De Arabisering van de Maghreb

De grote moskee van Kairouan

Een tijdje geleden kreeg ik een vraag naar de arabisering van de Maghreb. Anders gezegd: waarom zijn de mensen in het noordwesten van Afrika Arabisch gaan spreken? Vroeger spraken ze immers Latijn en daarvoor woonden er mensen die een taal spraken die ik gemakshalve Numidisch zal noemen. Ook zijn er nog Berbers. Kortom, hoe zit het?

Ik ben geen arabist en elk antwoord dat ik geef moet met een korreltje zout worden genomen. Ik denk echter dat ik wel een paar factoren kan noemen.

Verovering

Primo, de Arabische veroveringen vormden hoe dan ook de beslissende factor. In 647 intervenieerde een Arabisch leger in een burgeroorlog in wat bekendstond als het Exarchaat van Karthago, ofwel het door de Byzantijnen op de Vandalen heroverde Afrika. Bij het huidige Sbeitla versloegen de Arabieren een opstandeling – let op: ze werkten hier samen met de Byzantijnen – en lieten zich vervolgens afkopen. Een kwart eeuw later rukten de Arabieren op tot Kairouan, en weer een kwart eeuw later (in 695 om precies te zijn) viel Karthago. De Byzantijnen heroverden de stad en verloren haar definitief in 698. Daarmee lag de weg naar het westen open. Berbers boden nog weerstand maar in 708 stonden de Arabische troepen aan de Atlantische Oceaan. Drie jaar later staken ze de Straat van Gibraltar over. Het Rijk van Toledo, centraal georganiseerd als het was, viel in één klap.

Lees verder “De Arabisering van de Maghreb”

Anatolische talen

Hiëroglyfisch-Luwische inscriptie (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

Onderwijs over het Indo-Europees en de bijbehorende geschiedenis zou, zoals de Leidse taalkundige Stefan Norbruis onlangs stelde in een proefschrift over de Anatolische talen, standaardonderdeel moeten zijn van het middelbare-school-curriculum. De ontdekking van deze oertaal is een van de grootste prestaties uit de negentiende-eeuwse geesteswetenschappen. Hier is alvast een filmpje waarover ik nog eens zal bloggen.

In de twintigste eeuw is geprobeerd de samenleving van de eerste sprekers te reconstrueren. Dat kan door bijvoorbeeld te kijken naar de gedeelde woordenschat. Daarin zijn bijvoorbeeld diverse namen aanwezig voor flora en fauna, die een aanwijzing vormen voor een Urheimat, terwijl de woorden voor bijvoorbeeld koning, ploeg en wiel duiden op zaken die archeologisch terug te vinden zijn: koningsgraven, landbouw en wagens.

Lees verder “Anatolische talen”

Taal en gevoel

Hoeveel drummers telt u?

Afgelopen week ontdekte ik het onderstaande filmpje, dat ik zo verschrikkelijk vrolijk vind dat ik het eigenlijk al dagen loop te fluiten. Amerikaans rocknummer, uitgevoerd en gezongen door duizend Italianen. Er zit een leuk, enthousiasmerend verhaal aan vast dat u hier maar even moet lezen. U hoeft mijn muzikale smaak niet te delen, maar ik wil toch iets aan u voorleggen.

Lees verder “Taal en gevoel”

Het Numidisch en het Proto-Berber

Numidische ruiter (Musée national des antiquités, Algiers)

Een ruim jaar geleden – het was ten tijde van de verkiezingen – reisde ik door Algerije en korte tijd daarna door Tunesië. Je loopt er van de ene naar de andere Romeinse stad; er zijn er uit de Maghreb ongeveer 500 bij naam bekend, wat aanzienlijk meer is dan de 60 uit Gallië. Dit was een van de verstedelijkste gebieden uit de oude wereld.

T-steden

Op een gegeven moment viel me op dat ontzettend veel plaatsnamen, zowel antieke als moderne, beginnen met een t-klank. Systeem kon ik er niet in ontdekken. Het kon gaan om een havenstad als Tipasa, om een heuvelfort als Tiddis en om een bronnenheiligdom als Thubursicum, maar ook om steden als Thysdrus, Tebessa, Thuburbo Maius, Thagaste en Thamugadi. De /t/ lijkt wel universeel te zijn.

Lees verder “Het Numidisch en het Proto-Berber”

Niet alle vertalingen zijn even goed

Het laatste nummer van Met andere woorden, het vriendelijke (en gratis) tijdschrift over de bestudering van de Bijbel, is geheel gewijd aan de NBV21. Die afkorting staat voor de revisie van de Nieuwe Bijbelvertaling. U leest nog eens na wat de vertaalprincipes zijn en verneemt diverse voorbeelden, zoals uitleg over Genesis 37. Er is een interview met een betrokken vertaler en uitleg van de wijze waarop de vertalers zijn omgegaan met lezersreacties.

Geliefde en correcte vertalingen

Lezersreacties op vertalingen zijn nogal eens terug te voeren op het verdwijnen van vertrouwdheid. Dat geldt niet alleen voor de vertaling van de beroemdste van alle antieke teksten of voor antieke teksten in het algemeen, maar voor alle teksten. Barber van de Pol heeft bijvoorbeeld nogal eens moeten uitleggen waarom ze de bekende beginregel van de Quichot (“een dorp waarvan ik me de naam niet wens te herinneren”) anders en correcter ging vertalen. Correct wilde voor haar zeggen: zoals een zeventiende-eeuwse lezer het had begrepen.

Lees verder “Niet alle vertalingen zijn even goed”

Circus

(Amsterdam, Zeedijk)

Het televisieprogramma Het Klokhuis zou eind maart in het Amsterdamse museum Nemo een vragendag hebben georganiseerd, waarbij wetenschappers kindervragen zouden hebben beantwoord. Mijn vriendinnetje E. had inderdaad een vraag: waarom is de letter C in het woord “circus” de ene keer een /s/ en de andere keer een /k/? De redactie vond het leuk genoeg om E. en haar moeder uit te nodigen die vraag in de uitzending te komen stellen.

Door de corona is die uitzending niet doorgegaan maar omdat ik wilde dat E. een antwoord kreeg, ben ik het zelf gaan uitzoeken. Kinderen die nieuwsgierig genoeg zijn om vragen te stellen verdienen serieuze uitleg.

Lees verder “Circus”

Historische taalkunde

Je kunt niet alles leren, maar mag wel betreuren dat je opleiding zó kort was dat je cruciale dingen niet hebt meegekregen. Aan AristotelesOrganon, vermoedelijk de grootste filosofische prestatie uit de Oudheid, is tijdens mijn studie geen woord besteed, noch bij de colleges geschiedenis, noch bij filosofie. Ook over oudgermanistiek, d.w.z. de bestudering van de antieke en vroegmiddeleeuwse fase van de Germaanse talen, heb ik weinig gehoord. Ik denk eigenlijk: niets. Terwijl het vak toch niet zonder belang is. Onze taal is immers een mooi stuk antiek erfgoed en kennis daarvan is zeker voor oudheidkundigen die zich met Nederland en Vlaanderen bezighouden, niet bepaald betekenisloos.

Om mijn kennislacune te vullen las ik Lo, donk, horst van Jozef van Loon, emeritus hoogleraar in Antwerpen. Simpel samengevat toont hij aan dat het woord lo in de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen verwees naar een cultuurbos, terwijl donk en horst het Frankische en het Saksische woord waren voor versterkingen in moerassige gebieden. Toen ik onlangs vanuit Vught door het Bossche Broek fietste naar Oeteldonk, begreep ik het meteen.

Lees verder “Historische taalkunde”

De uitspraak van het Latijn

Afgietsel van een inscriptie uit Delfi met de Griekse spelling van de Latijnse titel “Caesar” (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

In de reeks video’s waarin ik mensen spreek over de vraag hoe oudheidkundigen weten wat ze weten, is inmiddels ook – na het filmpje waarin Hein van Dolen de Lachmannmethode uitlegt – de tweede aflevering online: Casper Porton van Addisco legt uit hoe classici weten hoe het Latijn vroeger uitgesproken is geweest.

Oude talen: Latijn, Germaans, Keltisch

wadenoijen

Een tijdje geleden kwam op deze plaats aan de orde welke talen er in de Lage Landen werden gesproken in de Romeinse tijd. Dat is een goede vraag: het antwoord is namelijk zo 1-2-3 niet te geven.

Datagebrek

Een eerste probleem is dat we betrekkelijk weinig gegevens hebben. De Romeinen en Grieken hebben weliswaar wat woorden overgeleverd in de plaatselijke talen, maar we weten niet goed hoe accuraat die zijn weergegeven. Als de Griekse of Latijnse weergave van de Perzische en Egyptische namen echter representatief is, is er weinig reden tot optimisme.

Daarnaast hebben we inscripties. Die hebben het voordeel dat ze in elk geval zijn gezien door de sprekers van de inheemse talen. Ze vermelden de namen van goden, zoals Nehalennia, Magusanus en de moedergodinnen die in het Latijn Matres, “moeders”, werden genoemd. Er waren Alaferhuïsche, Aufanische, Cartovallensische en Rumaneheïsche en Vatviaïsch-Nersihenische moeders. De Hamavehische en de Hiannanefatische moeders werden vereerd door de Chamaven en Cananefaten – en daarmee zien we al dat de zachte keelklank aan het begin een woord niet steeds hetzelfde werd gespeld.

Lees verder “Oude talen: Latijn, Germaans, Keltisch”

Goropiseren

Goropius Becanus, naar wie het goropiseren is genoemd

Goroposiseren is een wat onaardige jargonterm. Ze is afgeleid van de naam van een zestiende-eeuwse geleerde, Jan van Gorp ofwel “Goropius”. Deze man is berucht geworden omdat hij de wonderlijkste etymologieën bedacht om te bewijzen dat het Nederlands ’s werelds oudste taal was. Die beruchtheid is te betreuren, want hij was ook een van de eersten die begreep dat talen een verleden hebben en dat de bestudering van talen licht kon werpen op dat verleden.

De bestudering van etymologieën kan inderdaad belangrijk zijn. Als je niet zou weten dat Rotterdam aan de Rotte lag, zou je het bestaan van dat riviertje én een belangrijke gebeurtenis uit de vroege geschiedenis van die stad kunnen afleiden uit de naam. Etymologie-studie kan ook belangrijk zijn bij de ontcijfering van dode talen. Je kunt er echter ook verschrikkelijk de mist mee ingaan.

Lees verder “Goropiseren”