Byblos in verval

Fenicische stadstoren in Byblos

“Kleine staten”, zo lees ik in Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, “konden profiteren van de verzwakking van de grote mogendheden”. De auteurs hebben het over de eeuwen na de verzameling problemen die we aanduiden als de Zeevolken-crisis. De Bronstijd kwam ten einde, de IJzertijd begon.

De stadstaten in Syrië werden weer zelfstandig, hoewel er zich soms nieuwe bewoners gevestigd hadden. In sommige stadstaten heersten vorstenhuizen van Hittitische origine (bijvoorbeeld in Karkemiš). Wij noemen deze rijkjes neo-Hittitische vorstendommen. In andere steden kwamen Aramese dynastieën aan de macht.

Nieuwe bewoners?

Ik weet niet of ik het zo zou schrijven. Ik ben er althans zo zeker niet van dat er nieuwe bewoners waren in de oude steden. Voor de Arameeërs is vaak betoogd dat ze geen nieuwe bewoners waren, maar allang woonden in de regio waar ze in de Bronstijd niet opschreven wat in het Aramees was gesproken. Vergelijk het met Nederland en Vlaanderen in de Vroege Middeleeuwen: in de Merovingische en Karolingische kanselarijen schreef men Latijn, maar de mensen spraken Oudnederlands.

Lees verder “Byblos in verval”

Anatolische talen

Hiëroglyfisch-Luwische inscriptie (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

Onderwijs over het Indo-Europees en de bijbehorende geschiedenis zou, zoals de Leidse taalkundige Stefan Norbruis onlangs stelde in een proefschrift over de Anatolische talen, standaardonderdeel moeten zijn van het middelbare-school-curriculum. De ontdekking van deze oertaal is een van de grootste prestaties uit de negentiende-eeuwse geesteswetenschappen. Hier is alvast een filmpje waarover ik nog eens zal bloggen.

In de twintigste eeuw is geprobeerd de samenleving van de eerste sprekers te reconstrueren. Dat kan door bijvoorbeeld te kijken naar de gedeelde woordenschat. Daarin zijn bijvoorbeeld diverse namen aanwezig voor flora en fauna, die een aanwijzing vormen voor een Urheimat, terwijl de woorden voor bijvoorbeeld koning, ploeg en wiel duiden op zaken die archeologisch terug te vinden zijn: koningsgraven, landbouw en wagens.

Lees verder “Anatolische talen”

Ziggurat

Ur, ziggurat

Het handboek waarover ik elke week een keer blog, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, bevat een tekening van de ziggurat ofwel tempeltoren waarvan u hierboven een foto ziet. Ziggurats zijn het Mesopotamische equivalent van de Egyptische piramiden: grote kunstmatige vierkante bergen van steen. Ze zijn ook ruwweg even oud: ergens in het vroege derde millennium werd begonnen met de constructie van deze monumenten. Anders dan een piramide, die een vorstengraf is, is een ziggurat een tempel; en terwijl de bouw van de piramiden al na twee eeuwen over zijn hoogtepunt was (letterlijk) en rond 1640 v.Chr. helemaal ophield, gingen de Sumeriërs, Elamieten, Akkadiërs, Babyloniërs, Assyriërs de volken op de Iraanse hoogvlakte door met de bouw van tempeltorens tot in de Seleukidische tijd. De foto hierboven toont een hellenistisch monument.

Het woord ziggurat is afgeleid van ziqqurratu, Akkadisch voor “oprijzend gebouw”. Sommige van deze monumenten rezen inderdaad hoog. De tempeltoren die bekend staat als Etemenanki (“Huis van het fundament van de hemel op aarde”) in Babylon was 92 meter hoog. Nog groter was het heiligdom van de god Anu te Uruk, gebouwd in de derde of tweede eeuw v. Chr. De best bewaarde tempeltoren staat in Choga Zanbil in Elam, het huidige Khuzestan in Iran.

Lees verder “Ziggurat”

Egypte: dertig dynastieën en drie rijken

Horemheb, koning van Egypte, en Horus (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Zoals ik al eens vertelde, ben ik begonnen met het herlezen van het handboek waarmee ik in mijn eerste jaar oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Zijn de inzichten nog dezelfde? Ben ik dingen vergeten? Wat zou ik anders doen? Wat is leuk om toe te voegen?

Chronologie van Egypte

De Blois en Van der Spek vertellen dat de Egyptische auteur Manethon dertig dynastieën onderscheidde en dat er daarnaast een moderne indeling bestaat in drie rijken.

  • het Oude Rijk (c.2675-2200 v.Chr. ofwel de dynastieën Drie tot en met Zes),
  • het Middenrijk (c.2140-1720 v.Chr. ofwel de dynastieën Elf tot en met Dertien),
  • het Nieuwe Rijk (c.1540-1070 v.Chr. ofwel de dynastieën Zeventien tot en met Twintig).

Dit is een punt waar ik het anders zou hebben aangepakt. Ik zou hier hebben verteld wat beide systemen ons vertellen over het proces van wetenschappelijke kennisverwerving.

Lees verder “Egypte: dertig dynastieën en drie rijken”

Glimmende schatten uit de Bronstijd

Hé, dat is leuk. We hebben weer een Jaap ter Haar en ze heet Linda Dielemans. Ik maak die vergelijking niet alleen bij wijze van compliment, maar ook omdat Dielemans dezelfde aanpak heeft als de auteur van de Geschiedenis van de Lage Landen. In haar boek Brons. Over glimmende schatten in mistige moerassen wisselt ze beschrijvende informatie over het verleden af met verhalen, en er zijn goede illustraties die het betoog ook werkelijk ondersteunen (van Zilveren-Penseel-winnares Sanne te Loo). Nog een overeenkomst: beide auteurs doen niet kinderachtig maar nemen kinderen serieus. Er zijn meer goede boeken voor kinderen, maar Dielemans springt er echt uit.

Brons, handel en verhalen

Brons gaat over – u vermoedde het al – brons, over de Bronstijd en over deposities. Die woorden behoren niet tot het basisvocabulaire van een tienjarige, maar Dielemans gaat ze niet uit de weg. Kinderen leren de hele dag door, dus deze ongebruikelijke woorden kunnen er ook wel bij. En zo neemt Dielemans haar lezers mee door de Steentijd, naar de ontdekking van het koper en het gerichte experimenteren van de eerste smeden. Die combineerden het koper eerst met arseen (giftig) en ontdekten later de alliage van koper en tin: brons!

Lees verder “Glimmende schatten uit de Bronstijd”

Sakkara

Pabes en Taweretemheb, beschermd door de godin Hathor (beeld uit Sakkara)

Egypte bestaat uit ruwweg twee delen: Boven-Egypte ofwel het Nijldal en Beneden-Egypte ofwel de Delta. Ergens rond 3100 v.Chr. raakten deze gebieden verenigd en vanaf dan spreken we van de Eerste Dynastie of Vroegdynastieke tijd. Of we die vereniging mogen typeren als staatsvormingsproces is een kwestie van definitie. Het heeft er in elk geval mee gemeen dat het tijdperk structurerend was voor de verdere geschiedenis van Egypte. Allerlei zaken ontstonden die sindsdien in de Egyptische cultuur aanwezig zijn gebleven en terug zijn blijven komen.

Zo werd Memfis een soort stedelijk centrum: een gebied met heiligdommen, paleizen, havens en woonhuizen dat zich uitstrekte over een lengte van zo’n dertig of veertig kilometer. Ook toen eeuwen later andere heiligdommen, zoals Thebe of Sais, voorname bestuurscentra waren geworden, bleef Memfis belangrijk.

Lees verder “Sakkara”

Misverstand: Het alfabet

Inscriptie van de Fenicische koning Bodastart van Sidon (Nationaal Museum, Beiroet)

Misverstand: Het alfabet is uitgevonden door de Feniciërs

In Egypte en de oeroude steden in het zuiden van het huidige Irak ontstond het schrift, dat zich al snel verspreidde over de rest van de oude wereld. De hiërogliefen en het spijkerschrift waren echter ingewikkelde systemen, die alleen een kleine elite begreep. Pas met het alfabet werd het mogelijk dat een substantieel deel van de bevolking kon lezen en schrijven – overigens nog altijd niet meer dan zo’n tien procent.

De uitvinding wordt meestal toegeschreven aan de Feniciërs, die in het late tweede en vroege eerste millennium leefden in de havensteden van Libanon en Syrië. Toen het Institut du Monde Arabe in 2007/2008 een expositie wijdde aan dit oude volk, hing Parijs vol posters met de vraag Quel visage avait la civilisation qui nous a donné l’alphabet? (“Welk gezicht had de beschaving die ons het alfabet gaf?”)

Lees verder “Misverstand: Het alfabet”

Prehistorisch Roemenië

Olltenita, godin die een pot draagt (Gurnelniţa-cultuur, 4600-3900 v.Chr.)

Le Grand Curtius – dit voor de Nederlandse lezers van deze blog – is het historische museum van de Waalse stad Luik. Afgelopen zomer ben ik er een kijkje wezen nemen en hoewel de archeologische collectie me, om de waarheid te zeggen, ietwat tegenviel, wist ik wel dat dit een plek was om nog eens terug te komen. Men probeert het publiek echt iets mee te geven, zoals wel blijkt uit de seriatie van bijlen waarover ik ooit eens heb geblogd. Gisteren was ik er opnieuw, voor de expositie “Racines, les civilisations du Bas-Danube”. Anders dan de titel suggereert, gaat het alleen om prehistorische voorwerpen uit Roemenië en niet uit Bulgarije, hoewel ook dat land toch aan de Beneden-Donau ligt.

De tentoonstelling bestaat uit twee delen. Op de bovenste verdieping liggen de vondsten uit het Neolithicum waarover ik het vandaag wil hebben, daaronder de vondsten uit de Brons- en IJzertijd. (Elke archeoloog zal glimlachen: het is namelijk niet zo gebruikelijk als voorwerpen uit de Bronstijd liggen onder die uit het Neolithicum.) Het betekent dat de afdeling boven wat ruimer van opzet is en de afdeling beneden wat krapper, maar de verdeling is logisch, aangezien de Vroege Bronstijd in Roemenië opvallend slecht is gedocumenteerd.

Lees verder “Prehistorisch Roemenië”

Cyprus in de IJzertijd

Kop van een man uit Idalion, een van de steden op Cyprus (Neues Museum, Berlijn)

In de Bronstijd was Cyprus bewoond geweest door mensen die een taal spraken die we tegenwoordig “Eteocypriotisch” noemen. Er waren handelscontacten geweest met de Mykeense Grieken, die zich na de ondergang van de paleisburchten hadden gevestigd op Cyprus en het Peloponnesische dialect hadden meegenomen.

Na de ineenstorting van het handelssysteem van de Bronstijd, dat zich uitstrekte tot aan de tinmijnen aan de Atlantische kust, begon de tijd die we aanduiden als de Duistere Eeuwen, zeg maar de tijd tussen 1150 en 850 v.Chr. De traditionele naam is niet helemaal terecht, want juist de veronderstelde duisterheid heeft archeologen aangetrokken en de afgelopen halve eeuw is er veel bekend geworden, zeker voor het Neohittitische Anatolië en Syrië.

In deze tijd werden de drie schriftsoorten van Cyprus vervangen door een vierde, dat eenvoudigweg “Cypriotisch” wordt genoemd en is afgeleid van Cypro-Minoïsch-1. Het lijkt wel wat op het Lineair-B van de Mykeense Grieken, werd gebruikt om zowel Grieks als Eteocypriotisch te schrijven en zou nog eeuwen in gebruik zijn.

Lees verder “Cyprus in de IJzertijd”

Cyprus in crisis

Bronzen standaard uit Enkomi (Cyprus Museum, Nicosia)

Zo rond 1200 v.Chr. raakte het oostelijke Middellandse Zee-gebied in een enorme crisis. Verschillende steden werden verwoest (zoals Ugarit) en andere werden verlaten (zoals de Hittitische hoofdstad Hattusa). In Griekenland werden de Mykeense burchten opgegeven en dit is ook de tijd waar de Trojaanse Oorlog wordt geplaatst. In Egypte begon de Derde Tussentijd, in de Levant traden de Arameeërs aan. Op Cyprus werden Enkomi en Kition geplunderd. Deze crisis wordt doorgaans geassocieerd met de “Zeevolken” die worden genoemd in de teksten van farao Ramses III. Een fijn boek over deze materie is dat van Eric Cline.

In deze verwarde tijd vestigden verschillende groepen Griekse immigranten zich op Cyprus, bijvoorbeeld in Maa (Palaiokastro). De Griekse dialecten die later, in de archaïsche en klassieke tijd, op Cyprus werden gesproken, bewijzen dat de kolonisten zijn gearriveerd vanaf de Peloponnesos. Latere Griekse mythen over helden uit de Trojaanse oorlog die zich op Cyprus vestigen, lijken echo’s te bevatten van deze gebeurtenissen. In elk geval wordt vanaf de twaalfde eeuw v.Chr. op Cyprus Grieks gesproken.

Lees verder “Cyprus in crisis”