Proto-Indo-Europees in de Breestraat

Het huis van Scaliger (Breestraat 113, Leiden), die de Indo-Europese taalfamilie op het spoor kwam.

Je zou de talen die in Europa worden gesproken in groepen kunnen verdelen, realiseerde de Leidse hoogleraar Joseph Scaliger (1540-1609) zich. Groepen van talen die op elkaar lijken. Neem bijvoorbeeld het woordje ‘god’. In het Duits luidt dat Gott, in het Engels god, in het Noors gud: groep 1. Maar het Franse woordje dieu lijkt daar in de verste verte niet op, evenmin als het Spaanse dios, het Portugese deus en het Italiaanse dio: samen vormen die groep 2. In Rusland daarentegen noemen ze het opperwezen bog, in Slowakije boh, in Polen bóg: groep 3. En wat houden we dan over? Natuurlijk het Griekse theós, een buitenbeentje dat in zijn eentje groep 4 vormt.

Het inzicht dat sommige (groepen) Europese talen meer op elkaar lijken dan andere, maar dat ze onderling weer meer op elkaar lijken dan op het Hebreeuws, Arabisch en Aramees, roept wel meteen de vraag op: wat is de verklaring daarvoor?

Lees verder “Proto-Indo-Europees in de Breestraat”

Bronstijdstad Mari

Bronzen leeuw uit de “temple du roi du pays”, Mari (Archeologisch museum Aleppo)

In 2008 probeerde ik in Mari te komen. De ruïnes van de Syrische Bronstijdstad lagen vanuit mijn hotel in Deir ez-Zor ruim honderd kilometer stroomafwaarts langs de Eufraat, op een steenworp van de grens met Irak. Twee uur rijden zou voldoende moeten zijn. We zijn er echter nooit aangekomen. De Amerikaanse luchtmacht gooide bommen in het grensgebied. Ik heb het dus moeten doen met voorwerpen uit de musea van Damascus, Deir ez-Zor, Aleppo, Berlijn en Parijs. Het leeuwtje hierboven zag ik in Aleppo, het leeuwtje hieronder staat meestal in het Louvre. En momenteel staat het in Morlanwelz, in het Musée Royal de Mariemont.

Voor de Nederlanders: dat is een van de mooiste musea van Europa, gelegen in een prachtig park, niet ver van La Louvière. Het is vreemd dat het zo onbekend is, want het heeft een degelijke collectie en er zijn prachtige tentoonstellingen, zoals die over Mithras waarover ik eerder blogde. De expositie over Mari – of Tell Hariri – doet niet onder voor eerdere tentoonstellingen.

Lees verder “Bronstijdstad Mari”

De koninklijke lier van Ur

Een van de lieren uit Ur in een verlaten Nationaal Museum in Bagdad.

Mijn betere helft en ik waren vorig weekend in Brugge en daar deden we wat mensen zoal doen als ze in Brugge zijn. Kerken bekijken en wafels eten dus, en het bloedreliek bewonderen, flauwe grappen maken over Vlaamse primitieven, lunchen, je machteloos voelen om het gesloten archeologiemuseum, boekhandels in en uit lopen, flaneren langs middeleeuwse (en middeleeuwachtige) huizen, koffie drinken, schilderijenmusea bezoeken, filmlocaties herkennen, uitwijken voor andere toeristen, de laatste Ken Broeders aanschaffen en vooral: je laten verrassen.

Harpconcert

Dat laatste bijvoorbeeld bij een concert van harpist Luc Vanlaere. Zijn concertzaaltje is nauwelijks te missen, want het zit meteen naast het Sint-Janshospitaal, dat museum met al die schilderijen van Hans Memling. Drie keer per dag verzorgt Vanlaere daar een kort concert. Het trok onze aandacht omdat hij leek te gaan spelen op een reconstructie van de lieren uit Ur, waarover ik al eens schreef. Een Sumerisch snaarinstrument is niet het eerste dat je verwacht in Brugge en dus met recht een verrassing.

Lees verder “De koninklijke lier van Ur”

De L-vormige tempel van Byblos

De L-vormige tempel, met links achteraan de Obeliskentempel en rechts achteraan de haven.

Ruim tien jaar geleden bezocht ik Byblos voor de eerste keer. We hadden die ochtend een auto weten te huren – niet makkelijk, op Paaszaterdag – en reden nu noordwaarts. We hadden een wat melige bui en ik grapte dat ik vooral heel nieuwsgierig waarom een “Tempel met obelisken” zo heette. Een reisgenote echode terug “…of welke vorm een L-vormige tempel heeft.” Het is misschien niet het hoogtepunt van humor maar de herinnering is me bijgebleven.

Twee bouwfasen

De L-vormige tempel, tegenover de tempel van de Dame van Byblos gelegen aan het heilige meer, had helemaal geen L-vorm. Het was een gebouwtje met drie cultusplekken op een soort pleintje, met achteraan nog en vierde cultusplek. (Een cella, in  jargon.) Er was ook een langgerekt voorhofje. Dat was dat.

Het geheel dateert uit de eerste helft van het derde millennium v.Chr., dus zeg maar de tijd van de Sumerische stadstaten en de piramidenbouwers. Later werd er een klein gebouwtje aan toegevoegd, waar smeden metaal bewerkten. Dat gaf het vierkante complex de vorm die de Franse opgravers ertoe bracht het aan te duiden als de Temple en L.

Lees verder “De L-vormige tempel van Byblos”

De oud-oosterse godsdiensten

De koning, als vertegenwoordiger van de mensheid, tegenover Horus, beschermgod van het koningschap (Abydos)

Zoals ik al aankondigde in mijn vorige stuk over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, wil ik het vandaag hebben over het hoofdstuk over de godsdiensten van het oude Nabije Oosten. Dat zou onder te verdelen zijn geweest in paragrafen over de diverse volken. De auteurs doen dat niet. In plaats daarvan benadrukken ze wat die volken gemeenschappelijk hadden. Ik denk dat er 85% zekerheid is dat ze dit doen omdat de Bronstijdgodsdiensten niet hun favoriete thema zijn. Ze herhalen daarom algemene inzichten en wagen zich niet aan een eigen verhaal. Dat pakt echter goed uit.

Polytheïsme

In de Bronstijd geloofden de mensen in het Nabije Oosten in talloze goden, die afstamden van oergoden.

Lees verder “De oud-oosterse godsdiensten”

Het Ur der Chaldeeën

Hoe Woolley’s Pit in Ur er tegenwoordig uitziet

Van alle steden uit het oude Nabije Oosten zal Ur na Babylon wel het bekendste zijn. Volgens de Bijbel was “het Ur der Chaldeeën” de stad waar Abraham vandaan kwam. Uiteraard weet men tegenwoordig aan te wijzen waar het huis van de aartsvader zou hebben gestaan. Het is tenslotte archeologie.

Ontstaan

De stad is werkelijk oeroud. Ze gaat terug tot het vroege Chalcolithicum, de laatste fase van het Neolithicum. Anders gezegd: de stad stamt uit het vroege vierde millennium v.Chr. In Mesopotamië heet dat meestal de vroege Uruk-tijd; die valt ruwweg samen met wat in Egypte Naqada heet. Het klimaat was destijds wat vochtiger dan momenteel en ook het zeeniveau schijnt wat hoger te zijn geweest. Zo kwam het water van de Perzische Golf dichter bij de stad dan tegenwoordig het geval is. Zware overstromingen waren altijd mogelijk en sommige kleiafzettingen in de deep sounding zijn door opgraver Woolley zelfs kort geïnterpreteerd geweest als resten van de Zondvloed.

Lees verder “Het Ur der Chaldeeën”

The Rise of Civilization

Nog maar eens een filmpje in de bloedstollende reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”: Charles Redmans boek The Rise of Civilization. Nu heb ik het op dit moment nogal druk. Dus ik verwijs degenen die geen zin hebben om ruim elf minuten naar een filmpje te kijken, even naar het stuk dat ik eerder schreef over dat boek.

Eigenlijk jammer, dat ik niet even kan bloggen, want The Rise of Civilization behoort tot mijn absolute favorieten. Het is een asociaal goed boek. Het gaat namelijk echt over archeologie, dat wil zeggen het opstellen, testen en verbeteren van hypothesen. En het gaat dus minder over de vondsten die zo vaak moeten doorgaan voor archeologie. Wie wil weten waarom archeologie een wetenschap is, waarom het belangrijk is en wat we eraan hebben, leze Redman.

Lees verder “The Rise of Civilization”

Tweemaal Egypte

In de bloedstollende reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast” vandaag twee fijne boeken over het oude Egypte. Ik heb het even te druk om een blogje te krabbelen, dus u kijkt maar naar het filmpje, waarin ik uitleg dat we naar Egypte – en naar de hele Oudheid – kijken met een negentiende-eeuwse bril en dat het goede van deze boeken is dat ze precies dat aspect centraal stellen.

Lees verder “Tweemaal Egypte”

Mesopotamië in het derde millennium

Koning Maništušu van Akkad; kopie van een in de Ištartempelk in Nineveh gevonden portret. Het origineel is in het Nationaal Museum van Irak in Bagdad; deze kopie komt uit het British Museum in Londen.

In mijn reeks naar aanleiding van het handboek waarmee ik ooit oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, vandaag een stukje over het derde millennium in het Nabije Oosten. De verdeling die de auteurs aanbrengen (namelijk in paragrafen over enerzijds Egypte en anderzijds de Sumeriërs en Akkadiërs) is een erfenis uit de tijd dat oudheidkundigen alleen deze twee culturen kenden en dan vooral uit teksten.

Bronstijd

Het plaatje van wat bekendstaat als Bronstijd is nu helemaal anders. De archeologie documenteert deze fase uit de geschiedenis inmiddels in een veel grotere regio. De handel in tin zorgde immers voor contacten en ideeënuitwisseling, waardoor netwerken ontstonden van Oezbekistan tot Mesopotamië en van de Atlantische kusten tot Egypte. Jiroft is een belangrijke nederzetting in Iran en het BMAC is een van de fascinerendste beschavingen die is herkend sinds De Blois en Van der Spek de eerste versie van hun handboek naar de drukker brachten. De nadruk die zij leggen op de twee traditionele “oerculturen” is niet verkeerd – die twee culturen schreven tenminste – maar ik vermoed dat als ze hun boek nu zouden opzetten, ze één hoofdstuk zouden maken waarin de Vroege Bronstijd als één geheel werd behandeld.

Lees verder “Mesopotamië in het derde millennium”

Egypte: dertig dynastieën en drie rijken

Horemheb, koning van Egypte, en Horus (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Zoals ik al eens vertelde, ben ik begonnen met het herlezen van het handboek waarmee ik in mijn eerste jaar oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Zijn de inzichten nog dezelfde? Ben ik dingen vergeten? Wat zou ik anders doen? Wat is leuk om toe te voegen?

Chronologie van Egypte

De Blois en Van der Spek vertellen dat de Egyptische auteur Manethon dertig dynastieën onderscheidde en dat er daarnaast een moderne indeling bestaat in drie rijken.

  • het Oude Rijk (c.2675-2200 v.Chr. ofwel de dynastieën Drie tot en met Zes),
  • het Middenrijk (c.2140-1720 v.Chr. ofwel de dynastieën Elf tot en met Dertien),
  • het Nieuwe Rijk (c.1540-1070 v.Chr. ofwel de dynastieën Zeventien tot en met Twintig).

Dit is een punt waar ik het anders zou hebben aangepakt. Ik zou hier hebben verteld wat beide systemen ons vertellen over het proces van wetenschappelijke kennisverwerving.

Lees verder “Egypte: dertig dynastieën en drie rijken”