Joden en christenen in Rome

Joods grafschrift (Museo delle terme, Rome)

Voor wie Rome verliet, voerde de eerste mijl van de Via Appia langs een parkje waarvan men zei dat de legendarische koning Numa er nog eens met een bosnimf had gesproken, én door een joodse wijk. Joden mochten op de sabbat maar een beperkte afstand wandelen en vestigden zich daarom het liefst bij hun synagogen, zodat er in Rome verschillende joodse buurten waren, elk met een eigen gebedshuis en een eigen catacombe. De synagoge aan de Via Appia was genoemd naar Eleas of Elaias, maar het is onbekend wie of wat dat is geweest.

Het is echter wel bekend dat de bewoners van deze buurt vrij sterk geromaniseerd waren. Dat blijkt uit de inscripties in de catacombe even voorbij de tweede mijlpaal van de Via Appia: merendeels in het Latijn, niet in het Grieks of een meer oostelijke taal. Deze joden waren overigens niet bepaald rijk. De dichter Juvenalis (ca.60 – ca.135) vertelt hoe hij hier eens een vriend tegenkwam die aan het verhuizen was, en geeft en passant een beschrijving van de armoedige levensomstandigheden:

Lees verder “Joden en christenen in Rome”

De joodse Diaspora (2)

Joods grafschrift uit Rome (Museo nazionale delle terme, Rome)

In het vorige stukje noemde ik de plaatsen waar aan het begin van de jaartelling Joden leefden. Dat was eigenlijk in de hele antieke wereld.

Variatie

Het gaat om groepen wier interne autonomie door het Romeinse Recht werd erkend, wat ook logisch was, want men kon alleen leven naar de eigen regels als de rest van de stedelijke gemeenschap daar een beetje rekening mee hield. Flavius Josephus biedt een opsomming van de rechten die Julius Caesar in een dozijn steden verleende aan de Joodse minderheden.

Ik gebruik tot nu toe de hoofdletter J, want tot nu toe ging het nauwelijks om religie. Maar de verspreiding van het volk betekende wel dat variatie ontstond in de joodse godsdienstige gebruiken en ideeën. Er waren allerlei afwijkingen van wat in het moederland gangbaar was. Er zijn bijvoorbeeld aanwijzingen dat Diaspora-Joden tijdens de sabbat vastten, wat mogelijk een manier was om in een overwegend niet-Joodse omgeving de spijswetten en sabbatsrust enigszins in acht te nemen. Later zou men in Rome het paaslam slachten zoals men dat in Jeruzalem had gedaan toen de tempel er nog stond, hoewel deze gewoonte in Judea was afgeschaft.

Lees verder “De joodse Diaspora (2)”

De essenen en de Dode-Zee-Rollen

In de Vierde Grot van Qumran zijn de meeste Dode-Zee-rollen gevonden. De grot ligt recht tegenover de ruïne. Het is moeilijk voorstelbaar dat er geen relatie tussen de bewoners van het gebouw en de teksten in deze grot is geweest.

Als, zoals ik in het eerste stukje schetste, het essenisme inderdaad pluriform was, is het goed denkbaar dat een deel van de Dode-Zee-rollen, zoals vaak wordt aangenomen, esseens is. Dat er verschillen zijn tussen de inhoud van de rollen en de informatie van de Joodse auteur Flavius Josephus (en enkele van zijn collega’s), valt dan te verklaren vanuit dit pluriforme karakter. Het probleem is natuurlijk dat zo vroeg of laat alles met alles valt te combineren. Om deze reden is lang niet elke geleerde overtuigd van de identificatie. Ik mag dan niet zo geleerd zijn, het lijkt me verstandig onderscheid te blijven maken tussen de essenen en de Dode-Zee-rollen, tot er meer duidelijkheid is.

Overeenkomsten en verschillen

Maar goed. Er zijn overeenkomsten. De Gemeenschapsregel beschrijft de inwijdingsrituelen die ook Josephus noemt. Predestinatie, dualisme, celibaat, gemeenschappelijk bezit en maaltijden, rituele baden en halachische kwesties komen in de Gemeenschapsregel eveneens aan de orde, terwijl andere teksten de sabbat beschrijven zoals ook Josephus doet. Er zijn echter ook complicaties. Zo komt de naam “essenen” (Aramees ḥsyn, “de vromen”) niet voor in de sektarische teksten. Een andere moeilijkheid is dat Filon, Plinius en Josephus allemaal niet datgene vermelden wat ons het meest treft bij het lezen van de Dode-Zee-rollen: de sektariërs dachten eschatologisch. Ze meenden dus dat de Eindtijd nabij was.

Lees verder “De essenen en de Dode-Zee-Rollen”

Ecokritiek

Ecokritiek is de naam van een literatuurwetenschappelijke stroming die zich concentreert op de wijze waarop een tekst het fysisch milieu presenteert. “Kritiek” slaat hier niet op activisme, maar op kritisch lezen. Kritisch lezen dus waarbij je speciaal let op de wijze waarop de natuur aan de orde komt. Een simpel voorbeeld is de wildernis, die in oude teksten een plek is vol gevaren, terwijl die in de hedendaagse literatuur juist positief wordt getypeerd. Die verandering komt uiteraard voort uit een veranderende appreciatie van de natuur.

Business as usual

Ik vertelde al eens over twee korte lezingen die ik in Gent bijwoonde. Marco Formisano toonde toen hoe de dichter Claudianus in De schaking van Proserpina de schrik evoceerde van de waaghalzen die als eersten de zee bevoeren – en dus ingrepen in de natuur. Leila Williamson vertelde bij die gelegenheid dat Venantius Fortunatus in zijn gedicht over De rivier de Gers bevreemding bewerkstelligde: vissen die in de zomer op het droge kwamen te liggen en de oogst die bij hoog water was omspoeld door golven.

Lees verder “Ecokritiek”

De genezing van de verlamde (2)

Betzata, waar Jezus een verlamde genas

We hadden het over het verhaal over de genezing van de verlamde. Naast de versie van Marcus, waarover ik het in het vorige blogje had, is er een versie van Johannes. Die speelt in Jeruzalem en is opvallend anders.

Voor ik u die te lezen geef, even een tekstkritische kwestie: in de NBV21 is ervoor gekozen een bijzinnetje weg te laten dat niet in de oudste manuscripten staat en vermoedelijk een later ingevoegde toelichting is. Dat zinnetje luidt dat er weleens een engel neerdaalde die het water van Betzata in beweging bracht en geneeskrachtig maakte.

Lees verder “De genezing van de verlamde (2)”

Lentulus en de joden

Portret van een Romein (Altes Museum, Berlijn)

Als ik u zeg dat het het jaar was waarin Marcellus en Lentulus de consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 50/49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de dit keer niet helemaal terecht “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” genoemde reeks over de Tweede Burgeroorlog.

Want kijk, Caesar was natuurlijk niet de enige die bezig was met die burgeroorlog. De officiële machthebbers, Marcellus en Lentulus, hadden samen met generaal Pompeius en een groot aantal senatoren Italië verlaten. Een regering in ballingschap zo u wil. Zij waren in het oosten. Het huidige Griekenland, Turkije, Syrië en Egypte vormden het economische en demografische zwaartepunt van de antieke wereld. Caesar had weliswaar Italië bezet en de legers van Pompeius in Iberië verslagen, maar zijn tegenstanders waren onverslagen. Caesars kolonels waren in Africa en Illyricum overwonnen en Marcellus en Lentulus waren bezig een nieuw leger samen te stellen. Of ze gebruik maakten van een constructie als de Lex Roscia, waarmee Caesar zichzelf had voorzien van de bevoegdheid om niet-burgers te rekruteren, weet ik niet.

Lees verder “Lentulus en de joden”

Constantijn en de zondagsrust

Constantijn en de zonnegod

Iemand stelde me een leuke vraag: of de mensen in de Oudheid een zevendaagse week kenden, met dus een zondag als vaste rustdag.

Sabbat

Ja. In elk geval de Joden kenden een zevendaags ritme, met de zaterdag ofwel sabbat als verplichte rustdag. Omdat je als Jood dankbaar was voor de genade van God dat je behoorde tot het uitverkoren volk, probeerde je zo goed mogelijk om te gaan met de rustdag en daarover is vrij veel halachische discussie geweest.

Zoiets wordt, in elke juridische cultuur, opgehangen aan standaardvoorbeelden en in dit geval was dat de vraag of je op de sabbat iemand mocht redden uit een put. De Dode-Zee-rollen documenteren een groep die vond dat de sabbatsrust, als goddelijke instelling, ging vóór het redden van een mensenleven, terwijl de Mishna (een verzameling rabbijnse wijsheid) het farizese standpunt weergeeft dat het redden van een mensenleven gaat vóór de sabbatsrust. De auteur van het Mattheüs-evangelie laat Jezus zeggen dat als mensen een dier redden dat op de sabbat in een put is gevallen, het redden van een mens zeker is toegestaan. Kortom: de zevendaagse week bestond niet alleen maar was ook goed-doordacht.

Lees verder “Constantijn en de zondagsrust”