De reis van Afrodite

Mozaïek met Afrodite-lokaties (Bardomuseum, Tunis)

Vorige week bezocht ik het onlangs heropende Bardomuseum in Tunis. Het museum, gevestigd in het voormalige paleis van de Bey van Tunis, was een tijdlang gesloten omdat in hetzelfde gebouw ook het Tunesische parlement zetelt en de politieke situatie hier, voorzichtig uitgedrukt, onoverzichtelijk is. In elk geval is het Bardo weer open en gedeeltelijk opnieuw ingericht. Zo zag ik voor het eerst het bovenstaande mozaïek, dat momenteel de ingangshal versiert. Het is in 1995 bij toeval – na een diluviale regenbui – gevonden in Haïdra, het antieke Ammaedara, ooit het hoofdkwartier van het Derde Legioen Augusta.

Het meet 6½ bij 5¼ meter. Een datum heb ik niet kunnen ontdekken. Ik kan me voorstellen dat het plaatje hierboven niet helemaal overzichtelijk is. Hieronder is het nog een keer, uit een betere hoek, op een foto die ik maakte van een foto op een bordje met toelichting.

Lees verder “De reis van Afrodite” →

Faits divers (5)

Abraxas (Louvre, Parijs)

In de reeks faits divers deze keer: Griekse woorden, een rechter die vandalisme aanmoedigt en Turkse arrestaties.

Abraxas

Eerst nog even over Abraxas. Er zijn eigenlijk best wat problemen met het Griekse tekstje dat ik onlangs toonde. Niet het feit dat het Grieks is; in onze contreien schreef men meestal in Romeinse letters, maar andere alfabetten waren zeker niet onbekend. In Duitsland loopt momenteel leuk onderzoek of scherven met wat losse krassen, die tot nu toe terzijde zijn geschoven, niet misschien Aramees zijn. Dus het Griekse alfabet is zo vreemd niet.

Lees verder “Faits divers (5)” →

Een Boiotisch reisaltaar

Reisaltaar (Altes Museum, Berlijn)

Boiotië, eerste helft van de vierde eeuw v.Chr. Een meisje wordt uitgehuwelijkt. Ze zal een jaar of vijftien zijn geweest, de gebruikelijke leeftijd om te trouwen. Het huwelijk betekent niet alleen dat ze een echtgenoot vindt, maar ook dat ze verhuist naar een ander huis. Ze moet op reis en wie is er geschikter om haar daarbij te beschermen dan Hermes, de reizigersgod? En wie zijn er beter om een bruid te begeleiden dan twee nimfen?

En zo kwam het dat een meisje op reis ging met een piepklein tempeltje: een god en twee halfgodinnen op een sokkeltje. Toen het voorwerpje werd gevonden, ontbrak het dak al, maar u kunt het er zelf wel bij bedenken. U herkent de sporen van verf.

Lees verder “Een Boiotisch reisaltaar” →

De jeugd van Boeddha

De eerste preek van Boeddha, met onder de toehoorders Brahma en Indra (Kizil-grotten; Humboldtforum, Berlijn)

Ik heb wel vaker geblogd over reizende verhalen. De grote vis uit Sindbad de Zeeman is ook die van Sint-Brandaan. De zondige stad heet Sodom of in het Solse Gat. Het mandje van Mozes is ook dat van Sargon, van Romulus en Remus, van Merlijns leermeester Taliesin en van een meisje (met kat) dat in 1421 landde op wat sindsdien de Kinderdijk heet. Ook heb ik weleens verteld dat een heldenleven steeds hetzelfde patroon heeft. Het is dus geen verrassing dat het leven van Boeddha, waarover ik vorige week had, parallellen kent in de klassieke literatuur.

Scène één was de vorige incarnatie van Boeddha, als de brahmaan Sumedha. Ook over de eerdere levens van Pythagoras vertelde men zulke verhalen. De voorspellende droom – scène twee – kent ook allerlei parallellen, vaak van het type dat een vorst verneemt dat zijn dochter een zoon zal baren die de macht zal krijgen.

Lees verder “De jeugd van Boeddha” →

Aeneas, Augustinus en Augustus

De vlucht van Aeneas (Nationaal Museum, Boedapest)

In zijn blog van 28 augustus over Augustinus schiet deze christelijke auteur volgens Jona Lendering “een stroman omver” omdat Augustinus in De Civitate Dei 3.2 (“Over de Stad van God”) gebruik zou maken van een retorische truc: “zoek een extreem standpunt, maak het belachelijk, en verdoezel dat het niet representatief is”. In 3.2 zou Augustinus de heidense goden via deze truc belachelijk willen maken.

Zo laat Homerus volgens Augustinus de god Neptunus “voor het nageslacht van Aeneas – en Rome is door diens nazaten gesticht – een grote toekomst profeteren.” Jona zegt hierover: “Dat Romulus en Remus afstamden van Aeneas, is natuurlijk nergens bij Homerus te lezen. Het was echter een bekende mythe, die Augustinus bekend kan veronderstellen.”

Lees verder “Aeneas, Augustinus en Augustus” →

Augustinus schiet op een stroman

Augustinus (Liebieghaus, Frankfurt)

Een tijdje geleden blogde ik over het boek van Floris Overduin, die Trojaanse Redevoering van Dio van Prusa had vertaald. De Grieks-Romeinse redenaar betoogde daarin dat Troje nooit door de Grieken was ingenomen. Dat is een mooi voorbeeld van de speelse wijze waarop men destijds omging met zulke verhalen. Je kon ze tegenspreken, op z’n kop zetten, parodiëren, of allegorisch duiden (zoals Palaifatos deed). Zo werkt literatuur nu eenmaal. De Quichot heeft ook allerlei interpretaties, is geparodieerd, aangepast, bekort, gemoderniseerd.

Ik denk niet dat de kerkvader Augustinus veel heidenen overtuigde toen hij de absurditeit van de aloude mythen en sagen wilde aantonen door de Trojaanse verhalen letterlijk te nemen, Dat deed sowieso niemand. Dat laat onverlet dat Augustinus wel zijn christelijke publiek aan het lachen zal hebben gekregen. In De stad van God 3.2 wijst hij er eerst op dat de Grieken en Trojanen dezelfde goden even gewetenvol vereerden: de goden verhoorden dus wel de gebeden van de ene, maar niet die van de andere partij. Dat is onrechtvaardig.

Lees verder “Augustinus schiet op een stroman” →

Het graf van Sokrate

Graf van Sokrate (Musée royal de Mariemont, Morlanwelz)

Nee, dat is geen typefout, hierboven, en ook geen uiting van mijn (toch niet zo heel) onbegrijpelijke manier om oude namen weer te geven. Het is niet het graf van Sokrates maar dat van een mevrouw Sokrate. Het grafreliëf van deze Sokrate staat in het mooie museum Mariemont in Morlanwelz en is zo rond 400 v.Chr. ergens in Griekenland vervaardigd. Maar niet voor Sokrate.

Er is namelijk iets raars aan de hand. U herkent het als u het vergelijkt met het graf van Damasistrate uit de Atheense havenstad Peiraieus. Er ontbreekt een persoon. Op graven als dit is doorgaans een zittende, treurende vrouw te zien, vaak met een sluier. Dat kan de overledene zijn of een rouwende nabestaande. Er staat eigenlijk altijd iemand anders bij: een bediende, een slaaf, een familielid. Eén persoon is ongebruikelijk.

Lees verder “Het graf van Sokrate” →

Ilja Pfeijffer, Alkibiades (4)

Ostrakon met de naam “Alkibiades, zoon van Kleinias” (Agoramuseum, Athene)

Kees Alders bespreekt hier in vier delen het deze zomer verschenen boek Alkibiades, door Ilja Leonard Pfeijffer. Het eerste deel is hier. 

Lessen voor democraten

Het blijft niet bij het vinden van parallellen alleen. Pfeijffer geeft ons in Alkibiades uiteindelijk een aantal niet mis te verstane lessen mee over het wezen en de gevaren van en voor de democratie, maar met daarnaast ook impliciet een aantal suggesties voor hoe daarmee om te gaan.

Een belangrijke les die vooral duidelijk uit de tekst spreekt: een publiek dat oordeelt in de hitte van het moment en op basis van onvoldoende en eenzijdig gepresenteerde feiten is geen goede, rechtvaardige en verstandige rechter. En al helemaal kan zo een publiek geen verstandig oordeel vormen over een rechter en zijn beslissingen. Het volk van Athene neemt in de tekst opgehitst en geëmotioneerd dan ook de ene stomme beslissing na de andere.

Lees verder “Ilja Pfeijffer, Alkibiades (4)” →

Ilja Pfeijffer, Alkibiades (3)

Romeins mozaïek met een portret van Alkibiades (Museum van Sparta)

Kees Alders bespreekt hier in vier delen het deze zomer verschenen boek Alkibiades, door Ilja Leonard Pfeijffer. Het eerste deel is hier. 

Falen

Alkibiades van Pfeijffer staat vol gepoch over de grootsheid van mannelijke daden, maar uiteindelijk gaat het over falen. De hoofdpersoon faalt door zijn vermetelheid en arrogantie continu om zijn eigen stad naar glorie en roem te leiden. Bovendien faalt hij als vader, en feitelijk zelfs als minnaar: hij verliest zijn eerste geliefde aan de dood, zijn tweede geliefde blijft onbereikbaar omdat hij zich laat strikken voor een seksueel avontuurtje dat hem met name schade berokkent, en hij sterft te vroeg om zijn laatste geliefde en dochter op het cruciale moment te kunnen beschermen.

Ondertussen faalt Sokrates om de jeugd op te voeden tot werkelijk grootse daden en verprutst hij zijn eigen proces. Perikles faalt er uiteindelijk in zijn stad, zijn familie en zichzelf te beschermen tegen onheil en ellende, welke indirect lijken te zijn veroorzaakt door zijn ambitie. Het volk van Athene gooit continu zijn eigen glazen in door zich te laten leiden door populisten die schreeuwend vanaf de zijlijn het volk ophitsen de ene na de andere getalenteerde generaal op te knopen als zondebok voor een tegenvaller, en zich zo van elk talent en hoop te ontdoen.

Lees verder “Ilja Pfeijffer, Alkibiades (3)” →