Byzantium, een onbegrepen wereldrijk

Athene, Tempel van Zeus
Resten van het Byzantijnse Rijk in Athene: een huisje op de Tempel van Zeus

Vandaag rond ik mijn reeks stukjes over het Byzantijnse Rijk af met een lief verhaaltje over de bovenstaande gravure, gemaakt door de Beierse schilder Johann Michael Wittmer, die in 1833 Athene bezocht, één jaar nadat de Beierse prins Otto de eerste koning was geworden van het onafhankelijke Griekenland. U herkent links de Akropolis met het Parthenon, in het centrum de Boog van Hadrianus en in de voorgrond de Tempel van Zeus.

Wellicht ziet u wat er mis is: op de dwarsbalk boven de enorme zuilen staat een rare structuur die daar onmogelijk kan behoren. Het past eenvoudigweg niet in een Griekse tempel en bij een latere restauratie is dit uitstulpsel, de hut van een pilaarheilige à la Simeon de Styliet, verwijderd. Aan het begin van de twintigste eeuw waren er in Athene nog oude mensen die zich uit hun jeugd de pilaarheilige herinnerden.

Lees verder “Byzantium, een onbegrepen wereldrijk”

Jozef

De heilige familie

Vandaag even geen Methode op Maandag. Het plaatje hierboven is namelijk te leuk.

Het is vandaag de feestdag van Sint-Jozef, de echtgenoot van Maria, die op haar beurt de moeder was van Jezus. Dat is de zorgvuldige formulering. Omdat ik iets weet van bloemetjes en bijtjes, neem ik aan dat Jozef de vader was van Jezus, maar in het christendom is de maagdelijkheid van Maria nogal een kwestie. Ik heb geen zin deel te nemen aan dat gevecht om de schaduw van een ezel en toon u liever dus bovenstaande miniatuur, die ik een tijdje geleden ergens op het internet aantrof.

Lees verder “Jozef”

Kwakgeschiedenis: Luther

Een tijdje geleden fietste ik van Zwolle naar Deventer. Ik was nog niet lang onderweg toen ik een gebouw zag dat ik nooit eerder had gezien maar uit duizenden herkende: Windesheim, een van de centra van de Moderne Devotie.  Dat dit een kerkelijke vernieuwingsbeweging uit de Late Middeleeuwen is geweest, reken ik tot de algemene ontwikkeling. Je hoeft in elk geval geen professioneel historicus te zijn om ervan te weten. Ik hoorde er bijvoorbeeld zelf van toen ik op de lagere school zat. De Moderne Devotie maakt nu geen deel meer uit van de canon, maar in ons geschiedenisboekje stonden Geert Groote en de Broeders des Gemenen Levens keurig vermeld.

Je hoeft ook geen doctor in de geschiedwetenschap te zijn om te weten dat in diezelfde Late Middeleeuwen Johannes Hus en John Wyclif twee belangrijke vernieuwers waren van het Europese christendom. Dat was op dat moment inderdaad toe aan vernieuwing: al rond 1300 hekelde Dante de rijkdommen van de kerk, daarop volgden eerst het verblijf van de pausen in Avignon en vervolgens het Westers Schisma, waarin er zowel in Rome als in Avignon een paus was. Het Concilie van Pisa (1409) moest daaraan een einde maken maar het eindresultaat was dat er vervolgens drie pausen waren.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Luther”

Kopiist

De geleerde Jean Miélot verricht kopiistenwerk

Mooi hè, dat plaatje hierboven. Het stelt een middeleeuwse kopiist voor, bezig met het overschrijven van een boek. Eeuwenlang is alle geschreven informatie op deze wijze doorgegeven: woord voor woord, bladzijde voor bladzijde, katern voor katern, boek voor boek. Ik heb geen idee hoeveel tijd en hoeveel geld het kostte, maar één ding is duidelijk: in onze tijd, waarin je een complete bibliotheek zou kunnen meenemen op je USB-stick, is het makkelijker.

Ik wijs op twee details. Om te beginnen de kist met boeken links. Dat geeft wel aan hoe kostbaar informatie destijds was. En in de tweede plaats: dit plaatje maakt wel duidelijk dat mensen destijds niet schreven met echte ganzenveren. Waar dat idee vandaan is gekomen, weet ik niet, maar ik vertrouw erop dat de aardige mediëvist die deze kleine blog volgt, zich niet zal bedwingen het hieronder uit te leggen.

Lees verder “Kopiist”

Timoer Lenk

Timoer Lenk
Timoer Lenk

Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie plaatste de eerste postcommunistische leiders voor een probleem: waar laat je al die standbeelden die waren opgericht voor Lenin? De Hongaren legden een park aan waar zo’n tweehonderd van die beelden bij elkaar stonden. In de DDR verstopte Potsdam het monument achter wat bomen en verpatste Merseburg zijn beeld, zodat het nu staat in het Oost-Groningse Tjuchem. En in Oezbekistan zorgde de vorige week overleden president Islam Karimov ervoor dat de leninistische persoonsverheerlijking werd ingeruild voor de cultus van Timoer Lenk. Het was een poging een nieuw focus te geven aan een staat die zijn ideologische veren kwijt was geraakt en een nieuwe identiteit zocht.

De middeleeuwse veroveraar Timoer is in Nederland niet zo bekend, dus eerst even een korte introductie. Rond 1220 had de Mongoolse leider Djengis Khan Centraal-Azië onderworpen en de oorspronkelijke bevolking uitgemoord. Het lege land werd overgenomen door Mongools- en Turkssprekende nomaden die, toen het Mongoolse rijk na een kleine eeuw uiteenviel, nieuwe rijken vormden met nieuwe leiders. Een daarvan was Timoer Lenk (1336-1405), die een dynastie stichtte die nog een eeuw zou regeren, tot het land werd overgenomen door weer een nieuwe stam, waarover straks meer.

Lees verder “Timoer Lenk”

Ideologie, vermomd als geschiedenis

swerve

In 2011 werd de Martinus Nijhoffprijs toegekend aan classicus Piet Schrijvers, de vertaler van De natuur van de dingen van de Romeinse dichter Lucretius. Het is een fenomenale tekst, waarin wordt beschreven dat alle materie bestaat uit atomen, dat de kosmos niet is geschapen, dat de goden niet zijn geïnteresseerd in het menselijk lot, dat bij de dood de ziel in atomen uiteenvalt, dat er geen leven is na de dood en dat mensen zoveel mogelijk moeten genieten van het leven. Lucretius vat zo de ideeën samen van de Griekse filosoof Epikouros (341-270 v.Chr.).

Lucretius werd aanvankelijk geprezen (onder andere door zijn tijdgenoot Cicero) maar zijn populariteit zal zijn afgenomen toen in de late tweede eeuw na Chr. de literaire en filosofische smaak begon te veranderen. Andere wijsgerige ideeën, zoals het pythagorisme en het platonisme, wonnen aan invloed. Wanneer ergens een bibliotheek moest worden gekopieerd, kregen teksten als die van Lucretius geen prioriteit, zodat ze uit roulatie raakten. In de negende eeuw werd een oud manuscript nog enkele malen overgeschreven, maar een heel populair boek was De natuur van de dingen niet.

Lees verder “Ideologie, vermomd als geschiedenis”

De eerste Oezbeken

Shahkrisabz
Shahrisabz

In mijn reeks (1, 2, 3, 4, 5, 6) over de geschiedenis van Centraal-Azië vertelde ik gisteren hoe de Mongolen in de dertiende eeuw de etnische kaart opnieuw tekenden. De oude, Iraanse volken trokken zich terug in Perzië en Tajikistan, terwijl het gebied dat wij kennen als Turkmenistan, Oezbekistan en Kazachstan werd overgenomen door de Mongolen en de Turkse volken. Dit was, om het beeld te herhalen dat ik al tot vervelens toe heb gebruikt, de derde van de vier “grote vegen” waartoe ik de geschiedenis van Centraal-Azië probeer te reduceren.

De menselijke prijs van de Mongoolse veroveringen was immens, maar er was één positief gevolg: van Boedapest tot Burma en van Beijing tot Bagdad vormde Eurazië een eenheid, waardoor de handel kon opbloeien. Marco Polo is maar één voorbeeld van een reiziger in dit gebied. Een minder voor de hand liggend voorbeeld is de pestbacil, die in de veertiende eeuw van Tibet naar de Krim kon reizen en daarvandaan zijn verwoestende werk kon doen in West-Europa.

Lees verder “De eerste Oezbeken”

Het Ottomaanse Rijk

Bayezid I, sultan van het Ottomaanse Rijk

In het Brusselse Bozar, op een steenworp van het centraal station, is momenteel een tentoonstelling over de manier waarop westerse kunstenaars in de vijftiende en zestiende eeuw keken naar het Ottomaanse Rijk. Zondag ben ik er met vrienden wezen kijken en ik kan alleen zeggen dat “Het Rijk van de Sultan” de moeite van een bezoek alleszins waard is. Die moeite bestond in ons geval uit tweemaal drie-en-half uur in de trein, maar je moet er iets voor over hebben.

In ruim twintig zalen worden diverse aspecten getoond van de wijze waarop Europese kunstenaars omgingen met dat wat ze over de Turken wisten (of meenden te weten). Eigenlijk moet ik zeggen: beeldende kunstenaars, want bijvoorbeeld muziek en literatuur blijven onderbelicht. Dat is een keuze en vermoedelijk een verstandige, want wat er nu aan schilderijen, tapijten, penningen, vuurwerkinstallaties, wapenrustingen en etsen wordt getoond, is al bijna meer dan een mens kan bevatten. Het is bovendien allemaal even interessant: dit is typisch zo’n expositie die je twee keer moet bezoeken, wat ons, Hollandse dagjesmensen, vanzelfsprekend niet lukte.

Lees verder “Het Ottomaanse Rijk”

De keizers van het Byzantijnse Rijk

Het hof van het Byzantijnse Rijk (op een reliëf uit Istanbul).

Ik heb de woorden van de Duitse filosoof Georg Hegel al eens eerder geciteerd: de geschiedenis van het Byzantijnse Rijk was

eine tausendjährige Reihe von fortwährenden Verbrechen, Schwächen, Niederträchtigkeiten und Charakterlosigkeit.

Andere negentiende- en twintigste-eeuwse auteurs hebben soortgelijke uitspraken gedaan. Moderne auteurs over het onderwerp nemen deze opmerkingen vaak als uitgangspunt om aan te geven hoe sterk onze opvattingen sindsdien zijn veranderd.

Zo ook Hein van Dolen in zijn sympathieke Een kleine geschiedenis van het Byzantijnse Rijk. Hij begint met de constatering dat het onderwerp “verwaarloosd en ondergewaardeerd” is geweest, wijst erop dat dit beeld de afgelopen halve eeuw radicaal is gekanteld en neemt de lezer vervolgens mee door een geschiedenis van ruim elf eeuwen.

Lees verder “De keizers van het Byzantijnse Rijk”

Het gouden Byzantijnse Rijk

Een met een watermolen aangedreven zaagmachine uit het Byzantijnse Rijk (reconstructie, Schloss Schallaburg)

“Eine tausendjährige Reihe von Verbrechen, Schwächen, Niederträchtigkeiten und Charakterlosheit”: zo typeerde Georg Hegel de geschiedenis van het Byzantijnse Rijk. Dat beeld bestaat in feite nog altijd – als er al een beeld is, want Byzantium is in de westerse wereld nog onbekender dan de wereld van de middeleeuwse islam. Het keizerrijk wordt in het onderwijs genegeerd, en in ons taalgebruik is “Byzantijns” synoniem met luxe, weelde, decadentie, corruptie en complexiteit.

Een voorbeeld van een klein jaar geleden: tijdens de republikeinse voorverkiezingen riep de Amerikaanse politicus Herman Cain op tot een drastische vereenvoudiging van de belastingen om een einde te maken aan het vigerende “Byzantine tax system”. Zou hij hebben geweten dat het Byzantijnse Rijk slechts twee belastingen kenden, een vaste heffing per hoofd en een variabele heffing per eenheid landbouwgrond? Cains eigen 9/9/9-plan was, vergeleken hiermee, nogal, eh, Byzantijns.

Lees verder “Het gouden Byzantijnse Rijk”