Enkomi

Enkomi, Huis 18

Een mens heeft zijn favorieten. Voor sommige opgravingen heb ik een zwak. Een daarvan is Enkomi in het oosten van Cyprus. Niet alleen is de site archeologisch belangrijk, maar het onderzoek is ook nogal abrupt afgebroken toen Turkije dit deel van het eiland bezette. Daardoor ligt het terrein erbij alsof de archeologen nog bezig zijn (wat feitelijk ook zo is). Er is nog geen museum, er is nog geen uitleg, en de bewaker kijkt alsof hij nog nooit een bezoeker heeft ontvangen. Wat niet zo vreemd is, want Enkomi documenteert de Bronstijd en de Vroege IJzertijd, terwijl even verderop het veel toegankelijkere Salamis ligt. Eigenlijk liggen hier drie havensteden op een rij: Enkomi, Salamis en Famagusta.

Bronstijd

De oudste vondsten in Enkomi dateren uit het eerste kwart van het tweede millennium v.Chr. Dat is synchroon met het Egyptische Middenrijk, toen Enkomi handel dreef met Byblos. Enkomi zal een tussenhaven zijn geweest. Door vanuit Byblos over te steken naar Cyprus en daarvandaan naar het zuiden te varen, konden zeelieden de noordwaartse stroming voor de kust van het huidige Israël vermijden.

Lees verder “Enkomi”

Proto-Indo-Europees in de Breestraat

Het huis van Scaliger (Breestraat 113, Leiden), die de Indo-Europese taalfamilie op het spoor kwam.

Je zou de talen die in Europa worden gesproken in groepen kunnen verdelen, realiseerde de Leidse hoogleraar Joseph Scaliger (1540-1609) zich. Groepen van talen die op elkaar lijken. Neem bijvoorbeeld het woordje ‘god’. In het Duits luidt dat Gott, in het Engels god, in het Noors gud: groep 1. Maar het Franse woordje dieu lijkt daar in de verste verte niet op, evenmin als het Spaanse dios, het Portugese deus en het Italiaanse dio: samen vormen die groep 2. In Rusland daarentegen noemen ze het opperwezen bog, in Slowakije boh, in Polen bóg: groep 3. En wat houden we dan over? Natuurlijk het Griekse theós, een buitenbeentje dat in zijn eentje groep 4 vormt.

Het inzicht dat sommige (groepen) Europese talen meer op elkaar lijken dan andere, maar dat ze onderling weer meer op elkaar lijken dan op het Hebreeuws, Arabisch en Aramees, roept wel meteen de vraag op: wat is de verklaring daarvoor?

Lees verder “Proto-Indo-Europees in de Breestraat”

Antiek glas

Ruw glas (Cyprusmuseum, Nicosia)

Een van de oudejaarsvragen betrof antiek glas: viel er iets te zeggen de wijze waarop het werd vervaardigd en kunnen we het namaken? De tweede vraag is makkelijk te beantwoorden: ja, dat kunnen we. Er zijn diverse ateliers, zoals dit, en u kunt de producten kopen in de meeste museumwinkels. De vraag hoe ze het in de Oudheid maakten, is lastiger.

Er gaat namelijk een andere vraag aan vooraf: wat is glas eigenlijk? Het is feitelijk vloeibaar gemaakt en daardoor bewerkbaar silica. Dat valt te winnen uit gewoon zand, maar voor de glasmaker aan het werk kan, moet hij twee problemen oplossen. De eerste moeilijkheid is dat hij het smeltpunt van silica moet verlagen van rond de 2000°C tot 1200°C. Daarom voegt de glasmaker soda (natriumcarbonaat) toe, dat valt te winnen uit planten. Dit creëert een nieuwe complicatie, namelijk dat het product zo oplosbaar wordt. Daarom voegt hij ongebluste kalk (calciumoxide) toe. Zo wordt het mengsel weer harder en kunnen we, om eens iets te noemen, water drinken uit een glas. De verhouding tussen de drie bestanddelen varieert rond de 70% silica, 25% soda en 5% calciumoxide.

Lees verder “Antiek glas”

Het zoroastrisme

De kosmologie van het zoroastrisme als rotsreliëf. Rechts vertrapt Ahuramazda de duivel Angra Mainyu, links vertrapt Ardašir I zijn tegenstander Artabanos IV .

De Gatha’s, die ik in het vorige stukje introduceerde, vormen slechts een deel van de Avesta, en taalkundigen herkennen de jongere delen. De belangrijkste innovatie van het latere zoroastrisme is dat Zarathuštra’s volgelingen De Leugen personaliseerden. In verschillende teksten, geschreven in een taal die even oud lijkt als die van de Gatha’s, krijgt het kwaad een naam: Angra Mainyu, “de vijandige geest”. Hij geldt als leider van de demonen en in het Scheppingsverhaal plaatst hij tegenover alles wat goed is steeds iets slechts. De Geist der stets verneint staat in jongere teksten ook bekend als Ahriman.

Onuitgewerkt monotheïsme

Dat twee kosmische machten, de scheppende kracht Ahuramazda en de anti-kracht Angra Mainyu, tegenover elkaar staan, leidt tot de vraag of de laatste door de eerste is geschapen. In voor ons iets herkenbaarder jargon: schiep god de duivel? Wilde het goede het kwade? Het lijkt erop dat de vroegste zoroastriërs deze concepten, die zij als eersten ontwikkelden, nog niet volledig hadden doordacht.

Lees verder “Het zoroastrisme”

Het oudste Jeruzalem

Jeruzalem, “Large Stone Structure”: dit is vrijwel zeker niet het paleis van koning Salomo, maar dat roeptoeteren archeologen wel de wereld in.

Ik heb in drie voorafgaande blogjes de IJzertijd van de oude koninkrijken Israël en Juda beschreven, de Romeinse provincie Palaestina en het middeleeuwse gebied. De stad Jeruzalem heb ik al enkele keren genoemd. Vandaag drie korte stukjes over alleen het religieuze centrum van drie wereldgodsdiensten. Een stad met, zoals u al vermoedde, een eigen karakter dat nu eens religieus en dan weer toeristisch is. Ik zou er graag eens drie weken toeven en dan systematisch alles bekijken, want ik heb het gevoel dat ik de stad onvoldoende ken. Misschien handig om vooraf te weten: de Oude Stad, omgeven door de stadsmuur van sultan Suleyman de Prachtlievende, bestaat uit vier delen:

  • de Moslimwijk in het noordoosten,
  • de Christelijke Wijk in het noordwesten,
  • de Armeense Wijk in het zuidwesten
  • de Joodse Wijk in het zuidoosten.

In het oosten is de Tempelberg, met de Klaagmuur en de twee islamitische heiligdommen, en in het westen is de Citadel, die ook wel Toren van David heet.

Lees verder “Het oudste Jeruzalem”

Artemis van Efese

De Artemis van Efese (Nationaal Museum, Tripoli)

Het bovenstaande beeld stond ooit in het amfitheater van Lepcis Magna. Vóór de val van Muammar Kadhafi was het een pronkstuk van het Nationaal Museum van Libië in Tripoli. Of het daar nog is, weet ik niet. Soortgelijke beelden zijn overal in het Romeinse Rijk gevonden en nu ik dit schrijf zie ik de kopieën in de Torlonia-collectie, in de Capitolijnse Musea en in de Vaticaanse Musea voor me. Dat was dus alleen maar in Rome. Gadara en Napels schieten me ook te binnen. Er zijn honderden beelden meer geweest, want dit is een van de populairste godinnen uit de antieke wereld: de Artemis van Efese.

Tweemaal Artemis

De naam Artemis suggereert dat ze een van de verschijningsvormen is geweest van de Griekse godin met die naam. Dat was in de meeste stadstaten echter een celibatair levende jachtgodin, terwijl de Efesische Artemis vermoedelijk een vruchtbaarheidsgodin was. Die taakomschrijvingen sluiten een gemeenschappelijke oorsprong niet uit, maar de Artemis van Efese had ook Anatolische trekken en heette oorspronkelijk Artimos. Het is denkbaar dat twee godinnen met namen die op elkaar leken, zijn samengesmolten. Het heiligdom was in elk geval oud en zou later, in de hellenistische tijd, gelden als een van de Zeven Wereldwonderen.

Lees verder “Artemis van Efese”

De duivel en zijn voorgangers

Weer mislukt: wat de duivel ook doet, de menselijke ziel wordt toch gered (Notre Dame, Parijs)

Als Lambiek in De Poenschepper café “Het Gouden Kalf” binnenloopt en aan kastelein Mazoetan vraagt of hij soms het gouden kalf is, dan weet de lezer dat de waard de duivel in hoogsteigen persoon moet zijn. Mazoetan is slechts één van de incarnaties van de Hellevorst die neerlandicus Bas Jongenelen presenteert in De duivel in de Nederlandse literatuur (2022). Een boek dat ik met machtig veel plezier heb gelezen. Lucifer is fascinerend. Het is immers kennis van goed en kwaad die ons maakt tot mensen. Los daarvan heeft de duivel een boeiende ontstaansgeschiedenis.

Vijandige Geest

Ergens in de Late Oudheid codificeerden Perzische geleerden de heilige literatuur van het zoroastrisme, een belangrijke stroming uit de Iraanse religie. In deze bibliotheek, de zogenoemde Avesta, zit een oudere kern van heilige teksten die bekendstaat als de Gatha’s. Deze zeventien hymnen zijn herkenbaar aan de gebruikte, oeroude taal. Volgens een gangbare hypothese zijn het composities van de profeet Zarathuštra. Hij zou ooit – we hebben het over pakweg de dertiende eeuw v.Chr. – van de geest Goede Gedachte opdracht hebben gekregen overal bloedige offers te verbieden en mensen aan te sporen tot hulp aan de armen. Goede Gedachte zou zijn gestuurd door de oppergod Wijze Heer ofwel Ahuramazda.

Lees verder “De duivel en zijn voorgangers”

De oud-oosterse godsdiensten

De koning, als vertegenwoordiger van de mensheid, tegenover Horus, beschermgod van het koningschap (Abydos)

Zoals ik al aankondigde in mijn vorige stuk over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, wil ik het vandaag hebben over het hoofdstuk over de godsdiensten van het oude Nabije Oosten. Dat zou onder te verdelen zijn geweest in paragrafen over de diverse volken. De auteurs doen dat niet. In plaats daarvan benadrukken ze wat die volken gemeenschappelijk hadden. Ik denk dat er 85% zekerheid is dat ze dit doen omdat de Bronstijdgodsdiensten niet hun favoriete thema zijn. Ze herhalen daarom algemene inzichten en wagen zich niet aan een eigen verhaal. Dat pakt echter goed uit.

Polytheïsme

In de Bronstijd geloofden de mensen in het Nabije Oosten in talloze goden, die afstamden van oergoden.

Lees verder “De oud-oosterse godsdiensten”

De IJzertijd

Een koning uit de IJzertijd: Warpalas van Tuwanuva (Archeologische Musea van Istanbul)

Het handboek van De Blois en Van der Spek waarover ik elke week blog, Een kennismaking met de oude wereld, gaat na de behandeling van de IJzertijd in de Levant (de Aramese en Neo-Hittitische stadstaatjes, de Fenicische havens, Israël en Juda) over naar het oosterse wereldrijk. Met die parapluterm, waarover zo meteen meer, bedoel ik de opeenvolging Assyrië, Babylonië, Achaimenidisch Perzië, Seleukiden, Parthen, Sassanidisch Perzië, het Kalifaat van Damascus en het Kalifaat van Bagdad. Na algemene hoofdstukken over religie en economie van het Nabije Oosten, verleggen de auteurs hun aandacht naar het westen, naar Griekenland en daarna Rome.

Anatolië en Centraal-Eurazië

Dit is een wat conventionele indeling en dat is op zich niet erg. Zoals gezegd: een handboek moet iets zijn om over te discussiëren. Toch wil ik er – en hier begint dus de discussie – op wijzen dat dit weinig recht doet aan het onderzoek van de afgelopen halve eeuw. Dat betreft in de eerste plaats de IJzertijdrijken van Anatolië. Dus staten als Tarhuntassa, Tuwanuva, Malida en Tabal, de beide Ciliciës, Urartu, Frygië en Lydië. De Blois en Van der Spek behandelen dit nu allemaal nogal stiefmoederlijk. (Een boek dat de recente inzichten samenvat is Christian Mareks Geschichte Kleinasiens in der Antike [2010], verschenen in dezelfde reeks als Pohls boek over de Avaren en Meiers boek over de Grote Volksverhuizingen.)

Lees verder “De IJzertijd”

Fenicië als doorgeefluik

Beeld van een Fenicische magistraat (Nationaal Museum, Beiroet)

Ik ben nu al een tijdje bezig met een reeks over het handboek waarmee ik in het eerste semester van mijn eerste jaar aan de universiteit, 1985, oude geschiedenis kreeg onderwezen: Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. De politieke geschiedenis van de Bronstijd van het Nabije Oosten hebben we inmiddels gehad en de afgelopen weken kreeg u er nog een stortvloed aan Mesopotamië bij, plus een bespreking van het boek van Van De Mieroop.

Ik attendeerde op de volgorde waarin laatstgenoemde de materie presenteert. Eerst de economische en sociale kaders, pas daarna de evenementen. De Blois en Van der Spek maken de omgekeerde keuze. Ze bieden eerst evenementiële geschiedenis, daarna economie en sociale verhoudingen. Ik overdrijf een beetje – je kunt op dit punt niet al te consistent zijn – maar het verschil is belangrijk. Terwijl Van De Mieroop de verworvenheden van de sociale wetenschappen centraal stelt, zetten De Blois en Van der Spek een in feite negentiende-eeuwse, liberale traditie voort.

Lees verder “Fenicië als doorgeefluik”