Een oud legioen: VII Claudia (1)

Grafschrift van een soldaat van VII Claudia (Archeologisch Museum, Split)

Met het Achtste, Negende en Tiende legioen behoorde het Zevende tot de oudste eenheden van het Romeinse leger uit de keizertijd. Deze vier eenheden waren al bij Julius Caesar toen die in 58 v.Chr. Gallië binnenvielen en moeten al vóór zijn gouverneurschap zijn samengesteld. De Romeinse commandant vermeldt het Zevende in zijn verslag over het jaar 57: het nam deel aan het gevecht tegen de Nerviërs aan de rivier de Sabis, de Selle in Noord-Frankrijk.

Later lijkt het Zevende te hebben gevochten in westelijk Gallië; het was aanwezig bij de campagne tegen de Veneten in wat nu Bretagne heet, en nam deel aan de twee expedities naar Brittannië (in 55 en 54). Tijdens de oorlog tegen Vercingetorix was het Zevende actief in de omgeving van Lutetia (52) en bij Alesia. Het was later betrokken bij de “veegoperaties” tegen de Bellovaci (51).

Lees verder “Een oud legioen: VII Claudia (1)”

IIII Flavia Felix

De samenvloeiing van Donau en Sava, gezien vanaf de basis van IIII Flavia Felix (Belgrado)

Zoals ik vertelde in het vorige blogje, was IIII Macedonica uit Mainz in ongenade gevallen doordat het Rijnleger tijdens de Bataafse Opstand (69-70 na Chr.) opzichtig had gefaald. Keizer Vespasianus herformeerde het echter onder de naam IIII Flavia en stationeerde het in Burnum, het huidige Kistanje in Kroatië.

Hoewel veel soldaten vanuit het oude legioen naar het nieuwe zullen zijn overgeplaatst, waren er ook rekruten uit Noord-Italië en wellicht Zuid-Gallië. Gnaeus Julius Agricola (de toekomstige schoonvader van de Romeinse geschiedschrijver Tacitus) hield toezicht op de feitelijke formering van het legioen. Omdat het insigne van de vernieuwde eenheid bestond uit het sterrenbeeld Leeuw, is het mogelijk dat het eind juli of begin augustus 70 officieel werd opgericht.

Lees verder “IIII Flavia Felix”

Het ontstaan van XI Claudia

Inscriptie voor een soldaat van het Elfde Legioen, die vocht in Aktion (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

Rome is niet gebouwd op één dag en is niet gebouwd door keizers of consuls. Het Mediterrane wereldrijk is ontstaan door de integratie van de diverse regionale economieën en kreeg een Romeins uiterlijk doordat er altijd legionairs waren die bereid waren te strijden voor consuls of keizers. Wat betekent dat de geschiedenis van de Mediterrane economie en Romeinse regimentsgeschiedenis belangrijk zijn. Wat weer betekent dat we het vandaag gaan hebben over het Elfde Legioen, dat een eeuw na zijn oprichting de bijnaam Claudia zou krijgen.

Een eerste begin

(U zult in een moment weten waarom “eerste begin” voor één keer geen pleonasme is.) Het was een van Romes oudste legioenen. Toen Julius Caesar in 58 v.Chr. besloot niet vanaf de Povlakte naar Dacië te trekken, maar in plaats daarvan Gallië binnen te vallen, rekruteerde hij twee extra eenheden: het Elfde en het Twaalfde. Caesar vermeldt het Elfde in zijn beschrijvingen van de strijd tegen de Nerviërs, en het legioen zal zeker ook hebben deelgenomen aan andere beroemde campagnes, zoals de belegeringen van Bourges en Alesia.

Lees verder “Het ontstaan van XI Claudia”

C09 | Het christogram

Illyische zonnesymbool; de foto van de meer op een christogram lijkende symbolen, is mislukt (Archeologisch Museum, Zadar)

[Negende van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

Terwijl Constantijn in Italië oorlog voerde tegen Maxentius stonden in het oosten Licinius en Maximinus Daia tegenover elkaar. De inzet: de verdeling van de gebieden waarover de overleden Galerius had geregeerd. Lactantius’ in 313 gepubliceerde De dood van de vervolgers biedt een verslag van de gebeurtenissen.

De auteur is geïnteresseerd in Gods rechtvaardige straffen, niet in de historische feiten. Dat is te merken. Het wreekt zich in het onderstaande citaat meteen aan het begin: in zijn beschrijving van de slag bij de Milvische Brug klopt bijvoorbeeld de datum niet (27 in plaats van 28 oktober). Ook overdrijft Lactantius de sterkte van Maxentius’ leger. Opmerkelijk is verder zijn bewering dat Maxentius de Sibyllijnse Boeken zou hebben laten raadplegen, een collectie orakels die de Romeinse autoriteiten uitsluitend raadpleegden bij religieuze aangelegenheden. Dat Maxentius deze zou hebben geconsulteerd in een militaire crisis suggereert dat Lactantius de verleiding niet kon weerstaan een grap te maken over een dubbelzinnig orakel. De vertaling hieronder komt uit Het visioen van Constantijn (2018) en is gemaakt door mijn coauteur Vincent Hunink.

Lees verder “C09 | Het christogram”

Caesar en Ptolemaios op mars

Gem met portret van Caesar (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Als ik u zeg dat het 19 maart was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waaraan, vele maanden later, Quintus Fufius Calenus en Publius Vatinius als consuls hun naam zouden geven, en als ik dat omreken naar 29 januari 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u: het is tijd voor een stukje in het feuilleton “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Als u de laatste weken deze reeks hebt gevolgd, dan weet u dat het Egyptische leger van Ptolemaios XIII Caesar in Alexandrië had vast gezet, dat Caesar met moeite zijn aanvoerlijnen had opengehouden en dat een ontzettingsleger onderweg was. Ondertussen verzamelden Caesars tegenstanders zich in Dalmatië en het huidige Tunesië, wankelde het Romeinse gezag in wat nu Turkije heet, was het onmogelijk gebleken in Rome verkiezingen te houden en dreigde opstand in Andalusië.

Lees verder “Caesar en Ptolemaios op mars”

Caesar in Orikon

Een van de torens van Orikon

Als ik zeg dat het 7 januari was en toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls waren, en als ik dat omreken naar wat wij 1 december 49 v.Chr. noemen, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij was bezig een bruggenhoofd te bouwen in wat nu Albanië heet.

De schepen die hem hadden overgevaren – zoals gezegd: te weinig – voeren meteen terug naar Brindisi om de rest van legioenen en de ruiterij over te zetten. Deze operatie liep echter weinig succesvol. De plaatselijke commandant van de Senaatstroepen, Marcus Calpurnius Bibulus, had vernomen van Caesars oversteek en voer uit om de terugvarende transportvloot te onderscheppen. (Deze Bibulus was in 59 v.Chr. Caesars collega-consul geweest.) Bibulus wist dertig schepen te bemachtigen en liet ze met bemanning en al in brand steken. Een nogal drastische methode om Caesars zeelieden af te schrikken. Vervolgens versterkte hij alle havens, in de hoop een eventuele tweede aanvalsgolf vóór te zijn.

Lees verder “Caesar in Orikon”

De zeeslag bij Aktion (1)

Victoria met een trofee op een monument na de zeeslag bij Aktion (Pojani, Albanië )

Julius Caesar was vermoord, zijn erfgenamen Octavianus en Marcus Antonius hadden in Macedonië de moordenaars verslagen en verdeelden nu de wereld. Eerstgenoemde keerde naar Italië terug met onder meer het Vierde Legioen, dat in de voorafgaande oorlog de bijnaam Macedonica had gekregen, en het Zevende en Achtste. Antonius behield het Derde Gallica, V Alaudae, VI Ferrata, het Tiende en het Twaalfde, dat zich was gaan tooien met de bijnaam Fulminata, “bliksem”. De legioenen, ooit tijdelijke eenheden, begonnen nu een permanent karakter te krijgen. Het Romeinse Rijk was een beroepsleger aan het ontwikkelen.

Legioenenopbouw

Antonius trok met zijn legioenen naar het oosten, waar hij de provincies reorganiseerde en capabele heersers aanstelde in bevriende koninkrijken. De bekendste daarvan is de Joodse vorst Herodes, die zijn beschermheer eerde door in Jeruzalem een kasteel Antonia te noemen. Ook ontketende Marcus Antonius een oorlog tegen het Parthische Rijk, Romes oosterbuur. Ondanks aanvankelijke tegenslagen eindigden deze campagnes met de annexatie van Armenië. Gaandeweg bouwde Antonius een leger op dat uiteindelijk drieëntwintig legioenen telde.

Lees verder “De zeeslag bij Aktion (1)”

Imerix de Bataaf

Grafsteen van Imerix (Archeologisch museum Zadar)

En dan sta ik in een museum en dan sta ik dus ineens te stuiteren. De inscriptie hierboven stond erbij en keek ernaar.

Wat is er zo bijzonder? Eerst maar even de tekst. Er staat:

IMERIX SERVOFR-
EDI F BATAVOS
EQ ALA
…ISPANO
…NNOR XXVIII
STIP VIII
…S E

Als we de afkortingen uitschrijven, enkele beschadigde letters aanvullen en een spelfout corrigeren, staat er

Lees verder “Imerix de Bataaf”

Het museum als artefact

rome_mncr_map
Landkaart in het Museo nazionale della civiltà romana, Rome

Een museum toont voorwerpen. Maar een museum is zelf ook een voorwerp. Het gebouw en de collectie zijn onder bepaalde omstandigheden ontstaan, en die omstandigheden zijn zelf ook de moeite van het bestuderen waard. Er bestaat bijvoorbeeld een interessante vriendschappelijke rivaliteit tussen het British Museum, het Louvre en de Berlijnse musea, en ik blijf hopen dat een museum in Brussel of Amsterdam eens een expositie wijdt aan die rivaliteit.

Lees verder “Het museum als artefact”