Klassieke literatuur (6c): antieke filosofie

De antieke filosofie in het dagelijks leven: een wijsgeer op een Romeinse camee (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een cursus aanschuiven. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag vervolg ik met een stukje over de antieke filosofie – deel één was hier, deel twee komt nog.]

Alle volken hebben vroeg of laat de grote vragen des levens gesteld: wie zijn we, wat kunnen we weten, wat kunnen we doen? Meestal werden die vragen beantwoord via verhalen, ongeveer zoals u en ik wat inzichten hebben meegekregen via de verhalen van onze ouders. Je kunt ook proberen wat dieper te graven en te systematiseren, en dat is wat de Griekse filosofen hebben gedaan. Dat begon met wat natuurwetenschappelijke speculaties en daarna kwamen Plato en Aristoteles, die zich bezighielden met onder andere kentheorie. Laten we eerlijk zijn: veel heb je daar niet aan. Het is mooi geschreven, zoals bij Plato, en het is scherpzinnig, zoals bij Aristoteles, maar als het doel van de filosofie is de mensen gelukkiger te maken – en die ambitie is weleens uitgesproken geweest – dan zijn ze mislukt. Ook de twee filosofische stromingen die ik vandaag behandel, zijn eerder curieus dan toepasbaar.

Lees verder “Klassieke literatuur (6c): antieke filosofie” →

Kunst in de Sahara

Ghirza, noordelijke necropool, Mausoleum C

Rond het jaar 200 na Chr. besloot de Romeinse keizer Septimius Severus dat het tijd werd in Libië de stad Lepcis Magna, waar hij was geboren, beter te beschermen tegen invallen van woestijnnomaden. Dat kon alleen door alle oasen in de Sahara te bezetten, zodat de nomaden niet langer het gecultiveerde land rond Lepcis konden bereiken. De nieuwe rijksgrens staat bekend als de Limes Tripolitanus en is het Libische broertje van de limes die hier in Nederland liep langs de Rijn.

Nu kun je wel een garnizoen leggen in een oase, je moet het ook nog voeden, en geen oase produceert genoeg water om voor 500 man en 500 dromedarissen voedsel te produceren. Geen nood: de Romeinen legden dammen en cisternes aan in de wadi’s, zodat ze boeren in de halfwoestijn konden vestigen en van de winterregens konden profiteren. Septimius Severus paste dus gewoon even een ecosysteem aan. Je bent keizer van Rome of niet.

Lees verder “Kunst in de Sahara” →

Vis in de woestijn

Decoratie van een mausoleum uit Ghirza.

Macht is, volgens een gangbare definitie, de mogelijkheid dat je een ander iets kunt laten doen, eventueel tegen zijn of haar zin. “Een compleet ecosysteem naar je hand zetten” past niet in die definitie, maar lijkt me toch ook een uiting van macht. De Romeinse keizer Septimius Severus deed het.

Rond het jaar 200 na Chr. bezocht hij noordwest-Libië, zijn geboortestreek, en als ervaren generaal zag hij dat de verdediging beter kon. De Garamanten in het zuiden troffen een open grens aan en hoewel deze nomaden nooit echt gevaarlijk konden worden, konden ze wel grote schade aanrichten. De oplossing was simpel: Severus bouwde drie forten (Gadames, Gheriat el-Garbia en Bu Njem) om drie oases te beheersen. Geen Garamant kon naar het Romeinse Rijk komen zonder water te putten op een door de Romeinen beheerst punt.

Lees verder “Vis in de woestijn” →

Joodse oorlogen

Kyrene, de resten van de tempel van Hekate. De opstandige joden hebben dit heiligdom vernietigd. We weten niet waarom uitgerekend deze tempel het moest ontgelden.

Ik heb de afgelopen dagen geschreven over de alomtegenwoordigheid van geweld in de oude wereld en de reacties daarop vanuit het joodse geloof. Een interessante vraag is of zulke ideeën opstanden veroorzaken (U merkt dat ik alweer denk aan de reeks over methodologie die ik momenteel voorbereid.) In de meeste gevallen kan een oudheidkundige zulke causaliteitsvragen, door het overstelpende gebrek aan data, niet beantwoorden, maar dankzij de Dode Zee-rollen zijn we inmiddels in een iets andere positie gekomen.

Voor de aard van de problematiek verwijs ik nog maar eens naar dit stuk: je moet eerst kunnen vaststellen of een religie een in al haar verschijningsvormen aanwezige essentie bezit en daarna moet je een antwoord geven op de vraag of zulke essenties gedrag kunnen veroorzaken. Dankzij de Dode Zee-rollen kunnen we op de eerste vraag “nee” zeggen, waarna de tweede vraag irrelevant is. Het jodendom was zó divers dat er, afgezien van het belang van het offer voor de god die in Jeruzalem een tempel had, geen gedeelde kern valt aan te wijzen. Messianisme en Eindtijdverwachtingen, ze zijn simpelweg niet aan te wijzen bij álle groepen. Dat wil echter niet zeggen dat er helemaal geen verband is.

Lees verder “Joodse oorlogen” →

Geweld in Judea (slot)

Romeinse inscriptie die de onderdrukking van de Joodse Opstand in Kyrene herdenkt.
Romeinse inscriptie die de onderdrukking van de Joodse Opstand in Kyrene herdenkt.

In het laatste stukje van deze reeks – al heb ik morgen een “nabrander” – nog een woord over de wijze waarop de in de voorgaande stukjes (1, 2, 3, 4) beschreven geweld-gerelateerde ideeën binnen het jodendom bleven bestaan. Dat wil zeggen: in de tweede eeuw, nadat de christenen waren begonnen een eigen weg te gaan. Een probleem is hierbij dat de bronnen schaars zijn. Er is geen Josephus voor de oorlogen ten tijde van de keizers Trajanus en Hadrianus. Mijn achtste stelling is:

8. De verzetsideologie bleef bestaan in de tweede eeuw

Binnen het jodendom, voor zover we dat kunnen reconstrueren, lijken allerlei messiaanse ideeën te zijn blijven bestaan. Die hadden inmiddels vaak een anti-Romeinse inslag. Over Eindtijdideeën horen we weinig, maar dat kan komen door de bronnenschaarste.

Lees verder “Geweld in Judea (slot)” →

Synesios

dans

Als er één classicus is van wie ik had verwacht dat hij nooit vroegchristelijke poëzie zou vertalen, dan is het Piet Gerbrandy, de auteur van het door mij bewonderde boek Het feest van Saturnus. In de inleiding tot dit overzicht van de Latijnse literatuur vraagt Gerbrandy zich af wat van dat onderwerp de grenzen zijn: wat rechtvaardigt dat de auteur van een Latijnse literatuurgeschiedenis stopt in de zesde eeuw na Chr.? Is er niet méér Latijn geschreven ná de Oudheid dan in het Romeinse Rijk? Gerbrandy antwoordt hierop dat de Romeinse literatuur heidens van karakter is. De latere Latijnse teksten, zo schrijft hij, hebben meer raakvlakken met middeleeuwse theologen dan met klassieke auteurs als Lucretius, Horatius en Tacitus. Gerbrandy noemt ook een persoonlijk argument: hij voelt zich bij die heidense auteurs meer op zijn gemak. Godsdienst is een “interessant maar bedenkelijk atavisme”.

Hij staat hiermee in de beste humanistische traditie en ik neem aan dat hij over de Griekse literatuur hetzelfde zou betogen: “geef mij maar de schrijvers uit de klassieke, hellenistische en Romeinse tijd, een ander mag schrijven over de Byzantijnse literatuur of de kerkvaders”. Vandaar dat het me verbaasde dat Gerbrandy onlangs een mooi boekje publiceerde met zijn vertaling van negen christelijke hymnen van de Griekse auteur Synesios van Kyrene, Dans die het heelal omkranst.

Lees verder “Synesios” →

Terra sigillata

germa_museum_dish
Terra sigillata uit Germa

Menigeen zal weten wat het bovenstaande is: een schaal van terra sigillata, “gestempeld aardewerk”. Het is het gebruikelijke luxe-aardewerk in de Romeinse tijd en is gevonden op opgravingen van Syrië tot Schotland. Omdat de mallen waarmee het werd vervaardigd zo herkenbaar zijn en zelden heel lang mee gingen, is terra sigillata (kortweg TS) ideaal om opgravingen te dateren.

De bovenstaande schaal is zo leuk door de vindplaats: Germa, diep in de Libische woestijn. Als je vanaf de Mediterrane kust naar “zwart” Afrika reisde, was de eerste oase nog Romeins, waarna Germa de tweede halte was. Daarop volgden Ghat en nog wat oases, tot je aankwam aan de middenloop van de Niger. Romeinse kooplieden kwamen hier om goud, ivoor en wilde dieren te halen.

Lees verder “Terra sigillata” →

De schade van zwarte handel

Plundering in Šahr-e Qumis
Plundering in Šahr-e Qumis, Iran (2005)

Het probleem met de clandestiene handel in oudheden is, eh, dat ze clandestien is. We kennen het begin en het einde, maar het tussenliggende deel is onbekend. Aan het begin zien we geplunderde archeologische sites en kennen we de schade die is aangericht in musea (de laatste jaren in Egypte, Irak, Libië en Syrië). Wat we eveneens kennen is het einde: als de illegaal opgegraven voorwerpen op de markt komen. Wat er gebeurt tussen plundering en markt, dat is dus een stuk minder bekend.

Niet dat deze tussenhandel volledig onzichtbaar is. Iedereen kan haar zien op bijvoorbeeld eBay. Omdat ik een grote website beheer over de Oudheid, Livius.org, krijg ik regelmatig oudheden aangeboden of vragen over voorwerpen die mensen “toevallig” op het erf hebben gevonden. Vóór de Arabische Lente kwamen de aanbiedingen vooral uit Turkije en Iran, daarna vooral uit Egypte en later keerde Turkije terug met voorwerpen waarvan ik denk dat ze komen uit Syrië of Irak. De politie vangt soortgelijke glimpen op, maar in feite weet niemand wat er tussen roof en markt gebeurt.

Lees verder “De schade van zwarte handel” →

Erfenis

Het testament van Ptolemaios VIII Fyskon (Museum van Kyrene)

Tijdens het conflict dat bekendstaat als de Zesde Syrische Oorlog (170-168 v.Chr.), viel de Seleukidische koning Antiochos IV Epifanes het Ptolemaïsche Egypte binnen, waar hij Alexandrië begon te belegeren. Een woedende menigte stelde koning Ptolemaios VI Filometor verantwoordelijk en eiste dat deze zijn broer Ptolemaios VIII Fyskon (“dikbuik”) zou aanwijzen als medebestuurder. De val van Alexandrië werd dankzij een Romeinse interventie vermeden, maar nu zat Egypte opgezadeld met twee vorsten, die het zelden eens waren en al snel slaande ruzie hadden. Uiteindelijk werd een compromis gevonden waarin Filometor alleenheerser werd en zijn broer het bestuur kreeg toegewezen over het noordoosten van het huidige Libië, de vruchtbare Cyrenaica.

Het leek erop dat dit de oplossing was, maar in 155 maakte Fyskon bekend dat zijn broer had geprobeerd hem uit de weg te ruimen. Om nieuwe pogingen te vermijden, besliste de heerser van de Cyrenaica dat hij, behoudens de geboorte van een zoon, zijn gebied zou nalaten aan de Romeinen. Het staat in de bovenstaande inscriptie, die ik fotografeerde in het museum van Cyrene.

Lees verder “Erfenis” →

Ananeosis

Ananeosis (Museum Qasr Libya)

In de vroege vijfde eeuw werd Romeins Libië onder de voet gelopen door woestijnnomaden die bekendstaat als de Laguatan. De ruiters – soms op een dromedaris, vaak op een paard – wisten dat het gebied nauwelijks werd verdedigd. Misschien kenden ze de oorzaak: de Donaugrens stond onder druk en de Rijngrens was al bezweken. Constantinopel en Rome werden omgevormd tot de grootste vestingen van de oude wereld, met muren die nog altijd indrukwekkend zijn. In de ene stad deden ze dienst tot 1453, in de andere tot 1870. Het Romeinse Rijk werd dus bedreigd en alle troepen waren nodig aan het front.

En dus werd de Cyrenaica, het noordoosten van Libië, ontdaan van troepen en meteen onder de voet gelopen. Kyrene, ooit een van de belangrijkste culturele centra van de Griekse wereld en een van de rijkste steden van het Romeinse Rijk, zou nooit meer worden herbouwd. Toen het aan de Donau-grens even rustig was, kwam een generaal Anysius naar Libië, en hij boekte zowaar enig succes, maar verder was de verdediging overgelaten aan het privé-initiatief van de bewoners. Synesios van Kyrene, een rijke grootgrondbezitter, beschrijft in zijn brieven hoe het van kwaad tot erger ging. Zijn Katastasis is de deprimerende beschrijving van de totale vernietiging van het aloude gebied.

Lees verder “Ananeosis” →