De Romeinse Maas

De Maas bij Chokier

De vallei van de Maas, Mosa in het Latijn, vormde het kerngebied van de Romeinse aanwezigheid in het noorden van Gallië, Gallia Belgica. Ik heb het dan met name over het gebied tussen pakweg Namen en Maastricht, waar een heel gevarieerde economie moet hebben bestaan. Maar eerst iets over de rivier zelf.

Een bron over een bron

De Maas wordt verschillende keren in de bronnen genoemd, hoewel meestal in het voorbijgaan. En soms ook gewoon onjuist. Julius Caesar is de eerste die er iets meer over zegt en dat is meteen onjuist: hij schrijft dat de Maas ontspringt in de Vogezen, maar in feite liggen de bronnen westelijker, niet ver van Domrémy, het dorpje waar eeuwen later Jeanne d’Arc geboren zou worden en haar visioenen zou krijgen. Vermoedelijk verwarde Caesar de Mosa met de Mosella, het Maasje ofwel de Moezel.

Lees verder “De Romeinse Maas” →

Vroom bedrog

Orakelhoofd uit Cherchell (Musée Public National, Cherchell)

De agrarische rendementen in de oude wereld waren laag en dat betekende dat de overgrote meerderheid van de mensen werkzaam was in de agrarische sector. Slechts één op de tien mensen was geen boer en dat konden ambachtslieden, soldaten of leerkrachten zijn. Eén van de gevolgen van deze situatie was dat informatie een heel andere karakter had. Weliswaar wilde men destijds, net als nu, dat informatie correct was, maar anders dan ons ontbrak het de ouden aan de middelen om dingen te onderzoeken. Je nam dus maar aan dat iets waar was als het leek op informatie die je al had.

Voor het overige moest je maar je toevlucht nemen tot het bovennatuurlijke. Vandaar de populariteit van orakels en waarzeggers: droomduiders, astrologen, kaaskijkers, vogelvluchtspecialisten, ingewandenlezers, visorakels… Sommige van deze adviseurs waren niet vies van een vrome fraude. In het handboek voor dromenuitleggers dat Artemidoros van Daldis heeft geschreven, is een opmerking dat je een beetje hocus pocus moest toevoegen; de klanten verwachtten het nu eenmaal en het maakte dat ze dingen makkelijker geloofden. De ingewonnen informatie leek hierdoor immers op informatie die ze al hadden.

Lees verder “Vroom bedrog” →

Misverstand: De stad Nijmegen

Agrippa, de stichter van Nijmegen (British Museum, Londen)

Keizer Trajanus gold als een goede heerser en dat hij hier en daar een modern standbeeld heeft gekregen is geen catastrofe. Wie Nijmegen over de Waalbrug binnenrijdt, zal er door worden begroet. Het beeld dateert uit de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen het aloude Keizer Lodewijkplein, aangelegd na de sloop van de Nijmeegse stadsmuur en vernoemd naar Lodewijk de Vrome, een nieuwe naam moest krijgen. Omdat oudheidkundigen toen nog dachten dat Trajanus iets voor Nijmegen zou hebben gedaan, werd het plein naar hem vernoemd en kreeg hij een beeld.

De vraag was destijds al wát hij voor Nijmegen heeft gedaan, want het enige wat vaststaat is dat de stad zich Ulpia Noviomagus is gaan noemen. Het laatste element is de eigenlijke plaatsnaam, “nieuwe weide”. Het eerste element verwijst naar de familienaam van de keizer, die voluit Marcus Ulpius Trajanus heette. De aanname was destijds (als ik het wel heb) dat die naam is verleend met het recht om markt te houden, nundinas habere. Een tweede aanname was dan dat Noviomagus tevens “nieuwe markt” zou betekenen, wat niet onmogelijk is maar een secundaire betekenis verheft boven de primaire.

Lees verder “Misverstand: De stad Nijmegen” →

Misverstand: Cananefaten

De Cananefaten kwamen overal, getuige de grafsteen van Adiutor de Cananefaat (Museum Tipasa)

Zuid-Holland was het woongebied van de Cananefaten, een groep mensen die het huidige Voorburg als hoofdstad had. Vaak wordt beweerd dat de naam van de bewoners van het oude Zuid-Holland zoiets zou betekenen als “konijneneters” of “konijnenvatters”, maar jammer genoeg is er geen archeologisch bewijs dat de diertjes al in de Oudheid door het duingebied huppelden: wilde konijnen leefden toen nog alleen op het Iberisch Schiereiland en zijn pas in de Middeleeuwen voor het eerst gesignaleerd in de Lage Landen.

In de tweede eeuw na Chr. lijken er overigens wel wat konijnen te zijn geweest, in hokken op de landgoederen van rijke mensen, maar die hebben geen noemenswaardige nakomelingen gehad. Bovendien arriveerden ze te laat om nog als naamgevers te kunnen dienen. De Cananefaten waren hier immers al in de eerste eeuw van de jaartelling.

Lees verder “Misverstand: Cananefaten” →

Vrouwelijke gladiatoren

Gladiatrices op een reliëf uit Halikarnassos (British Museum, Londen)

Het bovenstaande tweede-eeuwse reliëf, 64 bij 79 centimeter, is gevonden in Halikarnassos (het huidige Bodrum in het zuidwesten van Turkije) en is te zien in het British Museum in Londen. We zien twee vrouwelijke gladiatoren in gevechtshouding tegenover elkaar staan en we mogen aannemen dat een reële situatie is afgebeeld die ooit heeft plaatsgevonden tijdens een munus, “gladiatorenshow”. Beide krijgers zijn hetzelfde uitgerust met een groot schild en een kort zwaard. Hun kapsels stellen ons in staat het tweetal te identificeren als vrouwen en de inscriptie vermeldt hun namen: Amazon en Achillia. Gladiatoren namen wel vaker Griekse mythologische namen aan als noms de guerre.

Omdat ze hetzelfde zijn uitgerust, hebben ze vrijwel zeker gevochten als provocatores, waarbij de twee strijders identiek waren bewapend. (Veel gebruikelijker was dat ze verschillende wapens droegen, zoals een secutor met een schild en zwaard tegen een retiarius drietand en net.) De vrouwen missen echter de borstplaat die voor een provocator typerend is, maar dit moet zijn omdat ze verondersteld werden Amazones na te spelen, die volgens de antieke opvattingen vochten met ontbloot bovenlijf.

Lees verder “Vrouwelijke gladiatoren” →

Nieuwe oude alfabetten

Dedanitische inscriptie (Koning Saoed-universiteit, Riyad)

Ik heb al eens geschreven dat het niet de Feniciërs waren die het alfabet uitvonden, al hebben ze het wel doorgegeven aan de Grieken. Sinds het begin van de twintigste eeuw is bekend dat in de Sinaï-woestijn al alfabetisch werd geschreven in wat egyptologen de Tweede Tussenperiode noemen, tussen 1800 en 1550 v. Chr.

Primitievelingen

Nog oudere aanwijzingen voor het gebruik van iets dat alfabetisch kan worden genoemd, komen uit de Wadi el-Hol in Boven-Egypte. Daar lijken vermoedelijk West-Semitisch-sprekende arbeiders rond 1900 v.Chr. graffiti te hebben aangebracht. Je kunt je voorstellen hoe Egyptische klerken op die mensen neerkeken: wie een beetje wilde schrijven moest honderden hiërogliefen kennen, dat stelletje primitievelingen kende maar twee dozijn tekens, wat een simpelaars toch, die Aziaten konden nog niet eens een fatsoenlijk determinatief noteren.

Lees verder “Nieuwe oude alfabetten” →

Zware cavalerie

Zware cavalerie in het Romeinse leger (Reliëf uit Adamclisi; afgietsel in het Limes Museum, Aalen)

In zijn prachtige catalogus van troepen die met de Perzische koning Xerxes naar Europa kwamen, beschrijft Herodotos allereerst de Perzen zelf.

Zij droegen de volgende uitrusting: een tiara of vilthoed met slappe rand, een geborduurd hemd met lange mouwen, daaronder een maliënkolder die eruitzag als visschubben, en ten slotte een pofbroek. Een metalen schild hadden ze niet, wel een beukelaar van gevlochten takken. Aan de binnenkant daarvan hing de pijlkoker. Verder waren ze voorzien van korte speren, formidabele bogen met rieten pijlen en ook nog dolken die aan de koppel naast de rechterheup waren bevestigd. (Historiën 7.61; vert. Hein van Dolen).

Dit type maliënkolder, bestaand uit allerlei kleine plaatjes, kennen we uit Centraal-Azië. Het was lichter flexibeler dan een plaatharnas en maakte het mogelijk grotere delen van het lichaam te bedekken. Droeg een ruiter zo’n schubbenpantser, dan had hij wel een sterk paard nodig, een Nesaïsche hengst zoals de Grieken het noemden, maar als dat edele dier écht sterk was, kon het ook zelf een maliënkolder krijgen.

Lees verder “Zware cavalerie” →

Vergilius met Muzen

Vergilius (Bardo-museum, Tunis)

Op maandag plaats ik meestal een stuk over geschiedtheorie en ik had ook iets in de pen, maar een goede bekende ligt in het ziekenhuis en ik heb even andere prioriteiten. Dus mag u even genieten van het mooie mozaïek dat u hierboven ziet: de Romeinse dichter Vergilius, keurig in een toga. Op de boekrol staat de achtste regel van de Aeneis: Musa, mihi causas memora, quo numine laeso (“Muze, herinner me aan de oorzaken, door welke gekwetste godheid…”). Een oorzaak werd destijds immers altijd gezocht in een persoon en nooit in een structuur: de Romeinen waren methodisch individualisten. (Ziezo, toch nog een theoretische observatie.)

Lees verder “Vergilius met Muzen” →

Het Tiende Legioen Gemina

Hoofd van een legionair met op de helm X G(emina) (Römermuseum, Wenen)

Ik moet nog eens bloggen over de Romeinse officier Velius Rufus, die in het laatste derde van de eerste eeuw een gelauwerde carrière had die hem van de rang van centurio via drie continenten bracht tot in de hoogste bestuursklasse. Die loopbaan is uitzonderlijk omdat ze zo uitgebreid is gedocumenteerd. Van de overgrote meerderheid van de soldatenlevens is veel minder bekend.

Maar toch: ook al zijn hun grafstenen minder informatief, het zijn er wel heel erg veel. Elk jaar tekenden ruim 10.000 Romeinse burgers bij om te gaan dienen in een van de grensprovincies. Voor een garnizoensstad als Nijmegen, waar het Tiende Legioen Gemina was gelegerd, betekende dit dat er elk jaar ruim 350 rekruten van elders bij kwamen.

Lees verder “Het Tiende Legioen Gemina” →

Misverstand: Een- en tweebulters

Reliëf uit Jemen van een vrouw en een man, beide gezeten op een dromedaris, die elkaar ontmoeten bij een bron (Istanbul, Archeologische Musea)

Misverstand:  In het Nabije Oosten leefden kamelen

Mel Gibson wilde zó graag een realistische film maken over de dood van Jezus van Nazareth dat hij de acteurs dwong Aramees en Latijn te spreken. Of The Passion of the Christ daarmee een betere film werd, staat te bezien. Het Aramees klonk althans niet alsof de spelers begrepen wat ze zeiden. Maar eerlijk is eerlijk, er zijn films gemaakt met minder aandacht voor historische details. Jammer alleen dat Gibson niet ook het advies inwon van een bioloog, want dan zou de kijker niet die kameel hebben hoeven zien die in een scène pontificaal door Jeruzalem beent.

Lees verder “Misverstand: Een- en tweebulters” →