De hoofddoek (1) het oosten

Een moeder met een complexe hoofddoek (Archeologisch museum, Basra)

Ergens rond 1770 v.Chr. verloofde Shibtu, de dochter van de koning van Aleppo, zich met Zimri-Lim, de machtige koning van de Mesopotamische stad Mari (r.1775-1762 v.Chr.). In een overgeleverd kleitablet schrijft Shibtu’s vader zijn aanstaande schoonzoon dat er, toen diens gezanten de jonge vrouw kwam ophalen, wat complicaties waren.

U hebt het huwelijksgeschenk meegebracht, maar mijn moeder is ziek en ik vrees dat in mijn paleis iets naars zal gebeuren [dat een slecht voorteken voor het huwelijk is]. Ook hebt u niet veel tijd. Daarom hebben wij in allerijl het huwelijksgeschenk dat u, meneer, hebt laten brengen, naar ons paleis gebracht en hebben wij over het meisje haar sluier gelegd.

Lees verder “De hoofddoek (1) het oosten”

Theodor Wiegand

Theodor Wiegand

We moeten het eens hebben over archeoloog Theodor Wiegand (1864-1936). Zomaar, omdat het  maandag is en omdat hij gewoon interessant is.

Maar eerst even terug naar de late negentiende eeuw. Het Duitse keizerrijk legitimeert zich als voortzetting van het Romeinse Rijk, want de keizertitel is via Karel de Grote en het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie uiteindelijk beland bij Wilhelm II, die zich aandient als een moderne Antoninus Pius. In Constantinopel heerst sultan Abdulhamid II, die resideert in een oud-Romeinse keizerlijke hoofdstad. De twee gekroonde hoofden hebben een zekere belangstelling gemeen. En in hun landen zijn archeologische diensten.

Lees verder “Theodor Wiegand”

Het vroegste Palmyra

De gedomesticeerde dromedaris was cruciaal voor de bloei van Palmyra (Archeologisch Museum, Palmyra)

Ik heb, naar aanleiding van het handboek Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, de afgelopen weken geblogd over de Crisis van de Derde Eeuw. Het Romeinse klimaatoptimum liep ten einde, er was een economische crisis, de stammen buiten het Romeinse Rijk werden gevaarlijk en in het oosten was er vaak oorlog met de Sassanidische Perzen. Rond het midden van de derde eeuw was er een epidemie (mogelijk ebola) en in de volgende kwart eeuw viel het wereldrijk uiteen in drie delen: naast het centrale rijk van keizer Gallienus regeerde Postumus in het westen over Gallië en omstreken, terwijl de oostelijke provincies onder keizerin Zenobia van Palmyra voor zichzelf begonnen.

De geschiedenis van Palmyra begint echter niet in de derde eeuw. Evenmin eindigt ze als keizer Aurelianus orde op zaken stelt. De geschiedenis van Palmyra begint in de Bronstijd en loopt door tot de Vroege Middeleeuwen. Ik zal er vijf blogjes aan wijden.

Lees verder “Het vroegste Palmyra”

Het Parthische Rijk (2): Bestuur

Portret van een heerser uit het Parthische Rijk uit Aššur (Pergamonmuseum, Berlijn)

Van alle Iraanse dynastieën regeerden de Arsakiden het langst: bijna een half millennium heersten ze over het Parthische Rijk. In mijn vorige stukje beschreef ik hoe ze in de loop van de ruime eeuw tussen 245 en 139 v.Chr. vanuit Hyrkanië hun macht uitbreidden naar Baktrië in het oosten en naar Hyrkanië en Medië in het westen, en tot slot Babylonië en Elam. Deze laatste twee gebieden waren veel verstedelijkter dan de gebieden op de Iraanse hoogvlakte. De veroveraars zouden hun bezittingen moeten gaan organiseren.

In alle gebieden was het bestuur Griekstalig geweest en de nieuwe heersers moesten zich, als ze wilden dat hun heerschappij duurzaam was, daaraan aanpassen. De steden behielden daarom hun oude rechten en het bestuur bleef min of meer hetzelfde. Een interessant detail is de muntslag: de opschriften waren in het Griekse alfabet, ook toen de kennis van deze taal achteruit was gegaan en niemand nog goed wist hoe hij Griekse karakters moest schrijven.

Lees verder “Het Parthische Rijk (2): Bestuur”

De Meden (2) Kyaxares en Astyages

Twee Meden (Persepolis)

Zoals ik gisteren aangaf was het Medische Rijk bepaald niet de centraal georganiseerde Iraanse eenheidstaat die Herodotos beschrijft. Het ging om een losse federatie van seminomadische clans in het Zagrosgebergte. Dat laat onverlet dat er in de laatste generaties vóór de opkomst van het Perzische Rijk van Cyrus de Grote wel degelijk een groter verband kan hebben bestaan. Herodotos noemt twee laatste vorsten: Kyaxares en Astyages, die samen vijfenzeventig jaren zouden hebben geregeerd over een federatie die heel Iran besloeg.

De val van Nineveh

Ondertussen – we hebben het over de tijd na 620 v.Chr. – waren de Babyloniërs onafhankelijk geworden van Assyrië. Koning Nabopolassar trok ieder jaar ten strijde tegen de voormalige heersers van het Nabije Oosten. De Meden wisten dat het in troebel water goed vissen was. De kroniek die bekendstaat als ABC 3 noemt Umakištar ofwel Kyaxares, die in de zomer van 614 v.Chr. het Assyrische religieuze centrum Aššur verwoestte:

De Meden trokken langs de Tigris en sloegen hun kamp op voor Aššur. Ze vielen de stad aan en vernietigden haar. Ze brachten een verschrikkelijke nederlaag toe aan een talrijk volk, beroofden het en sloegeb het uiteen. De koning van Babylonië en zijn leger, die de Meden waren gaan helpen, bereikten de strijd niet op tijd.

Lees verder “De Meden (2) Kyaxares en Astyages”

Gaat dicht: het Pergamonmuseum in Berlijn

De Istharpoort uit Babylon (Pergamonmuseum, Berlijn)

Het mag met de zorg voor het goede, schone en ware in het land van denkers en dichters beter zijn gesteld dan in de roofstaat tussen Oostfriesland en de Schelde, ook in Duitsland slaat men de plank weleens mis. Het Pergamonmuseum in Berlijn, zeg maar het archeologisch museum met de vondsten uit het voormalige Ottomaanse Rijk, gaat later dit jaar dicht. Dat doet pijn.

Verbouwing

De opgegeven reden is dat het gebouw grondig moet worden verbouwd. Dat zal best waar zijn. Ik was er vandaag en het viel me op hoe slecht het was geventileerd. Men beweert dat het museum in 2037 weer heropent. Ook dat zal best waar zijn, althans in de zin dat zulks wel ergens op papier zal staan. Verder schermt men ermee dat het Pergamon-altaar al eerder weer te zien zal zijn. Dat zal ook wel waar zijn, maar het is zoiets als zeggen dat het Planetarium van Eise Eisinga tot 2037 dicht is maar dat het zaaltje met de sterrenkundige instrumenten snel weer open is.

Lees verder “Gaat dicht: het Pergamonmuseum in Berlijn”

De Tigris

Amida en de Tigris

Ons woord Tigris komt van een oud, Perzisch woord Tigrā, dat we zouden kunnen vertalen als “pijlsnel”. De Sumeriërs noemden de rivier Id-igna, en in het Akkadisch, de taal van Babylonië en Assyrië, luidde de naam Idiqlat. De Sumerische naam betekent zoiets als “snel stromend”, wat het verschil aangeeft met de langzamere Eufraat.

De Tigris is ongeveer 1850 kilometer lang en ontspringt in het oostelijke Taurusgebergte, of in Armenië, zoals het destijds heette. In zuidoostelijke richting stromend bereikt de rivier Amida, het huidige Diyarbakır, waar de koninklijke weg van Assyrië naar Anatolië de rivier kruist. Er is nog altijd een opvallende brug. Oostwaarts en weer zuidoostwaarts stromend, passeert de Tigris de Assyrische hoofdsteden Nineveh, Nimrud en Aššur. Even verderop ligt Samarra, met zijn beroemde spiraalminaret. Ondertussen neemt de rivier de Batman, de Grote Zab, de Kleine Zab en de Diyala in zich op. Xenofon kwam er langs. Lees verder “De Tigris”

De ondergang van Assyrië

Assyrische bodycount (Nationaal Museum van Irak, Bagdad; klik = groot)

Wie wat bewaart die heeft wat. In de jaren tachtig studeerde ik aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en de studenten ontdekten in hun tweede jaar dat onderwijs een puinhoop was. Enkele studenten kozen ervoor een eigen theoriecollege op te zetten. Degene die hun de ruimte gaf, was de Bert van der Spek die medeauteur is van het handboek waarover we in ons eerste jaar les hadden gehad, Een kennismaking met de oude wereld. Hoewel we in die tijd regelmatig hard botsten en ik uiteindelijk weg ben gegaan van de VU omdat almaar niks verbeterde, heeft Van der Spek ons wel de kans gegeven het onderwijs te normaliseren. Daaruit spreekt openheid voor andermans ideeën alsmede relativering van het eigen gelijk. Dat prijs ik zeer.

De twee studenten die dat theoriecollege opzetten, hadden het echter al snel bekeken. Degene die het uiteindelijk contre coeur afrondde, was ik. Geen leuke tijd. Vooral de archeologen zegden van alles toe en deden niets. Het leuke is echter dat ik nog wel de Wordperfect-bestanden bezit, met daarin een leuke passage die toont hoe Van der Spek zijn handboek bekritiseert. Een handboek is er immers om discussie los te maken. En wie zijn eigen gelijk een beetje relativeert, komt een heel eind. Hij schreef in die theoriesyllabus het volgende over zijn handboek:

Lees verder “De ondergang van Assyrië”

Filmpjes uit Irak

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, hebben mijn vriendin en ik afgelopen oktober een reis gemaakt door Irak. We bezochten de Sumerische steden in het zuiden, dronken thee bij de Moeras-Arabieren, waren verbaasd over de ontwikkeling van toeristische faciliteiten in Babylon, bezochten de Assyrische hoofdsteden Aššur, Nimrud, Khorsabad en Nineveh, zagen de stadswal van de door Alexander de Grote gestichte stad Charax, waren de eerste toeristen in tijden in Hatra en bezochten de voornaamste sji’itische heiligdommen. Mijn geliefde had het goede idee dat we filmpjes zouden maken. Zo kunt ook u het een en ander zien. Niet iedereen kan immers even twee, drie weken naar Irak.

U vindt de filmpjes hieronder. Verwacht geen Hollywood. We probeerden licht te reizen en hadden alleen een telefoon en een klein microfoontje bij ons, geen statief. De wind, het felle zonlicht en de hitte speelden ons regelmatig parten. Meer dan eens zagen we zelf niet wat we aan het filmen waren. Ook improviseerde ik de tekst te plekke, zonder aantekeningen. Kortom, het was amateurisme – maar in de beste zin van het woord: gemaakt uit liefde. Kees Huyser heeft van het ruwe materiaal nog wat toonbaars gemaakt. Waarvoor veel dank (en een fles met drank).

Lees verder “Filmpjes uit Irak”

Kalhu ofwel Nimrud

Twee lamassu’s uit het paleis van Aššurnasirpal (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

De afgelopen dagen had ik het over het oude Babylonië. Assyrië, het noorden van het huidige Irak, maakte deel uit van het Oud-Babylonische Rijk. Later herwon Mât Aššur, “het land van de god Aššur”, echter zijn zelfstandigheid en begon het aan een gestage expansie. Die is uitzonderlijk goed gedocumenteerd in vele duizenden kleitabletten. Het koninkrijk breidde zich in alle richtingen uit. Eén koning voor alle volken, was de ideologie, zo mooi beschreven door Daan Nijssen in Het wereldrijk van het Tweestromenland.

Het was daarbij een beetje – al moeten we voorzichtig zijn met vergelijkingen – zoals met de Spaanse conquistadores in Mexico: het succes van de vele veldtochten bewees dat de god Aššur het imperialisme steunde, de veroveraars deden dus godgevallig werk, en het was daarom niet vreemd dat ze veel buit binnenhaalden, want Aššur was een goede god die zijn vrome dienaars beloonde. En dus kwamen het goud, het zilver, het ivoor, de slaven, het koper, het edelsmeedwerk, het textiel, de paarden in grote aantallen en hoeveelheden naar de hoofdstad Aššur.

Lees verder “Kalhu ofwel Nimrud”