder wees ik erop dat ideeën over een tweede godheid weliswaar niet voldeden aan die norm, maar ook niet volstrekt marginaal waren. De positie van “tweede godheid” was aan het begin van de jaartelling een vacature en het was mogelijk die door een sterveling te laten vervullen: het is denkbaar dat de Zelfverheerlijkingshymne deze hemelse status toeschrijft aan de stichter van de sekte van de Dode Zee-rollen en Paulus schrijft in de Filippenzenbrief dat Jezus een naam krijgt, hoger dan alle andere namen, wat een aanduiding is van die tweede godheid.

Dit alles roept uiteraard de vraag op waarom christenen Jezus niet langer beschrijven als middelaarfiguur. In een Romeinse context zou Jezus typeren als Gods vizier – praetoriaans prefect desnoods – simpeler zijn geweest dan de complexe Drie-eenheid, waarin in Christus twee naturen samenkwamen. Niet alleen zou het idee van Christus als een lager soort hemeling makkelijker zijn geweest, het is ook beter in lijn met de Bijbel. In de woorden van Paulus: “Christus is het hoofd van iedere man, maar de man is het hoofd van de vrouw, en God het hoofd van Christus” (1 Korinthiërs 11.3). Het idee van een Drie-eenheid is onpraktisch, staat haaks op althans sommige Bijbelteksten en is dan ook een late ontwikkeling.

Lees verder “Monotheïsering”

Isis: één van wezen, vele gestalten

Isis (gevonden in Valkenburg ZH; foto Rijksmuseum van Oudheden)
Isis (gevonden in Valkenburg ZH; foto Rijksmuseum van Oudheden)

Eigenlijk had ik dit blogje simpelweg “Isis” willen noemen, maar gegeven de situatie met de zogenaamd Islamitische Staat in het Midden-Oosten is dat wellicht wat verwarrend. Dit stukje gaat dus echter over de Egyptische godin die alle andere godheden in zich incorporeerde. Het bovenstaande beeldje is gevonden in Valkenburg in Zuid-Holland en te zien in het Rijksmuseum van Oudheden – ik heb er zelf geen goede foto van dus ik heb even de museumfoto geleend. Het blijft fascinerend, zo’n exotische godin hier aan de Romeinse kust en brengt in herinnering dat de inheemse bevolking, die ik gemakshalve “Germanen” zal noemen, volgens de Romeinse auteur Tacitus een godin vereerde die leek op Isis.

Lees verder “Isis: één van wezen, vele gestalten”

Polytheïstisch jodendom

Yosef Caro-synagoge, Safed: de Tien Geboden.
Yosef Caro-synagoge, Safed: de Tien Geboden.

Ik kondigde gisteren een reeks stukjes aan over de tegenstelling tussen het polytheïstische heidendom en het monotheïstische christendom, waarbij ik erop wees dat hedendaags onderzoek enkele algemeen gedeelde ideeën onderuit heeft gehaald. Om te beginnen: was het christendom wel monotheïstisch?

Het enig juiste antwoord is natuurlijk “ja”, aangezien het christendom een afsplitsing is van het jodendom en de joden de uitvinders zijn van het monotheïsme. Er is geen reden dit te ontkennen: dit is de strekking van de gehele Bijbel. Er is echter wel een kanttekening te plaatsen: de waarheid is namelijk dat de Bijbel niet alle joodse ideeën documenteert. Het heilige boek biedt een selectie. De Bijbel bevat de teksten waaraan de joodse autoriteiten waarde hechtten, maar er is destijds veel meer materiaal geweest: de Dode Zee-rollen en de Henochitische literatuur. Verder zijn er natuurlijk inscripties en we zullen beginnen met een zeer korte tekst uit de verzameling die bekendstaat als het Corpus Inscriptionum Judaicarum:

Lees verder “Polytheïstisch jodendom”