Raymond III van Tripoli (1)

Munt van het graafschap Tripoli (Bodemuseum, Berlijn)

Ik liet u gisteren achter met een totaal geïsoleerde graaf Raymond II van Tripoli. Hij bezat geen leger meer en had de verdediging van zijn graafschap uitbesteed aan de Hospitaalridders en de Tempeliers. Zelf was hij ongeloofwaardig geworden door samen te werken met Nur-ad-Din: een schending van de solidarité chrétienne die de Kruisvaarders, ondanks al hun ruzies, meestal handhaafden. In 1152 stierf hij door moordenaarshanden. Zijn minderjarige zoon Raymond III erfde een vrijwel failliete boedel, werd vervolgens een van de machtigste mannen in de Levant en eindigde met de reputatie verantwoordelijk te zijn voor de nederlaag die de Kruisridders leden bij Hattin.

Raymond III wordt graaf

Een geluk bij een ongeluk was de aanwezigheid van koning Boudewijn III in Tripoli op het moment van de moord op Raymond II. Hij wees de weduwe, gravin Hodierna, aan als regentes en eiste eden van trouw, die de mensen in Tripoli al snel aflegden. Tegelijkertijd vielen de Tempeliers, die wraak wilden nemen voor de moordaanslag, de Assassijnen aan. Ze hadden enorm succes en legden hun vijanden een schatting op. Die zou nog belangrijk worden.

Lees verder “Raymond III van Tripoli (1)”

De Oude Man van Masyaf

Ik blogde gisteravond over de Oude Man van de Berg en vertelde dat die Hassan-i Sabbah heette, rond 1100 in Alamut in Noordwest-Iran zijn hoofdkwartier had en leiding gaf aan een islamitische sekte. In de twaalfde eeuw kreeg die een tweede basis in Masyaf in het westen van Syrië. Deze groep mensen wordt weleens nizarische ismaïli’s genoemd en ook wel Assassijnen. De leider hier heette Abu Mohammed.

Moord

In 1152 liet hij graaf Raymond II van Tripoli, de zoon van de Pons van Tripoli over wie ik al eens blogde, uit de weg ruimen. Bisschop Willem van Tyrus, de auteur van een belangrijke bron over de Kruisvaardersstaten, vertelt:

Lees verder “De Oude Man van Masyaf”

De Oude Man van de Berg

De Oude Man van de Berg

Ergens aan het begin van zijn reisverslag, nog vóór hij op weg gaat naar China, vertelt Marco Polo (1254-1324) over de Oude Man van de Berg. Dat is de leider van een sekte. Hij woont in een kasteel met een prachtige tuin, waar mooie meisjes en jongens leven en beekjes zijn waardoor hij wijn laat stromen. Jonge mannen die toetreden tot de sekte, krijgen weleens wat opium en worden dan uit hun roes wakker in de tuin. Ze denken dat ze in het Paradijs zijn. Later kan de Oude Man van de Berg de sekteleden op zelfmoordmissies sturen, die ze gretig vervullen omdat ze weten naar welk Paradijs ze zullen terugkeren als ze bij de aanslag om het leven komen. Uiteindelijk zou de Mongoolse leider Hulagu in 1256 het kasteel hebben ingenomen.

Dat is ongeveer alles wat Marco Polo, die het kasteel ergens in het noordoosten van het huidige Iran plaatst, weet te vertellen over de Oude Man van de Berg. Hij weet ook nog dat de sekte bekendstaat als die van de Assassijnen. Dat is voldoende om vast te stellen dat Marco Polo minimaal vier stukjes informatie in elkaar schuift. Eén daarvan betreft de locatie: in het noordoosten van Iran. Het tweede is het in 1256 veroverde kasteel Alamut, dat ligt in het noordwesten van Iran, ruim honderd kilometer ten oosten van Qazvin. Het derde is de Oude Man, wat niets anders is dan de weergave van het Arabische woord sjeik. En tot slot: de Assassijnen.

Lees verder “De Oude Man van de Berg”

Het Byzantijnse Rijk (3): Diminuendo

Alexios I Komnenos (Bode-museum, Berlijnl)

In mijn eerste blogje over het Byzantijnse Rijk gaf ik een algemene typering. In het tweede schetste ik de vroege bloeiperiode, de door de Avaren en Arabieren ingeleide crisis en het herstel onder de Macedonische dynastie. Op deze bloeiperiode volgde een periode van verval: de laatste van de drie perioden waarin historici het millennium van Byzantijnse geschiedenis onderverdelen.

Crisis

Door de val van Sirmium was de landweg tussen Constantinopel en West-Europa afgesloten en het Byzantijnse Rijk, met zijn eeuwige grensconflicten in het oosten, ontwikkelde zich anders dan de koninkrijken in het westen. Er bleven handelscontacten, veelal via Italiaanse steden als Amalfi en Venetië. Geleidelijk aan kregen die meer invloed, zodat de handel in de Byzantijnse wereld niet langer het monopolie was van de Byzantijnen zelf. De beginnende handelsconflicten werden aangewakkerd toen de paus en de patriarch van Constantinopel in 1054 elkaar verketterden over de natuur van de Heilige Geest. Een volgend probleem was de opkomst van Byzantijnse aristocratische families, die maar weinig bereid waren hun privébelangen ondergeschikt te maken aan het algemeen belang.

Lees verder “Het Byzantijnse Rijk (3): Diminuendo”

Hooglied (3): Een Egyptische wasf

Een Egyptische dame, van top tot teen (Neues Museum, Berlijn)

[Mijn goede vriend Richard Kroes werpt een blik op het Hooglied. Het eerste deel van dit stuk was hier.]

Zoals gezegd is het gedicht van Al-Marrar ibn Munqidh een millennium jonger dan het Hooglied. De volgende Egyptische tekst is duizend jaar ouder, maar heeft ook de vorm van een wasf. Het is te vinden op een papyrus vol liefdesliederen die zich momenteel bevindt in Dublin en bekend staat als Chester Beatty Papyrus 1.

Uniek is mijn zuster, ze heeft geen gelijke:
gracieuzer dan alle andere vrouwen.
Zie haar, als Sirius die opkomt
aan het begin van het nieuwe jaar;
glanzend, kostbaar, met een lichte huid,
lieflijk haar ogen als zij kijkt.
Zoet haar lippen wanneer zij spreekt,
zij gebruikt niet teveel woorden.
Lang van hals, blank van borst,
haar haar echt lapis lazuli,
haar armen meer dan goud,
haar vingers lotussen.
Liefelijk haar tred als zij loopt over de grond
zij heeft mijn hart veroverd in haar omhelzing.

Lees verder “Hooglied (3): Een Egyptische wasf”

De Friese vrijheid

Een blijde (Fries Museum, Leeuwarden)

De drie maanden die ik in 2018 doorbracht in Friesland behoren tot de gelukkigste van mijn leven. Ik heb er een zwak aan overgehouden voor het Fries Museum in Leeuwarden. En omdat ik de Middeleeuwen interessant vind zonder er heel veel van te weten, was ik blij dat er een expositie was over de Friese landen in de Late Middeleeuwen: Vrijheid, Vetes, Vagevuur. Voor het goede begrip: de Friese landen grensden rond 1000 in het zuidwesten aan de Rijn en in het oosten aan – naar keuze – de Dollard, de Jade, de Elbe of de Deense istmus. Het gaat in elk geval om het gebied langs de Waddenzee.

De Karolingen hadden de regio onderworpen en gekerstend, maar ze behield een zekere onafhankelijkheid. Echte onderwerping van het gebied zal voor de Ottoonse, Salische en Staufische vorsten ook weinig prioriteit hebben gehad. Het gebied lag perifeer. Bovendien grensde het aan zee, konden de bewoners zich betrekkelijk eenvoudig verplaatsen en had je er weinig aan de ruiterlegers die destijds het voornaamste instrument waren om gezag af te dwingen. Het zal keizer Sigismund niet heel zwaar zijn gevallen om in 1417 de de facto Friese vrijheid in een oorkonde ook de iure te erkennen. Een iets jongere tekst, het Fivelgoër handschrift, zegt het poëtisch:

De Friezen zijn vrij, zowel de geborenen als de ongeborenen, zolang de wind van de wolken waait en de wereld bestaat.

Lees verder “De Friese vrijheid”

Mar Tadros

De kerk van Mar Tadros in Bahdidat

Ik zag vandaag iets moois: de kerk van Mar Tadros in Bahdidat. Die laatste naam wordt op allerlei manieren gespeld en de eerste naam is een andere weergave van Sint-Theodoros.

Volgens de legende was dat een Romeinse soldaat die weigerde aan de heidense goden te offeren en daarom werd verbrand. De wijze van executie zou kunnen bewijzen dat hij feitelijk geen christen was maar manicheeër. De wijze waarop hij wordt afgebeeld, als ruiter te paard, lijkt veel op afbeeldingen van de zogeheten Thracische Ruiter. Vaak staat hij afgebeeld tegenover Sint-Joris, eveneens te paard. Die heilige heeft zijn iconografie – drakendoder, geboeide prinses, toekijkend koninklijk echtpaar – geleend van de Griekse Perseusmythe.

De hemel zit vol heiligen die zich hebben gestoken in andermans pak.

Lees verder “Mar Tadros”

De Omari-moskee in Beiroet

De Omari-moskee in Beiroet

Wie momenteel Beiroet bezoekt, zal altijd de in 2008 door de familie Hariri uit okergele steen gebouwde moskee zien, de Mohammed el-Amine-moskee. Een prachtig monument, maar niet het belangrijkste islamitische heiligdom van de stad. Dat is namelijk de even verderop gelegen Omari-moskee.

Heidens, Grieks-orthodox, Rooms-katholiek

Die toont Libanons religieuze leven in een notendop. Het heiligdom is namelijk rond 245 na Chr. neergezet door keizer Philippus en gewijd aan de oppergod, die hij wel Baäl zal hebben genoemd, want hij kwam uit een Arabischsprekende provincie. Anderen hadden het natuurlijk over Jupiter of Zeus. In de vierde eeuw namen de christenen de tempel over als kerk. De gelovigen erkenden de patriarch van Constantinopel.

Lees verder “De Omari-moskee in Beiroet”

Het heiligdom van Yanouh

De Romeinse tempel bij Yanouh

Een paar maanden geleden was ik voor het eerst in Yanouh. Er zijn in Libanon grotere cultusplaatsen, zoals in Faqra, Sfiré of Niha (om niet wéér Baalbek te noemen). Er zijn ook lieflijker gesitueerde sites, zoals Machnaqa of het bronnenheiligdom Afqa. Maar Yanouh is dan weer een van de meest interessante complexen.

Het ligt dus aan de weg van Byblos naar Afqa, van de Dame van Byblos naar Adonis. Hoewel de namen van die twee godheden in de loop der eeuwen veranderden, gaat de verering terug tot het vroege derde millennium v.Chr. De oudste vondsten in Yanouh dateren dan ook uit de achtentwintigste eeuw. Of het al een cultusplaats was, valt niet uit te maken. (De vraag of de grens tussen profaan en sacraal überhaupt te trekken valt in die tijd, laat ik maar even wat ze is).

Lees verder “Het heiligdom van Yanouh”

Het ros Beiaard (1)

De finale van de omgang van het Ros Beiaard op de Grote Markt in Dendermonde (©Lieve Gijsbrecht).

Op 29 mei 2022 ging in Dendermonde het Ros Beiaard uit, naar tienjaarlijkse gewoonte. Deze keer moest men zelfs twaalf jaar wachten, aangezien de voorbije twee jaar massale bijeenkomsten werden ontmoedigd of verboden. Een decennium van pauze is lang genoeg om levens gevoelig te zien veranderen, ontstaan of ophouden. Dat maakt elke ommegang voor de betrokkenen weer een emotionele, existentiële gebeurtenis, terwijl de traditionele elementen in de folklore de gelukkige deelnemers verbinden met de heimat.

Nochtans is de legende niet voorbehouden, noch ontstaan aan de monding van Dender en Schelde. Het Ros Beiaard en de Vier Heemskinderen op zijn rug stammen immers uit de verhalencyclus die we aanduiden als Chansons de geste – vrij vertaald heldendichten –  een mondelinge traditie die bloeide in de twaalfde en dertiende eeuw. Ze vertellen over de regeerperiode van Karel de Grote, soms met feitelijke achtergrond maar hoofdzakelijk opgebouwd uit verzonnen personages en mythische elementen verbonden met lokale legenden. Het bekendste dergelijke heldendicht is het Roelantslied. De in het Oudfrans geschreven chansons de geste vormen de cyclus van de Frankische roman die bestond naast de Arthurlegenden en de klassieke romans zoals de legende van Troje. In de Frankische roman vinden we Karel de Grote zowel terug als geliefde koning en held, zoals in het Roelandslied, als in de gedaante van onbetrouwbare tiran en antiheld, zoals bij de Vier Heemskinderen. Een hypothese is dat Karel een personificatie is van de historische sterke koning én van zijn zwakkere opvolgers.

Lees verder “Het ros Beiaard (1)”