Byzantijnse inscriptie

Byzantijnse inscriptie in Sfax

Sfax, aan de oostkust van Tunesië, ruwweg halverwege, bezoek je niet om de Oudheid, hoewel dit ooit de Romeinse stad Taparura was. Er is echter wat mooie architectuur uit de jaren vijftig van de vorige eeuw en een oude stad, de medina, die teruggaat tot de negende eeuw. De voorgeschiedenis is dat het Umayyadenkalifaat ten val was gebracht en dat de nieuwe dynastie, de Abbasiden, niet er niet in slaagde effectief gezag uit te oefenen in Ifriqiya, zoals Tunesië destijds heette. Dat veranderde pas rond 800, toen Ibrahim ibn al-Aghlab werd benoemd als gouverneur. Hij stichtte de dynastie der Aghlabiden, met als hoofdstad Kairouan. De grote moskee, met ’s werelds oudste minaret, dateert uit deze tijd.

De Aghlabidische emirs stabiliseerden niet alleen het Abbasidische gezag in Ifriqiya, maar veroverden ook Sicilië en plunderden de Sint-Pieter in Rome. Ze hadden dus belangstelling voor de zee en bouwden langs de kust een reeks versterkingen, de ribats. De afgelopen weken bezochten we Kelibea, Hammamet, Sousse, Monastir, Mahdia en dus ook Sfax, dat is gesticht in 846. De grote moskee volgde drie jaar later. Toen we langs de muren wandelden, zagen we de hierboven afgebeelde in het Grieks gestelde inscriptie.

Lees verder “Byzantijnse inscriptie” →

Xanthippos versus Regulus

Beeldje van een krijgsolifant uit Pompeii (Museo Archeologico Nazionale, Napels)

En nu hadden de Romeinen een probleem. Geconfronteerd met een Karthaagse olifantenaanval moesten ze hun linies verdiepen, om zoveel mogelijk soldaten met speren te plaatsen tegenover elk dier. De verdiepte Romeinse linie was echter minder wijd, wat een uitnodiging was aan de Karthaagse ruiterij om de Romeinen te overvleugelen. Polybios schrijft:

Lees verder “Xanthippos versus Regulus” →

Regulus in Afrika

Clupea

De grootste oorlog uit de Oudheid was de Eerste Punische Oorlog, waarin de Romeinen het opnamen tegen de Karthagers. De gevechtshandelingen strekten zich uit over een periode van bijna vierentwintig jaar, van 264 tot en met 241, en de troepeninzet was ongekend. Omdat de Romeinen een landmacht waren en de Karthagers een zeemacht, was dit een asymmetrisch conflict, waarin de tegenstanders niet dezelfde strategie hebben. De Romeinen konden het uiteindelijk naar hun hand zetten door een vloot te gaan bouwen, terwijl hun tegenstanders zich bedienden van huurlingen, die slecht controleerbaar waren.

In 256 stuurde Rome niet minder dan 330 schepen richting Sicilië, met de bedoeling de Karthagers ter zee te verslaan en dan over te steken naar Afrika om de strijd op het land voort te zetten. Het eerste lukte: in de zeeslag bij Eknomos, niet ver van het huidige Licata aan de Siciliaanse zuidkust, versloegen ze een Karthaagse vloot van 350 schepen. Aan beide zijden waren niet minder dan 140.000 mensen bij de strijd betrokken, meest roeiers (meer). Na deze overwinning staken de consuls over naar Afrika en landden op Kaap Bon, het Tunesische schiereiland dat zich als een lange vinger uitstrekt naar Sicilië. Hier bezetten de Romeinen het Karthaagse heuvelfort dat in het Latijn Clupea en in het Grieks Aspis heette, “het schild”. Het huidige Kélibia lijkt inderdaad op een schild dat op de grond is neergelegd, zie de foto hierboven.

Lees verder “Regulus in Afrika” →

De Afrikaanse martelaren

Goede herder (Musée archéologique de Sousse)

Het christendom is ontstaan in Judea, de gelovigen kregen hun naam in Syrië en de nieuwe religie ontwikkelde zijn eigen ideeën in Egypte en Anatolië. Later ook op andere plekken natuurlijk, maar het kan nooit kwaad te benadrukken dat West-Europa in de geschiedenis van het vroegste christendom marginaal is. Eerst moest er een Latijnse literatuur ontstaan en de eerste bij naam bekende christelijke auteur die zich van die taal bediende was Tertullianus. Hij leefde rond 200 in Karthago. En dat gebied was allerminst marginaal voor het christendom, zij het dat het een vorm had die nooit mainstream is geworden.

De martelarencultus

Als we afgaan op wat is overgeleverd – altijd een belangrijk punt – was het martelaarschap hier heel belangrijk. Een van de alleroudste christelijke documenten van Afrikaanse bodem is het procesverslag van de martelaren van Scilli. Het gaat om een kleine groep gelovigen die op 17 juli 180 bij gouverneur Vigellius Saturninus werd voorgeleid, volhardde in wat de magistraat zal hebben beschouwd als weerzinwekkend bijgeloof en die ter dood werd gebracht. Martelaarschap is ook een centraal thema in het denken van Tertullianus, uit wiens De apologeet de beroemde (beruchte) kreet komt dat het bloed van de martelaren het zaad is van de kerk. Ik heb al eens eerder over deze ideeën geschreven en verwijs er nog eens naar.

Lees verder “De Afrikaanse martelaren” →

Opus Africanum

Opus Africanum in Bulla Regia

Even een stukje over de muren in Romeins Tunesië, zoals de bovenstaande. Deze bouwwijze staat bekend als opus Africanum, “Afrikaans werk”, en ik heb niet kunnen achterhalen of dat Romeins Latijn is of Neo-Latijn dat in de Oudheid nog niet deze betekenis had, zoals lorica segmentata en terra sigillata. De techniek komt erop neer dat de bouwers een frame maakten door vierkante stenen pilaren op te richten en daarna de vlakken tussen die pilaren vulden met puin, stenen en mortel. In feite een soort vakwerk maar dan van steen. In woonhuizen kon de eigenlijke muur met leem of stucwerk aan het zicht worden onttrokken.

Het voordeel van deze methode is dat de muur feitelijk wordt gemaakt van goedkoop materiaal maar desondanks vrij sterk is. Er is wel enige variatie. In Motya en in Kerkouane, Fenicische nederzettingen, zag ik muren die met puin waren gevuld, terwijl in Romeins Tunesië vaker regelmatige stenen werden gebruikt (zie boven).

Lees verder “Opus Africanum” →

Een dolfijn in Bizerte

De baai van Hippo Diarrhytus (Bardomuseum, Tunis)

De collectie brieven van de Romeinse senator Plinius de Jongere is niet alleen een zelfportret – eigenlijk net zoals een blog – maar biedt ook een leuk overzicht van de onderwerpen waarin de toenmalige elite belang stelde. Dat kon een beschrijving zijn van een landhuis of een verslag van de uitbarsting van de Vesuvius, maar ook een spookverhaal of een beschrijving van een ontmoeting met een filosoof. In een van zijn brieven vertelt Plinius over een gebeurtenis in Hippo Diarrhytus, het huidige Bizerte in Tunesië.

Hij presenteert het als iets wat hij kort geleden bij een diner heeft vernomen van een betrouwbare zegsman, maar dat is vermoedelijk niet waar omdat het verhaal ook bekend is uit een oudere bron die Plinius gekend moet hebben, namelijk de encyclopedie van zijn oom Plinius de Oudere. Ik citeer hier een deel van brief 9.33 in een vertaling van Ton Peters.

Lees verder “Een dolfijn in Bizerte” →

De triomf van Bacchus

De triomf van Bacchus (Archeologisch museum, Sétif)

Deze blog gaat, tenzij de actualiteit ertussen springt, het jaar uit met vooral wat museumstukken. Mijn boek over de laboratoriumtechnieken waarmee oudheidkundigen papyri te lijf gaan, Bedrieglijk echt, moet af en ik ben de stad uitgegaan om rustig te kunnen werken. Vandaag dus een stukje over het mooiste dat ik zag in Algerije: het mozaïek van de triomf van Bacchus, in het museum van Sétif.

Dit mozaïek is negen meter breed en ruim zes meter hoog en heeft ooit gelegen in de eetkamer van een stadsvilla. Rechts herkent u de plek waar twee pilaren stonden aan weerszijden van de ingang tot het vertrek. Alles klopt aan dit mozaïek. Zelfs de randen zijn schitterend: let eens, als u de plaatjes groter ziet na de break, op die koppen in de hoek en de kentauren die vechten met de leeuwen. Het gaat me echter om de twee eigenlijke afbeeldingen: rechts de Calydonische Jacht en middenin de triomf van Bacchus ofwel Liber Pater ofwel Bakchos ofwel Dionysos.

Lees verder “De triomf van Bacchus” →

Verkoopakte van een slaaf

Een van de Tablettes Albertini (Musée national des antiquités, Algiers)

Een van de aardigste archeologische vondsten uit Algerije is de collectie van vijfenveertig houten schrijfplankjes die bekendstaat als de Tablettes Albertini, vernoemd naar de man die ze in 1928 wist te verwerven, de Franse oudheidkundige Eugène Albertini (1880-1941). Het gaat om een laat-vijfde-eeuws archiefje dat is samengebracht toen de boedel van een verder onbekende Flavius Geminius Catullinus moest worden verkocht, die woonde in Djebel M’rata bij het huidige Tébessa.

Ik zag drie van die tabletjes in het Nationaal Oudheidkundig Museum in Algiers. In al zijn gewoonheid verraadt deze verkoopakte van een slaaf veel over de sociale verhoudingen in de toenmalige Maghreb, die destijds werd bestuurd door koningen van Vandaalse afkomst, maar waar het Romeins Recht nog altijd werd toegepast.

Lees verder “Verkoopakte van een slaaf” →

Adiutor de Cananefaat

Grafsteen van Adiutor (Museum Tipasa)

Tipasa, dat ik gisteren al vermeldde, ligt een eindje ten westen van Algiers. Het is de plek waar Adiutor is begraven, een Cananefatische ruiter uit het Romeinse leger. Op de afbeelding hierboven lijkt hij krulhaar en een baardje te hebben. We zien hem met gevelde lans op een vijand af galopperen. Daaronder lezen we

DM
ADIVTORIS EQ
AL PRI CANINA
FATIVM VI XXXXI M
AN XXIII PRO LB IPSI
BENE ME CABANVS HE
PO

wat we kunnen aanvullen tot

Lees verder “Adiutor de Cananefaat” →

Cherchell en Tipasa

Tipasa: een christelijke basiliek en een villa aan zee

Ik heb u de afgelopen twee weken mee genomen op een reis door de Maghreb. Eerst Tunis en Karthago, de hoofdstad van de Romeinse provincie Africa. We vervolgden onze reis richting Algerije en bereikten Annaba, het antieke Hippo Regius. In die dagen blogde ik enkele keren over Augustinus: zijn jeugd, zijn verblijf in Karthago, zijn ontdekking van het ego. En het was in de richting van Souk Ahras, zijn geboorteplaats, waarheen we onze reis voortzetten. Via M’daourouch en Khemissa (Apuleius’ Madauros en Thubursicum) bereikten we Constantine, het antieke Cirta, de eerste hoofdstad van wat de Romeinse provincie Numidië zou worden.

We reden naar het zuiden via het mogelijke graf van Massinissa (of zijn zoon Mikipsa) en de Romeinse legioenbasis te Lambaesis naar Batna, waar we pakjesavond vierden. Sinterklaas zelf vierden we in het fenomenale Timgad en daarna keerden we terug naar Constantine, dat een mooi museum heeft en waarvandaan we Tiddis bezochten, de mooiste site die we in Algerije hebben gezien. Via het charmante Sétif – waar ik nog pissig was over Sapfo – en het voor ons gesloten Djemila kwamen we tijdens de verkiezingen in Algiers, de stad waar ook Michiel de Ruyter nog eens is geweest en waar wij het Bardomuseum, het Nationaal Museum van Oudheden en het Paleis van de Rais bezochten.

Lees verder “Cherchell en Tipasa” →