De Midden-Bronstijd

Mentuhotep II, de grondlegger van het Middenrijk (Louvre, Parijs)

In de reeks over het handboek Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek moeten we het eens hebben over het tweede millennium. Er is een klimaatcrisis geweest en nu bevinden we ons in de Midden-Bronstijd, die we in Egypte associëren met het Middenrijk en in Mesopotamië met het Oud-Babylonische Rijk en het Oud-Assyrische Rijk. Het is ook de periode waarin de Indo-Europees-sprekenden Anatolië binnendringen en zich vestigen in de stad Hattusa, waaraan ze de naam Hethieten ontlenen.

Vroeg, Midden, Laat

Eerst een woord over de nomenclatuur. De populaire natuurmetafoor dat alle dingen ontstaan, groeien, bloeien en teloor gaan is klassiek-Grieks. Ze is te vinden bij onder andere Aristoteles. Antieke kunsthistorici gebruikten het beeld om de neo-klassieke stijl aan te duiden: na de klassieke periode was het vroege hellenisme een soort dood geweest. “Cessavit deinde ars,” schrijft Plinius, “de kunst hield toen op te bestaan”. Daarna bloeide ze echter weer op met die neo-klassieke kunst.

De achttiende-eeuwse Duitse kunsthistoricus Winckelmann nam het over: de kunst was ontstaan in de archaïsche tijd, bloeide in de klassieke tijd en wat daarop volgde was eigenlijk drie keer niks. De enige hoop voor zijn tijdgenoten was de navolging van de klassieke kunstenaars – en zo ontstond het achttiende-eeuwse classicisme.

Lees verder “De Midden-Bronstijd”

Het einde van de Bronstijd

De Late Bronstijd! Ik had retorisch willen vragen welk oudheidkundig thema toch fascinerender kon zijn, maar dan gaat u natuurlijk “Cicero” roepen of “Atheense tragedies”, of iets anders, want het zou matennaaierij zijn op retorische vragen geen flauwe antwoorden te geven. Maar goed: weinig onderwerpen uit de Oudheid zijn fascinerender dan de Late Bronstijd.

Reden één: de puzzelstukken beginnen in elkaar te grijpen. Naast archeologie hebben we teksten, Mesopotamië sluit aan op Egypte, er het vroegste (Mykeense) Griekenland heeft contact met Cyprus en de Hethieten. We zien in de brieven menselijke emoties, we hebben handel over enorme afstanden – denk aan het tin dat vanaf de Atlantische kusten naar het oostelijk bekken van de Middellandse Zee kwam – en we hebben staatsverdragen. Alles is er, althans in aanzet.

Lees verder “Het einde van de Bronstijd”

MoM | Archeologie en de Indo-Europese talen

In 1987 publiceerde de Britse archeoloog Colin Renfrew, de grondlegger van de cognitieve archeologie, het bovenstaande boek over de verspreiding van de Indo-Europese talen. Ik herinner het me nog goed; mijn docent Marten Stol, die ons tijdens een college eigenlijk iets spijkerschrifterigs had moeten vertellen, weidde breed uit waarom dit allemaal niet kon kloppen.

Taalverspreiding en archeologie

Het was dan ook niet gering wat Renfrew claimde. Eén: taalverspreiding is archeologisch te herkennen. Weliswaar kun je geluid niet opgraven, maar de mechanismen die leiden tot intensieve taalverandering, zijn zelf ook intensief. Ze laten sporen na in het bodemarchief. Als bijvoorbeeld een gemeenschap een nieuwe elite krijgt die een andere taal spreekt, moet je dat aan materiële artefacten herkennen. De Latijnsprekende elite die zich aan het begin van de jaartelling vestigde aan de Rijn, is herkenbaar aan militaire nederzettingen, steden en een hele batterij andere zaken.

Lees verder “MoM | Archeologie en de Indo-Europese talen”

Het Uluburunwrak

Het Uluburunwrak (Museum voor onderwaterarcheologie, Bodrum)

Je hebt oudheidkundige ontdekkingen en oudheidkundige ontdekkingen. Hoewel archeologen hun vondsten altijd hypen, groeit hun kennis meestal niet door deze of gene opgraving, maar door de geleidelijke toename van het totale aantal vondsten. We weten nu meer over onderwerp X omdat het databestand nu N keer groter is dan vroeger. Of, deftig gezegd: kwantitatieve groei leidt tot kwalitatieve verbetering.

Het gebeurt dus maar zelden dat een enkele ontdekking leidt tot een totaal nieuwe visie, maar het Uluburunwrak, in 1982 aangetroffen voor de Zuidwest-Turkse kust, behoort in die categorie. Makkelijk was het onderzoek niet. Het wrak lag namelijk op bijna dertig meter diepte en in totaal maakten de kikvorsmannen niet minder dan 22.000 duiken. De lading van het vijftien meter lage schip lag bovendien verspreid over een vrij groot gebied. In de loop van enkele jaren haalden de duikers al met al 15.000 voorwerpen en voorwerpjes naar boven. Het resultaat: voor het eerst kregen oudheidkundigen een beeld van de wijze waarop kooplieden in de Late Bronstijd rondtrokken.

Lees verder “Het Uluburunwrak”

MoM | Alweer: chronologie

Midden-Geometrisch aardewerk. Volgens de Antikensammlung in München is dit rond 780 v.Chr. vervaardigd, maar in het voorgestelde nieuwe systeem zou dat 890 v.Chr. zijn. Overigens komt het voorwerp niet uit Sindos maar uit de omgeving van Athene.

Het is niet mijn bedoeling elke keer over chronologische puzzels te schrijven. Natuurlijk, het vaststellen van de volgorde waarin dingen zijn gebeurd is even fundamenteel als het bepalen van de antieke geografie, en het is zeker nuttig om erover te schrijven, maar er is méér over de Oudheid te vertellen. Dat is evengoed boeiend en – als het gaat over de DNA-revolutie – zelfs urgent. Desondanks: vandaag toch even een blogje over chronologie, en wel over de Griekse IJzertijd, dus de tijd na de ondergang van de Mykeense burchten.

Over die periode is sinds kort wat te doen. De archeologen Stefanos Gimatzidis en Bernhard Weninger denken namelijk dat de traditionele chronologie bepaalde ontwikkelingen te laat plaatst. Ze zouden een halve tot anderhalve eeuw eerder hebben plaatsgevonden. U leest er hier meer over en een handige tabel is daar. Zich baserend op koolstofdateringen van het grafveld te Sindos (even ten westen van Thessaloniki), concluderen ze dat het Vroeg- en Midden-Geometrische aardewerk eerder begon. De betekenis daarvan is weer dat de eerste Griekse steden, die worden gedateerd aan de hand van aardewerk, eerder zijn ontstaan dan oudheidkundigen tot nu toe dachten. Anders gezegd: de “dark ages” zijn korter geworden.

Lees verder “MoM | Alweer: chronologie”

Begraven in een pot

Watervaten in Knossos (© Wikimedia Commons | Gebruiker Moonik)

Begraven in een pot. De oude Chauken deden dat met honden. Het doet mij denken aan het eerste fantasieverhaal uit de archeologie dat ik tegenkwam. In 1983 op Kreta. Natuurlijk bezocht ik het door Evans opgegraven ‘paleis’ van Knossos. Ik werd langs de ‘troon’ van de koning gevoerd, door de ‘badkamer’ van de koningin en langs de grote ‘voorraadvaten’, die onder een afdakje waren opgesteld, zodat je ze eerst naar voren moest kantelen om er wat uit te halen.

Om de dreigende verveling aan het strand te bestrijden kocht ik een boekje The Secret of Crete, geschreven door de Duitse geoloog H.G. Wunderlich. Hij was ook door ‘Knossos’ geleid en hem was opgevallen dat de trappen van de lichtst denkbare marmersoort waren gemaakt en niettemin vrijwel niet waren uitgesleten. Dat was toch merkwaardig in zo’n drukbezocht paleis van weleer.

Lees verder “Begraven in een pot”

Een museum als belediging

Maa-Palaiokastro, Museum voor de Griekse kolonisatie

In de Late Bronstijd, bezochten Mykeense Grieken Cyprus. Hun producten zijn op allerlei plekken gevonden, de naam “Alashiya” (Cyprus) is te vinden op Lineair-B-tabletten, Hethitische teksten vertellen dat een krijgsheer uit Ahhiyawa (Griekenland) een expeditie deed naar Alashiya en aan boord van het Uluburun-schip, dat tjokvol bronsbaren uit Cyprus lag, lijken twee Mykeense krijgers te hebben gevaren, op weg naar huis. Toen in het Griekse moederland de paleisburchten in de dertiende eeuw v.Chr. ten onder gingen, trokken vluchtelingen naar Cyprus. Een van hun vestigingsplaatsen was Maa-Palaiokastro, de voorganger van het latere Pafos. Na een kwart eeuw werd deze plek alweer ontruimd.

Kort als de Grieken er hebben gewoond, laten we zeggen van 1200 tot 1175 v.Chr., de plek was wel de plek waar ze echt woonden. Alle eerdere aanwijzingen zijn nog te verklaren als handel, als krijgers die komen en gingen, als kooplieden die waren gemigreerd naar hun afzetmarkt. Maar Maa-Palaiokastro is een echte Griekse nederzetting en dat maakt de opgraving nogal symbolisch voor het huidige Cyprus. De meeste Cyprioten spreken immers Grieks en volgen de Cypriotische variant van het Griekse christendom. Een Cyprioot herkent in Griekse liedjes iets dat hem aanspreekt en zal op het Eurovisie-songfestival dan ook douze points geven aan Griekenland.

Lees verder “Een museum als belediging”

Een vaas uit Kition

Een vaas uit Kition, dertiende eeuw v.Chr.

Nog even een Cypriotisch voorwerp, gewoon omdat ik zin heb in Cypriotische voorwerpen. Dus: een mooie vaas uit Kition, het huidige Larnaca, in het zuidoosten van Cyprus. Deze havenstad was de plek waar in de Brons- en IJzertijd schepen aanmeerden uit Byblos en andere Levantijnse havensteden. Er kwamen echter ook Grieken en deze vaas zou weleens Mykeens kunnen zijn, al oogt het mannetje in het onderste register eerder oosters. In elk geval, de afbeelding heeft iets levendigs, kijk maar naar de break.

Lees verder “Een vaas uit Kition”

De West-Anatolische cultuur

Een oinochoë ofwel wijnschenkkan uit Milete (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Voor Nederlanders ligt de grens met de grote oosterbuur al een paar eeuwen onveranderlijk vast. Sinds de Pragmatieke Sanctie van 1549 dus. Die grens is inmiddels volkomen onzichtbaar. Fiets van Glanerbrug naar Gronau en je zult zien dat er maar weinig verandert. Omdat de rijksgrens net zo goed een gemeentegrens had kunnen zijn, kunnen wij ons niet goed voorstellen dat een grens ook een open zenuw zou kunnen wezen. Voor de Grieken is dat anders. Thessaloniki, de op één na grootste Griekse stad, ligt pas sinds 1912 binnen Griekenland. Smyrna, ten oosten van de Egeïsche Zee, was vele eeuwen een centrum geweest van de Griekse cultuur toen het in 1922 verloren ging. Dus minder dan een eeuw geleden. Open zenuw.

Dat geldt omgekeerd voor de Turken. Ik zal niet snel de wrange lach vergeten van de man die moest toegeven dat “Istanbul” een Griekse etymologie had (eis ten polin, “naar de stad”) en langer de naam Constantinopel had gedragen dan de huidige naam. Ik begrijp die gevoeligheid niet, maar wat je niet rationeel vindt, hoeft daarom nog niet irreëel te zijn. Grenzen zijn in Zuid0ost-Europa meer dan bij ons een gegeven en dat geldt ook voor wantrouwen jegens de buren.

Lees verder “De West-Anatolische cultuur”

Mykeens rund

Mykeense krater (Louvre, Parijs)

Mooi hè, deze afbeelding. De kenner die u bent zegt natuurlijk meteen dat dit mengvat, gevonden op Rhodos, zich laat dateren in het Laat Helladisch IIIA2. Zulk aardewerk is ook aangetroffen in Amarna, de hoofdstad van farao Echnaton, wat een datering in de veertiende eeuw v.Chr. aannemelijk maakt. Het museum waar dit rund is te zien, het Louvre in Parijs, is preciezer: “vers 1300 av. J.-C.”. Op het Griekse vasteland bloeiden paleisburchten als die Mykene en Pylos, in Syrië breidden de Hethieten vanuit het noorden hun macht gestaag uit en de Assyriërs begonnen aan hun opmars naar de wereldheerschappij.

Al die gebieden stonden met elkaar in contact. Wrakken als dat bij Uluburun documenteren de interregionale handel: aan boord waren (onder veel meer) Mykeense zwaarden, Cypriotische bronsbaren, Levantijnse godsbeeldjes, glasbaren en een Egyptisch sfinxje. Uit Amarna en de Hethitische hoofdstad Hattusa hebben we de brieven die de diverse koningen aan elkaar schreven. Het is een fantastisch interessante periode, die bovendien steeds interessanter wordt.

Lees verder “Mykeens rund”