Lanceloet en het hert met de witte voet

(https://stablediffusionweb.com/)

Lanceloet en het hert met de witte voet vind ik een van de tofste ridderromans. Vooral ook omdat het een kort verhaal is. Qua queeste zijn er uiteraard langere en dus betere verhalen te vinden, maar die vervelen mij op een gegeven moment. Lanceloet en het hert met de witte voet is lekker compact, en alles zit erin. Zelfs die arrogante Keye. Kortom, iedereen zou het moeten lezen.

Daarom heb ik er een vertaling van gemaakt, en die vertaling stel ik gratis beschikbaar aan de samenleving. Weliswaar als pdf, want als papieren boek zou dat nogal prijzig zijn. Download de pdf hier.

[Een gastbijdrage van Bas Jongenelen. Bedankt Bas!]

Het koninkrijk Cyprus

Het wapen van de Lusignans, de heersers van Cyprus (Keryneia)

Zoals ik in gisteren vertelde, had koning Richard Leeuwenhart in 1191 Cyprus veroverd maar kon hij het niet beheren. Ook de Tempeliers zagen er geen brood in. Uiteindelijk overhandigde Richard het eiland nu aan zijn bondgenoot Guy van Lusignan, die u zich misschien herinnert uit een eerder blogje. De koning van Jeruzalem had in 1187 de slag bij Hattin verloren en had zijn stad moeten afstaan aan Saladin. Cyprus was een mooie compensatie voor Guys verloren koninkrijk. Na zijn dood in 1194 – hij werd begraven in Nicosia – kwam het eiland in handen van zijn broer Amalrik van Lusignan.

Deze twee koningen heersten allebei officieel ook in Palestina, al waren hun bezittingen gereduceerd tot de kuststrook. Hun afstammelingen regeerden alleen op Cyprus, dat onder Hugo I (r.1205-1218) en Hendrik I de Dikke (r.1218-1253) tot rust kwam. Bijvoorbeeld door een verdrag met de Seljukische Turken, waardoor beide partijen handel konden drijven. Deze twee vorsten waren allebei jong aan de macht gekomen, maar de familie Ibelin, die uit Palestina was meegekomen naar Cyprus, leverde capabele regenten die bijvoorbeeld wisten te verhinderen dat keizer Frederik II de macht overnam op Cyprus.

Lees verder “Het koninkrijk Cyprus”

Richard Leeuwenhart op Cyprus

De Hagia Sofia in Nicosia, waar de koningen van Cyprus werden gekroond

Je belangstelling verbreedt zich voortdurend. Als je iets op hoofdlijnen denkt te begrijpen, ga je verder naar een ander onderwerp dat je wil begrijpen. Dus als je Cyprus enkele keren hebt bezocht en wel zo’n beetje hebt kennis gemaakt met de oudheden, verplaatst je belangstelling zich naar de Kruisvaarderkathedralen, de abdijen en de kastelen die je terloops ook hebt leren kennen. Ik blogde al eens over dat antieke Cyprus en schrijf daar nu maar eens een vervolg op.

Richard Leeuwenhart

Ik eindigde ooit een korte serie met de komst van de Arabieren en ik sla nu drie eeuwen over waarin de Byzantijnen en Arabieren het eiland gezamenlijk regeerden. In 965 veroverden de Byzantijnen het eiland. Het was ruim twee eeuwen een solide bezit van dat wereldrijk toen Isaak Komnenos in opstand kwam en zichzelf uitriep tot keizer. Dat zou een incident zijn gebleven of eventueel hebben geleid tot een conflict binnen het Byzantijnse Rijk, als niet in 1191 een storm was opgestoken waardoor de vloot van de Engelse koning Richard Leeuwenhart uiteen was geslagen.

Lees verder “Richard Leeuwenhart op Cyprus”

Middeleeuws Tunesië

Mahdia

Ik vertelde gisteren dat Aghlabidisch Tunesië in de problemen kwam door een grote opstand. De rebellen hielpen vervolgens de Fatimiden, eveneens sji’ieten, aan de macht in Egypte. Zij eisten het kalifaat op, dat volgens hen ten onrechte in handen was gekomen van de Umayyaden (eerst in Damascus, rond 900 nog steeds in Córdoba) en de Abbasiden van Bagdad. De zich als kalief aandienende Fatimidische leider gold als de teruggekeerde laatste imam, de mahdi, en de residentie van de Fatimidische gouverneur in Tunesië heette dan ook Mahdia.

De Ziriden

De bestuurders die, toen de Fatimidische kalief zich vestigde in Cairo, namens hem heersten over Tunesië, kwamen vanaf 972 uit de dynastie die bekendstaat als de Ziriden, Berbers. En zoals de Aghlabiden autonomie hadden verworven ten opzichte van de Abbasiden, zo gingen de Ziriden zich onafhankelijk gedragen ten opzichte van de Fatimiden. De economische bloei van Tunesië zette zich aanvankelijk voort, maar men verloor de greep op de woestijnhandel: de Fatimiden in Egypte en de Almoraviden in Marokko werden geduchte concurrenten.

Lees verder “Middeleeuws Tunesië”

3500 jaar Sint-Joris (1)

Sint-Joris (muurschildering uit Bahdidat)

Draken bestaan niet en drakendoders bestaan dus evenmin. En toch hebben we een verhaal over Sint-Joris die een draak versloeg en een prinses bevrijdde. Dat moet ergens vandaan zijn gekomen.

De meest invloedrijke versie zal die zijn uit de Gulden Legende, een collectie christelijke heiligenlevens die rond 1260  is samengesteld door Jacob van Voragine, de aartsbisschop van Genua. Ik citeerde die al eens op deze blog. Als de heilige Georgius, zoals Joris in het Latijn heet, ergens in Libië een prinses wil bevrijden en daartoe ten strijde trekt tegen een waterdraak, beschermt hij zichzelf met een kruisteken, velt zijn lans en verwondt het ondier. Daarop beveelt hij de prinses de draak met haar ceintuur aan te lijnen en “als een goed afgerichte hond mee de stad binnen te brengen”. Bij het zien van het monster willen de bewoners vluchten naar de nabijgelegen bergen, maar Georgius legt hun uit dat God hem heeft gezonden om hen te bevrijden van het kwaad en dat ze zich alleen maar hoeven laten dopen. Als ze dat doen, zal hij de draak alsnog doden. En zo geschiedt: twintigduizend mensen bekeren zich tot het christendom, Joris doodt het ondier en er zijn vier span ossen nodig om het kadaver de stad weer uit te krijgen.

Lees verder “3500 jaar Sint-Joris (1)”

De Renaissance van de Twaalfde Eeuw (2)

De gotische bouwstijl is het meest zichtbare aspect van de Renaissance van de Twaalfde Eeuw. Dit gotische portaal naast een romaanse kerk is in Worms; het is ook de locatie van de ruzie tussen Brunhilde en Kriemhilde in het Nibelungenlied.

Was de elfde eeuw, zoals ik hierboven schreef, een overgangstijd? Tja. Alles is altijd een overgangstijd. Je kunt altijd wel iets aanwijzen dat verandert. En je kunt ook altijd continuïteiten aanwijzen. Wat zéker veranderde, was de implosie van het Kalifaat van Córdoba op het Iberische schiereiland. De instorting bood de Normandiërs de gelegenheid de Straat van Gibraltar te passeren, waarna de paus hun, zoals gezegd, zuidelijk Italië in leen gaf. Van daaruit veroverden ze Sicilië, dat tot dat moment bestuurd was geweest door een Arabische vorst. Ook de koningen van Castilië profiteerden van de crisis in het Kalifaat van Córdoba: ze rukten op naar het zuiden en veroverden in 1085 Toledo. Veertien jaar later braken de christelijke legers op nog een derde plaats de wereld van de islam binnen: de kruisvaarders veroverden Jeruzalem.

Vertalingen

Spanje, Sicilië en de “Landen van Overzee” waren de drie plaatsen waar informatie uit de Arabische cultuur eenvoudig kon overspringen naar de westerse wereld. Neem de vertaalscholen die vanaf 1125 bestonden op het Iberische schiereiland: Toledo, Barcelona en Zaragoza. In de laatste werden onder meer de Koran en de dialogen van Plato uit het Arabisch in het Latijn vertaald. De vertaalschool te Barcelona richtte zich vooral op de teksten van de Arabieren zelf. In Toledo vertaalde men de werken van Aristoteles uit het Arabisch. Ook elders waren vertaalinstituten.

Lees verder “De Renaissance van de Twaalfde Eeuw (2)”

De Renaissance van de Twaalfde Eeuw (1)

Het atrium voor de S. Clemente in Rome is een architectonische uiting van de Renaissance van de Twaalfde Eeuw

Ik schetste zojuist dat West-Europa in de elfde eeuw intellectueel op een dood spoor was beland. Uiteraard een schets in grote lijnen die, als je in detail kijkt, nooit blijkt te kloppen. Maar men wist dat men niet zo oud en wijs was als vroeger, men wist dat men geen Romeins Rijk had, men wist dat de teksten van de kerkvaders te ingewikkeld waren. Men was als dwergen op de schouders van reuzen.

Deze intellectuele impasse liep synchroon met deze politieke veranderingen. Aan het einde van zijn leven blikte paus Gregorius VII terug op zijn conflict met Hendrik IV, en kwam tot de slotsom dat diens keizerkroning ongeldig was geweest. De Duitse vorst had immers zelf een paus aangewezen en een tegenpaus kon onmogelijk Gods zegen overbrengen. Dat Gregorius er zo over dacht, mag gegeven de voorgeschiedenis begrijpelijk zijn, maar dat wil niet zeggen dat zijn redenering geldig was. Als de kerkvorst belezener was geweest, zou hij hebben geweten dat hij een ketters standpunt innam. De dwaling illustreert dat ook de Ottoonse Renaissance het intellectueel peil in West-Europa niet had verhoogd.

Lees verder “De Renaissance van de Twaalfde Eeuw (1)”

Middeleeuws Jeruzalem

Rotskoepel, Jeruzalem

[Dit is het laatste van drie blogjes over wat een toerist kan bekijken in Jeruzalem. Het eerste was hier.]

Middeleeuwen

Met de Middeleeuwen kom ik buiten mijn specialisme, maar ik wil toch nog wat dingen noemen. Uit deze tijd zijn immers ook allerlei bouwwerken en monumenten bekend die je als toerist niet wil missen.

Aan het kerkje van het graf van Maria, even buiten de stad, heb ik speciale herinneringen. We wandelden er met een groepje geen werkelijk overdreven religieuze mensen binnen, maar iedereen werd tegelijk stil en bleef luisteren naar de monnik die er aan het zingen was. Maria is hier vanzelfsprekend niet begraven geweest. Hier is echter wel het graf van koningin Melisende, een van de machtigste vrouwen uit het Koninkrijk Jeruzalem.

Lees verder “Middeleeuws Jeruzalem”

Raymond III van Tripoli (3)

Hattin: Saladin en Guy strijden om het Ware Kruis (Raymond III is niet afgebeeld)

Vandaag het laatste stukje in mijn reeks over de graven van Tripoli. Korte inhoud van het voorafgaande: de dynastie is in de nasleep van de Eerste Kruistocht gesticht door Raymond van Saint-Gilles, kreeg zijn hoofdstad dankzij graaf Raymond I (r.1105-1112), werd onafhankelijk dankzij graaf Pons (r.1112-1137), maar moest zijn verdediging uitbesteden aan de Hospitaalridders en Tempeliers ten tijde van graaf Raymond II (r.1137-1152). Hij werd door Assassijnen vermoord.

Zijn zoon en opvolger, Raymond III, verwierf als leenman van de koning van Jeruzalem de heerschappij in Galilea en schopte het tot regent voor de minderjarige koning Boudewijn IV de Melaatse. Toen die in 1176 meerderjarig werd, keerde Raymond III terug naar het noorden. In het daarop volgende jaar versloegen de jonge koning en zijn adjudant Reinoud van Châtillon in de slag bij Montsigard de inmiddels gevreesde Saladin.

Lees verder “Raymond III van Tripoli (3)”

Raymond III van Tripoli (2)

Zegel uit de tijd van Raymond III (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik vertelde gisteren hoe Nur-ad-Din een machtsbasis had in Syrië en de Kruisvaarders in 1164 had verslagen. Graaf Raymond III van Tripoli was bij Harim (in het noorden van Syrië) gevangen genomen en koning Amalrik I van Jeruzalem was regent in Tripoli. Ook hij had niet kunnen verhinderen dat Nur-ad-Din het zwakke graafschap had geplunderd. Iedereen was het erover eens dat de Kruisvaardersstaten zich in een conflict met Nur-ad-Din niet voldoende zouden kunnen verdedigen.

Tenzij Nur-ad-Din zelf in moeilijkheden zou geraken. En gelukkig voor de christenen was daar zijn eigenzinnige adjudant Saladin. Nur-ad-Din had al gemeend hem weg te moeten promoveren naar Egypte, waar de (shi’itische) dynastie der Fatimiden ernstig verzwakt was. Saladins machtsovername aldaar bevredigde zijn ambities echter niet en Nur-ad-Din voelde zich voldoende bedreigd om in te zien dat de Kruisvaardersstaten weleens een nuttige buffer konden zijn tegen zijn rivaal. Daarom liet hij Raymond III vrij, vermoedelijk in 1174, nadat deze tien jaar gevangen had gezeten. De Hospitaalridders moesten de losprijs voorschieten, want het graafschap Tripoli had het bedrag niet.

Lees verder “Raymond III van Tripoli (2)”