De Tetrarchie

De tetrarchen (San Marco, Venetië)

In de reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, zijn we aangekomen bij de zogeheten Tetrarchie. Dat betekent “heerschappij van vier” en was, welbeschouwd, een van de grootste bestuurlijke revoluties uit de geschiedenis. Een Revolution von oben, overigens, want u moet niet denken aan sansculotten op de barricaden die strijden voor vrijheid, gelijkheid & broederschap. Evengoed was het idee om voortaan vier keizers te hebben, een innovatie zonder gelijke.

De Tetrarchie

En zoals de grote Thedor Mommsen placht te zeggen: de Romeinen drukten revolutionaire innovaties uit in traditionele vormen (de “Mommsenthese”). Zoals keizer Augustus de monarchie “ving” in de taal van de republiek, zo maakten de tetrarchen gebruik van oudere keizerlijke vormen. Eén ervan was de titulatuur: je had augusti en caesares, wat je zou kunnen vertalen als opperkeizers en onderkeizers. Het voornaamste verschil was dat de twee augusti wetgevende bevoegdheden hadden en de twee caesares niet. De augusti zouden op een gegeven moment – het zou uiteindelijk in het voorjaar van 305 na Chr. blijken te zijn – aftreden en de macht overdragen aan de caesares, die, nu ze zelf de rang van augusti hadden, nieuwe caesares aanwezen. Stel je voor dat er ineens vier presidenten van de Verenigde Staten zijn, dan weet je hoe revolutionair dit is.

Lees verder “De Tetrarchie”

VIIII Hispana: het legioen van Rosemary Sutcliff (2)

Grafsteen van een soldaat van VIIII Hispana uit Lincoln

In 43 na Chr. viel keizer Claudius Britannia binnen met II Augusta, XIV Gemina, XX Valeria Victrix en VIIII Hispana. Dit legioen, onder bevel van Aulus Plautius, was eerst gestationeerd in twee kampen in Longthorpe en Newton-on-Trent. Mogelijk heeft het ook een basis gedeeld met XIV Gemina in Leicester, maar dat is onzeker. In elk geval verbleef het Negende vanaf 55 in Lincoln, het antieke Lindum.

Volgens onze bronnen heeft het tijdens de opstand van koningin Boudica (60) zeer zware verliezen geleden (ongeveer een derde van zijn kracht). De loopbaan van commandant Quintus Petillius Cerialis ondervond echter geen vertraging, wat bewijst dat hij en zijn mannen zich eervol hadden gedragen. Het legioen werd weer op sterkte gebracht met manschappen uit het Rijnland. Die zwaaiden vele jaren later af in York, waarheen het legioen in 77 is overgeplaatst. Hier verving het II Adiutrix en bewaakte het de noordgrens van het imperium.

Lees verder “VIIII Hispana: het legioen van Rosemary Sutcliff (2)”

VIIII Hispana: het legioen van Rosemary Sutcliff (1)

Grafsteen van Moranus, soldaat van VIIII Hispana (ingemetseld in de stadspoort van Motovun)

Kan een Romeins legioen negentien eeuwen na zijn verdwijning nog tot de verbeelding spreken? De enige Romeinse militaire eenheid die daar in slaagt, is het Negende Legioen Hispana. De reden is welbekend: het fenomenale kinderboek van Rosemary Sutcliff, De adelaar van het Negende. Ze vertelt het verhaal van de speurtocht naar het lot van het legioen, dat vanuit York noordwaarts de Schotse mist in was gemarcheerd en waarvan nadien niemand meer was vernomen. Ik ken niemand die het een slecht boek vond, het heeft eindeloos veel jonge mensen een fascinatie bijgebracht voor het oude Rome, het is verfilmd en het heeft een hardnekkig misverstand opgeleverd, want het legioen is niet in Schotland verdwenen. Daar heb ik het vaker over gehad en dat laat ik nu verder rusten.

Caesar

VIIII Hispana behoorde met de legioenen VII, VIII en X Equestris tot de oudste eenheden in het keizerlijke leger. Dit viertal was al bij Julius Caesar toen hij in 58 v.Chr. de Gallische Oorlog ontketende. Caesar noemt het Negende bijvoorbeeld in zijn verslag van de strijd aan de Sabis, de Selle in Noord-Frankrijk, waar hij de Nerviërs versloeg.

Lees verder “VIIII Hispana: het legioen van Rosemary Sutcliff (1)”

I Germanica

Inscriptie uit Herwen: het graf van een soldaat Mallius. In de derde regel zijn onderdeel, het Eerste Legioen. (Valkhof Museum, Nijmegen)

De vaste lezers van deze blog weten het: ik ben bezig met een reeks over de Romeinse legioenen. We kunnen voor het keizerlijke leger regimentsgeschiedenis schrijven, en dat is meer dan we kunnen zeggen over menige recentere periode. Vandaag wil ik het hebben over het Eerste Legioen Germanica, een van de vele eerste legioenen die de Romeinen hadden. Ik heb al weleens eerder geblogd over die dubbele nummers, dus dat laat ik nu voor wat het is.

De eerste operaties

De legioenen één tot en met vier waren traditioneel gereserveerd voor de twee consuls. Dat betekent dat dit Eerste Legioen zal zijn gelicht door iemand die het consulaat bekleedde en die het vervolgens bij zich hield. Die iemand kan alleen Julius Caesar zijn geweest, die in 48 v.Chr. voor de tweede keer consul was. Hij aanvaardde het ambt in Brindisi, waar hij een leger had verzameld waarmee hij overstak naar het huidige Albanië. Daar nam het Eerste deel aan de operaties bij Dyrrhachion, waarin Pompeius Julius Caesar versloeg.

Lees verder “I Germanica”

Romeins burgerrecht

Diploma met verlening van Romeins burgerrecht aan enkele soldaten (Archeologisch museum, Zagreb; EDCS-12300250)

Ik heb al vaker gewezen op de Lex Roscia, de wet waarmee Julius Caesar met terugwerkende kracht de verlening van Romeins burgerrecht aan de bewoners van de Povlakte legitimeerde. Dat was een crisismaatregel. De Tweede Burgeroorlog zou gewonnen worden door degene met de meeste soldaten en Caesar vergrootte zijn rekruteringsbasis. Alleen burgers mochten immers dienen in de legioenen. Caesar was ook bij andere gelegenheden kwistig met het burgerrecht en Octavianus volgde hem daarin.

Een Mediterraan wereldrijk

De mensen die zo het Romeins burgerrecht kregen, zijn voor ons makkelijk herkenbaar. Ze heten allemaal Gaius Julius en dan nog een derde naam (bijvoorbeeld Sacrovir), naar de man die hun had opgenomen in de Romeinse burgerij. Hun afstammelingen hebben soortgelijke namen. De leider van de Bataafse Opstand lijkt een “interne” naam Kivilaz te hebben gehad, “de strijdlustige”, in het Latijn weergegeven als Civilis. Daar kwam dus Gaius Julius bij om aan te geven dat hij het burgerrecht had verworven of geërfd.

Lees verder “Romeins burgerrecht”

X Fretensis, het varkenslegioen

Grafsteen van een legionair van X Fretensis uit Kyrrhos

De trouwe lezers van deze blog hebben gemerkt dat ik ben begonnen met een reeksje over de Romeinse legioenen. Zoals een geschiedenis van de Verenigde Staten geschreven kan worden geschreven aan de hand van Cullum’s Register, met daarin de namen van de mannen die het land hebben opgebouwd, zo is de geschiedenis van het Romeinse Keizerrijk voor een fors deel regimentsgeschiedenis.

Ontstaan

Het Tiende Legioen was natuurlijk een oudje. Het bestond al vóór Julius Caesar naar Gallië trok en lijkt na de campagne rond Munda in 45 v.Chr. te zijn gedemobiliseerd. In de burgeroorlogen na Caesars dood tekenden allerlei oud-soldaten opnieuw bij, sommigen vechtend voor Octavianus, anderen voor Marcus Antonius. Zo waren er twee Tiende Legioenen; ik blogde daar al eens over. Eén van die twee Tienden diende aan de Straat van Messina en nam deel aan Octavianus’ expeditie tegen Sextus Pompeius op Sicilië. Dit legioen heette sindsdien Fretensis, “van de zeestraat”.

Lees verder “X Fretensis, het varkenslegioen”

VI Ferrata, het Gestaalde Legioen (2)

Inscriptie van VI Ferrata uit Megiddo (vertaling; Rockefellermuseum, Jeruzalem)

In mijn vorige blogje vertelde ik hoe het Zesde, Gestaalde Legioen is ontstaan, een rol speelde in de Tweede Burgeroorlog en enkele andere conflicten, en uiteindelijk belandde in Syrië. Daar dienden ook het Derde Legioen Gallica (waarover we het al eens hadden), X Fretensis en XII Fulminata. In 20 v.Chr. zette Augustus’ stiefzoon en latere opvolger Tiberius deze eenheden in om druk te zetten op de Parthen. Met succes. Ze gaven de veldtekens terug die ze in 53 v.Chr. bij Carrhae hadden buitgemaakt. De teruggave staat afgebeeld op het beroemde standbeeld van Augustus van Primaporta. Al circuleert er ook wat academische kwakgeschiedenis over dat onderwerp.

Judea en Armenië

Enkele jaren later, na de dood van koning Herodes, zette de gouverneur van Syrië, Publius Quinctilius Varus, drie van deze legioenen in om de opstanden van de joodse messiaanse pretendenten  JudasSimon en Athronges te onderdrukken. Het is onduidelijk waar VI Ferrata in deze tijd gestationeerd was, maar het kan gaan om de omgeveing van et huidige Homs of Kyrrhos. Veteranen vestigden zich later in Ptolemais (Akko).

Lees verder “VI Ferrata, het Gestaalde Legioen (2)”

VI Ferrata, het Gestaalde Legioen (1)

Ere-inschrift uit Smyrna voor een officier van VI Ferrata (vertaling; Louvre, Parijs)

Een tijdje geleden ben ik begonnen met bloggen over de geschiedenis van de diverse Romeinse legioenen. Ik begon met de eenheden die een rol speelden in de Tweede Burgeroorlog, waarover ik immers ook blog: III Gallica, V Alaudae en X Gemina kwamen zo al aan bod. Vandaag het zusterlegioen van het Vijfde: VI Ferrata. Je zou het kunnen vertalen als “het gestaalde legioen”. Het Engelse iron-clad dekt de lading ook mooi. Het zal verwijzen naar de pantserhemden die de soldaten droegen, de lorica hamata.

Ontstaan

Net als het Vijfde legioen, de Leeuweriken, is het Zesde Legioen, in 52 v.Chr. door Julius Caesar gelicht op de Povlakte. Zoals ik al vertelde, was dat eigenlijk niet toegestaan, aangezien de bewoners van dat gebied geen Romeins burgerrecht hadden. Toen Caesar, na het uitbreken van de Tweede Burgeroorlog, eenmaal in Rome was, hielp hij zichzelf aan legitimatie met de Lex Roscia.

Lees verder “VI Ferrata, het Gestaalde Legioen (1)”

Het legioen met de leeuweriken: V Alaudae (2)

Grafsteen van soldaat Marcus Julius uit V Alaudae (Thermenmuseum, Heerlen)

Ik het vorige blogje beschreef ik de oprichting van het Vijfde Legioen Alaudae en zijn rol in Caesars campagnes in Gallië en de Tweede Burgeroorlog. Daarna streed voor Marcus Antonius en keizer Augustus. De soldaten waren actief in Italië, Macedonië, Syrië en Spanje voordat de eenheid werd overgeplaatst naar Belgica.

De Germaanse Oorlogen

In 12 v.Chr. stationeerde Augustus’ stiefzoon Drusus het Vijfde in Nijmegen of Xanten, waarvandaan het deelnam aan enkele veldtochten in het Overrijnse. De soldaten staken de Wezer over en bereikten in 9 v.Chr. zelfs de Elbe. Mogelijk verbleven ze daarna enige tijd in Oberaden of Haltern, de Romeinse bases langs de Lippe.

Lees verder “Het legioen met de leeuweriken: V Alaudae (2)”

Het legioen met de leeuweriken: V Alaudae (1)

Her graf van centurio Lucius Poblicius uit V Alaudae (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

Het is niet ongebruikelijk de geschiedenis van het Romeinse Rijk te vertellen aan de hand van keizers. Zo deden ze het in de Oudheid al en in de negentiende eeuw, toen geschiedvorsing een wetenschap werd, ging men ermee verder. Het was immers de tijd waarin Europese geschiedenis gemaakt leek te worden door koningen, premiers en ministers, het was de tijd van de grotemannengeschiedenis. De echt belangrijke wetenschappers voelden zich ongemakkelijk bij deze visie op oorzakelijkheid. Het is geen toeval dat Theodor Mommsen, de voornaamste van allemaal, vastliep toen hij met zijn Römische Geschichte was aanbeland bij de keizertijd. Hij wist dat zelfs de grootste grote mannen alleen maar geschiedenis konden maken met instituties die ze niet zelf hadden gecreëerd.

Ik heb weleens overwogen een geschiedenis van het Romeinse Keizerrijk te schrijven aan de hand van de legioenen. Zo’n boek zou dan zeker zijn begonnen met het Vijfde Legioen Alaudae. De bijnaam is Gallisch en betekent “leeuweriken”, vergelijk het Franse alouette. Het ontstaan van deze eenheid staat feitelijk voor het begin van het keizerrijk.

Lees verder “Het legioen met de leeuweriken: V Alaudae (1)”